Komend weekend beginnen de play-offs. Gert Verheyen en Peter Vandenbempt blikken nog één keer terug op de reguliere competitie en kijken hoe de kaarten liggen.

Dat tot de allerlaatste minuut van de laatste speeldag vier teams voor de laatste twee beschikbare plaatsen in play-off 1 knokten, heeft analist Gert Verheyen en radiojournalist Peter Vandenbempt niet overtuigd van het nut van de huidige competitieformule.

Hun mening?

Peter Vandenbempt: ( zucht)

Gert Verheyen: ( zucht)

Vandenbempt: “Ik blijf het een slecht en overbodig idee vinden, met te veel nadelen, die helemaal niet opwegen tegen de (financiële) voordelen. Dat de beste clubs op het einde nog een keer tegen mekaar spelen, daar heb ik niets op tegen, maar die halvering van de punten, daar zal ik mij nooit mee verzoenen. Wat Standard vorig jaar meemaakte, is te vergelijken met een renner die los gereden is, in een auto oppikken en tot aan de meet voeren waar hij toch nog mee mag spurten voor de zege. Om nog te zwijgen van de devaluatie van je topwedstrijden – wat men daar ook over beweert – en dat onding van play-off 2. Maar dat is iets voor Gert, die moet daar straks naar gaan kijken.”

Verheyen: ( zucht diep) “Wat niet wil zeggen dat Lokeren – KV Mechelen geen betere match kan zijn dan Club – Anderlecht.”

De play-offs zijn ingevoerd om het niveau van het voetbal op te krikken. Is dat op zijn minst gelukt?

Vandenbempt: “Hoe kun je een betere competitie krijgen als je elk jaar je betere spelers verliest? Word je beter als Boussoufa, Witsel en Defour weg zijn?”

Verheyen: “Als de topclubs zich afvragen of ze er beter van geworden zijn, hebben ze het niet over het niveau op het veld, wel over de inkomsten. Dat zal wel beter zijn dan vroeger.”

Wat heeft jullie in de afgelopen competitie het meest verrast?

Vandenbempt: “Toch de terugval van Genk. Wat ze vorig seizoen presteerden, was onder meer te wijten aan een uitzonderlijke keeper, een uitzonderlijke chemie in de groep en veel geluk. Dat ze zo zouden terugvallen, ondanks het nipt halen van play-off 1, is verbazend. Alleen bij de kwalificatie voor de Champions League hadden ze dit jaar nog één keer het geluk van vorig seizoen. Daarna was het op, ook al leek de verwachte leegloop nog mee te vallen en konden ze de beste spelers houden.”

Verheyen: “Is dat wel goed, spelers houden die eigenlijk in gedachten al weg zijn?”

Dat had Vercauteren blijkbaar goed ingeschat.

Vandenbempt: “Zijn beslissing was op dat moment niet te verdedigen. Dat was anders geweest na het seizoen. Ik was ontgoocheld dat precies Vercauteren dat deed. Van sommige andere trainers verwacht je zoiets op elk moment van de dag, maar van sommige denk je dat ze andere normen hanteren. Ik dacht dat Vercauteren tot die groep behoorde.”

Verheyen ( knikt): “Weggaan op een moment dat je van je spelers eist dat ze niet met een transfer bezig zijn …”

Wat heeft Mario Been Genk en het Belgisch voetbal bijgebracht?

Verheyen: “Genk terug op de rails krijgen is hem nooit gelukt.”

Vandenbempt: “Hij heeft gedacht: ‘wat een godsgeschenk, een ploeg die geplaatst is voor de CL’, maar daar heeft hij zich flink op verkeken. Hij heeft Genk niet beter gemaakt, maar was dat echt mogelijk? Hij heeft ook een paar van die pseudovedetten, die het moeilijk hebben met een directe vorm van communicatie. Positief is dat hij niet rond de pot draait in zijn analyses, hij probeert niet recht te praten wat krom is. Wat ik niet begreep, was die snelle contractverlenging voor twee jaar. Blijkbaar zit daar toch – op vraag van de club – een soepele ontslagregeling in, en was het toen meer een statement om de rust te bewaren dan een echte blijk van vertrouwen. Hij zal in de play-offs moeten bewijzen wat hij waard is.”

Wie heeft jullie dit seizoen positief verrast?

Vandenbempt: “Kortrijk! Zo veel spelers weg, maar toch goed en aanvallend voetbal. Dat Standard en Genk play-off 1 halen, is geen prestatie, maar het minimum. Maar Kortrijk … en dan nog zonder topkeeper! Ook wat Lokeren deed, zo’n comeback maken nadat ze vorig jaar al een geslaagd seizoen doormaakten, valt niet te onderschatten. Knap hoe het daar naar buiten erg rustig bleef. Een compliment voor Reynders en Maes dat Lambrecht hen in alle rust liet werken toen het minder ging, dat ze dat onder elkaar hebben opgelost.”

Verheyen: “Wat Kortrijk deed – met een nieuwe ploeg aanvallend voetbal spelen én resultaat halen: de bekerfinale én play-off 1 – dat is dé prestatie van het jaar. Maar zet ook maar Cercle bij de positieve verassingen, ondanks het missen van play-off 1. Zo’n jonge groep, die ook nog eens Neto naar Portugal zag vertrekken en Reis zo lang miste …”

Vandenbempt: “Voor een jonge trainer is Cercle een ideaal startpunt. Geen makkelijker club – sorry voor het woord – om te beginnen: er is geen druk, maar er is wel structuur, voldoende middelen om iets te doen, en er staan verstandige mensen aan het roer, die niet meteen panikeren als het eens mis gaat, en je mag jonge spelers een paar weken laten staan.”

Verheyen:Bob Peeters lijkt ook iets meer geduld te hebben dan Glen De Boeck. Weinig trainers kunnen zich blijkbaar permitteren om neen te zeggen tegen een bod van een club.”

Vandenbempt: “Nochtans is het belangrijk om eens neen te durven zeggen. Als deze zomer Genk komt, moet Peeters durven neen te zeggen, wetende dat ze nog weleens zullen komen. Ook om zijn geloofwaardigheid te bewaren. Als je zegt dat je bij Cercle nog een project hebt, voer dat dan ook uit.”

Verheyen: “Peeters’ methode slaat aan bij jonge spelers. Je moet ze eerst durven zetten, en het is niet vanzelfsprekend, spelers zo voor je te motiveren dat ze zich voor hun trainer dubbel plooien. Het managen van een kleedkamer wordt moeilijker. Trainer zijn houdt meer in dan vroeger, het is meer dan training geven en je ploeg opstellen. Je moet vooral een goeie people manager zijn, en volgens mij is Bob dat.”

Vandenbempt: “Je kunt niet meer streng zijn tegen de jeugd. Vandaag zijn het de kinderen die de regels bepalen. Vroeger zouden kinderen op hun blote voeten naar Club Brugge of Luik gegaan zijn. Het heeft niet altijd met meer verdienen te maken. Kijk naar Beckham: die moest nooit gemotiveerd worden om te presteren. Na het ontslag van Brepoels waren de spelers van STVV opgelucht, omdat Brepoels er elk uur van de dag kort op zat. De rust van Franky Van der Elst was welgekomen, maar drie maanden later hoor je dat ze toch weer naar de energieke aanpak van een type Brepoels snakken. Kijk eens naar jezelf, denk ik dan. Ik hoor te veel spelers te vaak zeggen dat de trainer het voor hen moet doen. Moet je nu als speler van Genk op de voorlaatste speeldag nog op scherp gezet worden? Heb je daar een trainer voor nodig? Hallo, zeg!”

Verheyen: “Het heeft te maken met hoeveel pijn je jezelf wilt doen. De verhouding van vijftien spelers in een kleedkamer die je vroeger niet moest motiveren en vijf die je wel moest aanpakken, is nu wel iets veranderd. Maar die beseffen niet altijd dat ze iets verkeerds doen.”

Vandenbempt: “Men noemt Barcelona een team schooljongens, maar er zal wel een reden zijn waarom de beste ploeg van de wereld bij balverlies meteen massaal druk zet: omdat ze dat vanaf hun dertiende geleerd hebben.”

Verheyen: “Maar ook omdat zij overbleven! Er zullen er onderweg veel afgehaakt hebben die dat niet konden opbrengen. Op dat gebied hebben Belgische clubs heel veel geduld met spelers: die worden desnoods zes keer opgevist, hopende dat het zal beteren, omdat ze kapitaal vertegenwoordigen. Terwijl ik denk: het is ballast die je meesleurt, waar je een hoop nutteloze energie in stopt terwijl ze ook de rest dreigen aan te steken met hun attitude.”

Anderlecht

Hoe groot is de verdienste van Ariël Jacobs bij Anderlecht?

Vandenbempt: “Groot. Anderlecht heeft dit jaar thuis het beste voetbal gespeeld van de laatste tien jaar. En in tegenstelling tot veel anderen vind ik dat zijn palmares wel gezien mag worden. Kijk maar eens wat de spelers die de CL-kwalificatie tegen BATE Borisov verspeelden later in hun carrière nog hebben gepresteerd … Wel heeft Anderlecht de voorbije jaren te weinig goed gevoetbald. Maar achteraan had Jacobs misschien geen goeie voetballers. Als ze op training de eenvoudigste pass- en trapvormen uitvoerden, zochten de dieren in het park dekking, hoor ik. Zelfs na vier en een half jaar heb ik de indruk dat Jacobs met geen enkele speler gebrouilleerd is. Dat is een prestatie waar geen van zijn voorgangers in geslaagd is sinds Boskamp. Misschien heeft dat ook te maken met de intelligente manier waarop hij in vele talen kan communiceren met zijn spelers. Het is geen avontuurlijke trainer à la Sollied maar misschien ziet hij gewoon welk vlees hij in de kuip heeft. Ik vind dat bij de analyses te vaak naar de trainers verwezen wordt als het hapert, en te weinig naar de spelers.”

Verheyen: “Anderlecht vind ik een ploeg met twee gezichten: in topmatchen goed en geconcentreerd, in veel kleinere matchen een gebrek aan wil om te winnen. Dat kun je niet alleen aan de trainer toeschrijven. Ik vind dat een speler zichzelf moet kunnen motiveren om ervoor te gaan. Hoeveel talent je ook bezit, je hebt in elke match een minimum aan inzet nodig. Als je alleen speelt zodra je de bal in de voeten hebt, heb je een probleem.”

Vandenbempt: “Dat vind ik het pluspunt aan Suárez: die doet altijd honderd procent zijn best, je hebt nooit de indruk dat die tegen zijn goesting op het veld staat. Suárez is voor mij de strafste Gouden Schoen in jaren voor de manier waarop hij daarmee is omgegaan: leed geen rendementsverlies na zijn prijs, is niet nukkig, legt geen ronkende verklaringen af, laat zich niet gek maken door transfergeruchten. Die jongen doet gewoon verder. Ook een pluim voor Jacobs, die een jaar of twee geleden op de rem ging staan toen men hem van de hand wilde doen en hem toen de enige noemde die ooit in een betere competitie zou meekunnen. Suárez lijkt me niet te zeggen: ‘Ik ben hier klaar.’ Alleen zit er veel volk rond hem dat graag langs de kassa zou passeren.”

Verheyen: “Behalve bij de absolute Europese topclubs kan Suárez overal in Europa mee.”

Vandenbempt: “Alleen hoor ik zeggen dat hij zich goed moet voelen. Dan moet hij zien dat hij niet bevriest bij een van die topclubs waar je na twee mindere matchen uit de ploeg gaat.”

Moet Anderlecht kampioen worden?

Verheyen: “Ja, vanwege de kwaliteit en omdat zij kunnen omgaan met de momenten waarop het echt moet gebeuren.”

Club Brugge

Heeft Christoph Daum Club beter gemaakt?

Verheyen: “Qua realisme zeker. Dat was net het grootste probleem van Club: hoe maak je die gasten wijs hoe je een wedstrijd wint?”

Vandenbempt: “Het is, denk ik, in België van Ivic geleden dat een trainer nog eens zei: ‘Ik wil winnen, en de rest kan me niets schelen.’ Die cultuur van het willen winnen en niet tevreden zijn met een onverwachte nederlaag waarin je wel de betere ploeg was, heeft Daum Club wel bijgebracht.”

Verheyen: “De onvoorspelbaarheid van een trainer als Daum houdt de spelers scherp. Je weet niet wat je mag verwachten, elke dag. Dan ben je wel wakker ’s morgens, hoor, als speler.”

Vandenbempt: “Qua figuur is Daum een ongelofelijke aanwinst voor het Belgisch voetbal. Maar je hebt met zo’n aanpak wel sterke spelers nodig.”

Verheyen: “Dat is de cultuur van het bestuur op dit moment: wie niet mee kan, wordt achtergelaten. Er wordt een rapport opgemaakt en de conclusies worden uitgevoerd. Als de kleedkamer al vol winnaars zit, moet je dat niet doen.”

Vandenbempt: “Er wordt tegenwoordig weinig over de bol geaaid bij Club. Ik vergelijk Daum met Dick Advocaat bij de nationale ploeg. Dat was toch ook een zootje toen hij daar binnenkwam? Hij is daar op zijn kaplaarzen door gestapt en heeft iedereen op zijn plaats gezet, omdat de spelers voelden: hier staat iemand die groter is dan wij. Bij Daum heb je dat ook. Als Daum binnenkomt, vult die de kamer. Alleen lijkt zijn aanpak maar een beperkte houdbaarheidsdatum te hebben, die gedragen moet worden door resultaten. Waar Brugge absoluut nood aan heeft, is aan iemand die het sportieve beleid bepaalt. Vincent Mannaert moet als algemeen directeur op alle vlakken een helikoptervisie ontwikkelen en bijsturen waar nodig, maar niet zelf spelers gaan scouten.”

In sommige prognoses werd Club naar voren geschoven als kandidaat-kampioen.

Vandenbempt: “Waar was dat dan op gebaseerd? Dat heb ik nooit begrepen, bij een club waar zowat iedereen op elk niveau nieuw was.”

Verheyen: “Ik vond ze ook geen kandidaat-kampioen. Met zo veel veranderingen tegelijk kan het niet dat de juiste mensen meteen op de geschikte plaats zitten. Tegen Lierse waren ze vorige week niet goed. Sorry: daar kan ik nog geen kampioen van maken. Qua generale repetitie was dat niet geweldig.”

Vandenbempt: “Daum ziet ook wel dat zijn ploeg al moeite heeft om thuis tegen tien man van een ploeg als Lierse te winnen. Dan gaat hij niet nog wat extra druk op zijn team zetten met wat ambitieuze verklaringen naar buiten te sturen, terwijl hij natuurlijk zelf wel graag kampioen wil worden.”

Heeft Club een complete ploeg?

Verheyen: “Ze hebben een goeie diepe spits nodig. Akpala doet zijn best, maar is niet de diepe spits met wie je kampioen wordt.”

Heeft Björn Vleminckx, dé transfer van afgelopen zomer, het niveau voor Club?

Vandenbempt:Koster vond van niet. De vraag is: doet hij er wel alles aan om top te zijn?”

Verheyen: “Hij heeft het nog niet getoond. Ik zag nog geen andere Vleminckx dan degene die ik bij Mechelen zag. Het is niet omdat je stevig in duel gaat dat je een harde werker bent. Dat heeft ook te maken met de fysieke conditie. De vraag is: ben je in staat om te werken? Dat lijkt me niet het geval. Akpala is wel een atleet, die wint op dit moment de strijd van Vleminckx op basis van zijn versnelling én zijn mentaliteit. Als je zo veel geld geeft voor Vleminckx mag je streng zijn in je beoordeling.”

Vandenbempt: “Ik zou nooit 3 miljoen aan Vleminckx gegeven hebben. Misschien heeft zijn imago meegespeeld, dat van de noeste krijger die wroet en werkt.”

Verheyen: “Dat imago zie ik niet terug op het veld. Je bent nog geen krijger omdat je met je armen zwaait en staat te roepen. Zijn lichaamstaal verraadt dat hij niet goed in zijn vel zit.”

Wat is het verschil tussen de Vadis nu en die van vorig seizoen?

Vandenbempt ( grijnst): “Hij heeft een knop omgedraaid, dankzij Gert.”

Verheyen: “De vraag is gewoon: op welke manier ben ik profvoetballer bij een grote club? Zodra je dat snapt, kost alles je minder moeite. Tevoren was hij zo hopeloos op zoek naar respect, terwijl het toch zo simpel is: respect volgt vanzelf als je goed presteert.”

Vandenbempt: “Hij ervaart nu dat het veel plezanter is. Alles gaat beter, hij is meer gefocust, verliest zich niet in allerlei randfenomenen. Nu mag hij wel hopen op een mooie carrière in het buitenland: hij heeft een grote motor, een goed schot, goeie techniek en hij ziet het spel.”

AA Gent

Twee maanden geleden zei Wim De Coninck: ‘Zet Jérémy Perbet bij AA Gent en ze doen mee voor de titel.’ Vinden jullie dat ook?

Verheyen: “Gent zou inderdaad een goeie diepe spits kunnen gebruiken, maar of dat Perbet moet zijn weet ik nog zo niet. Maar dat Gent een beter team zou zijn met een goeie diepe spits die er vijftien maakt, is wel zeker.”

Vandenbempt: “Ik vond Gent vorig seizoen niet slechter spelen dan dit seizoen, ook in de eerste wedstrijden van de play-offs.”

Verheyen: “Hun probleem is een resultaat neerzetten in topmatchen, niet het spel op zich.”

Vandenbempt: “Kampioen spelen is een kunst: de titel halen als de stress begint toe te slaan.”

Verheyen: “In topmatchen beter zijn en toch niet winnen: dat doet Gent nog te veel. Bij Sollied zijn de twee backs een meerwaarde. Op dat vlak ontbreekt toch kwaliteit.”

Vandenbempt: “Ze zijn de laatste jaren veel constanter dan Genk, maar ik weet niet of Gent toch niet liever Genk zou zijn en één keer kampioen worden. Ze gaan straks wel een nieuw stadion hebben, terwijl ik niet weet welke andere club er de komende vijf jaar één krijgt. In het buitenland is al vaak bewezen dat dat een boost geeft aan een club, zo’n stadion.”

Verheyen: “Op lange termijn bepaalt je budget wat je sportief waard bent. Als ze dat omhoog krijgen, gaan ze niet meer weg uit de top. Alleen moet je dan spelers halen die al eens aan de top geweest zijn, die weten hoe dat werkt, voor een prijs spelen.”

Standard heeft, met de overname en het verdwijnen van Lu-ciano D’Onofrio, een turbulent jaar achter de rug. Hebben ze in die omstandigheden sportief gebracht wat erin zat?

Verheyen: “Ik had het erger verwacht, het viel nog mee, al mogen er niet te veel spelers uitvallen. En Riga’s discours vind ik knap, hij zegt waar het op staat. Een gentleman ook.”

Vandenbempt: “Ook al is hij zeer ontgoocheld over de wintertransfers. Hij had betere wapens verwacht. Voorin kan er een probleem zijn. Batshuayi is een groot talent, maar niet de speler die hen tien wedstrijden naeen door de play-offs gaat loodsen. Wat ze zeker missen, is creativiteit op het middenveld. William Vainqueur is een goeie voetballer, maar geen nummer tien.”

Verheyen: “Typisch iemand die op basis van zijn intrinsieke kwaliteiten bij een topclub kan spelen, maar die dat niet om de drie dagen kan laten zien.”

Zijn jullie er al uit wat de bedoelingen van Roland Duchâtelet zijn: geld verdienen of investeren in een topploeg?

Vandenbempt: “Van Duchâtelet kun je niet zeggen dat hij in het voetbal zit om er geld aan te verdienen. Hij vindt niet dat je geld over de balk moet gooien, alleen omdat je het hébt. Hij is gewoon een zuinig mens en op die manier leidt hij een club, tot grote frustratie van de mensen die daarrond zitten. Er komt wel een ongelofelijk cruciale transferperiode aan voor Standard: als na de uittocht van vorige zomer ook nog eens Bolat, Kanu en Tchitévertrekken, weet ik niet of Riga dat nog eens kan opbrengen. Ik zie hem in staat om dan te zeggen: neen, dank u.”

DOOR GEERT FOUTRÉ – BEELDEN: KOEN BAUTERS

“Anderlecht vind ik een ploeg met twee gezichten: in topmatchen goed en geconcentreerd, in veel kleinere matchen een gebrek aan wil om te winnen.” Gert Verheyen

“Dat vind ik het pluspunt aan Suárez: die doet altijd honderd procent zijn best.”Peter Vandenbempt”Is dat wel goed, spelers houden die eigenlijk in gedachten al weg zijn?” Gert Verheyen, over Genk

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier