De Parijse spelverdeler is op dreef, ook verbaal. Een gesprek over zijn eiland, zijn doelpunt van het jaar, onze al te snel fluitende refs, zijn vermeende transfer naar Anderlecht en zijn Europese frustraties.

Mika Häkkinen, voormalig wereldkampioen in de formule 1, zei ooit dat je een goede verliezer moet zijn om een goede winnaar te kunnen zijn. Daar heeft de verdedigende middenvelder van Standard geen oren naar. William Vainqueurnomen est omen – wil als winnaar altijd goed zijn. Van nonchalance, middelmatigheid of een gebrek aan ambitie krijgt hij het op de heupen.

Je kwam pas in september weer in het team. Hebben we de echte Vainqueur dit seizoen al gezien?

William Vainqueur: “Ik had het in de eerste wedstrijden een beetje lastig. Dat lijkt me niet meer dan normaal als je anderhalve maand out bent geweest. Nu zit ik niet meer zo ver van mijn beste niveau af.”

Vergis ik me of was je zowel mentaal als fysiek niet in orde? De gemiste transfer, je dreigement om je contract te verbreken en je ruzie met het bestuur moeten toch sporen nagelaten hebben.

“Voor mij zijn dat details die ik bij het begin van de voorbereiding al achter me had gelaten. Ik denk dat je dat wel hebt kunnen zien tegen Anderlecht.”

In juni verstuurde je een tweet: ‘Ik slaap overdag en ’s nachts tracht ik mijn zorgen te verwerken.’ Wat bedoelde je daarmee?

(lacht)”Dat is gewoon een tekst uit een song van Rohff. Je hoeft er niets persoonlijks achter te zoeken.”

Je zat niet in een dipje?

“Helemaal niet.”

Wat moeten we ons dan voorstellen bij een Vainqueur die in een dipje zit?

“Dat bestaat gewoon niet. Ik ben gelukkig. Alles gaat goed, ik heb een mooi gezin en ik besef maar al te goed hoeveel geluk ik heb dat ik van mijn hobby mijn beroep heb kunnen maken. Er zijn veel ergere zaken dan wat ik afgelopen zomer heb meegemaakt. Als ik terugkeer naar mijn oude buurt in Parijs zie ik wel een en ander gebeuren. En als ik nog eens terugga naar mijn eiland is dat zeker het geval.”

Jouw eiland?

“Ik ga een keer per jaar terug naar Guadeloupe. Daar vind je wel een paar wijken waar het leven anders is.”

Het rotatiesysteem voorbij

Wat dacht je toen Standard alles won terwijl jij geblesseerd aan de zijlijn zat?

“Dat er geen enkele reden was om snel terug te keren. Want als je terugkeert voor je helemaal top bent, gaat men je met de vinger wijzen. Toen ik zag dat we goed aan het seizoen begonnen waren, genoot ik daar gewoon van.”

Na die wedstrijd tegen Esbjerg in de Europa League, toen de zegereeks afgebroken werd, begon het plots vierkant te draaien…

“Elk team krijgt wel eens een inzinking. De echte kampioenen herken je aan hoe ze zulke periodes te boven komen.”

Toen je weer in de ploeg kwam, zei je dat jij geen nood hebt aan een rotatiesysteem.

“Dat klopt.”

Heeft Standard nood aan dat rotatiesysteem?

(denkt na)”Ik weet het niet. In het begin van het seizoen pakte het rotatiesysteem heel goed uit. De coach zette die aanpak dan voort en wij respecteren zijn keuzes, maar persoonlijk heb ik er geen nood aan. Als ik terugkom uit blessure, wil ik zo veel mogelijk wedstrijden spelen om zo snel mogelijk in topvorm te raken.”

Werden de nadelen van het rotatiesysteem niet blootgelegd in de eerste Europese wedstrijden?

“Misschien wel. Achteraf bekeken beschouw ik onze nederlaag tegen Esbjerg eerder als een accident de parcours. We hadden die avond ook de nodige pech. Dat kan niet gezegd worden van de wedstrijden tegen Elfsborg en Salzburg. We begonnen de Belgische competitie ook tegen – met alle respect – wat minder goede tegenstanders. Dan moet je er wel rekening mee houden dat er in Europa op een ander niveau wordt gespeeld.”

Er was sprake van de nodige frustratie in jouw interview na het verlies tegen Salzburg.

“Ik wilde nochtans gewoon niet te veel zeggen, kwestie van niet te hard over te komen. Ik wilde echt winnen tegen Salzburg, maar in plaats van te winnen ondergingen we de wedstrijd van begin tot einde. Dat doet pijn als je weet hoe lang we vorig seizoen hebben moeten knokken om in die Europa League te raken. Door de barragewedstrijden tegen AA Gent duurde ons seizoen langer dan dat van eender welke andere club – afgelopen zomer hadden we immers nog de voorrondes. En net op het moment dat we dan in de poulefase zijn aanbeland, laten we het afweten. Dat irriteert me, omdat er mogelijkheden genoeg waren om een van die eerste twee plaatsen te pakken. We hebben gewoon niet alles gedaan wat we hadden moeten doen. Dat geldt ook voor mij, hé! Ook ik kon, net zoals de anderen, lang niet altijd de verwachtingen inlossen.”

Eind augustus twitterde je nochtans: ‘Goede loting, perfect.’

“Ja.”

Heb je de tegenstanders niet wat onderschat?

“Onbewust misschien wel een beetje. Na de wedstrijd tegen Salzburg hebben we de koppen bij elkaar gestoken om een paar zaken uit te klaren. Het resultaat daarvan was al zichtbaar tegen Anderlecht, waar je een erg solidair Standard zag dat zelfs na de twee uitsluitingen de nodige weerbaarheid toonde.”

Zeg je nu dat het Standard in de eerste drie Europese wedstrijden aan solidariteit ontbrak?

“Dat was niet het probleem, maar solidariteit alleen is onvoldoende op dit niveau. Je moet ook kwaliteit brengen. Op dat vlak hebben we niet altijd het maximaal haalbare gebracht.”

De Europese wedstrijden zouden weleens voor een wrange nasmaak kunnen zorgen bij jou: in de voorronde blesseerde je je aan de bil tegen Reykjavik, tegen Esbjerg leed je dan weer balverlies waardoor de Denen wonnen en Standard voor het eerst dit seizoen verloor.

(fel)”Het klopt dat ik in IJsland geblesseerd ben geraakt en dat ik tegen Esbjerg in de fout ben gegaan, maar dat wil nog niet zeggen dat ik een wrange nasmaak heb.”

Alles willen winnen

Sinds dat eerste puntenverlies presteert Standard een stuk minder goed. Het leek wel alsof het besef dat jullie niet elke wedstrijd zouden winnen voor een psychologische tik heeft gezorgd.

“Het klopt dat we alles wilden winnen. Als je het veld opstapt met de ambitie om één punt te pakken, ben je geen echte voetballer.”

Waarom zei je na het verlies tegen Zulte Waregem dat die nederlaag sommigen blij zou maken?

“Omdat de media zelfs na al onze zeges nog bleven schrijven dat we maar tegen kleine ploegen hadden gespeeld. De pers gaf de indruk dat we niet thuishoorden aan de top van het klassement. Als Anderlecht op de eerste plaats staat, vindt iedereen dat normaal. Maar als Standard eerste staat, lijkt dat een probleem.”

Heb je echt de indruk dat men dit seizoen minder kritisch bericht over Anderlecht dan over Standard?

“Dit seizoen misschien niet omdat Anderlecht echt nog niet draait. Maar toch is het voor sommigen niet normaal dat Standard de rangschikking aanvoert. Onze eerste plaats stoort. Niet erg, wij putten daar alleen maar meer kracht uit. Wij willen tonen dat we wel degelijk goed genoeg zijn om leider te zijn.”

Waart het calimerocomplex weer rond in Luik en ben jij ook al besmet?

“Wel integendeel! Ik hou van kritiek. Daar puur ik extra motivatie uit. Kritiek stuwt me vooruit.”

Jouw wedstrijd tegen Anderlecht was er een van uitersten. Moeilijk in het begin, vervolgens kwam je goed in de wedstrijd, maar dan pakte je rood.

“Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Ik begon goed aan de wedstrijd, kende dan even een dipje van tien minuten waarin ik – tegen mijn gewoonte in – drie keer de bal verloor. Vervolgens zette ik de actie in waaruit de gelijkmaker voortvloeide en ging alles weer goed. In het slot van de wedstrijd pakte ik dan nog een rode kaart die er geen was. Maar goed, ik krijg geen schorsing en de rode kaart zal niet vermeld worden in mijn disciplinair dossier.”

Je raakte Luka Milivojevic amper, maar áls je hem geraakt had, had je hem serieus kunnen verwonden…

“Ik raak de bal en daarna valt hij op mij. In eender welke andere competitie fluit men voor die tackle zelfs niet. Zoiets kan alleen in België. Maar goed, ik ga het debat daarover niet opnieuw aangaan.”

Fluiten de scheidsrechters hier te snel?

“Ik vind van wel. Ik heb al aardig wat kaarten gepakt sinds ik in België speel. Sommige terecht, andere hoegenaamd niet. Die agressiviteit zit in mijn spel en dat bevalt zowel mij als de coach, dus ik verander dat niet.”

Jouw spel zou perfect bij pakweg Newcastle passen.

“Iedereen weet dat ik van de Premier League droom. Ik ben dol op Newcastle en het Engelse voetbal in het algemeen. Het lijkt me een soort voetbal dat me wel ligt. Ik ga het duel immers graag aan.”

Sinds je prof bent, werd je al vier keer uitgesloten en verzamelde je al zo’n zestig gele kaarten.

“Voor mijn part pak ik er tweehonderd, het belangrijkste is wat ik op het terrein presteer. Vroeger pakte ik meer kaarten, maar ondertussen heb ik daar al aan gewerkt. (pauzeert even) Ik vraag me wel af waarom we telkens op datzelfde onderwerp terugkomen.”

Omdat tot de statistieken van een voetballer naast de gespeelde wedstrijden, de doelpunten en de assists, ook het aantal kaarten wordt gerekend.

“Akkoord, maar eender welke scout let toch eerder op de prestaties dan op de gele en rode kaarten?”

Nooit bij Anderlecht

Iedereen weet hoe groot de rivaliteit tussen Anderlecht en Standard is, maar waarom leidt dat telkens tot wedstrijden met een wel zeer groot engagement?

“Zo gaat het er nu eenmaal aan toe in een clásico. Een topper zonder engagement is geen topper. Hier valt het trouwens nog mee. Zeker als je het vergelijkt met de clásicos in Belgrado en Istanbul.”

Vorig seizoen werd jouw naam vaak genoemd bij Anderlecht en zei men dat er met jou op het middenveld beter gevoetbald zou worden.

“Dat vond ik best vleiend, maar ik zat toen goed bij Standard en ook nu heb ik het hier naar mijn zin. Ik heb er dan ook nooit wat voor gevoeld om voor de aartsrivaal te gaan spelen. Er is zelfs nooit enig contact geweest. Niet met mij en niet met mijn zaakwaarnemer. Nooit zat ik met mijn gedachten bij Anderlecht. Het klopt wel dat ik weg wilde, maar uiteindelijk ben ik tot de conclusie gekomen dat ik eerst een prijs wil pakken met Standard vooraleer ik de club verlaat.”

“Ik zou aanvallend graag wat meer brengen. Iets hoger spelen en wat vaker scoren. Ik heb er vorig jaar al wat aandacht aan besteed, met enig succes. Maar de tactische realiteit is dat, wanneer ik samen speel met Yoni Buyens, hij degene is die het vaakst mee naar voren trekt.”

Vind je niet dat jouw statistieken wel wat beter mogen zijn dan die van pakweg Lucas Biglia?

“Uiteraard, maar ik zou niet zo geringschattend doen over Lucas Biglia. Op aanvallend vlak is hij misschien niet geweldig, maar hij is wél titularis bij Lazio en Argentinië. Wat kun je hem dan nog verwijten? We willen allemaal geregeld in scoringspositie komen, maar uiteindelijk moet iedere speler zijn job doen. In de meeste competities bestaat de driehoek op het middenveld uit twee aanvallende en één verdedigende middenvelder, waardoor die twee uiteraard vaker kunnen scoren. Wij spelen met twee verdedigende middenvelders en daarvan moet er eentje altijd in positie blijven. Meestal ben ik dat.”

Doelpunt van het jaar

Je scoort niet vaak, maar je maakt wel altijd mooie doelpunten. Vorig seizoen won je de trofee voor doelpunt van het jaar.

“Ik weet dat ik een goede trap heb, maar wie herinnert zich dat doelpunt van het jaar nog? Ik mik op grotere trofeeën. Zowel met Standard als op persoonlijk vlak.”

Heb je geen zin om toch wat vaker je eigen kans te gaan, zelfs al moet je achter Buyens blijven?

“De zin is er wel, maar het ontbreekt me momenteel nog aan het nodige vertrouwen. De gevolgen van die blessure aan mijn bil spelen nog in mijn hoofd.”

In je eerste seizoen bij Standard eindigden de Rouches als vijfde en vorig seizoen strandden jullie op een vierde plaats. Hoeveel hoger eindig je dit seizoen?

“De vorige twee seizoenen verloren we telkens kostbare punten in het begin, dit keer startten we goed. Als we dat volhouden, kunnen we hoger eindigen. Je mag ook niet vergeten dat het de afgelopen jaren niet gemakkelijk was. Er moest een heel nieuw team worden opgebouwd na het vertrek van tal van basisspelers.”

Toen je hier aankwam, werd er van jou verwacht dat je Axel Witsel en Steven Defour zou vervangen. Schrikte dat jou niet af?

“Ik laat me niet zo gemakkelijk afschrikken.”

DOOR PIERRE DANVOYE – BEELDEN: IMAGEGLOBE

“Voor mijn part pak ik tweehonderd kaarten.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier