Hij was zijn jarenlange gevecht tegen het conservatisme in de Belgische voetbal- en onderwijswereld beu. Sinds deze week stelt Michel Bruyninckx zijn levenswerk, het breincentraal leren met kinderen, ten dienste van de Aspire Academy in Qatar. ‘Ik kom terecht in een fantastisch laboratorium.’

Maart 2009 doet Michel Bruyninckx in Amsterdam voor een klein Belgisch-Nederlands publiek van trainers en opleiders zijn B&M Methode uit de doeken. B&M staat voor body en mind, voor ball en movement ook. ‘Een vernieuwende benadering van jeugdvoetbal en -opleiding op wetenschappelijke basis’, luidt het in de uitnodiging. Centraal staat een holistische kijk op de mens. Lichaam en geest zijn één, ook bij de voetballer.

De clinic is georganiseerd door Gunter Jacob, vandaag de technisch directeur van RC Genk, maar toen nog makelaar en tijdens zijn korte trainerscarrière zelf een zoeker naar vernieuwing. Bruyninckx beroept zich op de cognitieve neurologie en de neuropsychologie, neemt in Amsterdam begrippen als cognitieve readiness, cueing en gridding in de mond, heeft het over emotionaliseringsprocessen en het visualiseringsprincipe. Dirk Gyselinckx, zijn collega-lesgever aan de topsportschool in Leuven en tevens technisch coördinator bij RSC Anderlecht, doet niet onder in bevlogenheid en zet een boom op over gesynchroniseerde balbeheersing.

Jean Kindermans, technisch directeur jeugd bij Anderlecht, is er ook. Hij getuigt over de implementatie van de grensverleggende oefenstof in zijn club. “Als opleiders en ex-voetballers hebben we te veel schrik van de wetenschap. Mensen als Michel Bruyninckx en Dirk Gyselinckx schudden ons wakker”, zegt hij. Paul Van Himst sluit de dag af. Het voetbalmonument heeft vier kleinzonen voetballen bij Anderlecht en heeft met eigen ogen de heilzame effecten van de B&M Methode vastgesteld. Hij spaart zijn lof voor Bruyninckx niet.

Mijn hoofd duizelt. Uren later, op de nachtelijke terugtocht naar België, is Bruyninckx nog altijd niet uitgepraat. Hartstochtelijk, obsessief haast, ratelt hij door, ook al heb ik het gevecht tegen de vermoeidheid naast hem dan al lang verloren.

Fantastisch laboratorium

Bruyninckx nam afgelopen vrijdag het vliegtuig naar Doha, de hoofdstad van Qatar. Hij deed dat in het gezelschap van José Riga met wie hij er de in 2004 opgerichte Aspire Academy of Sports Excellence gaat versterken. Beide Belgen krijgen in een beperkt groepje mee de leiding over een internationaal team van hoog aangeschreven medewerkers dat instaat voor de opleiding van jonge, voornamelijk Afrikaanse talenten die tegen 2022 de Qatarese nationaliteit moeten hebben verworven en het land als het even kan aan de wereldtitel helpen. Managing coach feeder luidt hun officiële titel. “Ik kom terecht in een fantastisch laboratorium”, kijkt Bruyninckx uit naar het avontuur. “Mijn methode zal worden geïntegreerd in wat er al is. Het is dus niet zo dat wij alles daar van tafel gaan vegen. We gaan de bestaande werking nog meer optimaliseren.”

Voor Bruyninckx betekent het een late erkenning van zijn levenswerk. Zijn verhaal is er één van geen sant in eigen land. Bijna 61 is hij, een Don Quichot die nimmer versaagde ondanks de jarenlange tegenkanting, van de KBVB in de eerste plaats. “Ik ben het beu te vechten tegen het conservatisme in België. Men wil hier gewoon niet luisteren. Ik krijg nu de bevestiging op wereldvlak dat ik me niet vergis.”

Al jaren reist hij de wereld af voor lezingen en trainingen. Alles kwam in een stroomversnelling na een reportage op de BBC radio in mei vorig jaar. Real Madrid nodigde hem uit, José Mourinho was verrukt. “Na een half uur onderbrak hij mij. ‘Dit is het beste wat ik in heel mijn leven over trainingsleer heb gehoord’, zei hij.”

Het contact was gelegd door Jean-Louis Dupont, de Luikse advocaat die in 1995 als stagiair van Luc Misson bekendheid verwierf als de man achter het Bosmanarrest. Dupont is de raadsman van zowel Riga als Mourinho en verleent hand- en spandiensten aan Aspire. Het duurde niet lang of Bruyninckx en Riga werden – tijdens een competitieloos weekend met Standard – ingevlogen in Qatar op uitnodiging van IvanBravo, de Spaanse directeur van Aspire en voormalig strategisch manager van Real Madrid. “Het zat daar vol met toptrainers aan wie we training moesten geven. Een heel speciale ervaring. En weet je wat? Ze kénden mij.”

Dat het project mogelijk een dekmantel is voor een ingenieus opgezette spelershandel, gelooft Bruyninckx niet. “Ik heb niet het gevoel dat hier mensen worden misbruikt. Anders zou ik me hier echt niet toe lenen. Vergeet niet dat de wereld voortdurend in evolutie is. Laat ons dus stoppen met te vertellen dat een Afrikaan in Afrika moet blijven, want van dat verhaal blijft over vijftig jaar niets overeind. De multiculturele maatschappij hou je niet tegen.”

Opvoedkundig project

Bruyninckx baseert zich voor zijn nieuwe trainingsstrategieën op onderzoek van hersenwetenschappers. Op basis van een beter begrip van de invloed van het brein op ons handelen ontwikkelde hij zijn B&M Methode. De toegenomen complexiteit van het spelletje vereist dat de moderne voetballer steeds sneller denkt en handelt. Het is Bruyninckx’ overtuiging dat je door optimaal gebruik te maken van de harde schijf van het lichaam vaardigere en intelligentere spelers krijgt. Use the mind to master the body. Of om het met een boutade te zeggen: topvoetballers hebben geen betere voeten, maar betere hersenen. “We moeten stoppen met te denken dat voetballen een zaak is van het lichaam alleen”, stelt hij.

Maar als het brein kneedbaar is, hoe train je het dan? Het blijkt een complex en moeilijk in woorden te vatten verhaal te zijn. Sleutelbegrippen zijn emotie (“de on/off knop van het leerproces”) en herhaling, ritme en concentratie, tijd en ruimte. Bruyninckx’ oefeningen zijn opgebouwd in vierkanten en kruisen. Groepspatronen worden geautomatiseerd. “Kinderen mogen niet nadenken,” zegt hij, “ze moeten voortdurend in waarneemstand zijn.”

Recent onderzoek wijst uit, aldus Bruyninckx, dat de invloed van de omgeving op de ontwikkeling van een kind groter is dan die van de genetica. Zijn natte droom is La Masía, de jeugdacademie van Barcelona die zoveel meer is dan een opleidingscentrum. Hij omschrijft het als een opvoedkundig project, met veel aandacht voor onderwijs – zijn stokpaardje.

“Wat mij en José Riga enorm boeit is om nog meer te leren over het Spaanse model. Hun voetbal is het voetbal van de toekomst. Meer sámen spelen, minder duels. Met fysiek haal je het niet meer. Het hele beleid van Barcelona is niet in de eerste plaats gericht op opleiding, maar op opvoeding. Niet formation, maar éducation. De kracht van hun verhaal zit in het team, niet in het individu. Dat betekent dat je in je opleidingsmodel een pedagogische sfeer moet creëren. Alleen zo leid je iedereen naar een teamgerichte benadering. Als Messi scoort, zie je hem zich niet als de vedette van het team gedragen.”

Voetbal voor Bruyninckx is het aanleren van vaardigheden, geen competitiesport. In wedstrijden grijp je onder de druk om te presteren terug naar wat je al kunt. Dat belemmert het leerproces, want leren betekent net dat je nieuwe verbindingen legt in de hersenen. Vandaar de tendens, zegt hij, om af te stappen van de klassieke jeugdopleiding met een competitiewedstrijd in het weekend. Beter is het om jonge talenten eerst enkele jaren op te leiden in een gesloten omgeving, zoals ook Jean-Marc Guillou doet.

Zijn aanpak vertoont onmiskenbaar verwantschap met wat de Franse opleider doet in zijn academies. Guillou laat kinderen tot hun vijftiende verplicht op blote voeten voetballen. Volgens Bruyninckx is dat vanuit neurologisch standpunt het beste advies, want het houdt de zintuigen wakker en zorgt ervoor dat de hersenen alles beter registreren. Het resultaat verrast hem niet: “De kwaliteit van de passing bij de jongens van Guillou is indrukwekkend.”

Onderwijs als passie

Michel Bruyninckx heeft de missie van een wereldverbeteraar. Dat men hem ziet als een voetbalcoach, noemt hij overigens een misvatting. “Mijn passie is al jaren kinderen en onderwijs. Hoe langer je in het onderwijs staat, hoe meer je ervan doordrongen raakt dat het één grote administratieve molen is. Als het ergens níet om gaat, dan wel om het kind. Terwijl dat het belangrijkste is. Dan word ik lastig. Het is mij jarenlang kwalijk genomen dat ik het systeem kritisch benaderde, maar als je met kinderen bezig bent, gaat het om de kinderen, niet om onderwijskundige modellen. Je moet uit een kind halen wat erin zit. Onvermijdelijk kom je dan in de cognitieve neurologie terecht.”

In het voetbal is het net zo. Te weinig wordt er vanuit de leefwereld van het kind gedacht. In zijn hoofd gekeken, als het ware. “Laat je niets wijsmaken. Het enige waar het om gaat, ook bij jeugdtrainers, is: hoe hoog eindig ik in het klassement?” Waarom voetballertjes wel uit zijn hand eten, heeft een simpel antwoord, zegt hij: “Ik heb kinderen nooit tegen elkaar uitgespeeld. Geef mij een groep en ik benader ze als groep. Ik kies niet voor de drie meest getalenteerden. Iedereen hoort erbij, ik laat niemand vallen. Dat gevoel geef ik heel erg. En ik maak de mentale omgeving zo sterk dat de sterke de zwakkere helpt. In zo’n omgeving creëer je een groter leervermogen.”

Dat er meer dan een voetbaltrainer schuilgaat in hem, bewijst ook zijn werk met senioren, gehandicapten en psychiatrische patiënten. Overal was zijn breingerichte aanpak succesvol. Ook bij kinderen met leerproblemen, misschien wel zijn overtuigendste bewijs dat beweging invloed heeft op de hersenen, zegt hij. Door kinderen te laten bewegen, blijken hun schoolresultaten te verbeteren. “Dat komt doordat de communicatie tussen de beide hersenhelften wordt gestimuleerd. Door twee dingen tegelijk te doen, is een groter stuk van de hersenen actief en zal het huiswerk beter lukken. De beste voetballers zijn vaak ook goede studenten.”

Griekse wijsgeer

Zijn methode is niet af, zegt hij. Er zitten nog onvolkomenheden in. Maar dat hij, een eenvoudige leraar uit Bunsbeek, zijn levenswerk nu mag perfectioneren in wat misschien wel ’s werelds modernste sportlaboratorium is, is een overwinning op de vele ‘echte’ professoren en wetenschappers die de aanwezigheid van deze selfmade man op hun terrein maar moeilijk verdragen.

“Ik heb de scepsis altijd gevoeld. Maar als ik echt zulke zwakke stellingen zou verdedigen, hoe komt het dan dat ik aan zoveel universiteiten overal in de wereld word uitgenodigd? Ik heb een inleidende slide waarmee ik de hele wetenschappelijke wereld meteen het zwijgen opleg. Het is een uitspraak van Heraclitus, een Grieks wijsgeer uit 500 voor Christus: ‘Als een mens in het water van de rivier stapt, stapt hij nooit twee keer in hetzelfde water.’ Daarmee zegt hij: de enige constante in een mensenleven is het veranderlijke. Maar wat doet de wetenschappelijke wereld? Zij claimt de waarheid, terwijl de waarheid van vandaag niet die van morgen is. Waar haalt men dus de intellectuele pretentie vandaan om te zeggen: zó is het?”

Volgende week: Jean Kindermans en Dirk Gyselinckx over breincentraal trainen bij RSC Anderlecht.

DOOR JAN HAUSPIE – BEELDEN: IMAGEGLOBE

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier