Zou iemand erbij hebben stilgestaan? Eén jaar geleden ontrolden ultra’s van Standard voor de wedstrijd tegen Anderlecht een macabere tifo. Op het spandoek stond een beul afgebeeld, die het afgehakte hoofd van Steven Defour in de hand hield. Het was de wansmakelijkheid ten top. Zieke geesten konden in een tijd van angst en terreur ongeremd het voetbal gebruiken als podium van woede en haat. Het bestuur van Standard stond erbij en keek er, zoals iedereen, met afgrijzen en verbijstering naar. Ze waren niet bij machte dat soort excessen een halt toe te roepen, Standard leek gegijzeld te worden door een klein deel van zijn aanhang. Vanuit alle hoeken werd er verontwaardigde taal gesproken en scherp gereageerd. De voetbalcel van Binnenlandse Zaken wilde in actie treden.

Eén jaar geleden was het dat Standard een dieptepunt had bereikt. Brandende toortsen, voetzoekers, ze waren al eens op een eerdere wedstrijd te zien geweest. De club leek een stuurloos schip. De belaagde Roland Duchâtelet bleef zitten, ook al had hij anderhalf jaar eerder al een trauma opgelopen toen woedende supporters hem in zijn bureau bedreigden. En Ivan Vukomanovic had als trainer Guy Luzon opgevolgd.

Is er een club die in één jaar zo resoluut de bezem haalde door de eigen gelederen als Standard? Na José Riga en Slavo Muslin kwam Yannick Ferrera nadat eerder Bruno Venanzi de nieuwe voorzitter werd. Maar vooral: sinds die traumatische dag trok Standard – inclusief de wintermercato van vorig jaar – 25 spelers aan en deed er 48 van de hand. De afgelopen weken leken er eindelijk nieuwe fundamenten te zijn gelegd. Het grote verloop ten spijt. De Rouches staan op een zucht van de bekerfinale en play-off 1 was binnen handbereik.

Zondag werd die opgang na een 0-3-nederlaag tegen AA Gent bruusk afgeremd. Yannick Ferrera liet eerder horen dominant te willen voetballen, maar soms is dat soort kreten snel achterhaald. Standard paste zijn veldbezetting aan, zette Ivan Santini op de bank, maar kon de Gentse machine niet stoppen. Terwijl iedereen intussen weet hoe AA Gent speelt. Er zit zo veel beweging, zo veel fysieke paraatheid, zo veel zelfvertrouwen in de ploeg dat andere trainers die zien wat Hein Vanhaezebrouck heeft neergezet een les in nederigheid krijgen. Wedstrijdgericht trainen, duidelijke richtlijnen, spelers die weten waar ze moeten lopen, actie en geen reactie, spelers die voor mekaar blijven voetballen, ook als ze bedolven worden onder lof, soms kan voetbal simpel zijn. En de kampioen stoffeert verder zijn kern, nu met de bij STVV weggeplukte Rob Schoofs, een intelligente voetballer met een goeie mentaliteit en een uitstekende trap. Maar vooral: een jonge voetballer met nog veel progressiemarge.

Het voetbal dat AA Gent over een langere periode opvoert, is in deze competitie de afgelopen decennia nog maar zelden vertoond. Of het zou het overrompelende spel moeten zijn dat Standard in het eerste seizoen onder László Bölöni serveerde. Toch blijft AA Gent binnen handbereik van Club Brugge en Anderlecht. Blauw-zwart bijt zich vast in het spoor van de kampioen. Het voetbalt niet flitsend, maar pakt punten. Dat is een kunst. Ook Anderlecht beperkt de schade, al bleek zaterdag tegen Sporting Charleroi dat de ploeg ziek is. Meer zelfs: het is onduidelijk wie dit paars-wit nog kan reanimeren.

Dat sommigen vinden dat het publiek zich niet tegen de ploeg mag keren, is de wanhoop ten top. Voetballers moeten met kritiek kunnen omgaan, net zoals supporters het recht hebben hun ontevredenheid te uiten als het belabberde spel blijft aanhouden. Dat dit ongeduld zou overslaan op de spelers duidt niet op mentale sterke. Het is een flauw excuus. Veel essentiëler is het om een analyse te maken: waarom zijn spelers bang om de bal te vragen, waarom hangt het elftal als los zand aan elkaar, waarom straalt de ploeg zo veel machteloosheid uit? En: zet Besnik Hasi de juiste spelers wel op de juiste plaats? De trainer blijft onder vuur liggen, al lijkt hij op dit moment nog krediet te krijgen.

Besnik Hasi liet zondag horen dat hij weet waar hij staat en wat hij moet doen. Hard werken en met zijn allen proberen eruit te komen. De vraag is of dat alleen volstaat.

DOOR JACQUES SYS

‘Dat sommigen bij Anderlecht moeite hebben met de kritiek van de supporters, is de wanhoop ten top.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier