Vanavond loopt het Kiel voor de komst van Anderlecht opnieuw vol. Voor Germinal Beerschot zijn volle stadions nog een nieuw fenomeen. Stilaan ontdoet de club zich van de groeipijnen. Met dank aan een Limburger.

Waarschijnlijk gaat straks bij de thuismatch tegen KV Me-chelen voor de zevende keer dit seizoen het bordje ‘uitverkocht’ aan het loket op het Kiel. Tegen Roeselare lukte dat via speciale acties, tegen Cercle en Genk zat het bezoekende vak niet helemaal vol. Tegen Anderlecht (twee keer), Standard en Club kon er niemand meer bij. Ook vorig jaar zat het Kiel drie keer afgeladen vol. Tot voor een paar jaar speelde Germinal Beerschot nooit voor een uitverkocht stadion. Zelfs voor de fameuze afscheidswedstrijd van Marc Degryse raakte het stadion enkel zo goed als vol omdat er 500 uitnodigingen waren verstuurd.

Ook de klachten die gasten of sponsors in het verleden wel eens ventileerden, zijn er nog amper. Allemaal de verdienste van Paul Heylen, zeggen bezoekers, sponsors en clubmensen spontaan. “Het was echt nodig dat hier een buitenstaander aan de slag ging, iemand die geen roots had bij Beerschot of Germinal”, zegt woordvoerder Danny Geerts. “Men is wel even geschrokken toen zijn eerste factuur binnenliep, maar Heylen heeft Jos Verhaegen wél kunnen overtuigen om die kosten te maken. Lang heeft men die uitgaven hier afgehouden, omdat men vond dat de stad maar moest betalen, of omdat er gedacht werd dat we binnen afzienbare tijd naar een nieuw stadion zouden trekken. Sinds kort weten we dat we hier zeker nog een jaar of vijf zullen blijven. Bij topwedstrijden zitten we nu al aan ons maximum.”

Commercieel directeur Paul Heylen wuift bescheiden de complimenten weg. “Ik heb tegen het bestuur gezegd: als de ploeg goed draait, komen de mensen voor Malki, voor Dheedene, voor Steppe, maar ze komen pas terug voor spelers als Cruz, Colman en Losada, zoals ze vroeger voor Marc Degryse kwamen, of vorig jaar voor François Sterchele. Iedere voetbalploeg hangt af van toppers.”

Maar als Heylen aan de praat raakt over wat hij op het Kiel allemaal doet of gedaan heeft, houdt hij niet meer op. Vanuit zijn kantoor het gras zien groeien, is er niet bij. Heylen naar Germinal Beerschot halen was een idee van sportief directeur Aimé Anthuenis. Anthuenis herinnerde zich nog hoe Heylen indertijd het stadion en de businessseats van Genk jaar na jaar vol had laten lopen, hoe de man na zijn vertrek bij Genk bij tweedeklasser KVSK United op een dood spoor was beland. Zes weken lang observeerde Heylen het leven op en rond Germinal Beerschot. Per 16 maart 2007 ging de Limburger op zelfstandige basis aan de slag in Antwerpen. “Hij praat wat trager, je moet wat geduld met hem hebben, maar hij smeert je gegarandeerd een abonnement aan”, zegt Danny Geerts koel.

Amper toiletten

In zijn zes weken observatie zag Heylen “dat hier heel veel werk was”.

Hij begon met het aanpakken van wat hij omschrijft als de randverschijnselen, het verbeteren van de accommodatie. “Het stadion is nooit uitgebouwd. Er was hier niets qua voorzieningen voor de gewone supporter: als het regende, lekte het in de receptieruimte, er waren amper toiletten, geen geëffende toegangswegen tot de tribunes. De elf jeugdvelden lagen er erbarmelijk bij. Ik zei tegen René Snelders: ‘Ik kan me niet voorstellen dat Eddy en Kristof Snelders op deze akkers hebben leren voetballen.'” Prompt ging Heylen met zijn knowhow van Genk vol enthousiasme aan de slag. Hij liet toiletten bouwen, nam met de club de catering buiten voor de gewone man in eigen beheer, vermeerderde het aantal dranktogen voor de supporters, zorgde sinds de thuiswedstrijd tegen Standard zelfs voor een aansluiting op het interne tv-circuit in de drankruimtes voor die gewone supporters. Heylen denkt in termen van oplossingen, niet van problemen. “Je kan zeggen: naast het stadion liggen vijf cafés waar 3000 supporters iets gaan drinken. Ik vraag: wie helpt die 8000 anderen aan drank? Men heeft hier bijvoorbeeld ook een probleem met praatavonden met supporters. Want dan krijg je als bestuur veel kritiek. Ik heb er hier vier meegemaakt, bij Genk 67. Daar kregen we bakken kritiek, maar beleefden nog meer memorabele momenten.”

Wat bij een fusieclub telt, leerde Heylen bij Genk, is een wij-gevoel creëren, om de restanten van de oude opdeling tussen, Germinal en Beerschot weg te werken. Hij schrok toen de jeugdspelers door het stadion defileerden. “Dat waren er 350, ze hebben hier zelfs nog gewestelijke ploegen. Dat zijn 350 families die je bereikt. Bij Genk doet men dat niet meer. Jammer. Jeugdspelers, hun familie en medewerkers zijn samen goed voor 4000 abonnementen. Veel leden van deze club kwamen nooit in het stadion. Toen ik een fotoshoot voor alle spelertjes organiseerde, was het de eerste keer dat veel ouders in het olympische stadion kwamen.”

Volle loges

Dit seizoen waren de loges voor het eerst sinds het ontstaan in 1999 gevuld. Toen Heylen het plan opvatte om iedereen die de voorbije jaren seats huurde op het Kiel uit te nodigen voor een ‘business-bistro-avond’, dacht hij dat er 750 enveloppes zouden worden verstuurd. Uiteindelijk gingen er 1600 op de bus. “Veel ‘seathouders’ waren na het aflopen van hun contract nooit meer gecontacteerd. Om te groeien moet je eerst houden wie er is. Hier is in het verleden te vaak gewisseld in de commerciële werking, met vijf commerciële managers in de laatste vijf jaar is er geen continuïteit. Maar dat valt nog mee: voor mijn komst waren dat er bij Genk acht in acht jaar tijd.”

De grootste kans miste Germinal Beerschot toen het op de Heizel de bekerfinale tegen Club speelde voor 18.000 supporters, vindt hij. “Men heeft dat door gebrek aan continuïteit in de commer-ciële leiding niet opgevolgd. Daar heb ik wel eens spijt van, dat ik hier toen niet was. Want deze club heeft een sterke beleving. Hier heerst een ongelooflijke voetbalsfeer, na Standard het tweede publiek in België. Het is ook de enige club in België waar zoveel leven is na de match. In Genk sloten we soms om halfdrie, na de thuiswedstrijd tegen Standard hier vroeg iemand om vier uur ’s ochtends of we niet eens zouden gaan sluiten. En dan hadden we die match nog verloren!”

Heylen tekende als zelfstandige intussen bij tot 2010. Dat hij geen Antwerpenaar is, ervaart hij bij zijn gesprekken als een voordeel. Niemand die hem aanwrijft dat hij een man is van Germinal of Beerschot, of dat hij tegen Antwerp is. Hij weet wel dat groei in de bestaande accommodatie een eindig verhaal is. “Ons budget is negen miljoen euro. Met deze accommodatie kan dat nooit dertien miljoen worden, hooguit 11,3 miljoen, als we alle mogelijkheden benutten.” Over het nieuwe stadion maakt hij zich geen zorgen: wanneer het er komt, waar het zal liggen, hoeveel plaatsen het zal hebben, dat bepaalt de politiek, niet de club. “Ik probeer te verbeteren wat we zelf in de hand hebben.” Volgend seizoen wordt het bezoekersvak al gereduceerd tot 675 plaatsen. “Dat is 1000 plaatsen meer voor onze supporters. Laten we maar op een vaste plaats in de top vijf mikken om te beginnen.” S

door geert foutré

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier