Toen RC Genk met 7-0 werd weggezet door Valencia en enkele dagen later ook uit Gent met lege handen terugkeerde (2-0) – waardoor het naar de zevende plaats wegzakte in de Jupiler Pro League – reageerde de club met een contractverlenging voor haar trainer. We schreven eind november en langer dan drie maanden was Mario Been niet in dienst. Het korte contract waarmee hij de onverwacht vertrokken Frankie Vercauteren was opgevolgd , werd na amper drie maanden al met twee jaar verlengd. Genk had de verlenging zelf op de (publieke) agenda geplaatst en kon niet meer terug, ondanks gênante nederlagen in de Champions League en de twijfel die zoiets plots toch zaaide. Met het nieuwe contract verklaarde de landskampioen voluit te kiezen voor ‘continuïteit’ en ‘een langetermijnvisie’.

Als Been Genk vanavond tegen AA Gent niet in de top zes plaatst, lijdt het weinig twijfel dat zijn positie toch ter discussie zal worden gesteld. Door de buitenwereld, maar zeker ook intern. Ondanks de als een sterk signaal verkochte contractverlenging. Het is een goed bewaard geheim dat in de nieuwe overeenkomst ‘zachte opzegmodaliteiten’ werden opgenomen. Als Been weg wil of – wat vroeg of laat altijd waarschijnlijker is – Genk de samenwerking wenst stop te zetten, kan dat zonder dat de hele resttijd van het contract moet worden uitbetaald. Een voorwaarde die Genk erin wilde en waarmee Been akkoord ging. Geld zal Genk er dan ook niet van weerhouden afscheid van hem te nemen.

Als mens valt er op Been niets aan te merken. Geen confrontatie gaat hij uit de weg en zijn toegankelijkheid is een verademing. “Ik denk niet dat het aan de trainer ligt”, sprak algemeen directeur Dirk Degraen zondag in Westerlo na de tiende competitienederlaag, maar expliciet het vertrouwen in Been uitspreken deed hij niet. Degraen herhaalde wat Genk én Been al een heel seizoen volhouden: dat er geen excuses gelden. Doortastende ingrepen mogen dan ook niet verbazen. “We moeten meer uit deze groep kunnen halen. We wachten tot woensdag en als het niet lukt, gaan we de situatie analyseren.”

Hoog op de agenda zal dan zeker de slappe mentaliteit staan waarmee de ploeg te vaak aan een wedstrijd begon. Ook in Westerlo: binnen het kwartier bevond Genk zich in een verloren positie. Been krijgt er geen vat op en is stilaan ten einde raad. “Onverklaarbaar”, daar hield hij het ook nu op. Sinds kort is er een psycholoog aan de staf toegevoegd, iets waar Been zegt voluit achter te staan, maar voorlopig communiceert de club hier niet over.

Nog opvallender is de bijzonder hoge blessurelast. Kan de gebroken teen van Simaeys nog als pech worden afgedaan, de vele spierblessures kunnen dat niet. Vorige week kwamen er liefst vijf bij: Hubert, Ayub, Buffel, Camus en Barda. Been wijt het aan de roofbouw die op zijn smalle selectie is gepleegd tijdens de Champions League. Nu al trainen diverse spelers amper, waardoor risico’s moeten worden genomen die, zoals bij Barda, ook weer nefast aflopen. “Ze vallen bij bosjes”, probeerde Been er zich met een kwinkslag van af te maken, maar waar ligt het aan?

Om één vaststelling kan niemand heen: de breuk met de periode onder Vercauteren. Ook hij moest het de voorbije twee seizoenen rooien met een krappe kern, ook hij moest telkens tot de laatste speeldag van de play-offs voluit gaan, en ook hij moest telkens al vroeg in het nieuwe seizoen Europees aan de bak. Desondanks kende Genk in het kampioensjaar een sterke competitiestart met 19 op 21, volgde er een sterke doorstart na de winterstop, en sloot het play-off 1 af met de titel. Geen enkele keer viel de ploeg buiten de eerste twee plaatsen, geen enkele keer werd twee keer na elkaar verloren, geen enkele keer was er meer dan één spierblessure op hetzelfde moment.

Ook in het huidige seizoen bleef alles aanvankelijk onder controle. De voorbereiding verliep zonder noemenswaardige blessures, Vercauteren zette de supercup bij in de Genkse prijzenkast en hij plaatste het team voor de Champions League (ook al zat hij in de beslissende partij als supporter in de tribune en niet meer op de bank). Toen hij en zijn fysical coach Bart Cauberg naar Abu Dhabi vertrokken, begon het mis te lopen. Cauberg kreeg pas in november een opvolger in de Cristal Arena. “Ik kijk niet in de eerste plaats naar de trainer”, zei Degraen zondag. En Been: “De spelers moeten voor de spiegel gaan staan.” Niemand die openlijk de conclusie aandurft dat de kern misschien is overschat. En dat het belang van de juiste omkadering is onderschat.

DOOR JAN HAUSPIE

“Ik kijk niet in de eerste plaats naar de trainer.”

Dirk Degraen

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier