1. Wintersportweek

De Olympische Spelen van Antwerpen mag je niet vergelijken met de huidige 16 dagen van Tokio. Neen, in 1920 was het nog niet zo eenvoudig om snel even alle sporten op enkele weken af te werken. Men nam er z'n tijd voor, want de Spelen van Antwerpen duurden maar liefst 5 maanden! Ze gingen de geschiedenisboeken in als de Spelen die begonnen op 20 april en eindigden op 12 september.

Maar die datums moeten toch wat genuanceerd worden. De Spelen begonnen namelijk met een wintersportweek met kunstschaatsen en ijshockey, dat voor het eerst op de olympische agenda stond. Pas vanaf augustus was het de beurt aan de andere sporten.

De Spelen van Antwerpen werden een echt feest. In het totaal deden zo'n 2622 atleten uit 29 landen mee in 22 sporten en 156 wedstrijden. En sommigen kwamen van heel ver. De atleten van Nieuw-Zeeland, bijvoorbeeld, deden er bijna tien weken over om in Antwerpen aan te komen.

Natuurlijk waren de centrale mogendheden Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, Turkije en Bulgarije niet van de partij. Hoewel iedereen welkom was op de 'Spelen van de Vrede', werden zij niet uitgenodigd. Ook de Sovjet-Unie kwam niet opdagen. Zij zagen niet veel in het sportevent en bleven zelfs weg tot 1952.

Het IJspaleis in Antwerpen waar de wintersportweek werd gehouden, Belga Image
Het IJspaleis in Antwerpen waar de wintersportweek werd gehouden © Belga Image

2. Een openingsceremonie met primeurs

Op 14 augustus 1920 begonnen de Spelen echt met de vernieuwende openingsceremonie. Voor de gelegenheid had de Belgische koning Albert I nog eens zijn bekende opperbevelhebberskostuum uit de kleerkast gehaald, want het moest een bijzondere opening worden. Eentje die helemaal in het teken van de vrede stond, want nog geen 24 maanden eerder woedde de Groote Oorlog nog volop in de streek.

De Spelen van Antwerpen kregen een aantal primeurs die dag. De eerste was de nieuwe olympische vlag met de vijf gekleurde ringen. Pierre de Coubertin, de initiatiefnemer van de moderne Spelen, had die in 1913 bedacht voor de later afgeschafte Spelen van 1916 in Berlijn. De vlag weerspiegelt de verbondenheid tussen alle werelddelen (iedere ring staat voor een continent) en moest symbool staan voor de teruggekeerde vrede.

Coubertin kreeg echter niet genoeg van dat vredesideaal. Op de agenda stond vervolgens het loslaten van witte duiven. En tot slot werden ook voor de eerste keer deze woorden uitgesproken: 'In de naam van alle sporters beloof ik dat we deel zullen nemen aan deze Spelen met respect voor de regels, zonder drugs of doping, in de ware geest van de sportiviteit, voor de glorie van de sport en de eer van onze teams'. De olympische eed was geboren.

De olympische vlag werd voor de eerste keer gehezen in Antwerpen, Belga Image
De olympische vlag werd voor de eerste keer gehezen in Antwerpen © Belga Image

3. 'La Divine' Suzanne Lenglen

Een eerste atlete die je niet mocht missen op deze Spelen, was de Française Suzanne Lenglen. Doet die naam misschien een belletje rinkelen? Je hoort hem namelijk vaak eind mei en begin juni tijdens Roland Garros. Een van de grote stadions van het toernooi en de trofee voor de vrouwen dragen haar naam.

Ze was dan ook een van dé grote sportsterren van de jaren 1920. De tennisster was gewoonweg zo goed dat ze met de vingers in de neus naar olympisch goud stormde. Ze verloor maar vier spelletjes in tien sets.

Maar het is ook wel haar uiterlijk dat over de tongen ging. Met maatpakjes en een witte pelskraag was de miljonairsdochter geen onbesproken figuur. De ene noemde het 'schandalig', de Franse pers noemde het 'goddelijk'.

Suzanne Lenglen in haar typische maatpakje, Belga
Suzanne Lenglen in haar typische maatpakje © Belga

4. België wereldkampioen voetbal

België kende nooit zo een goede Spelen als die van 1920, daarover straks meer, maar een van dé huzarenstukjes van het Belgische team was de olympische titel voetbal. Vergelijk het met een huidig WK voetbal, want de eerste editie daarvan was pas in 1930 in Uruguay.

Die overwinning is op z'n minst een bijzondere te noemen. De Belgen deden voor de eerste keer mee aan een olympisch toernooi en wonnen meteen hun eerste wedstrijd tegen Polen... nadat de tegenstander niet kwam opdagen door de Sovjet-Poolse Oorlog. Die woedde al een jaar en zou nog doorgaan tot in 1921.

Daarna waren de Belgische voetballers vertrokken. Ze wonnen in de kwartfinale eenvoudig van Spanje met 3-1 en in de halve finale ging Nederland voor de bijl met 3-0.

In de finale was Tsjechoslowakije de tegenstander. De Tsjechoslowaken hadden nog meer indruk gemaakt dan de Belgen. In de eerste ronde wonnen ze met 7-0 van Joegoeslavië, in de kwartfinale hakten ze Noorwegen in de pan met 4-0 en in de halve finale hadden ze geen kind aan Frankrijk: 4-1.

Het beloofde dus een spannende finale te worden tussen de twee beste teams, maar al in de eerste helft stond het 2-0 voor de Belgen en was de match ook ineens echt gedaan, want in de 43e minuut stapten de Tsjechoslowaken woest het veld af. Ze waren het grondig oneens met de 65-jarige Engelse scheidsrechter. Even later bedachten ze zich wel, maar ze mochten het veld niet meer op. Tsjechoslowakije werd gediskwalificeerd en het goud was voor België.

Voetbal op de Spelen van 1920, FIFA
Voetbal op de Spelen van 1920 © FIFA

5. De oudste atleet ooit op de Spelen

Oscar Swahn, de naam zegt u waarschijnlijk absoluut niets, maar de Zweed is wel de oudste atleet ooit op de Olympische Spelen. 72 jaar was de man toen hij in Antwerpen aan de start stond van de schietwedstrijden. Zijn beste resultaat behaalde de schutter in de ploegwedstrijden: vierde bij het onderdeel 'lopend hert met enkel schot' en een zilveren medaille bij het dubbel schot-evenement.

Vier jaar later zou Swahn nog eens hebben kunnen deelnemen aan de Spelen van 1924 in Parijs. Maar de Zweedse man van ondertussen al 76 moest forfait geven omdat hij ziek was geworden. Swahn werd uiteindelijk nog 79 toen hij in 1927 stierf.

Oscar Swahn, IOC
Oscar Swahn © IOC

6. Touwtrekken en schilderen

In de Spelen van 1920 kwamen ook heel oude en vergeten sporten aan bod. Denk, bijvoorbeeld, maar aan de schietdisciplines van Oscar Swahn. Maar er waren nog genoeg andere sporten die helemaal vergeten werden.

De opmerkelijkste twee waren touwtrekken en vijf kunstcompetities. Touwtrekken werd opgevoerd tijdens de Olympische Spelen van 1900 tot 1920 en werd steeds gehouden aan het begin van de olympiade. In Antwerpen ging de competitie door tijdens de wintersportweek in april in het Olympisch stadion.

De Belgen leken er nooit echt meester in te zijn, maar in 1920 was het aanwezig als een van de vijf deelnemende landen. En de Belgen wonnen brons, na het zilver van Nederland en gouden medaillewinnaars het Verenigd Koninkrijk.

En ook kunstcompetities waren aanwezig op de Spelen van 1920 en werden ingedeeld in vijf categorieën: architectuur, literatuur, muziek, schilderkunst en sculptuur. Het was een vast onderdeel van de Spelen van 1912 tot 1948, maar kwam in diskrediet omdat er te veel amateurs aan zouden meedoen. Sindsdien is er aan iedere olympiade ook een kunstfestival verbonden.

En ook in deze categorie deden de Belgen goed mee. In totaal wonnen ze tweemaal goud (muziek en sculptuur), eenmaal zilver (sculptuur) en driemaal brons (literatuur, schilderkunst en sculptuur).

Touwtrekken op de openingsdag van de Olympische Spelen, Belga
Touwtrekken op de openingsdag van de Olympische Spelen © Belga

7. De 'Vliegende Finnen'

De Spelen van Antwerpen betekenden het begin van het tijdperk van de 'Vliegende Finnen'. In de jaren 1920 waren de Finnen namelijk een geduchte concurrent voor het Amerikaanse team in de atletiek.

De bekendste van die atleten was Paavo Nurmi, een middellange en langeafstandsrenner die in zijn hele carrière tienmaal goud veroverde op de Spelen. Ook op die van Antwerpen was Nurmi een ster. Hij won drie keer goud (10.000 meter en de individuele en team cross country). Maar zijn hoogtepunt kwam in 1924 toen hij aan de haal ging met vijf gouden medailles.

Nurmi was gekend voor zijn typische loopstijl. Hij liep als een mechanische man met een rechte rug en steeds aan hetzelfde tempo. Opvallend was ook zijn attribuut: een stopwatch in zijn handen zodat hij zichzelf kon chronometreren. In totaal liep Nurmi ook 22 wereldrecords, een record voor één atleet tot op heden.

Paavo Nurmi, de eerste 'Vliegende Fin', Runners World
Paavo Nurmi, de eerste 'Vliegende Fin' © Runners World

8. Enkel wereldrecords in het zwemmen

Andere records kwamen ook op de tabellen in het olympisch zwembad in Antwerpen. Daar won de Amerikaanse Ethelda Bleibtrey alle drie de onderdelen in het vrouwenzwemmen. Sterker nog, ze won iedere wedstrijd (van de kwalificaties tot in de finale) met een wereldrecord!

Een andere opvallende figuur was de Hawaiiaan Duke Kahanamoku, die het mannenzwemmen dan weer domineerde. Hij bevestigde zijn status van beste zwemmer ter wereld nadat hij in 1912 ook al verschillende gouden medailles wist binnen te rijven.

Opvallend detail over de man: later reisde Kahanamoku de wereld rond om het surfen te promoten en raakte zo bekend als de 'grondlegger van het moderne surfen'.

Ethelda Bleibtrey (l), GETTY
Ethelda Bleibtrey (l) © GETTY

9. Vlaanderen Vakantieland

De Spelen van Antwerpen kan je ook wel de Spelen van Vlaanderen noemen. Natuurlijk was Antwerpen het epicentrum met onder meer het Olympisch Stadion waar het merendeel van de sporten doorging, maar voor een aantal disciplines moest je elders zijn.

Dat was bijvoorbeeld zo voor voetbal, dat vaak moest uitwijken naar het Gentse Ottenstadion of naar het stadion van Union in Brussel. Voor het schermen moest je in het Brusselse Egmontpaleis zijn en voor zeilen en andere watersporten was Oostende the place to be.

En zelfs Amsterdam was een van de 'gaststeden'. Dat was voor het zeilen met een 12-voeter. Maar heel vreemd was die keuze niet, aangezien de Nederlanders de enige deelnemers waren...

De poster die de 7e Olympiade in Antwerpen aankondigde, BOIC
De poster die de 7e Olympiade in Antwerpen aankondigde © BOIC

10. Belgische medailleregen

Zoals eerder gezegd deden de Belgen het nooit zo goed op de Olympische Spelen. Zelfs na de Tweede Wereldoorlog kwamen de Belgische prestaties niet in de buurt van die van 1920. Toen won de Belgische delegatie namelijk 36 medailles.

Het thuisvoordeel is onweerlegbaar, maar ook de dominantie in het boogschieten. Van de 14 gouden medailles behaalden de Belgen er 8 in die discipline. Verder kwamen er ook twee gouden medailles uit de paardensport en waren de Belgen ook de beste in het gewichtheffen, zeilen, voetbal en op de piste met goud voor Henry George, die de beste was in de 50km baanwedstrijd.

De Olympische Spelen van Antwerpen mag je niet vergelijken met de huidige 16 dagen van Tokio. Neen, in 1920 was het nog niet zo eenvoudig om snel even alle sporten op enkele weken af te werken. Men nam er z'n tijd voor, want de Spelen van Antwerpen duurden maar liefst 5 maanden! Ze gingen de geschiedenisboeken in als de Spelen die begonnen op 20 april en eindigden op 12 september.Maar die datums moeten toch wat genuanceerd worden. De Spelen begonnen namelijk met een wintersportweek met kunstschaatsen en ijshockey, dat voor het eerst op de olympische agenda stond. Pas vanaf augustus was het de beurt aan de andere sporten.De Spelen van Antwerpen werden een echt feest. In het totaal deden zo'n 2622 atleten uit 29 landen mee in 22 sporten en 156 wedstrijden. En sommigen kwamen van heel ver. De atleten van Nieuw-Zeeland, bijvoorbeeld, deden er bijna tien weken over om in Antwerpen aan te komen.Natuurlijk waren de centrale mogendheden Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, Turkije en Bulgarije niet van de partij. Hoewel iedereen welkom was op de 'Spelen van de Vrede', werden zij niet uitgenodigd. Ook de Sovjet-Unie kwam niet opdagen. Zij zagen niet veel in het sportevent en bleven zelfs weg tot 1952.Op 14 augustus 1920 begonnen de Spelen echt met de vernieuwende openingsceremonie. Voor de gelegenheid had de Belgische koning Albert I nog eens zijn bekende opperbevelhebberskostuum uit de kleerkast gehaald, want het moest een bijzondere opening worden. Eentje die helemaal in het teken van de vrede stond, want nog geen 24 maanden eerder woedde de Groote Oorlog nog volop in de streek.De Spelen van Antwerpen kregen een aantal primeurs die dag. De eerste was de nieuwe olympische vlag met de vijf gekleurde ringen. Pierre de Coubertin, de initiatiefnemer van de moderne Spelen, had die in 1913 bedacht voor de later afgeschafte Spelen van 1916 in Berlijn. De vlag weerspiegelt de verbondenheid tussen alle werelddelen (iedere ring staat voor een continent) en moest symbool staan voor de teruggekeerde vrede.Coubertin kreeg echter niet genoeg van dat vredesideaal. Op de agenda stond vervolgens het loslaten van witte duiven. En tot slot werden ook voor de eerste keer deze woorden uitgesproken: 'In de naam van alle sporters beloof ik dat we deel zullen nemen aan deze Spelen met respect voor de regels, zonder drugs of doping, in de ware geest van de sportiviteit, voor de glorie van de sport en de eer van onze teams'. De olympische eed was geboren.Een eerste atlete die je niet mocht missen op deze Spelen, was de Française Suzanne Lenglen. Doet die naam misschien een belletje rinkelen? Je hoort hem namelijk vaak eind mei en begin juni tijdens Roland Garros. Een van de grote stadions van het toernooi en de trofee voor de vrouwen dragen haar naam. Ze was dan ook een van dé grote sportsterren van de jaren 1920. De tennisster was gewoonweg zo goed dat ze met de vingers in de neus naar olympisch goud stormde. Ze verloor maar vier spelletjes in tien sets.Maar het is ook wel haar uiterlijk dat over de tongen ging. Met maatpakjes en een witte pelskraag was de miljonairsdochter geen onbesproken figuur. De ene noemde het 'schandalig', de Franse pers noemde het 'goddelijk'.België kende nooit zo een goede Spelen als die van 1920, daarover straks meer, maar een van dé huzarenstukjes van het Belgische team was de olympische titel voetbal. Vergelijk het met een huidig WK voetbal, want de eerste editie daarvan was pas in 1930 in Uruguay.Die overwinning is op z'n minst een bijzondere te noemen. De Belgen deden voor de eerste keer mee aan een olympisch toernooi en wonnen meteen hun eerste wedstrijd tegen Polen... nadat de tegenstander niet kwam opdagen door de Sovjet-Poolse Oorlog. Die woedde al een jaar en zou nog doorgaan tot in 1921.Daarna waren de Belgische voetballers vertrokken. Ze wonnen in de kwartfinale eenvoudig van Spanje met 3-1 en in de halve finale ging Nederland voor de bijl met 3-0.In de finale was Tsjechoslowakije de tegenstander. De Tsjechoslowaken hadden nog meer indruk gemaakt dan de Belgen. In de eerste ronde wonnen ze met 7-0 van Joegoeslavië, in de kwartfinale hakten ze Noorwegen in de pan met 4-0 en in de halve finale hadden ze geen kind aan Frankrijk: 4-1.Het beloofde dus een spannende finale te worden tussen de twee beste teams, maar al in de eerste helft stond het 2-0 voor de Belgen en was de match ook ineens echt gedaan, want in de 43e minuut stapten de Tsjechoslowaken woest het veld af. Ze waren het grondig oneens met de 65-jarige Engelse scheidsrechter. Even later bedachten ze zich wel, maar ze mochten het veld niet meer op. Tsjechoslowakije werd gediskwalificeerd en het goud was voor België.Oscar Swahn, de naam zegt u waarschijnlijk absoluut niets, maar de Zweed is wel de oudste atleet ooit op de Olympische Spelen. 72 jaar was de man toen hij in Antwerpen aan de start stond van de schietwedstrijden. Zijn beste resultaat behaalde de schutter in de ploegwedstrijden: vierde bij het onderdeel 'lopend hert met enkel schot' en een zilveren medaille bij het dubbel schot-evenement.Vier jaar later zou Swahn nog eens hebben kunnen deelnemen aan de Spelen van 1924 in Parijs. Maar de Zweedse man van ondertussen al 76 moest forfait geven omdat hij ziek was geworden. Swahn werd uiteindelijk nog 79 toen hij in 1927 stierf.In de Spelen van 1920 kwamen ook heel oude en vergeten sporten aan bod. Denk, bijvoorbeeld, maar aan de schietdisciplines van Oscar Swahn. Maar er waren nog genoeg andere sporten die helemaal vergeten werden.De opmerkelijkste twee waren touwtrekken en vijf kunstcompetities. Touwtrekken werd opgevoerd tijdens de Olympische Spelen van 1900 tot 1920 en werd steeds gehouden aan het begin van de olympiade. In Antwerpen ging de competitie door tijdens de wintersportweek in april in het Olympisch stadion.De Belgen leken er nooit echt meester in te zijn, maar in 1920 was het aanwezig als een van de vijf deelnemende landen. En de Belgen wonnen brons, na het zilver van Nederland en gouden medaillewinnaars het Verenigd Koninkrijk.En ook kunstcompetities waren aanwezig op de Spelen van 1920 en werden ingedeeld in vijf categorieën: architectuur, literatuur, muziek, schilderkunst en sculptuur. Het was een vast onderdeel van de Spelen van 1912 tot 1948, maar kwam in diskrediet omdat er te veel amateurs aan zouden meedoen. Sindsdien is er aan iedere olympiade ook een kunstfestival verbonden.En ook in deze categorie deden de Belgen goed mee. In totaal wonnen ze tweemaal goud (muziek en sculptuur), eenmaal zilver (sculptuur) en driemaal brons (literatuur, schilderkunst en sculptuur).De Spelen van Antwerpen betekenden het begin van het tijdperk van de 'Vliegende Finnen'. In de jaren 1920 waren de Finnen namelijk een geduchte concurrent voor het Amerikaanse team in de atletiek. De bekendste van die atleten was Paavo Nurmi, een middellange en langeafstandsrenner die in zijn hele carrière tienmaal goud veroverde op de Spelen. Ook op die van Antwerpen was Nurmi een ster. Hij won drie keer goud (10.000 meter en de individuele en team cross country). Maar zijn hoogtepunt kwam in 1924 toen hij aan de haal ging met vijf gouden medailles.Nurmi was gekend voor zijn typische loopstijl. Hij liep als een mechanische man met een rechte rug en steeds aan hetzelfde tempo. Opvallend was ook zijn attribuut: een stopwatch in zijn handen zodat hij zichzelf kon chronometreren. In totaal liep Nurmi ook 22 wereldrecords, een record voor één atleet tot op heden.Andere records kwamen ook op de tabellen in het olympisch zwembad in Antwerpen. Daar won de Amerikaanse Ethelda Bleibtrey alle drie de onderdelen in het vrouwenzwemmen. Sterker nog, ze won iedere wedstrijd (van de kwalificaties tot in de finale) met een wereldrecord!Een andere opvallende figuur was de Hawaiiaan Duke Kahanamoku, die het mannenzwemmen dan weer domineerde. Hij bevestigde zijn status van beste zwemmer ter wereld nadat hij in 1912 ook al verschillende gouden medailles wist binnen te rijven.Opvallend detail over de man: later reisde Kahanamoku de wereld rond om het surfen te promoten en raakte zo bekend als de 'grondlegger van het moderne surfen'.De Spelen van Antwerpen kan je ook wel de Spelen van Vlaanderen noemen. Natuurlijk was Antwerpen het epicentrum met onder meer het Olympisch Stadion waar het merendeel van de sporten doorging, maar voor een aantal disciplines moest je elders zijn.Dat was bijvoorbeeld zo voor voetbal, dat vaak moest uitwijken naar het Gentse Ottenstadion of naar het stadion van Union in Brussel. Voor het schermen moest je in het Brusselse Egmontpaleis zijn en voor zeilen en andere watersporten was Oostende the place to be.En zelfs Amsterdam was een van de 'gaststeden'. Dat was voor het zeilen met een 12-voeter. Maar heel vreemd was die keuze niet, aangezien de Nederlanders de enige deelnemers waren...Zoals eerder gezegd deden de Belgen het nooit zo goed op de Olympische Spelen. Zelfs na de Tweede Wereldoorlog kwamen de Belgische prestaties niet in de buurt van die van 1920. Toen won de Belgische delegatie namelijk 36 medailles.Het thuisvoordeel is onweerlegbaar, maar ook de dominantie in het boogschieten. Van de 14 gouden medailles behaalden de Belgen er 8 in die discipline. Verder kwamen er ook twee gouden medailles uit de paardensport en waren de Belgen ook de beste in het gewichtheffen, zeilen, voetbal en op de piste met goud voor Henry George, die de beste was in de 50km baanwedstrijd.