Belg, geboren in Ninove op 9 augustus 1978. 1,74 m, 77 kg. Geanalyseerd door Raoul Lambert.

R aoul Lambert: “Bij Racing Genk vond ik Wesley Sonck een formidabele speler: de ideale midvoor, wendbaar en met diepgang ook, perfect voor de Belgische competitie. Maar dan is hij om de een of andere reden naar het buitenland getrokken ( eerst naar Ajax en dan naar Borussia Mönchengladbach, nvdr), misschien wel vooral voor de centen, en toen hij een jaar of vijf later naar België terugkeerde en voor Club Brugge ging voetballen, zag ik niet meer dezelfde Wesley Sonck. Hij is geen diepe spits en ook geen hangende spits meer. Ik vind hem nu minder sterk.

“Pas op, hij maakt nog altijd gemakkelijk een doelpunt, dat bewijst hij ook nog geregeld bij de nationale ploeg. Als hij onverwachts kan inlopen is hij gevaarlijk, want zijn kopspel en zijn detente zijn goed gebleven. Maar hij beweegt veel minder, komt minder in scoringspositie en werkt ook minder voor de ploeg.

“Soms is hij te persoonlijk. Hij reclameert ook vaak tegen de scheidsrechter en als hij vervangen wordt, zie je dat het dikwijls tegen zijn goesting is. Ik vind dat ongepast. Hij is ervaren natuurlijk en iemand die commandeert, is niet slecht, maar hij babbelt een beetje te veel. Ik begrijp dat hij denkt: ik ben Sonck. Maar hij moet zelf ook zijn werk doen en dat gebeurt te weinig. Ook als de trainer hem maar twintig minuten opstelt, moet hij zoals elke andere kernspeler alles geven, zijn taak uitvoeren zoals het gevraagd is en niet uitgaan van zijn eigen wil en altijd maar temporiseren. Ik vind dat hij te veel stil staat.

“Sonck is wat meer de jongen van de grotere wedstrijden geworden. Onder meer tegen Cercle en tegen Anderlecht vond ik hem verdienstelijk. Maar doorgaans zie je dat hij zich te veel laat terugzakken en bijna altijd de bal in de voet vraagt. Dat is niet altijd goed, want er zijn al voldoende spelers in de ploeg die dat doen. Een spits moet vooraan zijn en bewegen, openingen maken voor opkomende middenvelders, verdedigers onder druk zetten en bij flankvoorzetten voor doel staan en niet op de rand van de zestien meter of er zelfs buiten.

“Het wordt er niet gemakkelijker op als je wat ouder wordt en vaker geblesseerd bent, telkens weer stilligt en moet opbouwen. Ik weet er alles van. Je waarde vermindert, dat geldt voor iedereen. Automatisch ga je je wat meer inhouden en ballen minder vaak diep en meer in de voet vragen. Je recupereert trager en kunt het niet meer allemaal zo goed opbrengen om te werken én telkens ook weer mee vooraan te zijn. Het is een pluspunt van het huidige Club Brugge dat er veel spelers voor de goal komen. Het zijn niet allemaal even goede afwerkers, maar het belangrijkste is dat ze er zijn. Veel slechter is het als ze er niet zijn, want dan is het veel te gemakkelijk voor de tegenstander.”

door christian vandenabeele

“Hij maakt nog altijd gemakkelijk een goal.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier