Voor het eerst in zijn bijna 25-jarig bestaan overwintert KRC Genk Europees. Genk scoort niet alleen sportief, maar is ook een bedrijfsmatig lichtpunt op het economisch kerkhof Limburg.

Tien minuten voor de aftrap verschijnt op de twee maxischermen in de Cristal Arena de Limburgse vlag en wordt, terwijl het volk langzaam de tribunes betreedt, luid het Limburgs volkslied gespeeld:

‘Waar in ’t bronsgroen eikenhout ’t nachtegaaltje zingt, over ’t malsche korenveld ’t lied des leeuweriks klinkt, waar de hoorn des herders schalt langs de beekjesboord

Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord!’

Intussen staan elf vlaggendragers op het veld, met vertegenwoordigers van supportersclubs uit Leuven en Opglabbeek. Het stadion zit al halfvol wanneer vijf minuten voor de match aanvangt luide gitaren aangeslagen worden en Forza Racing weerklinkt. Dat nieuwe clublied wordt sinds half september voor elke thuismatch gespeeld en moet de etnische verschillen wegvegen. “Belg, Turk Italiaan: we zingen alle zorgen van de baan! RC Genk, blauw wit, waar ons trouw hart ligt, waar nog zwart goud ligt: Racing voor altijd!”

Terwijl de sfeergroep in Tribune Zuid, drie jaar geleden opgericht om alle sfeermakers samen te brengen, danst en joelt, stromen de tribunes eindelijk vol. Wanneer de scheidsrechter het duel op gang fluit, bevinden alle toeschouwers zich op hun plaats. Tijdens de wedstrijd worden de doelpunten op de grote schermen in herhaling getoond, bij de rust schalt Marina – de wereldhit van de Italiaanse Limburger Rocco Granata – uit de perfect afgestemde geluidsinstallatie. Geen detail wordt in dit stadion aan het toeval overgelaten. Genk oogt ultramodern, maar het verloochent zijn roots niet. Staan de blauw-witte clubkleuren trouwens ook niet toevallig voor de kleuren van de aloude mijnkostuums uit het Genkse steenkoolbekken, waar tussen 1966 en 1992 22.000 mensen hun job verloren?

Na de wedstrijd is algemeen directeur Erik Gerits moderator bij de persconferentie van de trainers, waar taart, broodjes en zelfs Italiaanse rode wijn beschikbaar zijn voor de media. Gerits, bij de gemeenteraadsverkiezingen voor de tweede keer verkozen op de CD&V-lijst en sinds het opnemen van zijn politiek mandaat nog halftijds bij de club, is van in de begindagen verbonden aan RC Genk. Hij heeft nog de tijd meegemaakt toen het stadion twee uur voor de wedstrijd openging en de staantribunes anderhalf uur voor de match vol zaten. “Toen was het een zegen om optredens en andere activiteiten te organiseren. Iedereen ging uit de bol. Nu stapt men om twee voor acht weg aan de toog, omdat iedereen weet dat hij één minuut later mooi op zijn plaats zit. Dat is het nadeel van mensen maximaal comfort aanbieden. Da’s het verschil tussen ons en de commerciële mensen: zij willen dat iedereen zo lang mogelijk blijft eten en drinken, wij willen de mensen zo snel mogelijk naar buiten voor de sfeer.”

Commercieel directeur Stephan Poelmans grinnikt als hij dat hoort. De voorbije jaren heeft hij er een erezaak van gemaakt om de service in de Cristal Arena op punt te stellen. De Genkse supporters zijn verwend, zegt hij. “Op dat vlak spelen wij Champions Leagueniveau. Het extrasportieve is ook het enige waar je vat op hebt. Voor fouten op dat vlak heb je geen excuus, dat moet goed zijn. Lauw bier tappen of de geluidsinstallatie die niet goed werkt, dan kan niet. Als mensen slechte service krijgen, gaan ze lopen. Dus moet je zorgen voor goeie en voldoende toiletten waar ook vrouwen en kinderen durven te gaan, en vinden wij het normaal dat alle stoeltjes in het stadion voor elke thuismatch individueel gepoetst worden.”

Dat Genk vorig jaar Champions League speelde, hielp. Aan die Champions Leaguedeelname hield Genk niet alleen een financieel succes over, maar ook een verbeterde organisatie. Er werd voor 300.000 euro geïnvesteerd in rugleuningen voor alle stoeltjes en evenveel geld ging in de aanbouw van tien kiosken waar fans alle eten en drank samen kunnen bestellen, het liefst zonder betalen. Want Genk is in België voor de abonneehouders het eerste cashless stadion, zegt Poelmans trots. “Je betaalt met je clubkaart. Wij weten wie wanneer naar ons stadion komt en wie wat en wanneer consumeert. Met die informatie kan je naar potentiële sponsors stappen. De tijd dat een sponsor een reclamebord betaalde en dan maar hoopte dat de supporters op een dag bij hem aan de deur zouden staan, is voorbij. Bedrijven zijn geïnteresseerd in actieve sponsoring: als je ze zelf iets aanreikt, willen ze daar graag voor betalen. Maar om dat soort gegevens te kunnen aanbieden, moet je ze eerst zelf hebben: dat hangt af van je infrastructuur.”

Dagdagelijks zijn tussen 30 en 35 mensen in de weer voor RC Genk, spelers en trainers niet inbegrepen. De laatste maanden kwamen er nieuwe mensen bij. “Je kan toch geen nieuwe initiatieven uitsluiten omdat daar geen volk voor is”, zegt Poelmans. Al die aandacht voor comfort en details maakt dat Genk een cinemapubliek heeft. Niet toevallig is er sinds kort in de eetkiosken ook popcorn te verkrijgen. Poelmans trekt het zich niet aan: “Ik zeg altijd: beter een cinemapubliek dan geen publiek.”

Publieke belangstelling

Ondanks alle inspanningen op extrasportief niveau én de sportieve successen, heeft Genk nog een paar werkpunten. Zo vallen de cijfers van de publieke belangstelling tegen. Twee jaar geleden klaagden ze bij Genk ook al over een terugloop qua publieke belangstelling. “Toen hadden de mensen nog een goed argument: het voetbal was niet goed”, zegt Poelmans. “Nu geldt dat argument niet. Ik denk dat het met de economische context te maken heeft. De crisis, dus. Waarom zou Genk dat niet voelen?”

Vandaag heeft Genk 16.000 abonnees in competitie en verkocht het 10.000 miniabonnementen voor de Europa League. Een aantal jaren geleden had het nog 20.000 abonnees. Het aantal seizoenskaarten is dus niet opnieuw gestegen door de titel van anderhalf jaar geleden. Bazel en Sporting Lissabon staan hoger op de Europese ranking dan Genk, maar daarvoor komen de mensen niet naar het stadion.

Tegen Lissabon zat er 12.000 man in het stadion, terwijl de Cristal Arena vorig jaar volliep voor de thuiswedstrijden in de Champions League. Aan de prijzen kan het niet liggen, zegt Poelmans. Een abonnement voor de drie matchen van de Europa League kost de trouwe fan 60 euro en de gelegenheidssupporter 90 euro. Vorig jaar in de Champions League bedroegen die prijzen 80 euro (voor de abonnees) en 120 euro. Heel redelijk, vindt de commercieel directeur: “Want uiteindelijk betaal je tegen Bergen ook 20 euro voor een zitplaats.”

Genk legt zich niet neer bij de tegenvallende toeschouwersaantallen. Poelmans: “We gaan er alles aan doen om dat gat te dichten, om de mensen te overtuigen om niet thuis voor hun tv te blijven zitten, maar om naar hier te komen, zodat ze achteraf kunnen zeggen: ‘Ik was erbij!'”

Toen Genk 20.000 abonnees had, kwam 95 procent daarvan uit Limburg, maar de directie wil zich niet laten opsluiten in de eigen regio, zegt Poelmans. “In Limburg zit nog rek, maar we kijken ook naar de Antwerpse Kempen.” Uiteindelijk heeft RC Genk op 25 jaar een fantastisch sportief parcours afgelegd, benadrukt Erik Gerits. “Vijfentwintig jaar geleden was er niets in Limburg, dus gingen de voetbalfans naar Anderlecht, Luik en Brugge. In 25 jaar zijn we toch drie keer kampioen geworden, wonnen we drie keer de beker en hebben we drie keer Champions League gespeeld. Stilaan moet Genk ook een richtpunt worden voor de voetballiefhebber buiten Limburg. De laatste jaren zit het qua sportieve resultaten goed. In het verleden wisten onze supporter en onze sponsor vooraf nooit waar ze aan toe waren. Bij Anderlecht weet je altijd dat je meedingt voor de titel en Europees speelt. Hier was het één jaar niets en het andere jaar goed. De laatste jaren draaien we continu mee aan de top. We zijn een blijver aan het worden. Dat is belangrijk en het moet zich vertalen in betere en grotere partners én meer nationale bekendheid en uitstraling, zonder Limburg te verloochenen.”

Bonus

Financieel directeur Filip Aerden is vandaag een tevreden man. Al elf jaar beheert hij de financiën in dienst van KRC Genk, daarvoor deed hij dat zeven jaar als werknemer van Deloitte & Touche. Een dag voor Aerden ons ontvangt, maakte Genk bekend dat het dankzij de Champions League vijftien miljoen euro verdiende. Dat is een bonus, want Genk houdt geen rekening met Europese inkomsten, zegt hij. “Onze financiële structuur is net niet voldoende om de begroting met de Belgische competitie rond te krijgen. Zonder dat uitzonderlijk seizoen van vorig jaar komen we net niet rond. Ofwel moeten we een transfer doen, of we moeten Europees voetballen. Nu hebben we Europees voetbal én belangrijke transfers gehad.” Vandaag moet Genk geen uitgaande transfers doen. “Als we een gezond beleid voeren, mag er de volgende vier jaar niets meer gebeuren.”

Volgend jaar zullen de cijfers van de Europa League een stuk lager liggen. De inkomsten bedragen vijftien procent van wat je in de Champions League opstrijkt, heeft Aerden nog eens nagerekend. “Door deelname aan de groepsfase alleen, waar we drie keer verloren, hebben we nog meer geld verdiend dan de uiteindelijke winnaar van de Europa League, Atlético Madrid.”

Eigenlijk is het een ongelofelijke gebeurtenis, benadrukt Aerden. “Straks bestaan we 25 jaar. Daarvan hebben we 23 jaar gezocht naar extra geld. In 24 jaar hebben we 10 miljoen eigen vermogen opgebouwd. Eén jaar later doen we er nog eens 28 miljoen bovenop. Daardoor hebben we nu 38 miljoen aan eigen vermogen.”

Dat geld wordt niet opgepot. Vorig seizoen is voor 3,6 miljoen euro geïnvesteerd in de accommodatie. Komend seizoen wordt nog eens 10 miljoen geïnvesteerd in onroerend goed, veiligheid en comfort. Daarnaast wordt 10 miljoen vrijgemaakt in het sportieve. “We kunnen nu proactief kopen, eerst spelers kopen voor je er verkoopt. Afgelopen zomer moesten we eerst Benteke verkopen eer we De Ceulaer konden halen.” Daarnaast wil Genk versneld de resterende 3,5 miljoen aan lopende leningen afbetalen.

Voor dit seizoen zat Genk qua budget nog niet aan het niveau van Anderlecht. Het budget van de Brusselse club bedraagt 35 miljoen, dat van Club 30 en dat van Standard 25 miljoen. Daardoor is Genk met 22 miljoen de vierde club. Maar het mikt hoger: “Grote bedrijven zoeken sportieve stabiliteit. Eén jaar Europees voetbal, het volgende jaar elfde: dat is een probleem voor bedrijven. Nu moeten we nieuwe stappen zetten.”

FC Limburg

Net daar knelt het schoentje. De markt buiten Limburg bereiken, is moeilijk. De dag voor de afreis naar het Hongaarse Videoton publiceert Het Belang van Limburg de indrukwekkende winstcijfers van Limburgs voetbaltrots, maar in de andere Vlaamse kranten zijn ze samengevat in korte berichten. Dat is naast de tegenvallende toeschouwersaantallen het minpunt, zucht Erik Gerits. “Nationale media weten ons nog niet genoeg te vinden. Om het even wat Anderlecht doet, haalt ruim de media. Ook al doen wij heel mooie dingen, dat haalt amper de regionale pagina’s. Wij slagen er amper in om de nationale pagina’s van de grote kranten te halen, op Het Belang van Limburg na. Ik moet al Kofi Annan naar hier halen om een beetje media-aandacht te krijgen.”

Poelmans: “Op dit moment kan geen enkele club op tafel leggen wat wij op tafel leggen, qua successen, organisatie, structuur, beleving, jeugdopleiding. Ik vind dat wij op dit moment van niemand lessen te krijgen hebben. Wij moeten niet in ons Limburgs hoekje kruipen. Wat hier gebeurt, verdient respect en aandacht, ook buiten Limburg.”

Een aantal jaren geleden reed Genk met een tourbus rond richting Leuven, tot in Diest en omstreken. Heel veel energie om druppeltjes uit te persen, vat Erik Gerits die acties samen. Toch blijft hij het proberen: “Vandaag zijn de meeste van de 35 supportersclubs in Limburg gevestigd, al hebben we ook fans in Leuven, zelfs een paar in Blankenberge. Mensen rijden toch ook 40 of 50 kilometer om naar een fantastisch restaurant te gaan?”

DOOR GEERT FOUTRÉ – BEELDEN: IMAGEGLOBE

Voor volgend seizoen wordt tien miljoen euro vrijgemaakt voor het sportieve.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier