Met zijn negende Belgische trui bevestigde Sven Nys zijn onaantastbare status als de koning van het veldritrijk. Evenzeer legde zijn triomf, en de voorafgaande balkjessaga, andermaal de armoede van dit ministaatje bloot.

Vorige dinsdag, Terzake. Na hallucinante beelden over tientallen executies in Syrië volgde een reportage waar de wereld pas écht van wakker lag: balkengate, of de vermeende omkooppoging van Klaas Vantornout. Het zelfverklaarde duidingsmagazine zou onderzoeken of dit een “courante praktijk in het veldrijden was”, een dag nadat Gazet van Antwerpen op zijn sportcover uitgepakt had met het breaking news – even groot weergegeven als de historische WK-kwalificatie van onze twee nationale volleybalploegen. Waarop de concurrerende Vlaamse kranten vloekten dat ze zo’n ‘levensbelangrijk’ item gemist hadden en ook zij het de dagen erna breed uitsmeerden.

Intussen probeerden de betrokken partijen journalisten te pushen over wat ze al dan niet mochten schrijven, maakten collega-veldrijders zich druk en/of vrolijk op Twitter over de ‘manipulerende’ Vantornout, die op het BK “de leeuw in zichzelf zou loslaten”, én zwaaide Sunwebmanager Jurgen Mettepenningen met advocaten, al waren hij en zijn sponsors, zo vertelde hij letterlijk aan Vantornout, dolblij met zo veel publiciteit.

Tegelijkertijd zei iedereen – van journalisten over crossers tot ploegleiders/managers – dat het slechts om een storm in een glas water ging, maar maakten ze uit puur opportunisme van een golfje zélf een tsunami. Hypocrisie ten top. Typerend voor het populisme in de media en veelzeggend over de lange tenen, inteelt, nijd en schijnheiligheid in het veldritwereldje. En dat in een week waarin UCI-coördinator Peter Van den Abeele meldde dat hij een poging zou wagen om de cyclocross olympisch te maken. Tja…

Logge trekpaarden

Hoe klein de veldritkosmos is, bleek nogmaals uit het aantal deelnemers aan het prof-BK: veertien, van wie er amper zes ooit al een klassementscross gewonnen hadden, en met slechts twee échte hoofdrolspelers: Niels Albert en Sven Nys. Want de keren dat die twee dit seizoen níét wonnen (7 op 18 klassementsraces), werd er hoofdzakelijk op formule 1-parcoursen gevlamd. En snel was de BK-omloop, ondanks alle kritiek, hoegenaamd niet.

Tussen hen zou het dus tot een beklijvend duel komen, maar één zweepslag van de Balenaar in het (door zijn rivaal zo geliefkoosde) Koksijdse zand was voldoende om Albert, en de rest, tot logge trekpaarden te reduceren. De BKCP-crosser keerde, net als ‘boeman’ Vantornout, ontgoocheld terug naar zijn stal, waarna uiteindelijk outsiders Rob Peeters en Bart Wellens op ruim een halve minuut als tweede en derde eindigden. De ene (Peeters) was nog nooit de beste in een klassementswedstrijd, de laatste triomf van Wellens dateert van Essen, in december 2011…

Bij gebrek aan tegenstand werd het dus een logische en zoveelste demonstratie van Nys, wat Rob Peeters de laconieke reactie ontlokte dat de concurrentie ook de komende twee jaar tranen met tuiten zal huilen. “Alleen als Sven gestopt is, zullen we hem kunnen verslaan. Zo veel klasseverschil, zo veel meer talent…” Of zoals Nys’ boezemvriend Sven Vanthourenhout het onlangs ook omschreef: “Soms vind ik het raar dat Sven maar met zulke kleine verschillen wint. Omdat ik weet dat hij qua motor mijlenver boven de concurrentie uitsteekt.”

Misschien niet helemaal objectief, maar niettemin veelzeggend over de fysieke superioriteit van Nys, die bovenal op zijn 37e ook mentaal onaantastbaar (geworden) is. Geen seconde liet hij zich uit zijn lood slaan door het gebrul van ‘leeuw’ Vantornout. Vooraf had hij zelfs beslist om niet over de veelbesproken balken te springen, om zo een statement te maken. “Heb ik niet nodig om te winnen.” Wel noodzakelijk: zijn wedstrijdsimulatie op zaterdag in Lichtaart, om zijn motor op toerental te laten komen. Subtiel meegedeeld op Twitter, ook door zijn coach Paul Van Den Bosch die meldde dat zelfs zijn laptop spontaan ontbrand was bij het zien van zo veel power.

Nooit zo nerveus

Mentale tikken aan Albert en Vantornout, die in Waregem ten onder gingen aan de stress. “De commotie deed me geen goed”, bekende de Torhoutenaar. Met zijn boude verklaringen schoot hij niet Nys, maar vooral zichzelf in de voet. Bovendien was hij, net als ploegmaat Kevin Pauwels, nog niet uitgeziekt. Ook Albert had vorige week geworsteld met ziekte (buikgriep), maar wou dat niet als excuus aanvoeren.

Terecht of niet, veel verontrustender was zijn uitleg dat hij, voor het zoveelste aangekondigde duel met Nys, “nooit zo nerveus” geweest was. Koppel dat aan eerdere verklaringen van dit seizoen, waarin de Tremelonaar aangaf dat hij moeite heeft om elke week de competitie aan te gaan – “Een soort angst” – en dat hij ook in Baal, de thuishaven van Nys, ten prooi gevallen was aan de stress, dan moet je concluderen dat Albert vooral een mentaal probleem heeft, ondanks de begeleiding van een psycholoog.

Worstelt de BKCP-crosser met een Nyscomplex en zal hij pas bevrijd zijn als die in 2016 met pensioen gaat, zoals Paul Herijgers onlangs stelde? Manager Christoph Roodhooft ontkrachtte het vorige week in dit magazine, maar feit is dat Albert sinds het seizoen 2011/12 slechts twee van de dertien keer aan het langste eind trok in klassementscrossen waarin hij en Nys één en twee werden (Zonhoven 2011 en Hamme-Zogge 2013). Samen met een slechte zomer, waarin Albert er te lang de kantjes afliep, verklaart dat onder meer zijn bijzonder wisselvallige seizoen.

Opvallend is ook hoe de gebetenheid, revanchegevoelens en woede waar de angry young man van weleer zijn motivatie uit haalde, lijken te hebben plaatsgemaakt voor een zekere gelatenheid en een (te?) groot relativeringsvermogen. “Een stek in de geschiedenisboeken interesseert me niet”, vertelde hij onlangs aan cycling.be. “Wat maakt het uit of je acht keer Belgisch of zeven keer wereldkampioen bent geweest.” Zoals hij ook zondag over het WK in Hoogerheide te fatalistisch sprak als over een “een wedstrijd van één dag, waarin heel veel kan gebeuren.” Een WK waarvoor hij zich in 2009 nog de pleuris trainde en dat hij ook won. Groter kan het contrast met de niet te stillen honger van zijn gemeentegenoot niet zijn. En dan is het, in tegenstelling tot wat Roodhooft beweerde, zeer de vraag of Albert ooit een tweede Sven Nys zal/kan worden.

DOOR JONAS CRETEUR

Worstelt Albert met een Nyscomplex?

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier