Tussen Istanbul en Istanbul

© National

Ook de Champions League breekt met tradities. 23 jaar lang was Monaco het decor voor de loting van de Champions League en Europa League en de uitreiking van de Europese Voetballer van het Jaar. Een oord van decadentie met dure sportauto’s, kortgerokte en zwaar geparfumeerde vrouwen en glinsterende diamanten. Monaco is gebouwd op een artificiële voedingsbodem. Net zoals een deel van het internationale topvoetbal. Wat dat betreft was het prinsdom een passende locatie.

Sinds vorig jaar strijkt de UEFA voor dit evenement in Istanbul neer. Van de boorden van de Middellandse Zee, naar die van de Bosporus, groter kunnen de contrasten niet zijn. Van een stad die amper iets heeft met voetbal naar een bruisende en schreeuwerige metropool, verdeeld in twee continenten, met zeven clubs in de hoogste afdeling. En met Dries Mertens bij Galatasaray. Istanbul kreeg het startschot van het internationaal voetbaljaar omdat het al een paar jaar moest wachten op de organisatie van de finale van de Champions League. Nu gaat de finale daar wel door. Op 10 juni in het Olympisch Stadion. Volgend jaar wordt voor de loting naar een andere stad getrokken.

De Jupiler Pro League biedt geen groeimogelijkheden meer.

Ooit gebruikte de UEFA dit gebeuren om de plannen voor de toekomst toe te lichten. Omdat de 55 journalisten die voor de Europese Voetballer van het Jaar mochten stemmen allemaal aanwezig waren. Op kosten van de Europese Voetbalfederatie, die de hele trip betaalde en alles vlekkeloos organiseerde en regisseerde. Dat is nog altijd zo maar de openheid is weg. Terwijl Michel Platini met de hem eigen flair het journaille toesprak op een persconferentie, kiest zijn vermoeid ogende opvolger Aleksander Ceferin voor de weg van de afstandelijkheid. Een man zonder profileringsdrang, ook al duurt de ambtsperiode van de Sloveen intussen al zes jaar. Hij verschijnt alleen op het podium om prijzen te overhandigen, waaronder ook zijn eigen award. Die ging, voor zijn verdienstelijke loopbaan, naar de intussen 76-jarige Italiaan Arrigo Sacchi. Een man die het voetbal op zijn manier benaderde en zei dat de spelers die onder hem vier jaar bij AC Milan hadden gewerkt, achteraf allemaal professoren waren.

Het Atatürk Olympisch Stadion in Istanbul
Het Atatürk Olympisch Stadion in Istanbul © getty

Meer en meer draait het internationale topvoetbal op twee snelheden die steeds verder uit elkaar groeien. Club Brugge mag al blij zijn dat het voorlopig bij het selecte gezelschap van 32 clubs hoort, het pompt zich moed in om elk jaar te proberen in de hiërarchie op te schuiven. Ook nu weer met FC Porto, Atlético Madrid en Bayer Leverkusen als tegenstanders. Een groep die mogelijkheden biedt, zoals het achteraf heette, maar de CL heeft zijn eigen wetten zoals vorig seizoen bleek toen Club thuis onderuitging met 0-5 tegen RB Leipzig, dat nochtans met drie invallers aantrad. Het was de wedstrijd waarin Philippe Clement een deel van zijn opgebouwd krediet verloor en het einde van de overeenkomst zich aftekende.

Meer en meer dreigen Belgische clubs internationaal tot figuranten uit te groeien. Zeer pijnlijk was de manier waarop KAA Gent door Omonia Nicosia werd weggeveegd. Al even penibel is dat Antwerp de groepsfase van de Conference League miste omdat het niet voorbij een Turkse middenmoter geraakte, terwijl Anderlecht zich de tanden stuk beet op Young Boys Bern. Dat zet aan het denken. De Jupiler Pro League biedt geen groeimogelijkheden meer. Voetballers die beter willen worden, moeten naar het buitenland. Zoals Kevin De Bruyne en Thibaut Courtois, de nummers twee en drie in het referendum om de Europees Voetballer van het Jaar.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier