De Verenigde Staten is en was altijd al de grootste atletieknatie in de wereld geweest. Maar in 1920, op de Spelen van Antwerpen, werd het toch eventjes warm onder de voeten van Team USA. Een heel team vol talentvolle Finse atleten wou de VS van de troon stoten. En Paavo Nurmi leidde die talentvolle generatie, die de Flying Finns werden genoemd. Maar eigenlijk was er maar één Flying Finn en dat was Nurmi.

Schitteren in legerdienst

Paavo Nurmi werd geboren in een gezin met vijf kinderen in het Finse Turku. Welgesteld was de familie niet en toen vader Nurmi in 1910 stierf (de jonge Paavo was nog maar 13 jaar) werd het een strijd om te overleven.

Paavo, de oudste van de kinderen, had een echte wiskundeknobbel, maar kon door de situatie niet meer verder studeren en moest gaan werken als loopjongen in een bakkerij.

Lopen is altijd al de passie geweest van Nurmi. Met zijn vrienden liep hij soms meerdere keren per dag zes kilometer naar een meer om te gaan zwemmen en in 1912 sloeg de vonk over. Hannes Kolehmainen werd dat jaar dé grote held van Finland. Op de Spelen van Stockholm behaalde hij driemaal goud en zette hij het Scandinavische land eindelijk op de kaart.

Door zijn prestaties inspireerde hij een hele generatie Finnen die de jaren 1920 zouden domineren, met ook Paavo Nurmi, die twee dagen na de prestaties van Kolehmainen z'n eerste sneakers kocht en ging trainen om in diens voetsporen te treden.

Toen Nurmi enkele jaren later in legerdienst trad, verblufte hij daar iedereen met zijn loopvermogen. Waar de meeste van zijn leeftijdsgenoten moesten wandelen tijdens de proeven, liep hij hen vrolijk voorbij met enkele kilo's op zijn rug.

Hij was zo goed dat de officier van het kamp hem enkele dagen vrijgaf om te kunnen trainen. En dat wierp z'n vruchten af, want in de kazerne liep hij al het ene Finse record na het andere.

Doorbraak in Antwerpen

In 1920 mocht Paavo Nurmi mee met het Finse atletiekteam om zijn eerste internationale wedstrijden af te werken. Plankenkoorts had hij niet, want op drie dagen tijd liep Nurmi naar drie gouden en een zilveren medaille.

Goud veroverde hij op de 10.000 meter, zijn favoriete discipline, en de cross-country individueel en in team. Op de 5000 meter moest hij enkel de Fransman Joseph Guillemot voor laten.

Het moet een apart gezicht zijn geweest om Paavo Nurmi bezig te zien op de Spelen van 1920. Tijdens de wedstrijden liep de 'Flying Finn' namelijk met een chronometer in z'n hand om zijn eigen inspanningen beter te kunnen indelen. Zo kon hij ook aan een strak tempo blijven lopen en perfect weten hoe zijn race verliep.

Later vertelde hij daarover dat 'als je tegen de tijd loopt, je niet hoeft te sprinten'. Soms moest het wel geleken hebben alsof Nurmi meer geïnteresseerd was in de chronometer dan in zijn tegenstanders.

Bovendien leek het alsof Nurmi helemaal geen zin had in lopen. Er kon nauwelijks een glimlach af bij een van z'n drie gouden medailles en na de race was hij ook heel snel weer weg.

Na de Spelen ging Nurmi gewoon door op zijn elan. In 1923 zette hij zelfs een prestatie neer die nog nooit behaald was en daarna ook nog nooit werd geëvenaard: hij had het wereldrecord op de kilometer, 5.000m en 10.000m op hetzelfde moment op zijn naam staan. Het waren uiteindelijk 3 van zijn in totaal 22 wereldrecords.

Onsterfelijk in Parijs

Driemaal goud en eenmaal zilver behalen op je eerste Spelen, dat is al uitzonderlijk. Toch lukte het Nurmi om op de Spelen van Parijs in 1924 nóg beter te doen. Hij won namelijk vijf keer goud, op de 1500 meter, 5000 meter, 3000 meter in team en twee crosscountry evenementen. Opvallend: hij won goud op de 1500 en 5000 meter in twee uur tijd. Hij werd daarmee de eerste atleet ooit die vijf gouden medailles wist te winnen op 1 editie van de Olympische Spelen.

Jammer genoeg kon Nurmi zijn olympische titel in de 10.000 meter niet verdedigen. De Finse atletiekbond had hem namelijk verboden mee te doen, omdat de 'Flying Finn' te ziek zou zijn geweest.

Nurmi was furieus en maakte in Finland een statement: hij liep een wereldrecord op de 10.000 meter. Het oude stond er al 13 jaar.

En Nurmi ging maar door. Op de Spelen van 1928 in Amsterdam ging hij naar huis met een gouden medaille en twee zilveren. Hij werd dé atletieknaam van het moment en werd ook overal uitgenodigd. Zelfs in de Verenigde Staten, waar hij vooral bekeken werd als de man die de Amerikanen goud had afgesnoept.

Nog een laatste keer in Los Angeles

De Flying Finn wou in 1932 nog een laatste keer schitteren. Op zijn 35e was goud op de marathon zijn grote doel geworden. Een mooi afscheid zou dat zijn, net zoals zijn grote idool Kolehmainen hem al voordeed op zijn laatste Spelen in Antwerpen.

Maar hij mocht niet meedoen. Reden was dat de organisatie hem verdacht van 'professionalisme'. In een atletiekwereld met enkel amateurs waren professionals namelijk verboden, want sporten deed je uit vrije wil, niet om betaald te worden.

Het gerucht was niet onterecht, want het IAAF (de internationale atletiekbond) had hem een contract als professional aangeboden, maar dat werd nooit bewezen. De schorsing die inging vanaf 1932 werd uiteindelijk definitief in 1934. Nurmi moest noodgedwongen stoppen, met 9 gouden medailles en 22 wereldrecords.

Uiteindelijk werd hij toch op handen gedragen door de atletiekwereld. Hij had de sport drastisch veranderd met zijn analytische aanpak en vernieuwende loopstijl. Bovendien had hij van de loopnummers eindelijk volwaardige olympische disciplines gemaakt waar veel volk naar kwam kijken. De tijden van loopnummers als noodzakelijk kwaad waren achter de rug.

In 2012, 39 jaar na zijn overlijden, werd Nurmi ook geëerd door het IAAF met een plaats in de net opgerichte Hall of Fame, als een van de eerste twaalf atleten. Nurmi wordt ook nog altijd beschouwd als een van de grootste olympiërs aller tijden en de mensen in Antwerpen mochten zijn doorbraak vanop de eerste rij meemaken.

De Verenigde Staten is en was altijd al de grootste atletieknatie in de wereld geweest. Maar in 1920, op de Spelen van Antwerpen, werd het toch eventjes warm onder de voeten van Team USA. Een heel team vol talentvolle Finse atleten wou de VS van de troon stoten. En Paavo Nurmi leidde die talentvolle generatie, die de Flying Finns werden genoemd. Maar eigenlijk was er maar één Flying Finn en dat was Nurmi.Paavo Nurmi werd geboren in een gezin met vijf kinderen in het Finse Turku. Welgesteld was de familie niet en toen vader Nurmi in 1910 stierf (de jonge Paavo was nog maar 13 jaar) werd het een strijd om te overleven. Paavo, de oudste van de kinderen, had een echte wiskundeknobbel, maar kon door de situatie niet meer verder studeren en moest gaan werken als loopjongen in een bakkerij.Lopen is altijd al de passie geweest van Nurmi. Met zijn vrienden liep hij soms meerdere keren per dag zes kilometer naar een meer om te gaan zwemmen en in 1912 sloeg de vonk over. Hannes Kolehmainen werd dat jaar dé grote held van Finland. Op de Spelen van Stockholm behaalde hij driemaal goud en zette hij het Scandinavische land eindelijk op de kaart. Door zijn prestaties inspireerde hij een hele generatie Finnen die de jaren 1920 zouden domineren, met ook Paavo Nurmi, die twee dagen na de prestaties van Kolehmainen z'n eerste sneakers kocht en ging trainen om in diens voetsporen te treden.Toen Nurmi enkele jaren later in legerdienst trad, verblufte hij daar iedereen met zijn loopvermogen. Waar de meeste van zijn leeftijdsgenoten moesten wandelen tijdens de proeven, liep hij hen vrolijk voorbij met enkele kilo's op zijn rug. Hij was zo goed dat de officier van het kamp hem enkele dagen vrijgaf om te kunnen trainen. En dat wierp z'n vruchten af, want in de kazerne liep hij al het ene Finse record na het andere.In 1920 mocht Paavo Nurmi mee met het Finse atletiekteam om zijn eerste internationale wedstrijden af te werken. Plankenkoorts had hij niet, want op drie dagen tijd liep Nurmi naar drie gouden en een zilveren medaille. Goud veroverde hij op de 10.000 meter, zijn favoriete discipline, en de cross-country individueel en in team. Op de 5000 meter moest hij enkel de Fransman Joseph Guillemot voor laten.Het moet een apart gezicht zijn geweest om Paavo Nurmi bezig te zien op de Spelen van 1920. Tijdens de wedstrijden liep de 'Flying Finn' namelijk met een chronometer in z'n hand om zijn eigen inspanningen beter te kunnen indelen. Zo kon hij ook aan een strak tempo blijven lopen en perfect weten hoe zijn race verliep. Later vertelde hij daarover dat 'als je tegen de tijd loopt, je niet hoeft te sprinten'. Soms moest het wel geleken hebben alsof Nurmi meer geïnteresseerd was in de chronometer dan in zijn tegenstanders. Bovendien leek het alsof Nurmi helemaal geen zin had in lopen. Er kon nauwelijks een glimlach af bij een van z'n drie gouden medailles en na de race was hij ook heel snel weer weg.Na de Spelen ging Nurmi gewoon door op zijn elan. In 1923 zette hij zelfs een prestatie neer die nog nooit behaald was en daarna ook nog nooit werd geëvenaard: hij had het wereldrecord op de kilometer, 5.000m en 10.000m op hetzelfde moment op zijn naam staan. Het waren uiteindelijk 3 van zijn in totaal 22 wereldrecords.Driemaal goud en eenmaal zilver behalen op je eerste Spelen, dat is al uitzonderlijk. Toch lukte het Nurmi om op de Spelen van Parijs in 1924 nóg beter te doen. Hij won namelijk vijf keer goud, op de 1500 meter, 5000 meter, 3000 meter in team en twee crosscountry evenementen. Opvallend: hij won goud op de 1500 en 5000 meter in twee uur tijd. Hij werd daarmee de eerste atleet ooit die vijf gouden medailles wist te winnen op 1 editie van de Olympische Spelen.Jammer genoeg kon Nurmi zijn olympische titel in de 10.000 meter niet verdedigen. De Finse atletiekbond had hem namelijk verboden mee te doen, omdat de 'Flying Finn' te ziek zou zijn geweest. Nurmi was furieus en maakte in Finland een statement: hij liep een wereldrecord op de 10.000 meter. Het oude stond er al 13 jaar.En Nurmi ging maar door. Op de Spelen van 1928 in Amsterdam ging hij naar huis met een gouden medaille en twee zilveren. Hij werd dé atletieknaam van het moment en werd ook overal uitgenodigd. Zelfs in de Verenigde Staten, waar hij vooral bekeken werd als de man die de Amerikanen goud had afgesnoept.De Flying Finn wou in 1932 nog een laatste keer schitteren. Op zijn 35e was goud op de marathon zijn grote doel geworden. Een mooi afscheid zou dat zijn, net zoals zijn grote idool Kolehmainen hem al voordeed op zijn laatste Spelen in Antwerpen. Maar hij mocht niet meedoen. Reden was dat de organisatie hem verdacht van 'professionalisme'. In een atletiekwereld met enkel amateurs waren professionals namelijk verboden, want sporten deed je uit vrije wil, niet om betaald te worden.Het gerucht was niet onterecht, want het IAAF (de internationale atletiekbond) had hem een contract als professional aangeboden, maar dat werd nooit bewezen. De schorsing die inging vanaf 1932 werd uiteindelijk definitief in 1934. Nurmi moest noodgedwongen stoppen, met 9 gouden medailles en 22 wereldrecords.Uiteindelijk werd hij toch op handen gedragen door de atletiekwereld. Hij had de sport drastisch veranderd met zijn analytische aanpak en vernieuwende loopstijl. Bovendien had hij van de loopnummers eindelijk volwaardige olympische disciplines gemaakt waar veel volk naar kwam kijken. De tijden van loopnummers als noodzakelijk kwaad waren achter de rug. In 2012, 39 jaar na zijn overlijden, werd Nurmi ook geëerd door het IAAF met een plaats in de net opgerichte Hall of Fame, als een van de eerste twaalf atleten. Nurmi wordt ook nog altijd beschouwd als een van de grootste olympiërs aller tijden en de mensen in Antwerpen mochten zijn doorbraak vanop de eerste rij meemaken.