Op bezoek bij de familie Biglia in Mercedes, Argentinië. Waar vader Miguel nog nadrukkelijk aanwezig is en de zoon heel discreet zorgde voor nieuwe vestiaires bij zijn eerste club. ‘Lucas is ons zeker niet vergeten.’

Treinen. Ze rijden nog kriskras door Argentinië, vooral met goederen en in mindere mate met mensen, maar de trein nemen naar het binnenland wordt toch afgeraden. Niet helemaal veilig, horen we. En bovendien lang niet zo snel als hier in Europa. Komen daar nog weinig comfortabele omstandigheden bij. We zijn, zo bezweert iedereen, veel beter af met de bus.

Ei zo na was het anders. Een van de eerste plannen die Cristina Kirchner, de omstreden presidente van Argentinië, na haar verkiezing wilde realiseren, was de invoering van een tren bala, een kogeltrein naar Japans en Europees model. Eigenlijk nog een project van haar man, Nestor, haar voorganger in het Casa Rosada. De presidentiële werkplaats in hartje Buenos Aires is immers roze …

Cristina tekende in april 2008 een contract voor de uitwerking van zo’n hogesnelheidslijn tussen Buenos Aires en Rosario, maar de trein zou er nooit komen. Te veel protest van de vakbond van het vrachtvervoer, zeer machtig in dit land, en van de bevolking, die vond dat het te investeren bedrag voor de lijn veel beter het bestaande spoorwegennet ten goede kon komen. Maar zoals vaak in dit land gebeurde er niks: de tren bala kwam er niet, en de moderniseringen in het bestaande netwerk evenmin.

En dus staan we op 4 maart 2010 op een blauwe, warme zomerochtend – het is daar immers zomer als het bij ons winter is – op het busstation Retiro de Chevallier. We nemen de bus richting Mercedes, de thuisbasis van de familie Biglia. Honderd kilometer snelbus richting noordwesten, naar een plaats waar drie treinlijnen samenkomen. Argentijnse logica. De twee uur durende busrit gaat voor een groot deel over de snelweg, die onder meer langs het stadion van topklasser Velez Sarsfield loopt. Twee dagen eerder zagen we hier wat achteraf tot wedstrijd van het jaar zou worden uitgeroepen: Velez-Boca. Un empate, een gelijkspel, 4-4, met gezang, tranen, uitbarstingen van vreugde en in de slotfase een snuifje geweld als de emoties te hoog oplaaien en de barra brava onderling slaags raken. Voetbal in de Argentijnse eerste klasse laat niemand onberoerd.

Op weg naar Mercedes passeren we het stadje Luján en zijn spoorweg, of wat daarvoor moet doorgaan. Het lijkt meer op een verzameling oud ijzer. De airco in de Chevallier is plots aangenaam koel.

Estudiantes en Quilmes

Juan wacht ons op in het busstation. Hij is niet alleen een groot liefhebber van de mountainbike, maar hij werkt ook voor de lokale krant, diens internetsite en de radio. Voor de radio werkt ook Nestor, die ons even later komt oppikken. Zowel Juan als Nestor is een goeie bekende van de familie Biglia en het sportleven in Mercedes. Het zijn de ideale gidsen. Nestor rijdt met een oude Renault, bouwjaar 1991 – radiomensen worden hier niet zo ruim vergoed. Voor wie panikeert als er één alarmlichtje op het dashboard flikkert: in deze Renault branden de lichtjes allemaal voortdurend! Er blijkt ook een speciale techniek te zijn om achteraan in en uit te stappen: gelijktijdig duwen en heffen met de deur. Het duurt even voor we dat trucje onder de knie hebben.

We vertellen Juan dat we graag een inkijkje krijgen in het leven van de jonge Lucas. Dat kan. Eerste halte: Estudiantes Mercedes, de tweede club van Lucas. Het is vroeg, de bar is nog dicht. Hier zullen later op de dag de oude socio’s van het team hun kaartje komen leggen en bijbabbelen. Hier wordt ook gedanst; sportclubs in Mercedes hebben immers een sociale functie.

In de sporthal zijn jongeren aan het basketten. Juan legt me het Argentijnse schoolsysteem uit. Heel anders dan bij ons. Je hebt privéonderwijs (duur en voor de meesten onbetaalbaar) en staatsonderwijs. In het privéonderwijs is er meestal de doble escolaridad, zoals wij die kennen: zowel ’s ochtends als ’s namiddags naar school. Het publieke net werkt met halve dagen: je kan in de voormiddag of in de namiddag gaan. De rest van de tijd ben je vrij. Juan, over de baskettende jongens: “Wellicht hebben zij deze namiddag pas les.” Boven, op de eerste verdieping, staan de trofeeën, achter slot en grendel. Eentje ervan, signaleert de baskettrainer, werd nog gewonnen door Lucas Biglia.

In de stad Mercedes leven de mensen vooral van de sojateelt, zegt Juan. Er is weinig industrie, dus weinig rijkdom. Wat Mercedes met La Plata, de hoofdstad van de provincie Buenos Aires, gemeen heeft, is de straataanduiding. Niet met namen, zoals wij dat kennen, maar met cijfers.

Voor Lucas Biglia begon het voetballen bij een nog kleiner ploegje in de stad. Nestor troont ons mee naar het campo de fútbol, de jeugdvelden van Atlético Quilmes. Om daar te raken, moet hij zijn Renault door plassen en modder laveren. Ik vrees even dat hij zich vast zal rijden, maar de Renault is een tank. Het veldje heeft te lijden gehad onder de zware februaristormen, waarvan er binnen de week drie over het land zijn geraasd. Rechts staat een klein gebouwtje. Nieuwe kleedkamers, in sneeuwwit geverfd. Een schenking van een paar duizend euro van Lucas. Ze zijn er hun ster dankbaar voor.

Twee jaar voetbalde de kleine Lucas hier. Daarna haalde zijn vader hem naar Estudiantes Mercedes. Iets groter, iets rijker, dat merk je direct aan de terreinen. Hier waakt een conciërge over alles. Vlakbij ligt een aanlokkelijk openluchtzwembad. De zon staat stilaan in het zenit, het is zinderend vochtig en muggen prikken grote bulten op de blote benen.

De vader van Lucas, Miguel, was zelf ook voetballer. Middenvelder, met een neus voor goals. Een acht, eerder dan een zes. Beter bekend onder de naam Pego, vrij vertaald: de babbelaar, zegt Nestor. Een temperamentje. Was voetbaltrainer van zijn zoon, het was hier dat Nestor voor de eerste keer Lucas zag. En direct, zo getuigt hij, merkte je het verschil met de anderen. Lucas domineerde, was te goed voor dit niveau. Een paar jaar later liet Miguel hem naar de hoofdstad vertrekken, naar Argentinos Juniors. Naar de porteños. Qué?! Juan: “Zo noemen wij de inwoners van de stad Buenos Aires. Wij zijn de provincianos. De overgrote meerderheid van de ploegen in eerste klasse komen uit groot-Buenos Aires, maar de meeste spelers zijn provincialen.”

Tango y fútbol

Als we terugrijden langs de stad, stoppen we plots. Nestor groet een vrouw en vraagt of Roberto Pocho Gomez (74) thuis is. We treffen het. Roberto was de eerste trainer van Lucas. Hij neemt ons mee naar zijn tuinhuisje. Tegen de wand hangt een shirt van … Anderlecht. Gesigneerd door Lucas. Elke zomer, zegt Roberto, springt zijn gewezen poulain even binnen. Voetbal is niet de enige passie van Roberto. Twee wanden van het tuinhuisje hangen vol met foto’s en krantenknipsels over sport, de andere twee met tangofoto’s. Fútbol y tango, allebei komen ze uit de suburbios, de voorsteden. Voor Roberto liggen ze dicht bij elkaar. Hij is een emotioneel man. Vier of vijf was Lucas, zegt hij, toen hij bij hem kwam. Ze speelden toen nog fútbol salón, met één doelman, twee verdedigers, eentje in het midden en twee spitsen. Lucas kreeg al snel de centrale rol, omdat hij toch zowel vooraan als achteraan liep. En iedereen overvleugelde. “Hij speelde met jongetjes die twee jaar ouder waren en je zag het verschil niet. Zo goed was hij.”

Grasduinend in zijn herinneringen wordt het de man even te machtig. Tranen rollen uit zijn ooghoek. “Lucas was een fantastische jongen. Schitterend karakter, iemand die af en toe wat schenkt. Hij is niet zo lang bij ons gebleven, maar hij is ons zeker niet vergeten.” Zijn succes in België heeft hij helemaal verdiend, zo klinkt het.

Roberto: “Ik heb er nog gekend met talent. Jongeren die dan later in het grote niets verdwenen. Lucas hield het vol. Niet vergeten: om van hieruit hogerop te komen, moet je naar Buenos Aires. Afstand, verleidingen, … Er gaat veel talent verloren. Lucas verdient dit, na alle opofferingen die hij zich getroostte.”

Treiterij

Over de middag gaan we snel iets eten in het centrum, vlakbij de kathedraal. En daar blijkt het leven van een Mercedino niet zonder gevaar. Er staat wat wind, en plots valt uit een boom een grote vrucht, vlak naast het hoofd van een wandelaar. Die schrikt op, kijkt even om, en… raapt de brokstukken op. Hij neemt ze mee onder zijn arm en wandelt weg.

Na de middag leidt Juan me verder rond. We bezoeken de lagere school – waar Lucas van zijn zesde tot zijn dertiende doorbracht – en lopen vervolgens langs het colegio nacional, Lucas’ middelbare school.

Voor we zijn familie opzoeken, lopen we nog even langs in de straat waar het allemaal begon. Ze is onverhard en het is even zoeken naar het ouderlijk huis, nu bewoond door zijn oma. In de straat liggen steentjes, vlakbij is een pleintje. Hier speelden vroeger de zonen van Miguel en Stella: in chronologische volgorde: Cristian, Lucas, Jonathan en Blas. Er is ook nog één meisje, Karina.

Om iets voor drie bellen we aan ten huize Biglia. Fraaie woonst in een fraaie buurt, waar vader Miguel, een paar jaar terug plots overleden, nog levendig aanwezig is. In beeld, maar ook in de gedachten van de hele familie.

Stella is een waterval van woorden, ratelend snel. Emotioneel, ook langs de lijn, zegt ze. Ooit zag ze een wedstrijd van Lucas op het veld van Ferro, toen hij er met Argentinos Juniors speelde. “De kinderen zaten rond me, het was genieten. Maar zat er me daar toch iemand in de buurt, die de ene treiterij na de andere verkocht. Ongelooflijk. Op een bepaald moment had ik het niet meer, ben ik rechtgestaan en heb ik gezegd: nu gaat u zwijgen, of ik verkoop u een draai rond de oren. Het is niet omdat iemand een kaartje koopt dat die zomaar de spelers mag beledigen …”

Haar man, zegt ze, waarschuwde haar vaak voor haar temperament. Dat ze haar eens op een dag ook wat zouden aandoen. “En dat hij me in dat geval niet zou verdedigen. Ik moest maar leren zwijgen.” Op een bepaald moment kwam er zelfs een ultimatum, vanuit de begeleiding van haar zoon: Stella moest zich leren beheersen en zwijgen, of niet meer naar het veld gaan …

Maar nu is haar man er niet meer. En is het emotioneel behelpen. Cristian neemt nu de rol van vader in het gezin over. Zo goed en zo kwaad als het kan, zegt Stella. Haar stem breekt en tranen wellen op. Lucas, zegt ze, heeft nog een oudere broer om op terug te vallen als hij in de problemen zit. Maar Cristian, die moet zelf zijn plan trekken. Nestor beurt haar op: “Ze doen het goed, uw kinderen.”

Stella: “Toen ze nog jonger waren, had Miguel meer vertrouwen in de capaciteiten van Cristian dan in die van Lucas. Het is te zeggen: hij dacht dat Cristian het verder zou schoppen. Maar Lucas heeft dat tikkeltje geluk gehad, zeker …”

En als je van de duivel spreekt … Net op dat moment komt Cristian binnen. Fris gedoucht, want net gaan trainen. Hij was vorige zomer op zoek naar een ploeg in België, en testte bij Beveren. Dat werd niks. Na een paar weken in België keerde hij terug en vond hij een ploeg in Argentinië.

We hebben het over hun jeugd. Cristian weet niet waar te beginnen: “Vier broers en een zusje, dat was in ieder geval veel leven in huis.” Boca Juniors was hun ploeg. Omdat vader supporter was van Boca en dat gewoon de leukste ploeg van het land is. We hebben het over de 4-4 en de vergelijking met Europees voetbal, dat tactisch en collectief veel verder staat. Cristian over Lucas: “Hij heeft het goed gedaan, dit seizoen, iets meer naar voor. Ik vind dat beter voor hem, hij kan zo meer het spel oriënteren.”

Groot hart

Vier zonen. Hoe is dat voor een moeder?

Stella: ” Terrible. ( lacht) Ik dacht dat hun vader een voetbalploeg aan het samenstellen was. Ze volgden zo snel op elkaar … Jonathan is een tenista, ze kunnen niet allemaal voetballer worden. Karina is de psychologe van het gezin, nog een paar vakken en ze is afgestudeerd.”

Cristian: “Diagonaal tegenover het huis waar grootmoeder nu woont, is een speelpleintje. Vroeger lag dat veldje braak. Daar voetbalden we de hele dag.”

Stella: “En school, ach… Ze kregen van het colegio alle faciliteiten om hun studie met sport te combineren, maar als het er niet in zit … Lucas is nochtans intelligent genoeg. Hij heeft geen diploma door de schuld van zijn zaakwaarnemer. In de overeenkomst die wij tekenden, stond dat hij de school niet moest afmaken. Dat leek hen moeilijk te combineren met trainen en in Buenos Aires spelen. Als ouder geef je toe, omdat je zoon droomt van die carrière.”

Cristian: “Het probleem was het niveau van het lokale voetbal. Om het te maken, moesten we naar Buenos Aires. Papa kon hem niet voeren, en hij was te jong om alleen te reizen. In zijn eerste jaar hebben de mensen van Argentinos Juniors daarom een compromis gemaakt: Lucas moest alleen naar Buenos Aires komen om te spelen. Trainen deed hij hier in Mercedes, maar het tweede jaar ging dat niet meer.”

Stella: “Ze kwamen hem oppikken, het was allemaal vrij goed geregeld.”

Cristian: “Lucas had een sterke persoonlijkheid. Het kon hem allemaal niet zo veel schelen, hij was vrij snel zelfstandig.”

Stella: “Ons geluk was dat Miguel er ook wat van af wist. Veel ouders gaan snel aan het dromen. Zijn vader zei altijd: vergeet het geld, we gaan stap voor stap hogerop. Als het wat wordt, des te beter. Europa? Mooi. Maar eerst rustig hier verder werken.”

Nestor: “Ik weet nog dat Lucas al op zijn veertiende naar Parma kon, maar niet mocht van Miguel. Welke andere vader had dat geld laten passeren? Geen enkele.”

Cristian:”Ik weet niet juist meer wat de voorwaarden waren, of hoe hij er moest gaan leven. Op een internaat geloof ik. Maar papa wilde dat niet.”

En hoe is hun zoon als mens?

Cristian en Stella in koor: ” Inquieto. Bezorgd.”

Stella: “Ze hangen alle vijf erg aan elkaar. En aan hun vader.” ( het wordt haar even weer te machtig)

Cristian: “Om de anderhalve tot twee dagen hangen we aan de lijn, of spreken we mekaar via de computer.”

Stella: “Lucas belt veel, vroeger met mijn man, nu met zijn broer. Makkelijk een uur kunnen die aan de telefoon hangen. En dan mag ik ook even, heel snel, want dan kost het plots heel veel. ( lacht) Lucas is een buitengewone jongen. Als hij kan helpen … Groot hart. Net als zijn vader. Miguel zei hen dat ook altijd: vergeet niet van waar je komt. We hebben het niet heel ons leven goed gehad. Verre van. We hebben de kinderen altijd gesteund in wat ze wilden bereiken, maar het is niet makkelijk geweest. Veel mensen kijken nu naar wat we hebben, maar hebben totaal geen weet van de opofferingen die eraan vooraf gingen. Lucas heeft zich alles ontzegd, alle feestjes.”

Is Stella al in België geweest?

Stella: “Neen. Ik was wat bang om te vliegen. Nu mijn man er niet meer is, zie ik de zin er niet van in om naar ginder te reizen. Ik wacht wel tot Lucas naar hier komt.”

Iets voor vijf keren we terug naar Buenos Aires. De Chevallier vertrekt niet voor half negen, dus doen we het anders, met de volle lijnbus. Drie uur sauna, quasi gratis. Geen wonder dat iedereen opstapte met een flesje water in de hand. We nemen ons voor dat de volgende keer niet te vergeten.

door peter t’kint – beelden: gf

Lucas kon al op zijn veertiende naar Parma, maar mocht niet van papa.

Nestor

Hij speelde met jongetjes die twee jaar ouder waren en je zag het verschil niet. Zo goed was hij.

Roberto Pocho Gomez

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier