Met de Premier Leaguetitel en de Beker met de Grote Oren in zijn koffer trekt de nog maar 23-jarige Cristiano Ronaldo straks naar het EK. Portret van de volgens velen nú al beste voetballer ter wereld.

Dat Cristiano Ronaldo afgelopen woensdag tijdens de Champions Leaguefinale ook Moskou betoverde, zal niemand verbaasd hebben. De balvirtuoos danst en dartelt al twee seizoenen lang met zó veel klasse over de velden dat zijn bewonderaars er geen woorden meer voor vinden. De Portugees lijkt de perfecte voetballer, die met oogstrelende balcontacten en onnavolgbare passeerbewegingen defensies uiteensplijt en haast achteloos de mooiste doelpunten maakt. Onbedreigd verlengde de middenvelder eind april zijn status als Engels Voetballer van het Jaar, daartoe verkozen door zijn collega’s. Afgelopen zondag bracht hij in de kampioenswedstrijd van Manchester United bij Wigan Athletic (2-0-winst) zijn competitietotaal op 31 treffers; alleen clublegende Dennis Viollet presteerde in het seizoen 1959/60 met 32 goals beter. De Portugees evenaarde bovendien het Premier Leaguerecord: Alan Shearer scoorde namens Blackburn Rovers in het seizoen 1995/96 ook 31 keer. Zijn 41 goals in 48 officiële wedstrijden deze jaargang bezorgen Ronaldo vooralsnog de derde plaats op de eeuwige topscorerslijst van Manchester United in één seizoen, achter Denis Law (46) en Ruud van Nistelrooy (44).

De Fransman Eric Cantona was in de jaren 90 de laatste voetballer van The Red Devils die in de aanvalspatronen van zijn ploeg zó onmisbaar was. Manager Sir Alex Ferguson is dan ook lyrisch: “Ronaldo is de beste voetballer ter wereld en de meest begaafde speler die ik in mijn lange periode als manager op Old Trafford heb gezien. Cantona was fantastisch, maar Ronaldo is nóg beter. Wat hij dit seizoen laat zien, is ongelooflijk. Het talent om zo te spelen bezit hij al jaren, maar hij kan zijn kwaliteiten nu bundelen en constant presteren. Na het WK in 2006 is hij mentaal enorm gegroeid. Dát is de sleutel van zijn succes, Ronaldo is volwassen.”

De afgelopen week bijzonder ongelukkige Chelsea-aanvoerder John Terry wijdde vorig jaar al mooie woorden aan de Portugees. “Zolang ik hem zelf niet hoef te bewaken kijk ik met plezier naar Manchester United. Alleen om hém te zien spelen. Zijn stijl en acties maken van hem een unieke voetballer, Ronaldo in topvorm is door niemand te stoppen.”

Revanche

Zijn metamorfose is opmerkelijk. Ruim twee jaar geleden twijfelden zelfs Engelse voetbalkenners nog aan de Portugees, die eerder berucht was dan beroemd. Hij zou de eer van het rugnummer 7, gedragen door George Best en Eric Cantona, niet waard zijn. Ronaldo moest zijn eindeloze overstapjes en drievoudige scharen maar in het circus gaan uitvoeren. Veel supporters van andere clubs ergerden zich bovendien kapot aan zijn gedrag als serial diver, de specialist in fopduiken die bij de minste aanraking ter aarde stortte. Nog tijdens het WK in Duitsland kwam in de Britse boulevardpers zelfs een haatcampagne op gang.

In het kwartfinaleduel Engeland-Portugal zou Ronaldo scheidsrechter Horacio Elizondo hebben aangemoedigd clubgenoot Wayne Rooney van het veld te sturen, waarbij vooral zijn vette knipoog naar de Portugese bank voor woede zorgde. Nadat Portugal uiteindelijk de doelpuntloze wedstrijd had gewonnen na strafschoppen, kreeg Ronaldo de schuld van de Engelse uitschakeling.

“Het was een cruciale fase in mijn loopbaan”, zo verklaarde de voetballer. “De hetze was enorm. Mijn eerste gedachte was uit Manchester te vertrekken. Ik zou naar Real Madrid gaan, of Barcelona. Maar na een paar weken besloot ik te blijven en te vechten voor revanche. De steun van Alex Ferguson en Carlos Queiroz(assistent-manager van Manchester United, nvdr) gaf me daarvoor de kracht. Van het vijandige publiek heb ik me nooit wat aangetrokken. Het gescheld en de spreekkoren gaven me zelfs energie.”

Maar ook zijn levenservaring en karakter hielpen de Portugees. En was het niet de wens van zijn vader dat hij in Manchester zou slagen? De drankverslaafde Dinis Aveiro overleed op 5 september 2005, nadat hij de strijd tegen een leverkwaal had moeten opgeven. Ronaldo besloot ook voor hém in Engeland te blijven, al zou de man die hem in zijn jonge jaren op Madeira zo inspireerde zijn doorbraak nooit beleven.

Het is 5 februari 1985 als Cristiano Ronaldo op het Portugese eiland Madeira in de Atlantische Oceaan ter wereld komt. Hij sluit zich als nakomertje aan bij zijn broer Hugo en de zussen Elma en Liliana Cátia, die halverwege de jaren 70 zijn geboren. Moeder Maria Dolores werkt als schoonmaakster, terwijl zijn vader tuinen onderhoudt en als terreinknecht voor amateurclub Andorinha fungeert. Daardoor leert Ronaldo snel wat voetbal is, fanatiek aangemoedigd door vader Dinis. De kleine jongen blijkt een natuurtalent, dat op zesjarige leeftijd al bewondering ontlokt. Zelfs op stoffige veldjes vol hobbels en kuilen kleeft de bal probleemloos aan zijn voeten. “Ik weet dat ze over méér grote spelers zeggen dat ze voor voetbal zijn geboren”, vertelde familievriend Fernão Sousa aan de BBC. “Maar dat geldt in extreme mate voor Ronaldo. Hij had toen al zo’n sierlijke en atletische lichaamsbouw. En hoe klein hij ook was, zijn balcontrole en vermogen om in perfecte balans te dribbelen waren ongekend. Zo heb ik hem jarenlang zien oefenen.”

Trainingsdier

De balverliefde Ronaldo sluit zich als achtjarige aan bij Andorinha, waar hij een opvallende herinnering nalaat. “Ronaldo had voor zijn leeftijd een ongekend diepe afkeer van verliezen”, aldus oud-clubvoorzitter Rui Santos in 2006. “Hij was volkomen overstuur na een nederlaag, dan huilde hij tranen met tuiten of was hij urenlang kwaad.” Zijn enorme talent leidt hem in 1995 naar Nacional, na Marítimo de tweede club van Madeira. Ook dáár duurt zijn verblijf niet lang. Op curieuze wijze belandt hij twee jaar later in Lissabon, Ronaldo is pas twaalf. Nacional is nog geld verschuldigd aan Sporting voor een oude transfer en biedt Sporting daarop het talent aan als betaling. Uiteraard ná overleg met Ronaldo’s ouders.

“Die lieten me vrij in mijn keuze”, aldus de voetballer. “Ik hoefde maar vijf minuten na te denken. Natúúrlijk ging ik naar Lissabon. Al besefte ik amper wat dat inhield. Tijdens mijn eerste weken bij Sporting had ik veel verdriet. Madeira is maar klein en ik was nog nooit in een grote stad geweest. Lissabon maakte me bang, door al die herrie en de vele mensen. Mijn heimwee was enorm.”

Zijn Madeira-accent, waarmee de jongen wordt gepest, maakt het leven nog zwaarder. “Zelfs leraren maakten me belachelijk. Dat vond ik niet leuk en ik reageerde slecht. Zo gooide ik eens een stoel naar een lerares, die me daarop de klas uit stuurde. Maar ik had toch al het gevoel dat ik niet voor de schoolbanken was geboren.”

Dat bewijst hij in de jeugd van Sporting Lissabon. Daar ontwikkelt Ronaldo zijn voetbalstijl, als hij zich spelend op gevoel en geholpen door zijn techniek bekwaamt in meesterlijke dribbels. Intensieve krachttraining maakt hem snel sterker, terwijl hij vanaf 2001 nóg serieuzer zijn voetbaldroom najaagt. Met zijn jeugdsalaris is hij in staat voor zijn drugsverslaafde broer Hugo een geslaagde afkickbehandeling te betalen, wat op Ronaldo diepe indruk maakt. Hij wordt zich bewust van de impact die zijn voetbalgaven hebben op zijn familie en toont zich in de opleiding van Sporting een waar trainingsdier.

Het leidt tot een magistraal debuut in de Portugese competitie, op 7 oktober 2002. Op eigen veld leidt Sporting Lissabon met 1-0 tegen Moreirense, als de voetballer een prachtige dribbel besluit met een dubbele schaar en vervolgens uithaalt voor de 2-0. Zijn tweede goal is eenvoudiger, als hij de bal na een vrije trap met het hoofd succesvol verlengd: 3-0 en dat is de eindstand. Fans en voetbalcommentatoren zijn lyrisch. De interesse van Europese topclubs, die Ronaldo al langer kennen door zijn optredens met diverse Portugese jeugdteams, verscherpt. Het is Liverpool dat in maart 2003 als eerste toehapt. Maar Liverpoolmanager Gérard Houllier blaast de deal af: hij vindt zes miljoen euro te veel voor een achttienjarige voetballer die zich nog amper heeft bewezen.

Nummer zeven

Manchester United is de Fransman voor altijd dankbaar. Ook Alex Ferguson is gecharmeerd van Ronaldo en krijgt op 6 augustus 2003 de kans van zijn leven. Zijn team is door Sporting Lissabon uitgenodigd voor het openingsduel van het totaal vernieuwde stadion José Alvalade, dat ter gelegenheid van het EK in 2004 een grondige renovatie heeft ondergaan. Een briljante Cristiano Ronaldo heeft aan de eerste helft genoeg om Ferguson te overtuigen. Het verhaal gaat dat de Schot in de rust tegenover zijn spelers bezweert het stadion niet te verlaten vóórdat hij de jonge ster naar Manchester heeft gehaald. Sporting Lissabon wint het oefenduel vooral dankzij Ronaldo met 3-1 en nog diezelfde week beklinken beide clubs de deal. De Engelsen betalen vijftien miljoen euro voor het talent, dat na slechts 25 competitieduels zijn vaderland verlaat. Sir Alex Ferguson heeft zoveel vertrouwen in Ronaldo dat hij het rugnummer zeven van de naar Real Madrid vertrokken David Beckham overdraagt aan de Portugees. Maar hij verwoordt ook zijn geduld met de voetballer, die nog oneindig veel moet leren. Zijn tactische discipline schiet tekort, hij heeft te weinig oog voor medespelers en Ronaldo beseft amper wanneer een simpele pass véél beter is dan een geliefkoosde dribbel. Ook wekt hij direct irritatie, door veel te snel te gaan liggen bij een overtreding. Het bezorgt hem een slechte naam.

“Ik had het moeilijk in mijn eerste twee seizoenen”, zo beaamde de speler recent. “Maar de mensen moeten niet vergeten dat ik nog een tiener was. Ik kwam uit een andere cultuur en moest me aanpassen aan het Engelse spel. Het maakt me trots dat ik me ondanks alles zo heb ontwikkeld.”

Ronaldo wisselt veel te vaak sterke duels af met optredens waarin zijn acties sterven in schoonheid. Maar hij weet óók te imponeren. Zoals in de FA Cupfinale tegen Championshipclub Milwall op 22 mei 2004. Manchester United wint met 3-0 en Ronaldo is in Cardiff met afstand de beste man op het veld. Hij zet zijn team vlak voor rust met een kopbal op voorsprong en is tot zijn publiekswissel vlak voor tijd een nachtmerrie voor verdedigers.

Maar hoe vaak Ronaldo in zijn eerste jaren ook uitblinkt, de voetballer komt ook negatief in het nieuws. Hij krijgt gele kaarten voor Schwalbes, levert nauwelijks goede voorzetten af en laat zich eenvoudig provoceren. Met als dieptepunt zijn opgestoken middelvinger op 7 december 2005, de avond waarop Manchester United op bezoek bij Benfica zijn uitschakeling betreurt in de Champions League. De UEFA straft hem voor zijn gebaar met één duel schorsing. Het overlijden van zijn vader kleurt het najaar van 2005 voor Ronaldo toch al inktzwart.

Maradona

De steun van Alex Ferguson en zijn assistent Carlos Queiroz zijn voor de Portugees essentieel. Landgenoot Queiroz wordt een soort tweede vader, met wie hij uiteraard in zijn eigen taal kan praten. Ook de warme toejuichingen van zijn supporters doen Ronaldo goed. Hij presteert constanter en draagt zo bij aan de wederopstanding van zijn club. The Red Devils acteren al tweeenhalf jaar lang ondermaats, maar vanaf december 2005 volgt het herstel, met Ryan Giggs centraal op het middenveld als vervanger van Paul Scholes – die herstelt van een oogoperatie – en Ronaldo veelvuldig wisselend van flank. Het is geen toeval dat de Portugees tussen februari en mei 2006 liefst acht keer scoort in de competitie, waardoor hij zijn seizoen besluit met negen goals en zijn totaal vanaf 2003 verdubbelt. Zo zorgt hij er tevens voor dat topscorer Ruud van Nistelrooy niet wordt gemist. De Nederlandse spits ontbreekt vanaf februari in veel duels na zijn beruchte aanvaring met Ferguson.

Cristiano Ronaldo geeft zijn verlangde revanche na het laatste WK op magistrale wijze vorm. Zelden nog loopt hij zich vast, hij verzorgt goals en assists. En terwijl zijn spel nog altijd drijft op geniale dribbels, lijkt de voetballer opeens precies te weten wanneer hij de bal moet afgeven. Het is geen wonder dat Manchester United in het seizoen 2006/07 al snel de leiding neemt in de Premier League. Een ontketende Ronaldo scoort tussen 23 en 30 december 2006 in drie opeenvolgende competitieduels liefst zes keer, waardoor hij zich opwerpt als topschutter van het team. De Portugees besluit het seizoen 2006/07 met zeventien goals en veertien assists en heeft zo een overweldigend aandeel in de landstitel van zijn team.

Dat Sir Alex Ferguson zijn tiende kampioenschap met Manchester United behaalde, dankt hij eveneens vooral aan Ronaldo. De Schotse manager, die erom bekendstaat zijn spelers nimmer op een voetstuk te zetten, maakt voor de Portugees een uitzondering: “Hij verdient het volledig om in één adem te worden genoemd met Diego Maradona. Zijn snelheid is ongelooflijk en met de bal aan zijn voeten is hij nog net zo snel. Dat is een kwaliteit die maar weinig voetballers is gegeven. Ronaldo kan dribbelen als Maradona en zijn tweebenigheid is daarbij een geweldig voordeel. Verdedigers weten nooit welke kant hij kiest. Hij kan daardoor ook moeiteloos aan beide zijkanten spelen en zowel links als rechts op het veld doen wat hij wil. Ik heb daar geen controle over, maar Ronaldo krijgt van mij alle vrijheid. De afspraken in het team zijn dusdanig dat Nani, Ryan Giggs of Ji-Sung Park zijn positie overnemen. Zo spelen we al het hele seizoen.”

Mooiste goal

Die speelstijl bezorgde Manchester United ook de finaleplaats in de Champions League. Ronaldo scoorde dit seizoen in elf Champions Leagueduels acht keer, onder meer op 19 september 2007 op bezoek bij zijn oude club Sporting Lissabon (0-1). In het stadion waar hij zijn transfer naar Engeland afdwong, vierde Ronaldo zijn treffer ingetogen. Na afloop beloonde het publiek hem daarvoor met een staande ovatie.

Op 12 januari van dit jaar scoorde Ronaldo voor het eerst drie keer in een duel, tegen Newcastle United (6-0). Ruim twee weken later vierde hij tegen Portsmouth volgens hemzelf de mooiste goal uit zijn leven. Uit een vrije trap op zo’n twintig meter van het doel, knalde hij de bal vol effect in een bijna loodrechte lijn kiezelhard in de kruising. Doelman David James kon de bal alleen maar horen.

De Portugees eindigde eind december 2007 als derde in de verkiezing van Wereldvoetballer van het Jaar, achter Kaká (AC Milan) en Lionel Messi (Barcelona). Hij lijkt nú al de voornaamste kandidaat om de Braziliaan op te volgen. Zéker als hij zijn vorm meeneemt naar het EK in Oostenrijk en Zwitserland. S

door martijn horn

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier