Het interview met Jonathan Legear dat vorige week in dit blad verscheen, heeft bij zijn Russische werkgever Terek Grozny voor behoorlijk wat opschudding gezorgd. De ex-aanvaller van Anderlecht had zich niet echt positief uitgelaten over zijn verblijf bij deze club en dat werd hem door de voorzitter niet in dank afgenomen: Legear kreeg te horen dat zijn salaris zou worden gehalveerd. Toch dacht de aanvaller er niet aan zichzelf in te dekken en zijn tekst af te zwakken. Sterker zelfs: hij vond dat zijn mening goed was weergegeven.

Jonathan Legear mag dan een bepaalde reputatie met zich meeslepen en niet altijd doordachte uitspraken doen, de openhartigheid waarmee hij over zijn situatie spreekt, is tegenwoordig zeldzaam in de voetbalsport. Nog opmerkelijker is dat hij achter zijn woorden blijft staan. Het doet denken aan de tijd dat voetballers echt nog voor hun mening uitkwamen.

In een lange carrière hebben we vaak interviews gemaakt met voetballers die ongeremd en onbevangen praatten. Zo had Lei Clijsters na de gouden periode van KV Mechelen onder meer een paar opmerkingen over de gemakzucht die in de groep was geslopen, het was voor hem een bron van ergernis. De aanvoerder werd door voorzitter John Cordier ontboden en gevraagd of hij dat allemaal zo had bedoeld. Clijsters beaamde dat. Zijn verhaal, zei hij, was correct weergegeven. Dat hij dan zou worden geschorst bracht hem niet van zijn stuk.

Danny Veyt vertelde kort na zijn transfer van Waregem naar Club Luik dat de lichtste training van Urbain Haesaert nog drie keer harder was dan de zwaarste training van Robert Waseige. Dat zorgde voor een revolutie op Rocourt maar Veyt dacht er niet aan zijn woorden in te slikken. En Walter Meeuws zei in zijn periode bij Standard ooit dat de Rouches ten onder gingen aan een machtsstrijd in het middenveld en vroeg ons om vooral dat goed te accentueren.

Dat soort ontboezemingen is tegenwoordig zeldzaam. Voetballers krijgen mediatraining en soms leidt dat tot voorgekauwde teksten. Ook de intrede van perschefs zorgde voor andere verhoudingen. Sommigen proberen de regie van interviews in handen te nemen en niet ongewoon is dat een club een al toegestaan interview niet in de geplande vorm wil laten verschijnen om de speler tegen zichzelf te beschermen. Het is een vreemd dualisme: voetbalclubs willen graag sterke persoonlijkheden, maar die persoonlijkheid mogen ze in hun interviews niet tonen. Daar moeten ze op de rem gaan staan.

Er is niets mis mee dat clubs hun communicatie beter willen structureren. Zeker in een tijd dat sommige spelers verstikt dreigen te raken in een kluwen van interviewaanvragen. Dat teksten voor publicatie worden nagelezen is zelfs een vorm van professionalisme. Op voorwaarde dat je je, zoals de conventie voorschrijft, beperkt tot het corrigeren van feitelijke onjuistheden.

Maar de realiteit leert dat er vaak aan censuur wordt gedaan. Kritische opmerkingen worden geschrapt of afgezwakt. Niet alle perschefs begrijpen dat ze hun club daarmee een slechte dienst bewijzen. Bij een vereniging als bijvoorbeeld Ajax wordt het recht op een mening aangemoedigd omdat het een teken is van persoonlijkheid. Bij Bayern München, ook qua communicatiebeleid de absolute top in Europa, houden ze van mondige voetballers die ook in slechte tijden moeten kunnen vertellen wat hen beweegt. Het gebeurt zelden dat er in teksten wijzigingen worden aangebracht. Omdat ze ervan uitgaan dat een kritische mening tot denken kan aanzetten en je de realiteit niet mag vervormen met nietszeggende praatjes.

Veel heeft te maken met de ruggensteun die perschefs krijgen. Sommigen staan onder druk van het bestuur, hebben amper bewegingsvrijheid en zijn uitvoerders van het beleid. Anderen zijn te emotioneel verbonden met hun club, bellen journalisten op als ze zich onheus behandeld voelen en slagen er niet in hun supporterspet af te zetten. Ze zouden het liefst controle willen krijgen over alles wat verschijnt. Een zeer ongezonde situatie, al werkt de uit zijn context getrokken kretologie waartoe sommige media zich laten verleiden dat ook in de hand.

Helemaal gevaarlijk wordt het als ook trainers zich met dat soort zaken willen bemoeien. Het is iets waarover Marc Wilmots moet waken als hij straks met de Rode Duivels naar Brazilië trekt. De lijnen moeten goed worden afgebakend. Zeker op dat soort toernooien, zo leert het verleden, loopt er een dunne strook tussen euforie en ergernis.

DOOR JACQUES SYS

De openhartigheid waarmee Legear over zijn situatie spreekt, is zeldzaam in de voetbalsport.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier