Als Anderlecht morgen tegen Ajax minstens gelijkspeelt, is het zeker dat het voor de negende keer in twintig jaar Europees zal overwinteren. Maar paars-wit mag niet blind zijn voor zijn tekorten, waarschuwt manager Herman Van Holsbeeck.

In voetbal is niets wat het lijkt. Bij de aanvraag voor het interview met Anderlechtmanager Herman Van Holsbeeck stond paars-wit in eigen land riant aan de leiding, het zou ’s anderendaags mits een gelijkspel tegen Dinamo Zagreb een ticket afdwingen voor de achtste finales van de Europa League.

Een paar slechte (Europees én in competitie) wedstrijden later is het niet meer zo vanzelfsprekend dat Anderlecht straks Europees overwintert. Ook de leidersplaats in de nationale competitie verblindt de Anderlechtmanager niet voor de tekorten die hij in eigen rangen ziet. De voorbije jaren moest Van Holsbeeck zijn politiek vaak verdedigen, vandaag is hij kritisch voor Anderlecht. De lat moet dringend hoger.

Wat dacht u toen u uw team thuis tegen Zagreb zag verliezen en zo de Europese kwalificatie in gevaar brengen?

Herman Van Holsbeeck:“We waren thuis tegen Zagreb niet goed. Mijn conclusie is dat de club in Europa alleen resultaten kan halen met een zéér Belgische aanpak: met enorm veel volk achter de bal, en er alleen proberen uit te komen wanneer het kan. Zelfs thuis moet dat zo, ook tegen ploegen als Timisoara en Zagreb.

“We hebben dat zien aankomen. In de vier jaar Champions League die ik hier meemaakte, nam de snelheid van uitvoering van jaar tot jaar toe. In mijn eerste jaar wonnen we thuis in de CL nog tegen Celtic en speelden gelijk tegen Lyon. We deden toen nog mee, maar de jaren daarna konden we die snelheid van uitvoering niet meer aan. Omdat het niveau in de Belgische competitie niet mee is gestegen.

“Je kunt ook zeggen: ‘Hoera, we hebben Europees acht punten!’ Maar ik probeer te bekijken hoe we die resultaten behaalden. Hoe hebben wij in Zagreb gewonnen? Met tien man op onze helft en op de counter. Thuis tegen Ajax, een subtopper in Europa, hebben we een hele tijd achter de bal gelopen. Onze bedoeling is het niveau van spelers op te trekken. Ik pieker me onnozel hoe we het niveau van Lucas Biglia omhoog kunnen krijgen. Maar misschien bloeit hij morgen in een betere competitie helemaal open.”

In België kan dat niet?

“Ik vind dat we hier veel te weinig wedstrijden spelen waarin Anderlecht, als het slecht is, wordt afgestraft. Pas dan word je beter. Sinds ik hier ben, werden we drie keer kampioen en drie keer tweede. Als we alles houden zoals het is, zijn we koning in het land der blinden. Maar wij zijn daar niet tevreden mee. Een aantal spelers wordt, omdat ze in België schitteren, enkel in Europa met hun neus op de feiten gedrukt.”

Echte cupmatchen

U verwacht geen heil van de nieuwe play-offformule?

“Die tien play-offwedstrijden zullen echte cupmatchen zijn, zoals je die wekelijks in de Engelse en Duitse competitie ziet. In het oude systeem verloren we af en toe van bescheiden tegenstanders, maar ook dat waren wedstrijden waarin wij het ritme en de snelheid van uitvoering bepaalden. Als je tegen Standard en Club Brugge niet honderd procent bent, krijg je rammel.”

Zijn de matchen vóór de play-off tijdverlies?

“Voor de Europees voetballende ploegen is dat geen slechte zaak: je zult sneller een jonge speler een kans geven dan in het verleden, omdat je weet dat een misstap in competitie minder gevolgen heeft.”

Als u pleit om het niveau te verhogen, waarom dan een speler scouten in de Luikse eerste provinciale, terwijl Bryan Ruiz de pannen van het dak speelt in Nederland?

“Vandaag kan geen enkele Belgische club vijf miljoen euro voor een speler betalen. Zelfs Anderlecht niet, ook al zagen wij dat we met Ruiz een stap hoger konden zetten.

“De strijd tegen het verleden kunnen we niet meer winnen. Het enige wat we kunnen, is de afstand met de Europese top iets kleiner maken. Dat kan met de juiste structuren op te bouwen. Als ik de manier waarop we met Lukaku omgaan vergelijk met de begeleiding hier van Aruna Dindane, heeft deze club een ongelofelijke stap vooruit gezet, qua structuur, technische en medische staf. Maar dé ultieme manier om spelers beter te maken, is ze wedstrijden geven waarin ze afgestraft worden als ze niet honderd procent goed bezig zijn.”

Beseffen de spelers dat?

“Voor sommige spelers is een transfer naar Anderlecht een bekroning voor hun carrière, voor anderen is Anderlecht een springplank naar hoger. Maar noem me eens één speler die we voor veel geld verkocht hebben en die de stap naar de Europese top heeft gemaakt.”

Vincent Kompany, tot op zekere hoogte.

“Voor de twee testmatchen eind vorig seizoen waren we zo goed als rond met een Engelse club voor een speler ( Roland Juhász, nvdr). Die zijn komen kijken naar de twee testmatchen en ze hebben afgehaakt. Dat is de realiteit van ons voetbal.”

Als spelers als Boussoufa en Biglia niet hogerop raken, blijft u dan niet achter met gefrustreerde voetballers?

“Is dat dan de fout van Anderlecht, of is het hun eigen fout?”

Is dat een streep door jullie rekening? Anderlecht kan Biglia niet verkopen voor de meerwaarde die het in gedachten had.

“Dat is een ontgoocheling. Je geeft iemand een contract voor drie, vier jaar: ofwel verkoop je die na twee jaar door, ofwel verleng je. De laatste die we nog voor een goeie prijs verkochten, was Pareja voor vijf miljoen. Maar intussen is de Argentijnse markt voor ons te duur geworden. Wat moeten we dus doen? Investeren in eigen opleiding, en landen zoeken waar we nog wel de aankoopprijs kunnen betalen. Maar vooral het eerste, denk ik.”

Matías Suárez

Wat is er met Suárez gebeurd?

“In die twee moeilijke wedstrijden tegen Lyon zag ik bij ons twee spelers die een prestatie neerzetten waardoor ze op een dag mogen hopen om ooit deel uit te maken van de kern van een grote Europese club: Lukaku en Suárez. Suárez is technisch misschien de beste die we hebben. Alleen is er nog veel werk aan. In Córdoba was het Suárez en tien anderen. Als hij hier twee wedstrijden minder presteert, staat er iemand anders klaar. Dan moet je terugknokken. Het probleem zit op het mentale vlak. Om aan de top te spelen moet je een winnersmentaliteit hebben.”

Vloekt u als u Dieumerci Mbokani, die hier werd weggestuurd, ziet uitblinken in de CL?

“Het gaat ook over: hoe wordt een club geleid? Geef je de macht aan een trainer? Het beste is dat drie mensen het transferbeleid bepalen, en dat de trainer als vierde man zijn mening geeft. Ik ben tegen een technisch directeur die de volle verantwoordelijkheid draagt én de zwartepiet toegeschoven krijgt als het fout loopt. Waarom is het vertrouwen in Ariël Jacobs na BATE Borisov bevestigd? Omdat Ariël vooraf was komen aandringen op een bijkomende spits en wij hem die niet gaven. Dan moet je, als het tegenvalt, je eigen verantwoordelijkheid nemen en zeggen: dat was niet de fout van de trainer.”

Nog eens: wat zou u vandaag doen met Mbokani?

“Wij hebben op een bepaald moment de trainer te veel macht gegeven. Dat mag een bestuur niet doen. Van in het begin benadrukte de technische staf bij hem alleen de negatieve punten, ook al zag iedereen meteen zijn potentieel. Doordat alleen de nadruk werd gelegd op zijn negatieve punten, trapte hij het na het seizoen af. In zijn geval hebben wij niet genoeg ingegrepen. Maar we hebben er wel uit geleerd. Het is een van de redenen waarom we zo veel investeren om die jonge kerels te begeleiden.

“Een topclub verandert je leven. Lukaku is zestien jaar, maar onze perschef krijgt voor hem vijftig aanvragen per week: interviews, presentaties, fotoshoots. Als hij hier na de match buitenkomt, staan er hem duizend op te wachten die allemaal met hem op de foto willen. Wat voor een impact heeft dat op een zestienjarige die ’s anderendaags naar school moet? Wij bidden dat hij niet verandert, maar de mensen rondom hem veranderen wél.”

Komen er méér Lukaku’s?

“We hebben een systeem op poten gezet met een aantal scholen waardoor we iets unieks zullen kunnen aanbieden. Het zijn natuurlijk niet allemaal Lukaku’s. Er zijn veel trainers die zeggen: ‘Direct stoppen met studeren!’ Ik vind dat niet goed. Als zo’n ket nog de inspanning doet om ook zijn diploma te halen, in combinatie met voetbal, betekent dat dat hij karakter heeft. Met zo iemand kun je naar de oorlog.”

Juan Mendoza

Hoe hebben jullie je trainer, die overwoog te stoppen, overtuigd om door te gaan?

“De zaak- Wasilewski heeft hier een aantal weken flink doorgewogen. Op dat moment waren we allemaal het voetbal beu. Het verschil is dat ik dat tegen mijn vrouw gezegd heb toen ik thuiskwam, en de trainer het voor de camera deed.

“Wij kijken altijd naar het buitenland, naar een type als Arsène Wenger, die klasse uitstraalt en niveau heeft, ook naast het veld. Wel: wij hebben er hier zelf zo één.”

Hebt u niet te veel macht gegeven aan Frutos, waardoor de hele medische staf veranderd is? Zou u dat ook gedaan hebben als Frutos maar een half miljoen euro had gekost?

“Dat heeft niets te maken met de investering, wel met de kwaliteit van de speler. Ik denk niet dat er veel in Europa zulke statistieken kunnen voorleggen op basis van het aantal gespeelde minuten. Hij heeft bijna anderhalf jaar gesukkeld, maar hij komt in tegen Sivasspor: hij scoort. Een paar maanden later valt hij in tegen Cercle: hij scoort wéér.

“Die persconferentie tegen de medische staf was geen goeie zet van hem. Hij is daarvoor beboet geweest, maar het heeft wel iets in gang gezet.”

Hij heeft u eigenlijk een dienst bewezen.

“Hij heeft de vinger op een punt gelegd waar daarna serieus aan gewerkt is. Maar wat hij op Cercle deed, dat T-shirt tonen om Juan Mendoza te bedanken, daar wordt hij voor beboet. Voetbal is een ploegsport. Je hebt niet alleen op, maar ook naast het veld een ploeg nodig die voor elkaar door het vuur gaat. Daar ben ik al zeven jaar mee bezig. Negentig procent van mijn tijd stop ik in people management.”

Jullie hebben het medische kluwen nog een stuk ingewikkelder gemaakt door Mendoza erbij te nemen.

“Ofwel zeg je: die man staat ter beschikking van de club, of het gebeurt stiekem. Dan komt Mendoza op hotel en gaan alle spelers in het geniep bij hem langs. In heel Zuid-Amerika heeft Mendoza faam. Bij Barcelona kan hij direct tekenen. Wij hebben de kans om die gast hier een keer of drie per jaar low profile te laten meedenken in groep. Die wil zijn kennis delen met de andere dokters. Jonge mensen, zoals Jochen De Coene, die in China heeft gewerkt, staan open voor nieuwe invloeden. Wie daar niet mee akkoord gaat, heeft zijn plaats niet op Anderlecht. Ik weet: die man heeft geen diploma, heeft dankzij zelfstudie een bepaald aanzien verworven. Maar wat hij zegt, klinkt voor mij aanvaardbaar.”

Mooi opgelost. Wanneer is het nog eens crisis op Anderlecht?

“Elke dag gebeurt hier wel iets. Dan staat iedereen te kijken hoe wij daarop reageren. Dikwijls lagen we zelf aan de basis van een crisis omdat ik geen tijd had om ergens op te reageren. Nu hebben we een specialist in communicatie: David Steegen. Hij volgt alles goed op.

“Neem nu de zaak-Wasilewski. Ik heb toen gezegd: ‘Je bent nog geen grote club omdat je twee keer naeen kampioen werd.’ Dat was verkeerd. Ik had mijn mond moeten houden. We zijn op zulke momenten niet nuchter genoeg.”

Voetbal is emotie, ook voor bestuurders?

“Van binnen kook je op zo’n moment. De dag voor de voorzitter een persconferentie gaf over de zaak-Standard, zijn we met een belangrijke zakenman gaan eten. De voorzitter zou Standard eens flink aanpakken. Maar die man zei: ‘Doe dat niet.’ Hij gaf ons dezelfde raad die een voormalige premier hem had gegeven toen hij een vlammende speech had geschreven tegen iemand. Hij zei: ‘Probeer daarboven te staan.’ Anders kom je in een situatie terecht waarin iedereen op iedereen blijft reageren. Een van de moeilijke dingen bij Anderlecht is beseffen dat je je emoties onder controle moet houden, want alles wat deze club aanbelangt, wordt uitvergroot. Bij Anderlecht heeft iedereen, ook het bestuur en de spelers, een voorbeeldfunctie.”

door geert foutré

Wij bidden dat Lukaku niet verandert, maar de mensen rondom hem veranderen wel.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier