Amerika kwam als grote overwinnaar uit de Eerste Wereldoorlog en voelde een drang om die macht overal te laten zien. En waar kan je dat beter doen dan in de sport?

De Olympische Spelen van Antwerpen in 1920 waren daarvoor ideaal volgens het Amerikaans Olympisch Comité (AOC). Alleen, ze hadden sporters en wel wat geld nodig om een maand in België te verblijven. Bovendien raakte pas in december 2019 bekend dat de Spelen effectief gingen doorgaan. Er was dus bijzonder weinig tijd.

Wat was er nodig? 200.000 dollar - peanuts in deze tijden, maar destijds een heel bedrag - en een paar goeie schepen. Alleen, het geld was er niet en alle grote private schepen waren al volgeboekt tot voorbij de zomer.

Nu zou Team USA gewoonweg zijn eigen vliegtuigen hebben, maar honderd jaar geleden niet. We spreken hier van een tijd waarin het menselijk leed zo'n enorme omvang heeft, met een grote economische crisis, dat sport helemaal geen prioriteit was, voor niemand.

Proces voor militaire schepen

In maart, een maand voor de wintersportweek in Antwerpen, belegde het AOC een crisisvergadering, want er was nog steeds geen geld, laat staan schepen, gevonden. Ene kolonel Thompson schonk op de vergadering wel 5000 dollar, maar dat was het dan.

Verder werd de piste van militaire schepen afgegaan. Die voeren continu heen en weer naar Antwerpen. Er was zelfs een afdeling van het leger, het United States Army of Occupation on the Rhine River, met hoofdkwartier in Antwerpen dat geregeld met praktisch lege schepen de Atlantische Oceaan overstak. Die konden dan ook wel wat atleten meenemen. Maar neen, burgers mochten niet op transportvoertuigen van de Amerikaanse defensie.

Het AOC liet het daar echter niet bij en probeerde via het gerecht de wet aan te passen. Het werd een heel proces tot in juni - de wintersportweek ging dus door zonder het grootste sportland ter wereld! - maar uiteindelijk lukte het dan toch. Er werd zelfs het beste en snelste schip van heel de vloot geregeld, de Frederick, en de atleten mochten eersteklas reizen. Maar de avond voor de tocht bleek de Frederick niet meer zeewaardig en dus moest er in allerijl een nieuw schip gevonden worden.

Het bleek het begin van een heuse nachtmerrie, want ineens bleek er geen enkele boot meer vrij te zijn. Het enige dat nog over was, was de Princess Matoika, maar die was nog onderweg naar New York, zou pas een week later aankomen en was traag en verouderd. Ondertussen begon de tijd te dringen, want we waren al midden juli en de rest van de Spelen ging midden augustus beginnen.

De Princess Matoika was een last minute alternatief voor de veel betere Frederick, Belga Image
De Princess Matoika was een last minute alternatief voor de veel betere Frederick © Belga Image

Een roestige bak

De Princess Matoika bleek uiteindelijk nog erger te zijn dan aanvankelijk gedacht. Het schip was dag en nacht verschil met de Frederick, zoals de vertegenwoordiger van het AOC, Daniel J. Ferris, liet optekenen.

'Ze gaven ons een roestige, verschrikkelijke boot. Toen we aan boord gingen, moesten er eerst nog 1800 oorlogsdoden uit Europa aan wal gebracht worden. En toen we eindelijk het schip konden betreden, werden we uitgewuifd door de lijkkisten van de militairen op de dokken. Dat was al geen leuk begin van de reis.'

En het werd nog erger volgens Ferris: 'De mannen moesten in het ruim blijven, maar de geur van formaldehyde (een gas dat vrijkomt wanneer bouwmaterialen nat worden door lekkage, nvdr) was niet te harden. En in die stank moesten we dan slapen in stapelbedden die vasthingen met kettingen en overal liepen er ratten rond. Het was gewoonweg een zwart gat voor de atleten. Maar we moesten de boot aannemen, omdat er geen geld was. Er was gewoonweg geen geld...'

Nochtans deden de grote mannen van het AOC alsof hun neus bloedde. Voorzitter Gustavus Kirby liet in de pers uitschijnen dat het schip in perfecte conditie was. En als sommigen dan toch wilden klagen, dan moesten ze maar beseffen wat een luxe het eigenlijk wel niet was om naar de Spelen te mogen gaan.

De 'muiterij van de Matoika'

De reis duurde twee weken, van 26 juli tot 8 augustus, en was verschrikkelijk voor de atleten. Omdat de kapitein ijs vreesde onderweg, maakte hij nog een grote omweg via de zuidelijke Atlantische Oceaan, waardoor de bemanning door mist en hevige regen moest. Bovendien konden de atleten ook nauwelijks trainen onderweg. Sommigen konden wel hun conditie een beetje op niveau houden. De boksers en worstelaars kregen wat plaats op het dek, de sprinters konden zo nu en dan wat meters lopen en de zwemmers hadden zelfs een klein eigen zwembad.

Maar trainen op een schip is niet dat. Veel atleten blesseerden zich, werden zeeziek of tuimelden zelfs overboord tijdens een oefening. Een van de atleten liet later optekenen 'nooit meer afstand te zullen nemen van het vasteland'.

De reis werd er niet beter op. Met atleten die verzorgd moesten worden, een stinkend ruim en slecht eten raakte het geduld snel op. De atleten kwamen in staking en de 'muiterij van de Matoika' was een feit. Tweehonderd van hen tekenden een petitie tegen het AOC om betere omstandigheden te eisen op het schip en in Antwerpen zelf. Anders zouden ze gewoon terugkeren.

Het was een giftige situatie of zoals The Los Angeles Times het toen omschreef: 'De grote crisis was niet het mosterdgas van de Oorlog, maar de tocht naar de nieuwe Olympische Spelen'.

Het olympisch zwembad in Antwerpen was volgens de Amerikanen niet veel beter dan Matoika, het stonk en was ijskoud., GETTY
Het olympisch zwembad in Antwerpen was volgens de Amerikanen niet veel beter dan Matoika, het stonk en was ijskoud. © GETTY

Antwerpen niet veel beter

Op 8 augustus landden de atleten uiteindelijk vol hoop in Antwerpen. Maar ook daar waren er problemen. De accommodatie was nog net niet klaar en dus moesten de atleten nog één nacht op het vuile schip overnachten. De volgende dag mochten ze wel hun intrek nemen: de vrouwen gingen naar een goed verzorgd klooster, de mannen mochten verblijven in een schooltje in de buurt van Antwerpen.

Maar iedereen moest er slapen in de grote zaal, op harde (kinder)bedden met harde kussens - kogelslingeraar Pat Ryan kloeg dat iedereen bloemkooloren zou krijgen van de kussens - en er was geen warm water in de douches. Het leek alsof de Spelen vervloekt waren voor de Amerikanen.

Maar openlijk kritiek geven op de Spelen, dat was not done. Deed je dat, dan kon je uitgesloten worden van competitie. En nog voor de Spelen werd zelfs iemand naar huis gestuurd door de organisatie. Dan Ahearn, de drievoudige wereldkampioen verspringen, was een avond naar een hotel geweest, terwijl hij in het schooltje moest slapen. Het bracht het AOC en Belgisch Olympisch Comité (BOC) in een lastig parket, want wederom gingen de atleten in staking. Uiteindelijk kwam er zoveel druk dat het BOC Ahearn terugriep, als hij zijn excuses aanbood.

Je zou haast denken dat door al die tegenslagen het Amerikaanse team niet veel zou voorstellen op de Spelen, maar niets was minder waar. De Amerikaanse atleten domineerden de Spelen en gingen met 95 medailles, waarvan 41 keer goud, naar huis. Uiteindelijk konden een dramatische tocht en slechte accommodatie de suprematie van Team USA niet stuiten.

Amerika kwam als grote overwinnaar uit de Eerste Wereldoorlog en voelde een drang om die macht overal te laten zien. En waar kan je dat beter doen dan in de sport? De Olympische Spelen van Antwerpen in 1920 waren daarvoor ideaal volgens het Amerikaans Olympisch Comité (AOC). Alleen, ze hadden sporters en wel wat geld nodig om een maand in België te verblijven. Bovendien raakte pas in december 2019 bekend dat de Spelen effectief gingen doorgaan. Er was dus bijzonder weinig tijd.Wat was er nodig? 200.000 dollar - peanuts in deze tijden, maar destijds een heel bedrag - en een paar goeie schepen. Alleen, het geld was er niet en alle grote private schepen waren al volgeboekt tot voorbij de zomer. Nu zou Team USA gewoonweg zijn eigen vliegtuigen hebben, maar honderd jaar geleden niet. We spreken hier van een tijd waarin het menselijk leed zo'n enorme omvang heeft, met een grote economische crisis, dat sport helemaal geen prioriteit was, voor niemand.In maart, een maand voor de wintersportweek in Antwerpen, belegde het AOC een crisisvergadering, want er was nog steeds geen geld, laat staan schepen, gevonden. Ene kolonel Thompson schonk op de vergadering wel 5000 dollar, maar dat was het dan. Verder werd de piste van militaire schepen afgegaan. Die voeren continu heen en weer naar Antwerpen. Er was zelfs een afdeling van het leger, het United States Army of Occupation on the Rhine River, met hoofdkwartier in Antwerpen dat geregeld met praktisch lege schepen de Atlantische Oceaan overstak. Die konden dan ook wel wat atleten meenemen. Maar neen, burgers mochten niet op transportvoertuigen van de Amerikaanse defensie.Het AOC liet het daar echter niet bij en probeerde via het gerecht de wet aan te passen. Het werd een heel proces tot in juni - de wintersportweek ging dus door zonder het grootste sportland ter wereld! - maar uiteindelijk lukte het dan toch. Er werd zelfs het beste en snelste schip van heel de vloot geregeld, de Frederick, en de atleten mochten eersteklas reizen. Maar de avond voor de tocht bleek de Frederick niet meer zeewaardig en dus moest er in allerijl een nieuw schip gevonden worden.Het bleek het begin van een heuse nachtmerrie, want ineens bleek er geen enkele boot meer vrij te zijn. Het enige dat nog over was, was de Princess Matoika, maar die was nog onderweg naar New York, zou pas een week later aankomen en was traag en verouderd. Ondertussen begon de tijd te dringen, want we waren al midden juli en de rest van de Spelen ging midden augustus beginnen.De Princess Matoika bleek uiteindelijk nog erger te zijn dan aanvankelijk gedacht. Het schip was dag en nacht verschil met de Frederick, zoals de vertegenwoordiger van het AOC, Daniel J. Ferris, liet optekenen.'Ze gaven ons een roestige, verschrikkelijke boot. Toen we aan boord gingen, moesten er eerst nog 1800 oorlogsdoden uit Europa aan wal gebracht worden. En toen we eindelijk het schip konden betreden, werden we uitgewuifd door de lijkkisten van de militairen op de dokken. Dat was al geen leuk begin van de reis.'En het werd nog erger volgens Ferris: 'De mannen moesten in het ruim blijven, maar de geur van formaldehyde (een gas dat vrijkomt wanneer bouwmaterialen nat worden door lekkage, nvdr) was niet te harden. En in die stank moesten we dan slapen in stapelbedden die vasthingen met kettingen en overal liepen er ratten rond. Het was gewoonweg een zwart gat voor de atleten. Maar we moesten de boot aannemen, omdat er geen geld was. Er was gewoonweg geen geld...'Nochtans deden de grote mannen van het AOC alsof hun neus bloedde. Voorzitter Gustavus Kirby liet in de pers uitschijnen dat het schip in perfecte conditie was. En als sommigen dan toch wilden klagen, dan moesten ze maar beseffen wat een luxe het eigenlijk wel niet was om naar de Spelen te mogen gaan.De reis duurde twee weken, van 26 juli tot 8 augustus, en was verschrikkelijk voor de atleten. Omdat de kapitein ijs vreesde onderweg, maakte hij nog een grote omweg via de zuidelijke Atlantische Oceaan, waardoor de bemanning door mist en hevige regen moest. Bovendien konden de atleten ook nauwelijks trainen onderweg. Sommigen konden wel hun conditie een beetje op niveau houden. De boksers en worstelaars kregen wat plaats op het dek, de sprinters konden zo nu en dan wat meters lopen en de zwemmers hadden zelfs een klein eigen zwembad.Maar trainen op een schip is niet dat. Veel atleten blesseerden zich, werden zeeziek of tuimelden zelfs overboord tijdens een oefening. Een van de atleten liet later optekenen 'nooit meer afstand te zullen nemen van het vasteland'.De reis werd er niet beter op. Met atleten die verzorgd moesten worden, een stinkend ruim en slecht eten raakte het geduld snel op. De atleten kwamen in staking en de 'muiterij van de Matoika' was een feit. Tweehonderd van hen tekenden een petitie tegen het AOC om betere omstandigheden te eisen op het schip en in Antwerpen zelf. Anders zouden ze gewoon terugkeren. Het was een giftige situatie of zoals The Los Angeles Times het toen omschreef: 'De grote crisis was niet het mosterdgas van de Oorlog, maar de tocht naar de nieuwe Olympische Spelen'.Op 8 augustus landden de atleten uiteindelijk vol hoop in Antwerpen. Maar ook daar waren er problemen. De accommodatie was nog net niet klaar en dus moesten de atleten nog één nacht op het vuile schip overnachten. De volgende dag mochten ze wel hun intrek nemen: de vrouwen gingen naar een goed verzorgd klooster, de mannen mochten verblijven in een schooltje in de buurt van Antwerpen. Maar iedereen moest er slapen in de grote zaal, op harde (kinder)bedden met harde kussens - kogelslingeraar Pat Ryan kloeg dat iedereen bloemkooloren zou krijgen van de kussens - en er was geen warm water in de douches. Het leek alsof de Spelen vervloekt waren voor de Amerikanen.Maar openlijk kritiek geven op de Spelen, dat was not done. Deed je dat, dan kon je uitgesloten worden van competitie. En nog voor de Spelen werd zelfs iemand naar huis gestuurd door de organisatie. Dan Ahearn, de drievoudige wereldkampioen verspringen, was een avond naar een hotel geweest, terwijl hij in het schooltje moest slapen. Het bracht het AOC en Belgisch Olympisch Comité (BOC) in een lastig parket, want wederom gingen de atleten in staking. Uiteindelijk kwam er zoveel druk dat het BOC Ahearn terugriep, als hij zijn excuses aanbood.Je zou haast denken dat door al die tegenslagen het Amerikaanse team niet veel zou voorstellen op de Spelen, maar niets was minder waar. De Amerikaanse atleten domineerden de Spelen en gingen met 95 medailles, waarvan 41 keer goud, naar huis. Uiteindelijk konden een dramatische tocht en slechte accommodatie de suprematie van Team USA niet stuiten.