Zes maanden zit STVV intussen alweer in eerste klasse. Bezoekers kijken hun ogen uit op het fonkelnieuwe stadion dat na een fantastische competitiestart onverwacht nog het toneel wordt voor bibbervoetbal om degradatie te vermijden.

Schoolkinderen die de dag voor de topper tegen Anderlecht gewoon op het Staaienveld rennen, het was vroeger niet waar geweest. Tenzij om het veld vooraf nog wat meer toe te takelen, zodat de technici van paars-wit er hun enkels zouden omslaan.

In Grand Café Stayen is het een drukte van jewelste. Oud-coryfeeën Odilon Polleunis en Peter Voets komen even langs. De telefoon van algemeen manager Philippe Bormans rinkelt onophoudelijk.Bormans, amper 28, arriveerde zes jaar geleden toen STVV de vorige keer kampioen werd in tweede. Hij maakte achtereenvolgens in eerste play-off 1, play-off 2 en play-off 3 mee, de degradatie en afgelopen seizoen een nieuwe titel in tweede. Van het STVV uit 2009 blijft na het vertrek van Rob Schoofs alleen de geblesseerde Sascha Kotysch over, maar zelfs in vergelijking met begin dit seizoen heeft het team een flinke facelift ondergaan. Van de veertien nobody’s die op de eerste speeldag verrassend Club Brugge klopten, kwamen er afgelopen vrijdag in de ongelukkig verloren partij tegen Anderlecht nog zeven op het veld. Zij werden aangevuld met liefst zeven nieuwkomers, waar Mémé Tchité (geblesseerd, gearriveerd in november) en Alexis de Sart (geleend van Standard) niet eens bij waren.

‘Zo gaat dat tegenwoordig’, zegt Bormans terwijl zijn telefoon overgaat over alweer een speler waar een grote club interesse voor toont. Na de vorige degradatie stuurde STVV zijn spelerspolitiek bij. Toen in één ruk terugkeren naar eerste met de gedegradeerde eersteklassespelers met zware, langdurige contracten niet lukte, werd een heel elftal weggestuurd. Sindsdien kiest STVV sportief voor eigen jeugd, in combinatie met onbekende spelers die men op het spoor komt via enkele makelaars. Die krijgen dan een contract voor één jaar, met een optie op een bijkomend jaar. Voordeel voor de club? Geen langdurige contracten meer waar men niet van afraakt bij degradatie of wanneer de speler niet rendeert. Het nadeel? Spelers die weten dat ze zich bij STVV in de kijker kunnen spelen, en dat ze al die tijd goed verzorgd worden, maar dat ze ook snel weer weg kunnen, als er interesse voor hen is. Daar moet men dan bij de club begrip voor tonen, vindt Bormans. Zo verkocht STVV de voorbije twee weken voor ongeveer vier miljoen euro drie zeer geprezen spelers, terwijl de voorbije twee jaar geen kat naar hen omkeek toen ze met STVV in tweede speelden.

ENTHOUSIAST LIVERPOOL

Nieuwe spelers zoekt STVV vooreerst in lagere reeksen: Boli bij derdeklasser Verviers, Rherras komt van Visé, Mamadou Bagayoko zat zonder club en belandde op Stayen via een geslaagde test. ‘Wie wil testen, heeft honger’, zegt Bormans daarover. Dompé haalde STVV in Frankrijk, net voor het jeugdtoernooi van Toulon, waar hij zich in de kijker speelde van Marseille. Te laat.

De nummers twaalf tot achttien in de kern halen de Kanaries bij voorkeur bij grote buitenlandse clubs. Via een makelaar kwamen ze in contact met Chelsea, waarvan ze drie spelers huren. Van Liverpool kwam goudhaantje Allan.Na een bezoek aan Stayen viel de mond van de Liverpoolman open toen hij het stadion en de spelersappartementen zag. Bormans: ‘Die spelers krijgen in Engeland geen werkvergunning zo lang ze niet een aantal interlands hebben, dus zoekt men clubs waar die jongens goed opgevangen worden, waar ze in een beschermde omgeving zitten. Wij zorgen voor die jongens alsof het de onze zijn. Wij zijn allemaal jonge mensen. Dat praat makkelijker met zulke jonge spelers.’

Vandaag is STVV het slachtoffer van zijn succes, al kan het met de verkoop van eigen spelers het tekort wegwerken. Dat bedroeg vorig seizoen 3,2 miljoen euro, waardoor voorzitter Bart Lammens nog maar eens uit eigen zak moest bijpassen.

Met de uitgaande transfers en de andere inkomsten moet STVV dit seizoen break-even kunnen draaien. Aan de nv Stayen betaalt het dit seizoen geen vaste huursom, wel drie euro per betalende toeschouwer (vorig jaar in tweede was dat twee euro). De club betrekt drie uur voor de aftrap een leeg en proper stadion en laat dat de volgende ochtend in dezelfde staat achter. Tussen die twee tijdstippen zijn alle inkomsten voor de club. En Stayen lééft. Voor het seizoen wilde men de kaap van 5000 abonnementen ronden om het oude record van 4800 seizoenkaarthouders te verbeteren. Het werden er 6518. Een week voor Anderlecht trok de wedstrijd tegen Westerlo toch 9100 toeschouwers. Na de heenronde stond STVV qua toeschouwersgemiddelde verrassende zesde met 10.300 bezoekers, voor een publiekstrekker als KV Mechelen.

Tegen Anderlecht werden vrijdag probleemloos 1500 eters bediend. Gemiddeld eten bij een thuiswedstrijd op Stayen tussen 700 en 800 man, zegt commercieel man Stan Niesen,die zich nog herinnert hoe hij in zijn eerste wedstrijd in augustus 2014 tegen Virton slechts 71 couverts telde. Omdat er in tweede slechts 9 van de 21 skyboxen verhuurd waren, stelde Stayen de overige per wedstrijd open. Gevolg? Dit seizoen zijn ze allemaal verkocht.

850 WERKNEMERS

Vandaag bruist Stayen, ondanks de tegenvallende resultaten van de laatste wedstrijden (één op negen). Alleen het slaan tegen de reclamepanelen kan niet meer, en door de ondergrondse parking die niet zo diep onder het kunstgrasveld werd aangelegd is een terugkeer naar een echt grasveld onmogelijk. Waar andere stadions op het scorebord alleen de score weergeven, flitsen hier tweets, hashtags en andere boodschappen heen en weer op het interactieve scherm. Tegen Westerlo vonden tegelijk vijf personeelsfeesten plaats. Niesen sloot ondanks de hard aankomende thuisnederlaag feestzaal Rvue pas om halfvier af. ‘Wij zetten alles in op de fanbeleving, wij kunnen elke supporter iets bieden’, zegt hij trots. Met zijn ideeën en de beschikbare accommodatie scoorde STVV een goed figuur op de bijeenkomst van de ESSMA, de European Stadion and Safety Management Association, die alle Europese Leagues van alle profsporten groepeert.

Het cliché van het stadion dat maar één keer om de veertien dagen benut wordt, geldt hier niet. De site Stayen is een nieuw, bruisend dorp, met appartementen en liefst 850 werknemers, verspreid over het hotel, restaurants, warenhuizen als Albert Heijn, ’t Kruidvat, Decathlon, twee callcenters en zelfs een dokter die hier zijn praktijk heeft. De 1000 parkeerplaatsen zorgen voor een makkelijke bereikbaarheid waardoor ook op wedstrijddagen de wijken rond het stadion nooit vastzitten. Voor 200 euro (zonder btw) kan het terrein gehuurd worden. Dat gebeurt gemiddeld zo’n 200 keer per jaar. Elke vierkante centimeter is hier te huur.

Gevolg is dat de zes mensen die naast spelers en technische staf voor STVV en de nv Stayen werken (Bormans en Niesen inbegrepen) in eerste klasse handen tekortkomen. Dat wordt niet anders als STVV sportief verder groeit, naar het niveau van de accommodatie toe. Want met dit stadion kan de club zo de Champions League in.

Maar eerst dit jaar niet degraderen.

DOOR GEERT FOUTRÉ – FOTO BELGAIMAGE

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier