Syriër/Belg, geboren op 1 maart 1984 in Al Qamsihly. 1,80 meter – 75 kg. Profiel: de landloze.

Sanharib Malki: “Ik ben geboren in Syrië, maar ik voel me geen Syriër. De bevolking bestaat daar voor 90 procent uit moslims, terwijl ik een orthodoxe christen ben. Mijn ouders hebben daardoor veel problemen gekend. Wij behoren tot de kleine groep Aramese Syriërs en in feite zitten we zonder land. We zijn verspreid over de hele wereld, maar voornamelijk Zweden, Duitsland en België. Omdat we geen land hebben, is het vooral de religie die de Aramese bevolking met elkaar verbindt. Mijn ouders zijn nog echt praktiserend, bij mij is dat door de jaren heen verminderd. Al mijn broers en zussen praten en schrijven Aramees. De taal van Jezus, ja, daar ben ik best fier op. Soms geeft de taal wel aanleiding tot grappige misverstanden, omdat de mensen er meestal van uitgaan dat ik Arabisch spreek. Zoals Ahmed Hassan, die bij de heenwedstrijd van de beker van België met mij een praatje kwam slaan, waarop ik hem moest teleurstellen: ik versta wel een beetje Arabisch, maar dat is alles.

“Ik ben altijd kalm en respectvol. Geloof zorgt voor interne rust en dat straal je uit naar je omgeving. Ook in moeilijke momenten moet je de zelfcontrole bewaren. Maar dat gevoel voor respect komt ook door de opvoeding die ik kreeg. Toen ons gezin in België aankwam – ik was zes jaar – hadden we het zeker niet breed, we woonden met zeven kinderen in een klein appartementje in Jette. Ik heb er nooit echt last van gehad, wat volledig de verdienste is van mijn ouders. Natuurlijk merkte ik wel dat mijn vriendjes zakgeld kregen en ik niet, maar als ik goed presteerde op school kreeg ik een beloning, een BMX bijvoorbeeld. Ik vertoefde altijd buiten op straat, ofwel met een voetbal ofwel met de fiets. Voetbal was en is mijn leven, alles staat in het teken daarvan. Op de Agoraspacepleintjes in Brussel organiseerden we vaak toernooitjes waarbij wij het met onze buurt uit Jette opnamen tegen andere buurten zoals Schaarbeek of Anderlecht. De winnaar kreeg medailles of een beker en soms gratis tickets voor Océade of Kinepolis.

“Pas op vijftienjarige leeftijd ben ik in clubverband beginnen te voetballen, omdat enkele vrienden het vroegen. Ik heb eigenlijk nooit in de jeugdcategorieën gespeeld. De eerste trainingen wist ik niet eens welke positie ik kon spelen. Omdat ik makkelijk scoorde, werd het de aanval. Men verwijt me nu soms dat ik een te propere spits ben. Al dat truitjetrek, daar doe ik niet aan mee. Ik provoceer ook nooit of duik niet in het strafschopgebied. Zulke dingen komen gewoon niet in me op.

“Tegenwoordig wonen we nog met zes in een huis dat ik onlangs gekocht heb voor het hele gezin, in dezelfde buurt als vroeger. Ik heb nood aan de nestwarmte rond mij en ik beschouw dat huis ook als een bedankje voor mijn ouders. Nood aan grote luxe heb ik niet. Een Ferrari of Jaguar hoeft voor mij niet, liever beleg ik mijn centen in vastgoed of spaar ik wat voor later. Ik ken vrienden in de voetbalwereld die altijd de nieuwste kleren kopen, een dure wagen, of ze vergokken grote bedragen in het casino. Vaak hoor je dan nadien dat ze in financiële problemen zitten. Zulke dingen snap ik niet.

“Ik leef voor mijn sport omdat ik me ervan bewust ben dat wij voetballers een job kunnen uitoefenen die we graag doen. Niet iedereen heeft dat geluk. Soms moet je wel even de teugels kunnen vieren, voor het groepsgevoel is het belangrijk dat je samen dingen doet en beleeft. Toen ik vorig seizoen amper speelde, ben ik ook niet wild om me heen beginnen te schoppen. Ik werkte hard op training en scoorde bij de reserven. Daarom wilden Aimé Anthuenis en Jos Verhaegen me ook niet laten gaan tijdens de zomer, ondanks de concrete interesse van STVV.” S

door matthias stockmans

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier