Sebastian Vettel schreef vorige zondag alweer geschiedenis. Deze keer als jongste ooit die voor de derde keer wereldkampioen formule 1 werd – hoewel in het begin van het seizoen helemaal niets in die richting wees.

Vijfentwintig jaar en 145 dagen, zo oud was Sebastian Vettel vorige zondag. Of jong. Toen Ayrton Senna voor de derde keer wereldkampioen werd, was hij zes jaar ouder dan de Duitser, die vorig weekend in de afsluitende race van het seizoen zijn derde kroon meepikte. Alleen al daarom heeft Vettel nu reeds zijn plaats in het grote geschiedenisboek van de formule 1, welke richting zijn carrière straks ook uitgaat. Niet omdat hij zijn ding met de beste auto kan doen, sinds wonderingenieur Adrian Newey de Red Bull RB8 begin september met een serieuze update omtoverde tot een auto die weer voor de winst kon rijden. En ook niet omdat Vettel bij Red Bull de nummer een is en teamgenoot Mark Webber water moet dragen. Neen, Vettel verdient het om in één adem genoemd te worden met de groten omdat de lat in de formule 1 nooit hoger lag dan vandaag. Lewis Hamilton, Jenson Button, MichaelSchumacher, Fernando Alonso, Kimi Räikkönen en Sebastian Vettel zelf: er stonden dit seizoen niet minder dan zes voormalige wereldkampioenen op de startgrid, du jamais vu. “Drie keer wereldkampioen worden in dit tijdperk is een krachttoer”, zei gezaghebbend waarnemer Jackie Stewart in São Paulo. “De gemene deler van het talent was nooit groter dan vandaag, en het professionalisme heeft een absoluut hoogtepunt bereikt.”

Slachtoffer van de nieuwe reglementering

Het is inderdaad in een zeer veeleisende formule 1 dat Sebastian Vettel al voor het derde seizoen op een rij komt bovendrijven. Dat zulks geen toeval meer kan zijn, daar is iedereen in de paddock het nu over eens. In tegenstelling tot vorig seizoen, toen hij van bij de start van het seizoen domineerde, kreeg Sebastian Vettel het deze keer ook niet in de schoot geworpen. In het begin van het seizoen kon hij vooral de McLarens niet volgen. Red Bull was immers het belangrijkste slachtoffer van de nieuwe reglementering die de zogenaamde geblazen diffuser verbood. Uitgerekend het succesrecept dat ingenieur Adrian Newey had bedacht voor de ongenaakbare Red Bull RB7 van 2011. Natuurlijk bouwde hij ook de nieuwe RB8 voor het seizoen 2012 rond zijn succesvolle systeem, en toen het verbod op die geblazen diffuser werd beslist, was hij al te ver gevorderd met de ontwikkeling van die RB8 om iets helemaal anders te gaan verzinnen.

Voor Vettel betekende het dat hij in het begin van het seizoen moest achtervolgen met een auto die niet kon domineren. Pas in Bahrein, de vierde koers van het seizoen, won hij nog eens. Maar dan alleen omdat de snellere jongens van Lotus het verknoeid hadden met een hopeloos foute strategie. Na Bahrein was Vettel trouwens opnieuw gedoemd tot bijrolletjes. Dat de eerste seizoenshelft door het gebrek aan ervaring met de nieuwe banden vaak weghad van een loterij (de eerste zeven races werden telkens door een andere coureur gewonnen), hielp natuurlijk ook niet. “Het siert hem dat hij in die moeilijke maanden nooit heeft geklaagd”, zegt teambaas Christian Horner van Red Bull nu. “Hij is altijd positief gebleven, gedreven ook. Hij bleef ondertussen ook iedereen pushen om de kloof te dichten, met een heel constructieve instelling. Nooit gezeur, altijd met de juiste mentaliteit. Terwijl hij op de piste altijd tot het uiterste ging, hoe moeilijk dat ook was.”

Keerpunt in de zomer

Toen de formule 1 eind juli naar Boedapest reisde, had Vettel in het klassement al een achterstand van veertig punten op Fernando Alonso, die in een eerste seizoenshelft met veel regelmaat had gegrossierd in punten en met al zijn ervaring ook nog eens als eerste drie races had kunnen winnen.

Het keerpunt kwam er in twee tijden voor Vettel. In Francorchamps werd Alonso in de eerste bocht al uit de race gekatapulteerd door wildeman Romain Grosjean en werd Vettel tweede. Maar dan volgde vooral een zomerreces waarin Red Bullingenieur Adrian Newey een serieuze update voor de RB8 uitdokterde. Met een herboren auto won Vettel achtereenvolgens in Singapore, Japan, Korea en India. Daarmee reed hij Fernando Alonso niet alleen van de leiding, maar dwong hij de Spanjaard ook tot achtervolgen. Een achtervolging die eigenlijk altijd even hopeloos bleef voor de Spanjaard, want terwijl Red Bull nu beduidend sneller was dan in de eerste seizoenshelft, liet Ferrari vooral technische onmacht zien. Alonso’s machine werd niet sneller maar trager, hooguit goed genoeg om zich op de achtste plaats te kwalificeren – probeer dan maar eens te winnen.

En McLaren moest Vettel ook al niet meer vrezen. Te veel opgaves met mechanische problemen en aanrijdingen waarin hem geen schuld trof, hadden de snelle Lewis Hamilton te ver teruggeslagen in het klassement om nog mee te spelen. Dat het in de laatste drie races nog spannend bleef, was te danken aan externe factoren. Zoals een tactische blunder van Red Bull in Abu Dhabi, waar Vettel tijdens de kwalificaties op het circuit moest stoppen wegens te weinig benzine. Als sanctie moest hij van helemaal achterin aan de koers beginnen. Alonso rook zijn kans, maar Vettel zette een dijk van een race neer en leverde bij de finish amper drie miezerige punten in op de Spanjaard.

Vorige zondag in São Paulo, waar het allemaal beslist zou worden, was het dan de regen die voor een bewogen wedstrijdverloop zorgde. Het leek voor Vettel even allemaal verloren toen hij in de eerste ronde werd aangereden door een knoeiende Bruno Senna en alweer moest gaan achtervolgen. Wat hij overigens andermaal met succes deed: zesde was genoeg om nog maar eens geschiedenis te schrijven. Vettel is pas de negende coureur die voor de derde keer wereldkampioen wordt, hij is bovendien de jongste in dat rijtje. In de media werd daar de voorbije weken uitvoerig op ingegaan, maar minder bekend is dat Vettel pas de derde in de geschiedenis is die drie titels op een rij pakt. Alleen Juan-Manuel Fangio en Michael Schumacher deden hem dat voor. Inderdaad, niet de minsten. Maar dat is Vettel ook niet.

DOOR JO BOSSUYT

In tegenstelling tot vorig seizoen kreeg Sebastian Vettel het deze keer niet in de schoot geworpen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier