© KOEN BAUTERS

Een kleine halve eeuw, zolang bleef Union Saint-Gilloise afwezig in eerste klasse. De vooroorlogse kampioenenploeg uit Brussel dook richting vierde klasse, werd quasi dood verklaard, om in 2018 opnieuw beademd te worden. Tony Bloom is de toekomstige held.

Bruxelles, ma ville, een stad met meer dan een miljoen inwoners kleurt niet langer paars-wit in onze voetbalhoofden. Blauw-geel is de nieuwe trend. Nog nooit stond ik tegen de flanken van het Dudenpark aan, al betrap ik mezelf op een soort van nostalgisch staren richting de tribunes tijdens zowat elke uitzending. Weinig helling, eerder breed en plat, betonnen trappen, bomen op de achtergrond en de geklasseerde hoofdtribune. Een mens zou spontaan een pint bier vastpakken en luidkeels meezingen.

Je t’aime, alleen al om de inzet en eigenheid waarmee de ploeg van Mazzu elke week op het veld staat. De defensie gaat geen duel uit de weg, met de boomlange Christian Burgess als voortrekker en vocale leider, het middenveld is bevolkt met loopvermogen uit Malta, Ivoorkust en Denemarken en ex-fabriekswerker Deniz Undav kent samen met Dante Vanzeir hoogdagen. Het succesverhaal van Union wordt geschreven door twee Britten, een Italiaan en hun spelers.

Een mens zou spontaan een pint bier vastpakken en luidkeels meezingen.

Je porte ton emblème, Tes couleurs dans mon coeur, dat moest zowat de grootste twijfel van heel wat supporters geweest zijn toen de club in handen kwam van Tony Bloom en Alex Muzio. De eerste gokte zich rijk, kocht ook al Brighton & Hove Albion, en de andere leidt vanuit Londen de Brusselse club. Toegegeven, de gedachte dat er pokergeld achter Union zit maakt het sprookje net iets minder idyllisch, maar aangezien zowat elke Belgische club gesponsord wordt door gokkantoren, is dit niet meer bevreemdend. De wiskundige Bloom verkoopt gokadvies, gebaseerd op algoritmes die bovendien dienst doen als scoutingsapparaat: welkom werkloze Anthony Moris, bezorger Teddy Teuma en weggezakte Siebe Van der Heyden. Een ploeg van amper 1 miljoen die de titelstrijd aangaat met een ploeg van 40 miljoen uit West-Vlaanderen. Een verhaal dat doet denken aan het Leicester van 2016, het bescheiden Montpellier in 2012 en FC Kaiserslautern in 1998. Verrassende kampioenen, die de in slaap gedommelde groten der competitie achter zich laten.

Et quand vient le week-end. Au parc Duden. Zelfs tot op de dag van vandaag durft geen enkele voetbalanalist – mezelf incluis – volmondig te zeggen dat Union kampioen wordt. Afwachten, je weet wel, blessures en zo. Of misschien een soort van Champions play-offs-stress, dat kan ook. Of toch niet, want de openingswedstrijd tegen RSCA werd gewonnen, met bovendien vrank en vrij spel van les Unionistes. Ja maar Anderlecht, bleekjes hé. Het lijkt op een eindeloos uitstellen van een voorspelling, dat ongetwijfeld anders was als Club Brugge aan de leiding stond. Dan zou de uitspraak zogenaamd logisch aanvoelen, de voorgaande seizoenen maken van Club Brugge de veiligere gok.

Je chante pour ton club, alleen al om de eigenheid, het oppikken van verloren voetbalzielen, het charismatische stadion en de verrassing die jullie tot diep in de competitie blijven uitdragen. Het gokgeld achter Union, de vrees voor een leegloop en gepaarde aftakeling laat ik achterwege:

Allez l’Union!

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier