Een ‘Losadaloos’ Beerschot krijgt een zwaar drieluik voor de kiezen. Zaterdag is er de thuismatch tegen leider Anderlecht, daarna volgt de verplaatsing naar Zulte Waregem, de tweede in de stand, en een week later is er de thuismatch tegen Club Brugge.

In de heenronde van de reguliere competitie destilleerde trainer Adrie Koster van Beerschot uit zijn spelerskern een basiself. Als hij over al zijn spelers beschikt, zet hij Stijn Stijnen in het doel en posteert hij in zijn verdediging van rechts naar links: Alpaslan Öztürk, Frédéric Brillant, Tomislav Mikulic en Vusumuzi Nyoni. Wim De Decker laat hij centraal op het middenveld als stofzuiger fungeren, met rond hem Stijn Wuytens en Funso Ojo. Op de rechterflank zet hij Joachim Mununga en aan de overkant speelt Hernán Losada, die vanaf de linkerkant een vrije rol krijgt. En dan is er ook nog een diepe spits. Tot zijn ontslag op het Kiel was dat Elimane Coulibaly. Sinds enkele weken is dat Dalibor Veselinovic of Roy Dayan. Koster volgde die lijn toen zijn ploeg in september in de top zes stond en bleef ze trouw toen zijn team vanaf oktober naar de onderste helft van het klassement begon af te zakken.

‘Verkapte’ 4-3-3

Omtrent dat type-elftal zijn enkele vaststellingen te maken. Vooreerst speelt Beerschot met de genoemde jongens geen typische 4-3-3. Op de flanken van Beerschot lopen geen zogenaamde wingers, Beerschot is geen team waarbij er snelle doorbraken komen langs de zijkanten en vervolgens flankvoorzetten richting de targetspits. Zelf spreekt Koster van een ‘verkapte’ 4-3-3.

Een tweede vaststelling is dat er in het type-elftal met Öztürk, Brillant, Ojo en Wuytens liefst vier relatief nieuwe jongens helemaal zijn opgestaan. Rechtsachter Öztürk, pas 19, is een jongen die in eigen huis werd opgeleid. Beerschot wil in de toekomst graag meer van die talenten zien doorgroeien – qua waardecreatie zijn zulke jongens interessant, zeker voor een club die niet zwemt in het geld. Brillant is dan weer een schot in de roos op transfervlak. Voormalig sportief coördinator Chris Van Puyvelde vond de Fransman bij tweedeklasser KV Oostende. Brillant is stevig in de duels, sterk in de lucht en beschikt over een goed positiespel. Op zijn 27e beleeft hij plots het hoogtepunt van zijn carrière. Wuytens (23) en Ojo (21) vond Beerschot bij PSV.

Een derde vaststelling is dat Koster Ojo tegenwoordig lager laat voetballen dan enkele weken geleden. Ojo loopt nu plots vaker naast De Decker dan vóór hem. Eerder liet kapitein Losada zich in dit blad ontvallen dat hij vond dat het evenwicht tussen het offensieve en het defensieve nog niet goed zat. En voorzitter Patrick Vanoppen zei begin deze maand in de Gazet van Antwerpen: “Je kan dat 4-3-3-systeem ook realistischer invullen.”

François opgevist

Koster werd al meermaals verplicht om te sleutelen aan zijn basiself. Zo kon hij verscheidene keren geen beroep doen op Stijnen. Toen mocht telkens Koen Van Langendonck opdraven. Is Öztürk niet beschikbaar, dan mag Stefano Marzo aan de bak, nog een aanwinst die van PSV komt. En toen vorige maand Wuytens een tijd out was, toetste Koster verschillende alternatieven af. Een paar keer probeerde de trainer een experiment met Dor Malul op het middenveld, de Israëliër die vorig seizoen als rechtsachter speelde. Koster probeerde ook Goran Galesic de leemte eens te laten opvullen, de Bosnische linkerflankspeler die tijdens de voorbereiding enkele keren schitterde maar sinds de competitiestart helemaal wegdeemsterde. En ten slotte viste de Nederlandse trainer ook Guillaume François weer op. Die laatste mocht ook al een paar keer op de rechterflank spelen toen Veselinovic enkele weken geleden geblesseerd was en Mununga naar de diepste positie werd doorgeschoven. Zondag was het de uit blessure teruggekeerde Dayan die de opnieuw geblesseerde Veselinovic mocht vervangen, Wuytens werd op de linkerflank gezet en François kreeg de opdracht om centraal op het middenveld de rol over te nemen van draaischijf Losada, die zich in Lier blesseerde en verscheidene weken out zal zijn.

Handicap

De onbeschikbaarheid van Losada is momenteel de grootste handicap voor Beerschot. Vorig seizoen was Losada goed voor dertien goals en zeven assists, dit seizoen staan er tot nog toe vier goals en vijf assists achter zijn naam. François gooide in Lokeren als vervanger van de Argentijn wel zijn volle gewicht in de schaal, maar op het vlak van creativiteit, overzicht en zuiverheid in de passing zit Beerschot met hem toch in een ander verhaal.

Naast Losada is ook Stijnen een jongen die Koster vermoedelijk liever niet mist. Van Langendonck, die 23 is, greep de afgelopen weken bij hoge ballen weleens naast het leer, in Lokeren kostte dat zondag nog een punt.

Op Stijnen zal Koster dit seizoen nog kunnen rekenen, op Losada misschien – als hij tijdens de wintertransferperiode niet getransfereerd wordt tenminste -, op Coulibaly niet meer. Die werd ontslagen nadat Losada verklaard had slaag te hebben gekregen van de Senegalees. Veselinovic was tot nog toe diegene die Coulibaly al het vaakst verving. De Serviër deed dat niet altijd even stijlvol, maar scoorde deze maand wel al drie keer.

De resultaten

In de aanloop naar dit seizoen trok Beerschot weer veel nieuwe spelers aan, dit keer zo’n dozijn. Nu de reguliere competitie iets over halfweg is, blijken verscheidene van die inkomende transfers jongens die de trainer week na week gebruikt. Dat was in het verleden op het Kiel weleens anders. De slotvaststelling blijft echter wel dat de resultaten niet echt volgen. Met zeventien punten staan Koster en zijn jongens twaalfde, terwijl Beerschot vóór dit seizoen op het ‘linkerrijtje’ mikte. OHL, de laatste in de linkerkolom, heeft zeven punten meer. Aan de andere kant heeft Cercle Brugge, de voorlaatste, er maar zes minder. En dus kunnen ze op het Kiel, na 16 van de 30 matchen in de reguliere competitie, nog lang niet op beide oren slapen.

DOOR KRISTOF DE RYCK

In het type-elftal van Beerschot zijn vier relatief nieuwe jongens helemaal opgestaan.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier