Het ticket voor de Champions League was cruciaal toen Lucas Biglia een transfer naar paars-wit overwoog. Maar straks, in de tweede competitiehelft, speelt Anderlecht geen Europese wedstrijden meer. En dus moet voor de jonge Argentijn het beste niet meer komen ?

De paars-witte mallemolen, het went blijkbaar snel. Na enkele maanden draait Lucas Biglia er vlotjes en rustig in mee. Ietwat te laat verschijnt hij bij het onthaal. Daar geeft hij eerst alle dames die zich bekommeren over de versiering van de kerstboom, een vriendelijke kus, om vervolgens samen met tolk José Garcia enkele krantenknipsels vluchtig door te nemen. Nadien even een truitje signeren hier, een handje schudden daar en dan stelt Biglia zich ter beschikking voor een korte babbel. Kort, zoals dat bij de landskampioen wel vaker moet. Meer dan twintig minuutjes is er niet. En het is bandwerk. De volgende journalist staat buiten ongeduldig te ijsberen, wachtend op zijn beurt.

Ook bij het repliceren op de vragen, blijkt al snel dat Biglia intussen goed geroutineerd is. Hij lijkt perfect te weten wat hij wel en niet mag zeggen. Het ene voetbalcorrecte antwoord na het andere rolt over zijn lippen. Op een sneer naar iemand laat hij zich niet betrappen en herhaaldelijk trekt hij de kast met clichés open. Ook Garcia kruipt graag in die kast om er een en ander uit op te diepen. Bij het vertalen van de antwoorden van Biglia – wiens Spaans volstrekt onverstaanbaar klinkt omdat hij net een beugel in zijn mond heeft – lijkt het bij momenten alsof Garcia al zo gewend is aan zijn taak dat hij niet eens meer luistert naar wat Biglia exact zegt. Antwoorden van vijf à zes zinnen zijn na de vertaling plots maar twee zinnen lang.

Vaak wordt gezegd dat je met voetballers die van de andere kant van de wereld komen, in het begin wat geduld moet hebben, het eerste jaar is meestal een aanpassingsjaar. Maar jij pikte al vanaf de eerste weken het niveau hier goed op.

Lucas Biglia : “Het was zonder twijfel een voordeel dat hier op Anderlecht drie andere Argentijnen spelen, dat vergemakkelijkte de communicatie en de integratie.”

Maar dat voordeel hadden die andere Argentijnen ook, en toch ondervonden zij meer last om zich door te zetten.

“Het gaat er vaak om dat je de kans moet krijgen om verscheidene matchen op rij te spelen. Als jongens als Leiva en Pareja – die bovendien af te rekenen kreeg met blessureleed – dat hadden kunnen doen, hadden zij hetzelfde kunnen tonen als ik, hadden ook zij kunnen bewijzen waarom ze naar België gekomen zijn.”

Droom

In de komende maanden staan er geen Champions Leaguewedstrijden meer op het programma voor Anderlecht. Wil dat zeggen dat het leukste deel van de competitie voor jou voorbij is ?

“Ja, maar we hebben zes grote wedstrijden gespeeld, zelfs tegen Milan. In het algemeen hebben we goed gespeeld in de Champions League, maar we zouden daar nog meer maturiteit aan de dag moeten kunnen leggen.”

Nu wachten enkel nog de competitie en de beker. Maar om wedstrijden te spelen tegen – met alle respect – Beveren en Brussels ben je toch niet naar België gekomen ?

“Ik ben naar België gekomen om alle wedstrijden met Anderlecht te spelen. Belangrijk is om met deze club kampioen te worden en de beker te winnen.

In België wordt wel eens geklaagd over de opleiding die jongeren hier krijgen. Dat die soms te wensen overlaat, zie je af en toe bij balcontroles, waarbij het leer al eens ver van de voet durft te springen. Merk jij dat, dat die opleiding voor verbetering vatbaar is ?

“Veel is afhankelijk van de denkwijze over voetbal, en in België is die anders dan in Argentinië. Ik heb het hier nog niet zo lang kunnen bekijken, maar maakte wel al de bedenking : laat jonge gasten tijdens hun opleiding toch wat meer contact hebben met de bal, neem wat meer technische fasen met hen door. Hier wordt aan die zaken niet genoeg aandacht besteed.”

Wordt hier tijdens de week opvallend harder gewerkt dan in Argentinië ?

“Ja, hier gaan we in het begin van de week al stevig door en vermindert dat geleidelijk naarmate de week vordert, om fris aan de aftrap te verschijnen. Ik heb er geen probleem mee om hard te werken. Ik wil progressie maken.”

Scheidsrechters

Welke spelers zijn je al in positieve zin opgevallen in onze competitie ?

“De nummer negen van Genk ( Kevin Vandenbergh, nvdr) en de nummer elf van Standard ( Milan Rapaic, nvdr). Maar ik vind niet dat je in België spelers hebt die een superhoog of een superlaag niveau halen, eerder veel jongens die regelmatig presteren.”

Vaak klaag je tegen de scheidsrechter als een speler van de tegenpartij je tegen de grond heeft gewerkt. Ben je geschrokken van de manier waarop tegenstanders je aanpakken ?

“Nee, helemaal niet. Dat heeft niets te maken met de tegenstanders, en ook niet met de scheidsrechters. Ik moet kalmer worden in dat soort situaties, ben dan te nerveus. Dat gaat over de mate waarin je in een wedstrijd opgaat. Ik dien op dat vlak naar mezelf te kijken.

“Ik voel bij het protesteren gelukkig wel waar de grenzen liggen, weet wanneer ik moet ophouden om geen kaart te krijgen. Maar de beste oplossing is : nooit iets tegen de scheidsrechter zeggen.”

Wat opvalt, is dat jij een strijder bent op de grasmat, ook als de spelers rondom jou het laten afweten.

“Ik ben hier gekomen om mijn collega’s hier te helpen, om voor een ploeg te spelen, niet alleen voor mezelf. Ik wil altijd winnen. Daarbij hoort : je ploegmakkers aanmoedigen.”

Tegen Real Madrid speelde je een prima tweede helft, gaf je jouw visitekaartje af in Spanje. Had je je vooraf goed ingeprent dat het voor je toekomst interessant kon zijn om daar iets te laten zien ?

“Nee. Ik heb er tijdens de wedstrijd nooit aan gedacht dat ik tegen Real Madrid aan het spelen was. Het enige wat ik wil, is : aan de trainer en aan de staf tonen dat ik goed kan voetballen. Tegen welke ploeg we spelen, maakt niet uit.”

In enkele kranten gaf je de afgelopen weken aan dat je nog niet aan vertrekken denkt. ‘Mijn missie hier is nog niet af’, klonk het uit jouw mond. Wanneer zal die wel af zijn ?

“Vóór ik hier wegga, wil ik een titel op zak. Ik ben nog maar twintig, te jong om nu al naar een grotere ploeg te gaan. Ik moet hier nog veel leren.”

KRISTOF DE RYCK