RC Genk neemt weer risico’s. Het investeerde fors in vier nieuwe aanwinsten en beoogt daarmee opnieuw aansluiting met de top. De plaatsen worden duur.

Vrijdag speelde RC Genk zijn laatste oefenwedstrijd voor het maandag op oefenkamp naar Oisterwijk vertrok. In Leuven (1-4-winst tegen OHL) kwamen nog eenentwintig spelers in actie. Vanaf deze week, wanneer in Nederland tegen Willem II en de amateurs van Taxandria wordt gespard, en vervolgens zondag in de eigen Cristal Arena tegen de Griekse topklasser Iraklis Thessaloniki komt daar verandering in. Dan zal duidelijk worden welk elftal Ronny Van Geneugden in de competitieopener tegen Germinal Beerschot aan de aftrap denkt te brengen.

Verwacht wordt dat links of rechts nog wel een speler daaruit zijn conclusies trekt en op een vertrek zal aansturen. Top vier is de uitgesproken (en liever tweede dan vierde de gedáchte) ambitie van een na een teleurstellend seizoen op revanche belust Genk. Daartoe is ook ingekocht. Vier nieuwelingen vervoegden de selectie en nu al is voor iedereen duidelijk dat die niet in de breedte zijn gehaald. De concurrentie wordt scherp.

Drie spelers pakten al hun biezen, om uiteenlopende redenen: Faris Haroun (wil meer spelen), Barak Itzhaki (heimwee) en Igor Lolo (einde huur). Vermoed wordt dat Wouter Vrancken daarbij zou kunnen komen, en ook Logan Bailly, over wie er aanwijzingen zijn dat hij op de Olympische Spelen voor een transfer speelt. Van Geneugden is een fan van de doelman, maar in de club is men vooral zijn onverantwoorde gedrag naast het veld, en de negatieve publiciteit die dat steeds weer oplevert, beu. Voor late vertrekkers op sleutelposities wil de trainer er nog een vervanger bij.

Eén zekerheid is er wel al: Van Geneugden gaat uit van een 4-3-3-veldbezetting. Maar ook dat is flexibel, want afhankelijk van de namen krijg je andere systemen: Alex Da Silva (zwerver) op rechts is niet hetzelfde als Ivan Bosnjak (diepgang), en Elyaniv Barda (tweede spits) achter de targetman is iets anders dan Daniel Töszer (spelmaker). Best mogelijk dus dat Van Geneugden niet op een type-elftal vast te pinnen zal zijn en geregeld wissels in de startelf zal doorvoeren. Door de kwalitatieve opwaardering van de selectie hoeft dat niet tot verzwakkingen te leiden. “Een complete groep”, noemt hij ze zelf.

Hoewel de meeste spelers aan elkaar gewaagd lijken te zijn, zal aan sommigen toch niet gauw worden getornd. Een van hen is zeker João Carlos. “Te goed voor België”, valt nu al bij zijn ploegmaats bewonderend te horen. Carlos levert de ervaring en de gestalte, die Genk achterin broodnodig had. Ook op stilstaande fases. Daarom zijn ook de andere drie aanwinsten grote jongens (rond 1,90 m).

Ze zijn ook alle drie linksvoetig en dat is evenmin toeval. Genk miste in de vorige campagne op zijn middenveld linksvoetige voetballers. Het had er niet één. Telkens het spel van de linkerflank naar rechts werd verlegd, moest de (rechtsvoetige) speler in balbezit dus eerst uitdraaien, zoals Van Geneugden dat noemt. Zoiets haalt het tempo uit de actie. Met Daniel Tözser en Daniel Pudil is het evenwicht hersteld.

Vooral Pudil maakte al indruk. Linksachter, linksbuiten of links in de driehoek: hij kan het allemaal. Geweldig loopvermogen, bijzonder werklustig en technisch dik in orde. En prettige bijkomstigheid: plots lijken ook de automatismen die Tom Soetaers met Sébastien Pocognoli had, weer zichtbaar te worden. Behalve een rechtstreekse concurrent wordt Pudil zo toch misschien vooral een zegen voor Soetaers, waardoor die weer kan aanknopen met zijn hoge niveau van twee seizoenen geleden.

Net als Carlos lijkt Pudil in veler ogen een maatje te groot voor Genk. Pas Tsjechisch landskampioen geworden met Slavia Praag en het recente EK alleen maar gemist door een schimmige handblessure. En toch in Genk? Dankzij, zo wordt gezegd, de Tsjechische relaties die Van Geneugden en technisch directeur Willy Reynders overhielden aan hun gemeenschappelijke tijd bij Lokeren. Daar voetbalde toen ook ene Roman Vonasek, tegenwoordig materiaalmeester bij de Tsjechische nationale ploeg.

Door zijn contacten zocht Genk de versterking vooral in Midden-Europa. Behalve Pudil komen ook Tözser en Adam Nemec uit die regio. Beiden speelden in buitenlandse competities, maar zijn afkomstig uit respectievelijk Hongarije en Slowakije. Tözser is de sierlijke voetballer waar Hongarije bekend om staat, maar waarbij steevast de kanttekening wordt gemaakt dat Hongaren niet uitblinken in ijver. Sceptici vragen zich al af of hij in een fysiek kampioenschap als het Belgische overeind zal blijven. Maar wie al Champions League speelde met AEK Athene, staat stevig op zijn benen. Overigens kent Van Geneugden hem al van toen hij hem als zeventienjarige met Anderlecht zag testen in Tienen. De laatste drie jaar was Genk hem intensiever gaan scouten.

Ook Nemec is linksvoetig. Zijn komst was noodzakelijk door de onbeschikbaarheid nog tot december van Goran Ljubojevic. Ljubojevic II wordt hij al genoemd. Wegens een treffende gelijkenis, niet alleen in speelstijl maar ook qua uiterlijk. Wie niet goed oplet, denkt een herboren Ljubojevic bezig te zien.

Wat de nieuwkomers verder gemeen hebben, is hun jonge leeftijd. De drie Europeanen zijn pas drieëntwintig of moeten het nog worden. Ook Carlos heeft met zesentwintig jaar het beste nog voor zich. Alle vier tekenden ze een contract voor vier seizoenen. Gezien hun leeftijd, potentie en contractlengte ziet Genk hen ook als een investering die zich bij een latere verkoop terugbetaalt. Van Geneugden: “Als Genk mee wil concurreren in Europa, moet het spelers met potentie halen, die nog honger hebben naar succes en voor wie Genk een wipplank is naar de volgende stap in hun carrière.”

Vertrouwen in de jeugd

De Genkse selectie bestaat voorlopig uit achtentwintig spelers. Dat is inclusief de drie doelmannen, maar niet Sven Verdonck (20) en WouterVandermieren (19): zij mogen weg en zouden naar Nederland kunnen. De jonge Kevin Kis (17) is wel inbegrepen, al traint hij tijdelijk mee met de beloften. Vijf jongeren in de A-kern zijn nog schoolgaand: Pieter Nijs (19), Dimitri Daeseleire (18), Robin Henkens (19), David Hubert (20) en Christian Benteke (17). Enkelen van hen kregen vorig seizoen volop kansen nadat Van Geneugden van Hugo Broos had overgenomen. Dat veroorzaakte toen onderhuidse spanningen met de gevestigde waarden. Door de wisselvallige resultaten leken zij het gelijk naar zich toe te halen. Dat sommige jongens tijdens de voorbereiding mee op stage moesten met de B-kern, leek dat te bevestigen.

Van Geneugden spreekt dat tegen. Hij beseft dat hij zal worden aangesproken op zijn reputatie van trainer die jeugd kansen geeft, maar houdt vol dat geen enkele jongere door de huidige transferpolitiek is gebarreerd. Wel wordt Benteke nog te jong geacht om de aanval te dragen, zolang Ljubojevic geblesseerd is. Nemec moest er gewoon bij. Henkens en Hubert zien Tözser en Pudil in hun zone opduiken, maar met een gebrek aan vertrouwen heeft dat niet te maken. Wel met het tekort aan linksvoetigen. Verder blijft Daeseleire eerste stand-in voor Hans Cornelis, want een andere rechtsachter werd niet gehaald. En Ndabashinze Dugary (18) ziet alleen de vorig seizoen aan FC Brussels verhuurde Alex Da Silva terugkeren. Bovendien werd aanvaller Marvin Ogunjimi (20), bezig aan een veelbelovende voorbereiding, teruggehaald van het Nederlandse RKC. Ook daaruit spreekt vertrouwen.

Dat Genk zich uitsluitend op de buitenlandse markt versterkte, gebeurde uit noodzaak. Belgische spelers zijn ofwel onbetaalbaar, ofwel – als het om jonge talenten gaat – niet beter dan die van Genk, zeggen ze daar. Bij zijn promotie tot hoofdtrainer eiste Van Geneugden een hoofdrol op in het transferbeleid. Niemand mocht worden aangeworven zonder dat hij hem zelf aan het werk had gezien én er een persoonlijk gesprek mee had gevoerd (“Ik wil voelen of ik geen acteur voor mij heb”). En hij wilde een doorslaggevende stem in het finale beslissingsproces.

De club volgde hem in deze drie voorwaarden. Critici kunnen hierin een motie van wantrouwen naar Willy Reynders vermoeden, maar ter ontlasting van de technisch directeur geldt dat hij nu niet meer alleen op de transfers kan worden afgerekend. In Leuven waren ze vrijdag alvast stevig onder de indruk van het nieuwe Genk. Meer dan van Anderlecht, dat vijf dagen eerder met 0-3 was komen winnen tegen de tweedeklasser. S

door jan hauspie

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier