De Duitse drievoudig wereldkampioen tijdrijden spreekt over zijn vreemde uitje op de Malediven, waarom hij niet graag loopt en het geheim van een ploegentijdrit.

Wat doet het wielrennen eigenlijk met een mens?

“Je wordt er keihard van.”

Ook in het normale leven?

“Ja, toch wel hoor. Ik denk dat profrenners extreem ambitieus en veerkrachtig zijn, ook inzake pijn. Dat ze zich heel sterk op doelen kunnen focussen, een mikpunt blijven fixeren en daar voluit naar toeleven. Ik wil niet te veel vergelijken, maar wanneer een goede voetballer eens een training overslaat of een halve kilogram te veel weegt, dan blijft hij in staat zijn sport te kunnen uitoefenen. Wanneer wij als wielrenners ons dagelijks werk of de trainingen wat laten aanslepen, dan functioneert het niet meer. Mocht mijn hele leven niet in functie staan van mijn sport, behaal ik geen enkele zege meer.”

Geraak je wat gewoon aan die geheelonthouding?

“Voor mij is dat geen opoffering, maar eerder een levensfilosofie. Mocht iemand me hetzelfde geld aanbieden om ganse dagen niks te doen, dan nog zou ik het wielrennen verkiezen. Dit is een leuk leven: de trainingskampen, met de andere jongens constant onderweg zijn, zich in een groep bevinden, toewerken naar gezamenlijke doelstellingen, zeges vieren of nederlagen verwerken. Het vormt je voor het leven.”

Lukt het dan om die knop uit te schakelen, om op het einde van een slopend seizoen te genieten van vakantie?

“Ik beleefde een sprookje vorig jaar op de Malediven, waar ik wel met mijn fiets en rollen aankwam.”

Je was vermoedelijk de eerste mens ooit die daarmee opdook?

“Waarschijnlijk. Iedereen vond me een vreemde vogel, zelfs de vrouwelijke verantwoordelijke van het reisbureau. Maar ik heb dat nu eenmaal nodig. Als ik in totaal acht uur aan het strand doorbreng, wat ik als pauze moet doen om mijn lichaam eens twee weken te laten bekomen, dan heb ik ’s avonds nood aan minstens een uur intensief sporten.”

Waarom ga je dan niet joggen?

“Lopen, dat gaat gewoon niet voor een profrenner. Omdat er bij ons andere spiergroepen getraind zijn. Een half uur joggen, staat gelijk met een spierkater en twee weken ongemak.”

De negende Touretappe is een ploegentijdrit. Wat is de rol van de beste tempobeul daarbij?

“Het geheim bestaat uit een identiek tempo. De sterkste mag in principe niet de snelheid opvoeren, maar moet die vooral hoog houden. Hij neemt de leiding relatief lang, zodat de andere acht uit de wind worden gehouden en wat kunnen uitrusten. Net zoals bij het roeien fungeer ik als stuurman. Terwijl de ene vijftig meter voor zijn rekening neemt, rij ik vaak een kilometer lang op kop.”

DOOR MICHAEL EDER

“Net zoals bij het roeien fungeer ik bij een ploegentijdrit als stuurman.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier