Bakken kritiek kreeg hij al over zich in woelige sportieve en extrasportieve tijden. Herman Kesters, de voorzitter van Germinal Beerschot, geeft zijn visie over de stormen in de club. ‘Problemen bieden ook voordelen.’

Sinds Herman Kesters (57) in het najaar van 2008 de fakkel mocht overnemen van sterke man Jos Verhaegen, die toen met gezondheidsproblemen kampte en besloot de club voortaan van achter de coulissen te sturen, daverde Germinal Beerschot al meermaals op zijn grondvesten. Trainer Aimé Anthuenis boekte eens een reeks van tien matchen zonder verlies en zijn opvolger, Jos Daerden, raapte eens dertien wedstrijden op rij punten, maar een dertiende en tiende plaats in de eindstand verklappen dat de nadruk meestal lag op ondermaatse prestaties. Die kwamen er in een context van onophoudelijk gekibbel en geruzie, niet in het minst bij het bestuur. Vaak was Kesters de kop van Jut.

Woog het voorzitterschap al op u?

Herman Kesters: “Daar moet je niet aan twijfelen. Ik beleefde een heel moeilijke periode toen Silvio Proto kwam. Op dat moment kreeg ik de stempel die ik nog altijd draag: ‘Kesters ligt niet goed bij de supporters.’ Ik wist het niet eens, dat Proto onze fans hier eens de slechtste van het land genoemd had. Ze zeiden dat ik een verrader was. Tot hij hier scoorde ( kopbaldoelpunt tegen AA Gent, nvdr).

“In de weken die voorafgingen aan die goal was ik ook verantwoordelijk gehouden voor de verkoop van Kenny Steppe, hoewel je zoiets altijd als club doet. Het was een periode waarin ik het voorzitterschap aanvoelde als een gevecht. Ik lag ’s nachts wakker, vooral omdat ik het foute rond de komst van Proto niet inzag. Ik vond dat we een goede doelman gehaald hadden. Wat die dan ooit eens gezegd had, mja

“Kijk waar Proto nu staat. We leverden aan Anderlecht een prima product af. Dat was voor mij een zege. Diezelfde supporters die mij ooit een mol noemden, zag ik nooit zo emotioneel als bij het afscheid van Proto. Soms denk ik: mannen, zo slecht was het toch allemaal niet?

“Nu is mijn band met de fans goed. Ik leerde dat zij respect heel belangrijk vinden. Dat was misschien een probleem voor mij in het begin.”

De perceptie was dat u hen zag als een noodzakelijk kwaad.

“Ik zag de supporters nooit als een noodzakelijk kwaad, ik zag hen over het hoofd. Ik wilde me focussen op de club en wat was de club voor mij? Het sportieve, het financiële, het commerciële en de jeugd. De fans verloor ik uit het oog. Achteraf probeerde ik dat recht te zetten.”

Geen kampen, visies

De afgelopen twee jaar vroeg het stadiondossier veel van uw aandacht. Plots dook daarin projectontwikkelaar Patrick Vanoppen op, die Germinal Beerschot een eigen stadion beloofde en zei daarvoor geen geld van de stad nodig te hebben. De stad lustte Vanoppen en zijn bruuske stijl niet. Jullie hesen hem aan boord, maar namen hem inmiddels alweer zijn bestuursfunctie af. Was de club naïef door in zijn verhaal mee te gaan?

( grijnst) “Heel moeilijk … Het opnemen van Vanoppen was vooral een zaak tussen hem en de grootste aandeelhouders. Die man had een visie; hij zag een hele commerciële ontwikkeling rónd het stadion. Als ik nu de stad hoor praten over een gelijkaardige invulling van het randgebeuren, om daarmee financiële gaten dicht te fietsen, denk ik dat zijn ideeën nog zo stom niet waren. Alleen maakte hij misschien wel wat inschattingsfouten en koos hij mogelijk voor de verkeerde aanpak.”

U linkt de komst van Vanoppen nu aan de meerderheidsaandeelhouders, maar zij begonnen veel vroeger dan u een andere taal te spreken dan Vanoppen. Op 1 april 2009 gaf Verhaegen in dit blad al aan dat de club niet zou bouwen zonder hulp van de stad, terwijl u minder dan een jaar geleden in Het Laatste Nieuws nog zei: “Om te blijven groeien hebben we een nieuw stadion nodig en moeten we daar maximaal financieel rendement uithalen. Met twee clubs wordt de winst gedeeld en dat is niet voldoende.”

Euh … Daar blijf ik nog altijd bij.”

U zit nu wel in een beleidsgroep waarin u met de overheid én Antwerp nadenkt over een gemeenschappelijk stadion. U moest uw kar 180 graden keren.

“Nee. Eerst was de formele toezegging van de stad en de haven er nog niet om vijftig miljoen euro vrij te maken. Die intentie circuleerde, maar klopte dat? Op het moment dat daar officiële bevestiging van kwam, was ook mijn stelling dat we zo’n cheque niet konden laten liggen.”

Jos Verhaegen had dus meer vertrouwen in de overheid dan u?

“In een bestuur is er voor elk een rol weggelegd, het is goed om alle mogelijkheden open te houden. Er waren trouwens geen twee of drie kampen, maar verscheidene visies. Dat is wat anders. Ook ik dacht dat we het maar zelf moesten proberen mits er een serieuze commerciële ruimte rond het stadion komt, maar als de stad stelt dat je x vierkante meter krijgt en niet meer, moet je beseffen dat samenwerking de enige optie is.

“Ik zit nu trouwens niet in die beleidsgroep om daar alles te aanvaarden. Ik zit er om de overheid scherp te houden en te wijzen op de moeilijkheden. Ik breng onze zorgen over.”

Nog eens: was het niet naïef om te denken dat het zonder de stad wel zou lukken? De overheid kon jullie blokkeren op het vlak van vergunningen. Onderschatten jullie dat?

“Vanoppen heeft sterke punten, maar ook minpunten.”

U projecteert het nu op hem, maar u stond aan zijn kant.

“Ik onderschatte dat niet. Soms onderga je iets.”

De joker

Veel fans blijven het moeilijk hebben met dat gemeenschappelijk stadion. Ze zien het als een reddingsoperatie voor Antwerp, de ‘aartsvijand’, die met financiële problemen kampt.

( knikt) “Ik weet het, maar daarvoor moet je bij de stad aankloppen. Wanneer haalden de stad en de haven hun cheque boven? Toen Germinal Beerschot en Antwerp de intentie gaven om te praten over een gemeenschappelijk stadion. Maar pas op, die intentie geven is nog niet hetzelfde als akkoord gaan, hé. Ik ga ervan uit dat we ons budget met 50 à 75 procent moeten kunnen optrekken in zo’n nieuw stadion. We moeten eerst kunnen doorgroeien naar een budget van 15 à 17 miljoen euro, om op termijn naar 20 miljoen te gaan. Als dat niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat we zelf direct een pak geld moeten afgeven voor het afbetalen van een lening, zeg ik: ‘ Ow.'”

Hebt u het daar persoonlijk moeilijk mee, dat zo’n nieuw stadion Antwerp zou helpen?

( lacht) “Mag ik een joker inzetten? Ik wil daar mijn mening niet over kwijt.”

In de context van de stadiongesprekken blijven veel fans vrezen voor een fusie. U zei drie jaar geleden in dit blad: “In ieder geval is het duidelijk dat we naar een fusie moeten, anders blijft het Antwerpse voetbal gedoemd om subtop te spelen.”

“Iets van drie jaar geleden is vandaag misschien achterhaald.”

Staat u er nu dan anders tegenover?

( stilte enzucht) “Een fusie, dat klinkt altijd zo gedwongen … Ik ben daar eigenlijk niet voor. Misschien komen beide partijen tot een bepaald besef en vragen ze op den duur zelf: ieder op zich, blijft het alleen dat? Maar laat ons die kwestie buiten de gesprekken over een nieuw stadion houden, dat zou te belemmerend werken. Misschien blijven we wel elk op onze stek, dan is een fusie nog zeer veraf.”

Wit-mauvecontrast

Frappant bij Germinal Beerschot blijft dat het hier perfect mogelijk is dat op eenzelfde vraag bestuurder a “wit” antwoordt en bestuurder b “zwart”. Onlangs was het weer zo. Terwijl technisch directeur Gunther Hofmans op 14 augustus in de Gazet van Antwerpen nog zei: “Een overgangsjaar? Daar wil ik niks van weten”, verklaarde u zo’n twee weken geleden op de Antwerpse tv-zender ATV: “Ik zei tegen Glen De Boeck direct dat dit een overgangsjaar zou worden.” Een buitenstaander vraagt zich dan af of het echt zo moeilijk is om eenzelfde visie uit te stippelen en die ook eensgezind naar buiten te brengen.

“Nu haalt u inderdaad een van onze minpunten aan. Dat is eigen aan deze club, het zit er ingebakken. Verscheidene mensen zijn 35 jaar gewoon geweest om te zeggen wat ze wilden, in Ekeren kon je ook anders communiceren. Als je die oude huisjes probeert te slopen, voelen sommigen zich nogal snel ongemakkelijk.

“Enkele weken geleden was het weer prijs. Ondanks de sportieve moeilijkheden heerste er een bepaalde rust. ’s Middags spreken we op een vergadering af om even te zwijgen. Ik ga buiten en de man naast mij krijgt telefoon van een reporter. Hij neemt op en begint godverdomme toch wel te antwoorden zeker! Terwijl ik erbij sta, hé! Dat zijn fouten. Dat moeten we blijven herhalen.”

Maakte u zich boos?

( sussend) “Nee. Ik was wel verwonderd.”

U gaf er toch een opmerking over?

“Ja. Die man gaf zijn fout ook toe.”

Moet u niet krachtdadiger optreden?

“Wat moet ik dan zeggen? ‘Uit het bestuur!’? Ik vind dat die discipline van jezelf moet komen.”

Hebben sommigen wat te veel last van hun ego?

( grijnst en lacht dan) “Ik weet dat niet. Ik wijt het liever aan onervarenheid, het leren werken in een bepaalde functie.

“Trouwens … Mogelijk is het wat ongelukkig dat Hofmans en ik eens een andere visie communiceren, maar eerlijk gezegd zie ik daar het slechte niet van in. Die dingen worden uitvergroot.”

Moet een club niet één visie hebben?

“Ja, maar in elke club gebeurt het weleens dat de ene ‘wit’ antwoordt en de andere ‘mauve’ – ik ga niet zeggen ‘zwart’.”

Hier is dat meer regel dan uitzondering.

“Dat maakt deze club ook zo speciaal.”

Erop of eronder

In het verleden was u weleens boos als weer eens geschreven werd dat uw macht binnen de club beperkt is. Bewees uw uitleg over de aanstelling van Xavier Painblanc als bestuurder dat niet? Dit blad vroeg u of het voor de club geen probleem vormde dat die man in het najaar voor de correctionele rechtbank moet verschijnen en u gaf aan dat u, met uw miniem pakket aandelen, onmogelijk invloed had kunnen uitoefenen op die aanstelling.

“De macht binnen deze club hangt waarschijnlijk van de aandelen af. Ik vind het niet meer dan normaal dat de groep Verhaegen- Snelders de meerderheid daarvan in handen heeft, zij verdienen dat. Ik moet misschien meer overleggen dan in een andere club, maar ik word niet afgeschoten als ik eens een eigen beslissing neem.”

Krijgt u soms toch niet het gevoel dat u in de vuurlinie loopt en dat de belangrijke beslissingen achter uw rug genomen worden?

“Nee. Maar dat je compromissen moet sluiten, dat klopt.”

U regelde, grotendeels achter de rug van de andere bestuurders, de komst van Glen De Boeck. Achtte u uw moment gekomen om eens te tonen dat u wél uw stempel kan drukken?

“Als ik al mijn stempel wilde drukken, dan was dat met het oog op de club. Ik vond dat we de laatste jaren te vaak tegen trainers gezegd hadden: ‘We geven je een contract van een jaar en dan zien we wel.’ Daar had ik een andere mening over. Ik wist dat een contract op langere termijn hier misschien een gevoelig punt zou zijn en dacht: als je nu je visie, waarvan jij overtuigd bent dat ze goed is, eens wil doordrukken, dan moet je dat maar eens durven. Erop of eronder. En misschien dekte ik mezelf onbewust een stuk in door Glen een contract voor drie jaar te geven. Dan gaan ze, dacht ik, toch even moeten meegaan in die visie op langere termijn en Glen de tijd geven.

“Als je een trainer een contract van drie jaar biedt, hypothekeer je een beetje de toekomst van de club, dat weet ik. Maar ik was zó zeker.”

Niet gaan lopen

U zei onlangs op ATV dat Germinal Beerschot de laatste twee jaar stagneerde. Geeft u uzelf slechte punten?

“Op financieel-commercieel vlak is er heel goed gewerkt. Op het sportieve vlak – en daar neem ik een grote verantwoordelijkheid voor – was het misschien wat minder. Maar als ik de eindbalans maak, houden die twee elkaar in evenwicht. Het probleem was dat we twee jaar na elkaar slecht aan de competitie begonnen. Telkens moesten we rond Nieuwjaar jongens halen die ons in de eerste klasse konden houden. Dan maak je weleens keuzes waarbij je te ver gaat, trek je jongens aan met wie je op de korte termijn heel goed zit, maar met wie je op de langere termijn niet kunt doorgaan.”

Dat werkte de club zelf in de hand door tijdens de zomer het huiswerk slordig te maken.

“Er zijn beslissingen genomen door de club die misschien niet de gelukkigste waren. Maar er gebeurden ook al veel goede dingen.”

Uw mandaat loopt tot juni. Zou u daarna graag doorgaan?

( denkt na) “Als de club mij nodig heeft en de aandeelhouders achter mij staan, dan ga ik verder. Ik heb de drive om het nog iets langer te doen. Ik mag niet gaan lopen, daarvoor is mijn band met de supporters te goed. Ik voel dat het wederzijdse respect groeit. Problemen bieden soms ook voordelen: je begint elkaar daardoor beter te kennen.”

Vorig jaar zei u in de Gazet van Antwerpen: “Als er iemand komt die het van mij wil overnemen en die de club als voorzitter een meerwaarde kan bezorgen, dan zet ik met graagte een stap opzij.” Bezorgt u de club een meerwaarde?

( stilte) “Ik bestempel mezelf als een meerwaarde, ja. Vergeet niet dat ik in de Profliga unaniem verkozen ben tot lid van het directiecomité. Als ik hier geen toegevoegde waarde was, zou ik dat daar ook niet zijn. Ik werk er ook hard aan om ons binnen die Profliga goed te profileren, door mee ideeën aan te brengen en me constructief op te stellen.”

Nochtans nam u vorig seizoen een bedenkelijke positie in toen de voetbalbond een al even bedenkelijke overeenkomst had gemaakt met Charleroi. Die club ging akkoord om een wedstrijd tegen Cercle te verschuiven, maar bedong in ruil daarvoor onder meer dat Tormena Ederson, die nog niet speelgerechtigd was voor die match, toch zou mogen meedoen. Enerzijds zei u dat de positie van de bondsvoorzitter moeilijk houdbaar werd, anderzijds wou u KV Mechelen-Germinal Beerschot herspelen, omdat jullie in die match – volgens het boekje – Guillaume François en Dawid Jan-czyk niet hadden mogen opstellen. Zo vroeg u exact hetzelfde als wat u veroordeelde.

“Ik wou benadrukken dat zo’n compromis niet kon.”

Door hetzelfde te vragen?

“Het was niet zeker of we die match wel degelijk zouden herspeeld hebben als we gelijk hadden gekregen. ( lacht) Nu vindt u me waarschijnlijk helemaal een fantast.”

door kristof de ryck – beelden: jelle vermeersch

Ik bestempel mezelf als een meerwaarde.

Misschien dekte ik mezelf onbewust een stuk in door Glen een contract voor drie jaar te geven.

Ik zag de supporters nooit als een noodzakelijk kwaad, ik zag hen over het hoofd.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier