De scenarioschrijver van de titelstrijd in het volley is tuk op onverwachte wendingen. Vanavond moet hij op de laatste pagina van het seizoen eindelijk kleur bekennen. Onvoorspelbaarheid in het kwadraat.

Het moet een gekwetter van jewelste zijn in de kamer waar de sportgoden vergaderen over de vraag wie de titelrace in het volley mag winnen. Tien keer stonden Roeselare en Maaseik sinds oktober al tegenover elkaar, en de onderlinge stand is – u raadt het nooit – 5-5. Het enige wat op voorhand waarschijnlijk lijkt, is dat de beslissende match scherp als een fileermes zal zijn, dat de spanning van het plafond zal druipen en dat nagelbijtende toeschouwers ook voor hun vingers zullen moeten vrezen.

Memorabel orgelpunt

De finale is er een met evenveel gezichten als wedstrijden. Het begon bizar. Roeselare sloeg in een weinig meelevend eigen huis een vrij mal figuur en liet Maaseik met een 3-0-zege naar Limburg terugkeren. Trainer Dominique Baeyens riep de dag nadien elk van zijn spelers afzonderlijk bij zich voor een goede babbel. Nogal wat jongens bij de titelverdediger zijn einde contract en de clubpolitiek stelt dat met besprekingen gewacht wordt tot na het seizoen. Bij verscheidene spelers vielen dan ook aanbiedingen in de bus, sommigen vonden daartussen al iets interessants. Baeyens wilde eens benadrukken dat ook in die context de motivatie op peil hoort te blijven. In Maaseik zag hij zijn jongens op karakter de uitschuiver van enkele dagen voordien weggommen: 1-3.

De derde match was er een om duimen en vingers van af te likken. Schiervelde werd omgebouwd tot een adrenalinefabriek. Alsof ze daar nog eens opgezocht hadden wat het woord ’thuisvoordeel’ precies betekent. Zo mak de zaal tijdens de eerste match was, zo fel bruiste ze vorige week. De hal werd nog eens verduisterd voor de match, met de voorstelling van de spelers aan de hand van een spotlight. Het orkestje liet zich echt horen, de toeschouwers hadden hun wangen blauw-wit gekleurd, de opzwepende muziek stond een tikje luider, uitzinnige Limburgse fans probeerden een tegenwicht te bieden door een gat in hun trommel te kloppen, de Mexican wave spoelde door de zaal, … Het leek alsof ze in Schiervelde een week te laat wakker geschoten waren. Gelukkig voor hen kan dat in een finale nog op tijd zijn. De sfeer sloeg over op de match; een sprankelende wedstrijd met aces, ballen waarbij spelers tussen het publiek doken en wondermooie punten.

Een 3-1-zege bood de West-Vlamingen de mogelijkheid om de klus zondag af te maken in Maaseik, maar in een beschamend schaars gevulde stedelijke sporthal beende het team van trainer Vital Heynen weer bij. Een weinig beklijvende partij in een dito sfeer eindigde op 3-0.

Vanavond valt in Roeselare nog eens een wedstrijd als de derde te verwachten, met spelers en publiek die de batterijen een laatste keer opladen voor een memorabel orgelpunt. Wie wint, is kampioen.

Wankel evenwicht

“Veel hangt altijd af van het begin van de match”, zegt Vrouwentrainer van het Jaar Gert Vande Broek. “Als je veel fouten maakt bij de service, grijp je – mogelijk onbewust – een beetje naar de handrem. Dat is de fout die Roeselare zondag maakte. Veel rechtstreekse missers, gevolgd door een soort ‘veiligheidsserveren’. Je houdt je wat in, en dat is niet aangewezen. Ofwel kies je voor een gerichte tactische service, ofwel ga je voor het punt, niet iets tussenin. Het is een spelletje opslag-receptie, meer dan ooit.

Benjamin Hardy beleefde zondag een mindere dag. En Frantisek Ogurcak heeft niet meer die overtuiging, waarschijnlijk door zijn blessure. Bijgevolg kwam het volledige gewicht op de schouders van Iván Contreras. Met één tegen allen lukt het niet.

“Maaseik beperkte de foutenlast in de service. Ze zochten Frantisek op, maar voelden dan bij enkele ballen dat Hardy niet in zijn element zat. Vooral Roeselare kan zo’n zwakte niet wegsteken. Doordat Ogurcak maar op halve kracht functioneert, moeten de anderen honderd procent zijn. Een wankel evenwicht. De slechte dag van Hardy bood de Limburgers een bredere zone om efficiënt in te serveren, waardoor ze meer risico konden nemen. Maaseik duikt in de kleinste opening die Roeselare laat.

“Baeyens houdt vast aan Ogurcak omdat de opstelling met hem erbij vermoedelijk voor de ploeg een zekere rust creëert. Mathijs Verhanneman heeft wel al eens de plaats van Frantisek ingenomen, maar het lijkt alsof de ploeg dan nog onvoldoende vertrouwd is met de gang van zaken om een wedstrijd van groot belang te spelen.

“Hardy en Contreras zijn cruciaal en onvervangbaar. Zij moeten stabiliteit geven. Als Roeselare twee mogelijkheden behoudt om in moeilijke momenten te scoren, hebben ze een goede kans. Zag je hoe Maaseik, dat minder afhangt van individuen, zondag aanvallend altijd over veel aanspeelpunten beschikte? In zo’n geval kan de tegenstander zich moeilijk organiseren.

“Hardy, een ervaren rot, kan zich herpakken na zondag. Maar ik zie hem en Contreras niet in staat om een héle wedstrijd in te beuken op de verdedigende organisatie bij Maaseik als de Limburgers serveren zoals zondag en als de receptie bij Roeselare maar is wat ze afgelopen weekend was.

“En dus vind ik dat Ogurcak zich in de laatste match best zou focussen op de receptie. Als je met een blessure sukkelt, heeft die ook een effect op de spelaspecten waar ze je fysiek niet hindert. Je voelt dat je aanvallend minder kan doen dan normaal, dat kruipt in het hoofd. Frantisek is van nature al niet de meest zuivere receptiespeler, blijft sowieso het opslagtarget van Maaseik, en zou zich dus moeten voornemen om in de eerste plaats in het achterveld zo foutloos mogelijk te presteren.

Plooien versus breken

Gelukkig compenseert een bruisende finale, net als vorig seizoen, het gebrek aan animo tijdens de rest van de competitie. Het paradoxale van deze eindstrijd is wel dat ze nog geen enkele vijfsetter opleverde hoewel het intrinsieke niveauverschil tussen beide teams minimaal is. “De twee keer dat Maaseik de zege pakte, stond 3-0 op het bord”, aldus Vande Broek. “De spannende matchen won Roeselare, telkens met 3-1. De Limburgers kunnen langer tegenstribbelen. Als Roeselare een goede dag kent, behoudt Maaseik meerdere opties om terug te slaan. Als Roeselare een mindere dag beleeft, dan breekt het bij hen gewoon.” De spanning schuilt in de onvoorspelbaarheid van de vorm van de dag en in de spartelkwaliteiten van Maaseik.

“Kan Roeselare ondanks alle tegenslagen qua blessures toch nog standhouden, dan is dat team een meer dan terechte winnaar. Maar niemand mag beweren dat Maaseik minder aanspraak maakt op de eindzege. De Limburgers hebben een ontzéttend zware campagne gehad, zonder een moment van rust. En ze hadden niet zoveel in huis om op klasse wedstrijden te winnen, moesten in de play-off nog bijten om voorbij Asse-Lennik en Averbode te raken. Als ze dan nu de kers op de taart kunnen zetten, is dat zeker verdiend. We hebben dus sowieso een waardige kampioen.”

door kristof de ryck

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier