In de aanloop naar het WK gaan we op zoek naar de veldjes waar de Rode Duivels voor het eerst tegen een bal trapten. Deze week: Eden Hazard, die zijn eerste stappen als voetballer zette in het gemeentelijk stadion ‘Sans Fond’ in ‘s-Gravenbrakel.

Royal Stade Brainois en de Hazards, het is het verhaal van een lange familietraditie. Wanneer in 1969 de club uit ‘s-Gravenbrakel (Braine-le-Comte in het Frans) boven de doopvont wordt gehouden na de fusie tussen l’Amicale Athlétique Brainoise en l’Union Sportive Brainoise, besluit Francis Hazard te investeren in de nieuwe vereniging. Een logische beslissing, want de baas van een plaatselijke tegelfirma woont in de Avenue du Stade vlak bij het voetbalstadion ‘Sans Fond’, genoemd naar het kleine waterloopje dat door de gemeente stroomt.

Hazard is meer dan alleen maar geldschieter, hij steekt ook zelf de handen uit de mouwen. Samen met een aantal vrijwilligers legt hij de dekvloer van de kantine en als later een nieuwe cafetaria wordt gebouwd met businessseats met zicht op het veld steekt de paveur, zoals zijn bijnaam luidt, ook een handje toe.

BAL IN PLAATS VAN SCHOMMEL

Van zijn vier zonen maakt Thierry de mooiste carrière. Na Stade Brainois, uiteraard, speelt Thierry Hazard achtereenvolgens voor Marchienne, La Louvière (op dat moment in tweede klasse) en Tubeke, om uiteindelijk terug te keren naar zijn eerste liefde in 2000, tijdens de laatste periode van Stade Brainois in bevordering.

Thierry is op dat moment ook vlak bij Sans Fond gaan wonen, waar vanaf de jaren negentig zijn vier zonen – Eden, Thorgan, Kylian en Ethan – hun debuut als voetballer zullen maken. ‘Voor zover ik me herinner heb ik nooit een schommel gezien bij de Hazards’, vertelt Pascal Delmoitiez, die bij Stade Brainois speelde en de club nadien altijd trouw bleef en er verschillende functies bekleedde. ‘Een voetbal daarentegen vloog er altijd wel rond in hun tuin. Als het er geen van de jongens was, dan was het er eentje van de club die door een van onze spelers over het traliewerk getrapt was’, aldus nog Delmoitiez, ondertussen al elf jaar ploegafgevaardigde van Stade Brainois.

Hoewel de broers Hazard inmiddels elk hun eigen weg hebben gekozen, zijn hun sporen nog steeds zichtbaar achter het ouderlijke huis. Op een van de muren van het tuinhuisje is in onuitwisbaar wit het geraamte van een doel te zien. Een gebroken ruit wijst er bovendien op dat het voetbal er nog niet tot het verleden behoort. Dat het verhaal van de Hazards bij Stade Brainois nog niet afgelopen is, is ook de wens van Alain Pauly, voorzitter van de club sinds 1995. ‘De broers willen hier ooit nog samen in het eerste elftal staan’, zegt Pauly. ‘Als je weet dat een gegeven woord voor de Hazards heilig is, dan mogen we altijd dromen.’

COLLECTIEF IN PLAATS VAN INDIVIDUALISTISCH

Wat is jullie eerste herinnering aan de voetballende Eden Hazard?

PASCAL DELMOITIEZ: ‘Die gaat terug tot de zomer van 1995. Ons grasveld was net opnieuw ingezaaid. Omdat ik in de buurt woonde, kwam ik geregeld langs om te kijken of het gras goed groeide. Op zekere dag zag ik – toen ik mijn auto op de parking zette – een jongetje naar het verst afgelegen doel trappen. Ik kookte vanbinnen, want het was uiteraard verboden om op dat moment op het gras te komen. Ik wou dat kereltje dan ook een stevige uitbrander geven. Toen ik langs de staantribune stapte, maakte ik me wel de bedenking dat dat kleine ventje verdorie heel goed kon voetballen, want van aan de zestienmeterlijn schilderde hij elke bal recht in de winkelhaak. Dat nam niet weg dat ik hem beval onmiddellijk van het veld te gaan. Toen het mannetje zich met zijn gezicht naar mij draaide, zag ik meteen dat het Eden was, de oudste zoon van Thierry, die ik natuurlijk goed kende. Van de ene verbazing viel ik in de andere, want toen ik Eden van dichterbij bekeek, zag ik dat hij al die ballen blootsvoets in doel had getrapt. Op dat moment dacht ik bij mezelf: die jongen is echt buitengewoon.’

ALAIN PAULY: ‘Voor ik voorzitter werd, had ik al van hem gehoord. Zijn peter had een voetbalstage georganiseerd en Eden, die op dat moment nog geen vijf jaar oud was, had zich daar laten opmerken door zijn balbehandeling. Later sloot hij zich bij ons aan en mijn zoon Michaël was zijn eerste trainer bij de duiveltjes. Na amper twee weken zei Michaël me: ‘Papa, we beschikken over een uitzonderlijk begaafde voetballer.’ Het weekend nadien wou ik hem natuurlijk aan het werk zien. Ik was meteen overtuigd. Op die leeftijd zwermen voetballertjes met zijn allen rond de bal zoals vliegen rond een pot honing. Als ze de bal dan hebben, willen ze die niet meer afgeven. Eden was anders. Hij was zonder twijfel de meest begaafde van allemaal, maar hij speelde niet individualistisch. Het collectief primeerde voor hem en op heel jonge leeftijd strooide hij al met mooie passes.’

KLEINE MARADONA

Kende de jeugd van Stade Brainois en bij uitbreiding de hele club met Eden zijn gouden periode?

PAULY: ‘Daarvoor waren er al wel enkele spelers die als locomotief fungeerden voor onze jeugdwerking. Ik denk aan Philippe Houx of aan Stéphane Stassin, die later ook op het hoogste niveau voetbalden, Houx bij RWDM en Stassin bij Anderlecht, maar Eden, dat was toch nog een andere dimensie. Zijn aanwezigheid bij de ploeg was een garantie op succes, zelfs tegen ronkende namen. Ik herinner me nog een toernooi op Standard waar hij als beste speler werd uitgeroepen ondanks het feit dat er verscheidene prestigieuze teams deelnamen. Dat soort onderscheidingen behaalde hij vaak. Hij was – alle verhoudingen in acht genomen – onze kleine Maradona. Naast zijn voetballende kwaliteiten viel ook zijn bescheidenheid op. Hij heeft zich nooit belangrijker gevoeld dan de anderen.’

DELMOITIEZ: ‘Je kan zeker niet zeggen dat hij meer dan zijn deel opeiste. Anderen hebben wel hun voordeel gehaald uit het contact met hem. Thorgan ongetwijfeld het meeste. Ik zag de broers geregeld voetballen in hun tuin of op onze ‘Sans Fond’. Thorgan beschikte over veel talent, maar de bal afnemen van Eden kon hij nauwelijks. Hij maakte zich daar altijd boos over. Dat heeft zijn karakter mee gevormd, denk ik. Thorgan moest altijd vechten om zijn doel te bereiken, waardoor hij uiteindelijk strijdvaardiger is geworden dan zijn broer. Dat zie je vandaag nog altijd. Als een tegenstander beter is, zal Eden een nederlaag filosofisch opnemen. Thorgan niet, hij zal blijven mopperen. We hebben het laatste trouwens nog niet gezien van de Hazards. Ethan doet de familie momenteel alle eer aan bij de U12.’

BEKEND TOT IN HET BUITENLAND

Dat de Hazards hier hebben gevoetbald is meer dan een eer voor de club?

PAULY: ‘Het is vooral een eer. Als je jaren geleden Braine zei, dan dacht iedereen aan CS Braine, zeker toen Philippe Saint-Jean en nadien Frankie Vercauteren er respectievelijk als trainer en jeugdcoördinator aan de slag gingen. Maar dat Braine was Braine-L’Alleud (Eigenbrakel, nvdr), dat niets met ons te maken heeft. Braine-le-Comte dankte zijn sportieve bekendheid lange tijd aan kaatsen, want de oudste club van België is hier namelijk gevestigd. Dankzij Eden is onze stad ook een referentie geworden op voetbalgebied. Ze spreken nu eveneens over hem als een Brainois en niet meer zoals enkele jaren geleden over een Louviérois omdat hij net als Enzo Scifo geboren is in het Tivoliziekenhuis in La Louvière.’

DELMOITIEZ: ‘Dankzij de familie Hazard stak de reputatie van Braine-le-Comte zelfs de landsgrenzen over. Toen Eden met Lille de dubbel realiseerde in Frankrijk, maakte L’Equipe een verhaal over zijn eerste voetbaljaren hier bij ons. De Daily Mail deed net hetzelfde na Edens eerste successen bij Chelsea. Onlangs waren hier zelfs mensen van de FIFA voor een gelijkaardige reportage. Braine-le-Comte en ‘Sans Fond’ danken hun mooie reputatie aan hem.’

PAULY: ‘Het is wel jammer dat we er geen financiële compensatie voor kregen. De opleidingsvergoeding begint pas vanaf 10 jaar en op die leeftijd vertrok Eden naar Tubeke. Daar hebben ze zich al in de handen gewreven met een opleidingsvergoeding van niet minder dan 230.000 euro. En dat is waarschijnlijk nog niet alles, want ze passeren nogmaals langs de kassa als Hazard bijvoorbeeld naar Real Madrid zou gaan. Wij krijgen onze return on investment op een andere manier. Thierry Hazard is sinds twee jaar sportief directeur bij ons. Het minste wat je kan zeggen, is dat Stade Brainois het goed doet. We staan immers aan de leiding in onze reeks in tweede provinciale. Thierry helpt ons op allerlei vlakken: we hebben het beste speelveld van de reeks omdat hij het nog beter onderhoudt dan zijn eigen tuin. Uit eigen zak kocht hij ook een gloednieuwe tractor en een grasroller. Zijn vrouw Carine helpt ook een handje. Onlangs organiseerden we een mosselkermis. Carine stond in de keuken en Thierry diende op in de zaal.’

PETER VAN MAKE A WISH

Doet Eden zelf ook een duit in het zakje?

PAULY: ‘Absoluut. Al twee jaar zorgt hij voor de sinterklaascadeaus voor de 200 jongeren van onze club. Bovendien sponsort Nike dankzij zijn tussenkomst al onze ploegen.’

DELMOITIEZ: ‘Eden voelt zich niet alleen verbonden met de club, maar ook met de stad en alles wat hier reilt en zeilt. Om de vijf jaar organiseer ik in Braine-le-Comte de tentoonstelling Foot Fair Play. Bij de vorige editie, eind vorig jaar, mochten we heel wat voorwerpen uit zijn privécollectie uitstallen. Eden is ook peter van de lokale afdeling van Make a Wish (een non-profitorganisatie die de wensen van kinderen met een levensbedreigende ziekte probeert te vervullen, nvdr), waarvoor mijn vrouw Marianna verantwoordelijk is. Hoewel ze hem vaak voor dergelijke zaken vragen, ging Eden er onmiddellijk mee akkoord en nodigde hij een ziek kind uit om met hem een dag door te brengen bij Chelsea. Hij ontving die jongen ter plaatse en noemde hem ‘mon pote, mijn kameraad’. Dat jongetje praat er nog altijd over.’

Onlangs verschenen er in de media verhalen over een mogelijke verkoop van ‘Sans Fond’ aan Eden Hazard. Wat is daarvan aan?

PAULY: ‘De Hazards zijn, begrijpelijkerwijze, om sentimentele redenen enorm gehecht aan dit voetbalveld, waar drie generaties elkaar hebben opgevolgd. ‘Sans Fond’ is niet alleen de tuinvanEden, maar ook die van Francis, Thierry, Thorgan en de anderen. Of ze nu financieel tussenkomen of niet, ik ben ervan overtuigd dat ‘Sans Fond’ in de nabije of verre toekomst omgedoopt zal worden tot Stade Hazard, zonder er een voornaam aan vast te plakken. Als hommage aan iedereen die het beste van zichzelf gegeven heeft ten dienste van deze club en die bijgedragen heeft tot haar bekendheid over de landsgrenzen heen, van grootvader Francis tot de jongste kleinzoon Ethan. En misschien gaat het nog wel verder, want Eden en Thorgan hebben ook al kinderen. Het verhaal is dus nog niet afgelopen.’

DOOR BRUNO GOVERS – FOTO’S CHRISTOPHE KETELS

‘Op zijn vijfde schilderde hij elke bal van aan de zestienmeterlijn recht in de winkelhaak. Blootsvoets.’ – PASCAL DELMOITIEZ

‘Al twee jaar zorgt Eden voor de sinterklaascadeaus in onze club.’ – ALAIN PAULY

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier