Wie Sébastien Dewaest interviewt, komt een breed gamma aan onderwerpen tegen: Mike Tyson, Philippe Albert, Eric Cantona, Dragon Ball Z, boksen, free fight… Het komt allemaal aan bod bij de Gladiator, die in de jeugd nog samen met Eden Hazard en Divock Origi bij Lille zat.

Hij kijkt zijn ogen uit. Het decor van dit interview: een loge in de Cristal Arena met een prachtig zicht op het veld waar hij twee dagen eerder zijn eerste wedstrijd voor KRC Genk heeft gespeeld. Sébastien Dewaest is ge-lukkig! Hij heeft ‘m te pakken, die grote transfer. Maar het gesprek gaat eerst over een legende van het Belgische voetbal.

‘Ik hoorde voor het eerst over Philippe Albert spreken toen ik bij Charleroi kwam’, zegt Dewaest. ‘Daarna vertelde mijn pa me dat men mij met Albert begon te vergelijken omdat ik mijn eerste ervaring in eerste klasse bij dezelfde club opdeed. De persoon Philippe Albert begon me dus te intrigeren. Ik kende hem helemaal niet! Ik heb zijn naam gegoogeld en zag dat hij de Gouden Schoen heeft gewonnen en dat hij een grote naam was bij Newcastle en de nationale ploeg. Toen dacht ik: wow! Ook de vergelijking met Daniel Van Buyten viel weleens. Die heb ik nog zien spelen, bij Marseille dan nog – dat is mijn club, hé! Ik ben fan van l’OM sinds Didier Drogba er speelde.’

Je hebt gedurende tien jaar een opleiding gekregen bij Lille OSC, maar toen je prof zou worden, moesten ze je daar niet meer hebben. Een bittere pil?

SÉBASTIEN DEWAEST: ‘Valt wel mee. Het was eigenlijk maar één man die me niet moest hebben: Rachid Chihab, die mijn ploeg in de CFA (vierde niveau in Frankrijk, nvdr) trainde. Hij zei me dat ik kon beschikken. Ik kon bij meerdere eersteklassers in België terecht, maar daar moest ik bij de reserven beginnen. Dan liever een tweedeklasser waar ik kon spelen. Van de drempel van de eerste ploeg van Lille naar Roeselare, dat was een flinke stap achteruit, maar ik heb er nooit spijt van gehad. Het was voor mij ook goed om het trainingscomplex van Luchin te verlaten om in een minder luxueuze accommodatie als die van Roeselare te gaan werken. Ik wist dat de eersteklassers wel zouden aankloppen als ik het goed deed in tweede. Charleroi geloofde in mij, en Genk nu ook.’

De generatie van 1991 bij LOSC, dat is die van Gianni Bruno en Eden Hazard…

DEWAEST: ‘Klopt, maar ik heb nooit met Eden Hazard samengespeeld omdat hij systematisch in een hogere leeftijdscategorie voetbalde. We zaten wel samen op het internaat, net als Dino Arslanagic, Junior Malanda en Divock Origi.’

BETER DAN KARA?

Na je transfer naar Genk schreef een krant: ‘Dewaest is minder duur dan Kara maar even onverzettelijk. De club wint erbij, op elk vlak.’ Een juiste analyse?

DEWAEST: ‘Ik ben goed gedebuteerd tegen Westerlo terwijl Kara het met Anderlecht moeilijk had op Oostende, maar dat was pas onze eerste match met onze nieuwe ploegen, hé. We zullen aan het einde van het seizoen wel zien. Als ik progressie blijf boeken, als Genk play-off 1 haalt en als ik goede wedstrijden blijf spelen, dan kunnen we zeggen dat Dewaest een goeie aanwinst was.’

Ben jij te vergelijken met Kara of hebben jullie alleen je fysieke kracht gemeen?

DEWAEST: ‘We zijn in elk geval allebei sterk. Met de bal aan de voet kan hij wel meer dan ik, is hij ook zekerder. Maar ik heb snel begrepen waarom de verdedigers van Genk de bal zo goed inspelen: vanaf de eerste trainingen viel het me op hoe er op techniek wordt gewerkt. Na één week voelde ik al dat ik beter werd. In mijn eerste wedstrijd deed ik al dingen die ik bij Charleroi nooit zou gedurfd hebben: oprukken met de bal aan de voet, goeie dieptepasses geven.’

Kun je nog een grote carrière maken als centrale verdediger als je geen kleerkast bent?

DEWAEST: ‘Ik heb bij Charleroi centraal gespeeld met iemand die helemaal anders was: Javi Martos. We hebben daar weleens over gepraat en we waren het erover eens dat hij een mooiere carrière zou gemaakt hebben als hij steviger was geweest.’

Veranderen van club terwijl het seizoen al bezig is, dat is toch niet gemakkelijk?

DEWAEST: ‘Inderdaad. Dat wist ik en daarom wilde ik eigenlijk voor de start van club veranderen. Dat is niet gelukt en uiteindelijk gaf de deelname van Charleroi aan de voorrondes van de Europa League me het idee dat het niet slecht was om nog wat te blijven. Nadat we uitgeschakeld waren, werd er opnieuw over Genk gepraat en toen wilde ik er niet te lang over nadenken!’

Als Charleroi de voorrondes overleefd had, zat je er dan nu nog?

DEWAEST: ‘Geen idee. Europa League spelen is mooi, maar ik had nood aan een nieuwe uitdaging. Al bij aanvang van het vorige seizoen wilde ik andere lucht opsnuiven. Had ik nu moeten blijven, dan weet ik niet hoe het afgelopen zou zijn. Een speler houden die met zijn hoofd al elders zit, dat is niet goed voor het collectief, want die zal nooit zijn beste niveau halen. Neem nu Neeskens Kebano: waarom denk je dat die het momenteel wat moeilijk heeft? Het zit niet goed in zijn hoofd, hij wil vertrekken.’

LEVEN GEVEN

Zou je Charleroi verlaten hebben als je play-offs niet de mist in waren gegaan?

DEWAEST: ‘Misschien. (denkt na) Ik geloof dat sommige clubs zich vragen hebben gesteld: ‘Nu hij wekelijks tegen topploegen moet spelen, is hij zelf geen top. Misschien denken we er beter nog eens over na.’ Dat is normaal.’

Waarom ging het zo slecht in de play-offs, vooral in je eerste matchen?

DEWAEST: ‘Er zijn meerdere redenen. Ik had wat fysieke kwaaltjes, waardoor ik maar één keer per week deftig kon trainen. En ik zat ook wat met een transfer in mijn hoofd, dat geef ik toe.’

Felice Mazzu moest je terechtwijzen. Publiekelijk nog wel. Hij zei dat het tijd was dat je wakker werd.

DEWAEST: ‘We hebben een goed gesprek gehad voor de terugmatch van de barrages tegen Mechelen. Een heel belangrijke wedstrijd, want er hing Europees voetbal van af. Felice Mazzu vroeg me of ik nog met mijn hoofd bij Charleroi zat. Ik heb hem gerustgesteld en ik speelde een goeie match.’

Je afscheidsgebaar jegens Charleroi, was dat het moment waarop je heel je lijf in de strijd gooide om een bal van de lijn te redden tegen Club Brugge?

DEWAEST: ‘Heel die match was mijn afscheidsgebaar. Ik speelde heel goed en die redding verhinderde een tegendoelpunt dat zwaar doorgewogen zou hebben.’

Is inzet altijd je handelsmerk geweest?

DEWAEST: ‘Ik ben nooit buitengewoon getalenteerd geweest. Ik moest altijd knokken om me te laten gelden. De trainers waarderen dat aspect van mij.’

Je houdt dus van je imago van gladiator?

DEWAEST: ‘Het is altijd goeie reclame als ze zo over mij spreken. Ik heb nu dat imago, dus moet ik het elk weekend op het veld bewijzen. In elke wedstrijd zou ik mijn leven geven.’

FREE FIGHT

Je hebt ook gevechtssporten beoefend?

DEWAEST: ‘Nooit in competitieverband, want dat staan de voetbalclubs niet toe, maar ik heb wel wat uitgeprobeerd, ja. Boksen en thaiboksen, waarbij je niet alleen je vuisten maar ook je knieën en je schenen en zo mag gebruiken… Niet slecht, moet je eens proberen… Daarnaast heb ik ook wat aan free fight gedaan…’

Free fight? Zo’n knokpartij waarbij alles toegelaten is?

DEWAEST: ‘In kooien, ja. Maar wees gerust: men draagt een helm, een schelp, men is goed beschermd. Toen ik naar Charleroi ging, wist het bestuur dat ik aan free fight deed. Ze zeiden dat ik er direct moest mee stoppen, maar al snel begon ik het te missen. Daarom ben ik Krav Maga gaan doen. Dat is een vorm van zelfverdediging, je leert daar armklemmen te zetten, een arm te breken als het moet. Men toont je hoe je je moet verdedigen als er een gast met een mes of een pistool op je af komt.’

Heb je daar nooit blessures bij opgelopen?

DEWAEST: ‘Nooit. Nog geen gebroken neus, niks.’

We hebben de indruk dat je graag opvalt: tatoeages, geblondeerd haar… Wil je zo laten zien dat je bestaat?

DEWAEST: ‘Bwa, ik vind het zeker niet erg om gezien te worden, dat is zo. En het stoort me niet als ze zeggen dat Dewaest dit of dat gedaan heeft. Van tatoeages heb ik altijd gehouden en dat blonde kapsel komt uit de tekenfilmserie Dragon Ball Z. Het was een weddenschap die dateert van de terugvlucht uit Oekraïne na onze Europese uitmatch. De mensen om mij heen zeggen weleens dat ik gek ben. Maar ik besef wel dat als ik slecht had gespeeld tegen Brugge de mensen gezegd zouden hebben dat ik meer aan mijn kapsel dacht dan aan voetbal, dus dat was een klein risico.’

UIT DE BAND SPRINGEN

Het is alsof er twee Dewaesten zijn: de harde, getatoeëerde bokser en de voetballer die zich voor een wedstrijd verdiept in de Bijbel…

DEWAEST: ‘Ja, ik heb twee persoonlijkheden. Ik ben een heel bezadigde en rustige jongen, maar als ze me in de zeik nemen dan ga ik door het dak, dan word ik iemand anders.’

Als je met een bijbel op de bank zit, dan weet je dat men daar zal over praten…

DEWAEST: ‘Daar zat geen berekening achter. De Bijbel was gewoon het boek dat ik toen aan het lezen was. Toen we met Charleroi naar Jeruzalem reisden, hebben we het graf van Christus bezocht en de heuvel Golgotha waar hij gekruisigd werd. Zelfs als je niet gelovig bent, maakt dat indruk. Ikzelf ben diepgelovig, dus voor mij was het echt een belevenis die mij getekend heeft. Toen ik terug in België was ben ik een bijbel gaan kopen. Ik lees het van de eerste tot de laatste pagina. Momenteel zit ik aan pagina 400, het zijn er in totaal zo’n 2500.’

Maar op de bank…

DEWAEST: ‘Ik lees van alles op de bank! Ik zet mijn koptelefoon op en sla mijn boek open, dat helpt me te ontspannen, te ontsnappen aan de druk van het moment. Vorig seizoen zat ik voor de match tegen Standard het boek van Mike Tyson te lezen. Vond ik heel goed.’

En heb je er iets uit geleerd?

DEWAEST: ‘Zijn familie waren eigenlijk clochards, ze woonden in gebouwen die bijna instortten. Hij ging niet naar school en werd behandeld als vuil. Hij is van nul begonnen en een echt idool geworden, alleen door hard te werken. Zulke sportlui inspireren mij. Hij legt uit waarom hij vrouwen sloeg: zijn moeder had een vriend die haar aftuigde, dus leek hem dat de normale gang van zaken. Ik heb ook de biografieën gelezen van Teddy Riner, Zlatan Ibrahimovic, Eric Cantona…’

Cantona is je idool als voetballer. Waarom precies?

DEWAEST: ‘Mijn vader was dol op hem, dus ben ik me voor hem gaan interesseren, ik heb wedstrijdbeelden bekeken, documentaires gezien…’

Heb je het vooral voor de voetballer of voor de mens?

DEWAEST: ‘Voor beiden. Als voetballer stak hij erbovenuit. En zijn levenswijze, een beetje als bad boy, bevalt me wel. Ik hou van gasten die wat uit de band springen. Wanneer Cantona iets op zijn lever had, dan zei hij het gewoon. Als hij zin had om op de koning of de president te schelden, dan deed hij dat. In hun gezicht. Ik herken me daar wat in.’

DOOR PIERRE DANVOYE – FOTO’S BELGAIMAGE

‘Ik heb geleerd een armklem te zetten, iemands arm te breken zelfs.’ SÉBASTIEN DEWAEST

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier