Wimbledon kreeg de verwachte finales. Met Federer, Nadal en de Williamsen bleven de gevestigde waarden aan de macht. Het toernooi was er niet minder boeiend om.

Wimbledon anno 2008 heeft nog weinig van doen met grastennis. Na twee dagen was de groene ondergrond bijna volledig weggesleten rond de baseline. Geen spoor van netaanvallen, een tactiek die ooit de charme uitmaakte van het tennis op een snelle ondergrond, maar nu enkel sporadisch bij noodgevallen te bewonderen viel. Reden van die ommezwaai? De veranderde omstandigheden sinds de eeuwwisseling. De Wimbledonorganisatoren zagen zich toen verplicht een tragere grasmix te gebruiken en tevens de ballen te verzwaren om het opslaggeweld – denk aan Ivanisevic, Sampras, Becker – in te dammen. Net op dat moment begon de materiaalevolutie een grotere rol te spelen. Lichtere rackets en stuggere snaren – Luxilon, van Belgische makelij – zorgden ervoor dat spelers veel makkelijker konden retourneren. Er kon flink wat power in de terugslag gestoken worden daar de bal, omwille van de straffe snaren, toch controleerbaar bleef. Meer en meer tennissers pasten hun manier van tennissen hierdoor aan. Alsmaar harder werd er tegen een bal gemept en de aanvallers hadden geen tijd meer om het net op een convenabele manier te bereiken. Weg viel de blinde netbestormer – Patrick Rafter was de laatste -, hier kwam de multifunctionele baselinespeler. Door het tragere gras kregen ook gravelliefhebbers, met hun vaak extreme racketgrepen, meer tijd om hun slagen te vervolledigen en onder aanmoedigingen van Rafael Nadal begonnen ze meer en meer in hun kansen te geloven. Vandaar dat het baselinetennis zo’n opmars maakte op Wimbledon. In de finale van 2002 kwamen Lleyton Hewitt en David Nalbandian in de eindstrijd welgeteld één keer naar het net, na afloop om elkaar de hand te schudden. Gelukkig dat in 2003 ene Roger Federer zijn intrede deed zodat er in de jaren nadien toch nog wat finesse en traditie aan het grastennis werd verleend.

En toch slaagde Wimbledon erin zijn positie als meest bewonderde grandslamtoernooi ter wereld te bewaren. Door uitgekiende marketingstrategieën, goed-werkende partnerships – de BBC heeft de uitzendrechten alweer voor vijf jaar verlengd – en een hang van het tennispubliek naar oude waarden. In zoverre zelfs dat Wimbledon elk jaar weer – ondanks zijn door de ondergrond beperkte relevantie voor het circuit – een showcase is geworden voor de grote merken. Nike toverde de eerste dagen van de ‘Championships’ om tot de ouverture van de Londense modeweek. Roger Federer kwam met een gebreide trui aandraven, Serena Williams had – bij volle zon – toch een soort regenjasje nodig en Maria Sharapova verscheen in een fel gehypete ‘smoking’- outfit. De Britse tabloids kwamen pagina’s tekort en de foto’s gingen de wereld rond. Ook de oorbellen van de Russische babe – 5000 dollar het paar – en die van de Williamsen kenden veel succes. De andere kant van de medaille was natuurlijk dat de afgunst – sowieso al aanwezig in de vrouwenkleedkamer – nog wat aangewakkerd werd met al die uiterlijke poeha. Alla Kudryavtseva was de eerste die het onderstreepte. Zij versloeg immers in de tweede ronde een verrassend matte Sharapova en deed dat omdat ze diens outfit “niet mooi” vond. Een collectieve hoera kwam gesmoord uit de damesvestiaires.

De uitschakeling van het derde reekshoofd zou evenwel geen uitzondering blijken. De hele vrouwentop gaf niet thuis. Ana Ivanovic ontsnapte tegen de Française Dechy miraculeus – hulp van de netrand op matchbal – aan een vroege exit maar was er één ronde verder toch aan voor de moeite tegen de Chinese Jie Zheng. Jelena Jankovic hinkte alweer geblesseerd tot in de achtste finale maar werd daar uitgeteld door de Thaise veterane Tamarine Tanasugarn. En over Svetlana Kuznetsova, Anna Chakvetadze of Dinara Safina – toch een mooie finaliste op Roland Garros – kan beter gezwegen worden.

Het vrouwentennis zit in een machtsvacuüm, zo achtergelaten door Justine Henin. Op Wimbledon sprongen de zusjes Williams er vakkundig in maar of ze over een heel seizoen de dedicatie kunnen/willen opbrengen om het circuit te domineren, is nog maar de vraag. De oude dagen herleefden gedurende de afgelopen twee weken aan Church Road. In 2002 en 2003 speelden beide Williamsen al eens de finale van Wimbledon tegen elkaar. In die tijd savoureerden ze de ene grandslamtriomf na de andere, dik vijf jaar later staan ze nog altijd aan de top. Een voorbeeld van jaarplanning? Goede genen – “Onze ouders waren allebei grote atleten”, meende Venus te moeten zeggen over haar al jaren krakkemikkig wandelende vader Richard en haar op zijn minst enkele maten te groot zijnde moeder Oracene – of dom geluk? Wie zal het zeggen? Feit is dat de respectievelijk 26- en 28-jarige Serena en Venus generaties hebben overleefd en, mits wat training en motivatie, ondertussen nog steeds onbereikbaar zijn op snellere ondergronden. Dat Venus haar vijfde Wimbledontitel vierde – haar zevende grandslamzege al – was een anekdote op het familiefeestje dat de twee organiseerden op de All England Club.

Twee mannen die niet op dat feest wilden/konden ontbreken waren Roger Federer en Rafael Nadal. De afgelopen drie jaar stonden de twee in de eindstrijd waarbij vooral de steile opgang van de 22-jarige Spanjaard werd becommentarieerd. “Ik ben geen beter grastennisser geworden, dat kan ik niet zeggen.”, stelde Nadal, “Ik ben gewoon een beter tennisser geworden. Er wordt zo weinig op gras gespeeld dat je je er niet op kan specialiseren.” Verliezende finalist Federer zal dat nu wel tegenspreken, want hij kon zijn zesde titel op rij winnen. Daarmee de legendarische Bjorn Borg achter zich latend en op gelijke hoogte komend met William Renshaw. Deze man won Wimbledon tussen 1881 en 1886 eveneens zesmaal na elkaar. In die tijd mocht de winnaar echter het jaar nadien rechtstreeks naar de finale. Om maar te zeggen dat Federer echt wel eeuwen (gras)tennis overschrijdt en met zijn twaalf grandslamtitels op weg is offi-cieel de grootste speler aller tijden te worden. Tot aan de finale werd de Zwitser amper getest, de uithaal van NovakDjokovic voor het toernooi – “Federer is kwetsbaar.” – eerder ridicuul doen overkomend. De Servische winnaar van de Australian Open werd zelf op zijn tekortkomingen gewezen door een herboren Marat Safin. Naast diens heropleving, kleurden het mooie parcours van Rainer Schuettler en de lokale massahysterie rond Andy Murray deze editie van ‘The Championships’.

Wimbledon was, toegegeven niet alleen door het tennis, een boeiend toernooi. Net als de aardbeien, de paarsgroene coulissen en de befaamde queue begint het modeaspect, de ambiance en de vaak starre houding van de organisatie een rol te spelen in het uitdragen van de mythe. Komt er volgend jaar nog wat meer concurrentie voor de zusjes Williams en de heren Federer en Nadal bij, dan zijn we perfect gelukkig. Vermoedelijk zijn ze op de All England Club daar nu al over aan het nadenken. S

door filip dewulf beelden reuters

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier