Zonder rancune en benieuwd naar een nieuw avontuur maakte Dominic Foley tijdens de winterstop de overgang van AA Gent naar Cercle. ‘Gent heeft een stap in de goede richting gezet.’

Een beeld tijdens Germinal Beerschot – Cercle Brugge op 14 februari jongstleden: toen Bram Vandenbussche van ref Philippe Vinche naar de kant moest om zijn zwarte onderbroek uit te doen (mag immers niet onder een witte short), was er één man alert genoeg om de halfnaakte Vandenbussche van verdere publieke vernedering te behoeden aan de dug-out. Dominic Foley (32) – net gewisseld door Kanu – sprong recht van de bank en zette zijn lange trainingsjas open als een scherm. Het typeert de loyale Ier die in januari AA Gent na drie jaar vaarwel zei en een contract van 3,5 jaar ondertekende bij Cercle Brugge.

Het past in het beeld van de spits die zich bij Gent opwerkte tot leider in de kleedkamer en zich daar tevens ontpopte tot uithangbord van Sporta, de vereniging die de belangen verdedigt van de profvoetballers. “In Ierland kan je met elk probleem naar de PFAI ( Professional Footballers Association of Ireland, nvdr) stappen, de spelersvakbond. Zij onderhandelen zelfs contracten voor jonge spelers, zodat die geen geld moeten steken in malafide makelaars. Maar toen ik naar België kwam, bleek dat hier niet eens een spelersvakbond was”, vertelt Foley. “Of toch, Sporta, maar bijna niemand kende dat. Wanneer je als buitenlander in België een contract tekent, zijn er zo veel kleine zaken waar je tot je eigen verbazing mee geconfronteerd wordt. ( cynisch) En de clubs zullen je natuurlijk niet inlichten …

“Ik zal je een voorbeeld geven: als je in België een vijfjarig contract tekent en je raakt geblesseerd, dan zal de club je nog twee maanden betalen en daarna moet de verzekeringsmaatschappij tussenkomen. In Engeland betaalt een club gewoon vijf jaar je loon uit. Dat zijn dus zaken die je pas op het moment zelf ontdekt. Zoals Dario Smoje bij Gent meemaakte, hij heeft negen maanden geen cent gezien. Daarom probeer ik collega’s daarvan bewust te maken. Clubs hebben schrik dat zo’n vakbond voor te veel last zal zorgen, maar als clubs hun plicht doen, zijn er geen redenen om in opstand te komen, niet?”

Laten we het eerst over Cercle Brugge hebben, je nieuwe werkgever. Aanvankelijk was het de bedoeling dat je pas na dit seizoen zou overkomen van Gent, waarom is dat gewijzigd?

Dominic Foley: “Ik denk dat Gent me nu eerst nog zes maanden verhuurt en dat ik dan in juni definitief verkocht word. Ook ik was ervan overtuigd dat ik pas in juni zou overkomen, maar opeens werd er op clubniveau een overeenkomst bereikt dat ik meteen zou overstappen. Nu ja, dit is wellicht een betere oplossing, nu krijg ik zes maanden voorsprong om mijn nieuwe ploeg al te leren kennen. Bovendien zouden de relaties met Gent misschien verzuurd raken als ik daar nog langer bleef, terwijl ik mijn herinnering aan die club wil koesteren. En hopelijk omgekeerd ook. It was a clean break.”

Wat voor kleedkamer tref je bij Cercle aan?

“De aanpassing verloopt vlot, ik voel me erg welkom. Je merkt dat de vriendschap tussen de spelers echt is, de meesten blijven na de training op de club hangen. Een beetje poolen of wat op de Xbox spelen.”

Jij bent ingehaald als opvolger van Tom De Sutter. Wat verlangt Glen De Boeck van jou?

“De Boeck is een jonge coach en dat vind ik een pluspunt. Jonge trainers hebben nog voeling met de sfeer in de kleedkamer. Het is inderdaad de bedoeling dat ik De Sutter vervang, maar het zal tijd vergen. Bij Gent wist ik met mijn ogen dicht wat elke speler zou doen, hier moet ik weer van nul af aan beginnen.”

Tot nog toe waren je prestaties niet overtuigend. In de wedstrijd op Germinal Beerschot raakte aanvoerder Denis Viane op een bepaald moment zelfs gefrustreerd omdat jullie elkaars loopbeweging niet begrepen.

“Dat is normaal. Cercle speelt helemaal anders dan Gent. De speelstijl van Cercle vereist heel veel beweging rond de bal en veel movement to the ball. Ik zal misschien wel eens scoren ondertussen, maar de komende weken zijn sowieso inlooptijd.”

Het meest onderschatte talent

Had je het gevoel dat je tijd bij Gent erop zat?

“Ja.”

Omdat het niet klikte tussen jou en Michel Preud’homme?

“Op het persoonlijke vlak bestond er absoluut geen probleem tussen ons, maar hij zocht een andere type aanvaller dan ik. Dat voelde ik van in het begin, maar je hoopt natuurlijk dat je jezelf toch in de gunst kan spelen. Preud’homme zoekt een spits die diepgang brengt, terwijl ik eerder een targetman ben die naar de bal toekomt. Preud’homme gruwelt van spitsen die te vaak afhaken. Ik probeerde mijn stijl te veranderen, maar dan voel je meteen dat zoiets wringt. Je moet geen dingen proberen die je niet kunt.”

Heb je het gevoel dat je nog wel dezelfde Foley kán zijn als pakweg twee jaar geleden, je topjaar onder Leekens?

“Zeker en vast. Ik heb me nog nooit zo goed gevoeld. Indien Leekens of Sollied nog steeds coach zouden zijn in Gent, ben ik er zeker van dat ik nog dezelfde Foley zou zijn. Iedere trainer heeft nu eenmaal zijn eigen visie.”

De indruk leeft nochtans dat je minder scherp voor de dag komt: vaak een stapje te laat, niet dominant genoeg. Je wordt er in juli 33. Dat is de leeftijd dat je huidige coach, Glen De Boeck, de schoenen aan de haak hing.

“Leeftijd heeft daar niets mee te maken. Mijn jaarlijkse conditietests zijn nog altijd even goed als vijf jaar geleden. Bij Gent miste ik de voorbije drie en een half jaar amper een handvol wedstrijden door blessure. Het heeft niets met fysiek te maken, maar met mijn functie in een ploeg.”

Je was de voorbije jaren een belangrijke figuur geworden bij AA Gent, aanvoerder ook. Deed het pijn om dan ineens weer tot een bankzitter gedegradeerd te worden?

“Natuurlijk wil elke voetballer belangrijk zijn voor zijn team, maar in feite moeten alle elf spelers op het veld belangrijk zijn. Als mensen van zichzelf zeggen dat ze belangrijk willen zijn, dan dichten ze zichzelf te veel belang toe.”

Wat voor aanvoerder was je bij Gent? Bijvoorbeeld als Alin Stoica weer eens niet mee trainde, zei je daar iets van?

“Neen. Als het voor een probleem in de groep zorgt wel, maar bij Stoica was dat niet het geval: iedereen kende hem en liet hem begaan. Op een bepaalde manier heeft hij zo gaandeweg het respect van zijn ploegmaats en zijn trainer verloren. Erg jammer voor iemand met zo veel talent.”

De meest getalenteerde waarmee je speelde?

“In de gym? Absoluut!” ( lacht)

En Bryan Ruiz, van wie iedereen voorspelt dat hij de top aankan?

( denkt lang na) “Ik moet oppassen met wat ik zeg, want ik wil niet zomaar mensen bekritiseren, maar ik ben van mening dat Ruiz op een manier moet spelen waardoor zijn talent – wat hij zeker heeft – het best tot zijn recht komt. Vorig jaar was hij briljant omdat hij de vrijheid kreeg. Hij moest niet telkens 50 meter op en af lopen om mee te verdedigen op de flank …

“Weet je wie ik eigenlijk een onderschat talent vond? Nicolas Lombaerts, een verdediger naar mijn hart: zonder franjes, secuur en bikkelhard.”

Drie jaar voetbal: waanzin!

Is er een verschil tussen de Foley die hier bij Cercle binnenkomt en de Foley die vier jaar geleden bij Gent aanspoelde?

“Ik denk het niet. Ik ken de competitie en ik ken het land intussen, dat is een voordeel, maar voor de rest … Als ik over die witte lijn het veld op loop, wil ik nog steeds hetzelfde als vroeger: winnen. Winning is everything! Ik speel liever like shit en dat ik win, dan dat we briljant voetbal brengen en verliezen.”

De eerste weken bij Cercle bleek je eerder stil en kalm in de kleedkamer, horen we.

“O, maar ik ben een kalme, relaxte kerel, hoor. Ik ga toch niet meteen de kleedkamer van Cercle binnenwandelen en hoog van de toren blazen? Ik moet eerst het respect winnen van mijn nieuwe ploegmaats. Dat moet je verdienen.”

Je tekende voor 3,5 jaar, in principe sluit je hier je carrière af. Denk je daar soms aan?

“Neen. In de voetballerij mag je niet te ver vooruit kijken: clubs, trainers, spelers veranderen constant. Ik denk enkel aan de volgende training en de volgende wedstrijd. Drie jaar in voetbal: dat is waanzin.” ( lacht)

Je hebt wel een eeuwige band met België, je dochtertje werd hier geboren.

“Ze heeft een Belgisch-Iers paspoort. Weet je, Belgen en Ieren lijken erg op elkaar. Onze volkeren komen makkelijk overeen. Mijn vrouw en ik zijn hier heel gelukkig, dus kwam ik snel tot een akkoord met Cercle. Mensen mogen evenwel niet onderschatten wat het allemaal met zich meebrengt om van club te veranderen. Ik vind dat daar vaak nogal te licht wordt overgegaan door de buitenwereld. Andere trainingsschema’s, andere routine in de aanloop naar een wedstrijd, nieuw huis zoeken, een nieuwe school vinden voor je kind, je vrouw die uit haar vertrouwde omgeving wordt getrokken … en dan is er nog de aanpassing op het veld. Je moet 24 nieuwe collega’s leren kennen.”

Over je ploegmaats gesproken. Kan je eens de vergelijking trekken tussen Stijn De Smet en Thomas Buffel?

“Voor mij zijn het verschillende types. Thomas is sterk met de bal aan de voet en loopt graag met de bal. Stijn is eerder het type dat je de indruk geeft dat je hem aankan, maar dan plots iets uit zijn mouwen schudt. Wat ze wel gemeen hebben, is hun vermogen om uit de tweede lijn op te duiken.”

In tegenstelling tot bij AA Gent ben je hier omringd door andere ervaren spelers, zoals Viane, Vidarsson, Serebrennikov en Iachtchouk.

“Een goede zaak. Elke ploeg heeft ervaring nodig, net wat in Gent misschien een beetje ontbrak.”

Geef je een vinger, dan grijpen ze je hand

Gent haalde een resem nieuwe spelers in tijdens de winterstop. Begrijp je de ommezwaai die ze daar maken?

“Een nieuwe coach betekent vaak ook nieuwe spelers. Gent is wel wat veranderd in vergelijking met toen ik er aankwam. De coach heeft nu meer inspraak in het transferbeleid, voordien was het de voorzitter die aan de trainer zei: deze spelers krijg je, doe er iets mee.

“Eigenlijk vind ik het niet meer dan normaal dat de trainer inspraak heeft in de transfers. Het is niet aan iemand in een kantoor om te bepalen met welke spelers je aan de slag moet, want als het dan niet draait, is het wel de trainer die buiten vliegt. Een club zal altijd succesvoller zijn als de coach het voor het zeggen heeft, dus Gent heeft een stap in de goede richting gezet.”

Toch behaalde Gent ook successen onder Sollied en Leekens, toen het bestuur dus nog grotendeels besliste. Waren dat dan uitzonderlijke trainers?

“Misschien wel. Met Leekens kon ik het heel goed vinden, hij zei altijd: speel volgens je kwaliteiten en probeer niet wat je niet kunt. Een les die ik altijd goed onthouden heb. Hij wilde ook absoluut niet dat je dribbelde op je eigen helft, daar moest de bal zo snel mogelijk weg. Sollied liet je eerder vrij: go and express yourself. Wat ook werkte, maar ik had het eerder voor de visie van Leekens, met toch een minimum aan discipline. Want geef je een vinger, dan grijpen de spelers je hand en later je arm.”

Is Preud’homme een toptrainer?

“Hij is heel gedreven en weet perfect wat hij wil. Daardoor bereikt hij meestal zijn doel. Al denk ik wel dat Gent een grotere uitdaging is voor hem dan Standard, waar hij toch met de beste spelers van België kon werken.”

Tot slot: naast golf koester je blijkbaar ook een passie voor paardenrennen?

( verbaasd) “Euh, dat hangt van de tijd van het jaar af. In maart, meestal gelijktijdig met St Patrick’s Day, heb je in Engeland de grootste meeting van het jaar: het Cheltenhamfestival. Vijf dagen, in totaal honderdduizenden toeschouwers en miljoenen mensen die een gokje wagen. Daar heb ik mijn liefde voor paardenraces ontwikkeld. Vroeger vond ik het oervervelend, maar het is iets speciaals: van het moment dat je er geld op inzet – ik speel nooit voor meer dan 20 euro -, leef je compleet met die koers mee. ( doet een jockey na) Zeer gek. Hier in België ben ik eens naar Waregem Koerse geweest, maar met alle respect: that’s not racing! ( lacht) Dus een tip voor de Belgische reizigers: ga zeker eens naar Cheltenham. Het is de FA Cup van het paardenrennen. It’s brilliant!” S

door matthias stockmans beelden: jelle vermeersch

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier