1920 was het jaar van de Olympische Spelen in Antwerpen. De stad mocht de wereld ontvangen na de alles verwoestende Eerste Wereldoorlog. Uiteindelijk deden 2622 atleten uit 29 landen mee in 22 sporten en 156 wedstrijden tijdens vijf maanden sport.

Die vijf maanden moet u wel met een korrel zout nemen. De Spelen duurden officieel van 20 april tot 12 september, maar dat is toch wat kort door de bocht. In april was er slechts één wintersportweek. De rest van de Spelen ging door vanaf augustus.

Oorlog gooit roet in het eten

Dat Antwerpen het decor voor de Spelen werd, was aanvankelijk niet de bedoeling. In 1912, op de 13e Sessie van het IOC in het Zwitserse Bazel, kwam Baron Edouard de Lavalaye, de voorzitter van het Belgisch Olympisch Comité (toen nog BOC), met een bid om de Spelen van 1920 naar Brussel te halen.

Maar over die plek kwam al snel discussie, want voorzitters van verschillende sportbonden onder leiding van Charles Cnoops (de vicevoorzitter van de Belgische schermbond) wilden de Spelen in Antwerpen laten doorgaan. Gedurende twee jaar voerden ze campagne om de bid aan te passen, wat lukte in 1914. Antwerpen zou de Spelen van 1920 ontvangen.

Enkele maanden later brak echter de Eerste Wereldoorlog uit en de beslissing werd uitgesteld. Tijdens de oorlog kwam er wel een akkoord tussen België en Frankrijk dat Antwerpen de Spelen mocht organiseren, als het tegen 1920 bevrijd zou zijn. Later zou blijken dat Frankrijk in de onderhandelingen Lyon als alternatieve gaststad had voorgesteld, indien Antwerpen het niet zou halen.

Voldongen feit

Na de bevrijding en de Wapenstilstand op 11 november 1918, schoot het IOC dan ook meteen in actie onder leiding van Pierre de Coubertin, de stichter van de moderne Spelen. Hij wou zo snel mogelijk duidelijkheid over de Spelen van 1920, want die moesten symbool staan voor de teruggekeerde vrede.

De Fransman vroeg wel nog aan het BOC of het nog wel degelijk zag zitten om de Spelen in 1920 te organiseren of dat ze liever die van 1924 hadden. Als België voor 1924 had gekozen, zat De Coubertin zwaar in de problemen voor de Spelen van 1920.

De Belgen waren eerst wat sceptisch maar nadat het Antwerps provisiecomité de Spelen 1 miljoen Belgische frank (25.000 euro) beloofde om de kosten te dekken, ging het BOC akkoord met 1920. Eigenlijk stond het BOC voor een voldongen feit, want graaf Henry Baillet-Latour had zijn jawoord al gegeven aan zijn goeie vriend Pierre de Coubertin...

Baillet-Latour wou namelijk koste wat kost de Spelen naar België halen de reputatie die ons land had vergaard in de oorlog te tonen aan de wereld. Het was dus een politieke beslissing van het IOC om 'Brave Little Belgium' te bedanken voor zijn diensten tijdens WO I en het BOC had daar eigenlijk niet veel in te zeggen.

Henri Baillet-Latour (centraal in de camera kijkend) werd later de derde voorzitter van het IOC. Hij organiseerde onder meer de Spelen van Berlijn in 1936 en staat hier samen met Adolf Hitler op de foto., GETTY
Henri Baillet-Latour (centraal in de camera kijkend) werd later de derde voorzitter van het IOC. Hij organiseerde onder meer de Spelen van Berlijn in 1936 en staat hier samen met Adolf Hitler op de foto. © GETTY

Meteen ruzie

Alleen was België niet klaar om de Spelen te organiseren en zeker niet op twaalf maanden tijd, want pas op 5 april 1919 kwam de finale beslissing. Het BOC begon er dus maar beter onmiddellijk aan en twee dagen later was er al een olympische vergadering die de voorbereiding van de Spelen in handen nam. Maar de vergadering begon al op de eerste dag met geruzie tussen voorzitter Baillet-Latour en de verschillende bonden, die niet bevraagd waren over de Spelen.

Twee mannen gingen voorop in de strijd: Alfred Verdyck en Rodolphe William Seeldrayers, de vertegenwoordigers van de Belgische voetbalbond. Zij zagen het niet zitten om op één jaar tijd een sportevenement van het kaliber van de Spelen te organiseren. Andere landen kregen er vier jaar tijd voor en en kwamen niet uit een grote oorlog.

Maar uiteindelijk ging iedereen toch akkoord en werden Verdyck en Seeldrayers aangesteld als respectievelijk secretaris-generaal en secretaris-raporteur, de twee belangrijkste functies onder voorzitter Baillet-Latour. Verdyck staat nog altijd bekend als de ingenieur van de Spelen van Antwerpen.

Spelen laten te wensen over

Twaalf maanden om een heel sportcircus te organiseren, dan is er nauwelijks tijd. Dat verklaart ook waarom de voorbereiding in het teken stond van improvisatie, met stadions die niet op tijd klaar waren (het Beerschotstadion was pas klaar op 23 mei, een maand na de wintersportweek) en bouwvallige scholen die werden ingezet als woonst voor de verschillende sporters, maar absoluut niet voldeden aan de comfortnormen.

Uiteindelijk raakte alles wel klaar tegen augustus 1920 en De Coubertin was dan ook vol lof over het kleine landje. 'In navolging van de grote eer die het behaalde in de Oorlog, heeft België zich nu ook onderscheiden in de voorbereiding op de Spelen dat het met veel intelligentie aanpakte', vertelde hij tijdens een sessie van het IOC.

Maar de Spelen waren allesbehalve goed voorbereid. De accommodatie en infrastructuur lieten te wensen over en het regende al snel klachten. Het nieuwe Beerschotstadion met een gloednieuwe piste was niet goed genoeg voor de sporters. De Britse 1500 meter-loper Philipp Noel-Baker, een van de sterren van Antwerpen, vond de piste te zwaar en te traag. Bovendien kwamen er snel putten in door de regen en die regen viel heel de maand uit de lucht..

Belgische pers in de tegenaanval

Ook de andere Britten, Amerikanen en Zweden sloten zich aan bij het geklaag. Het zwembad was het volgende onderwerp. De 13-jarige Amerikaanse Aileen Riggin, een van de betere zwemsters, had nog nooit zoiets gezien. Volgens haar was het gewoon een uitgegraven put met een muur erlangs ter beveiliging voor de oorlog, die vluchtig werd omgebouwd tot een zwembad. En het water zag er zwart uit en was ijskoud, slechts 16°C...

Het zwembad van de Spelen van 1920. Het water zag er zwart uit en voelde ijskoud aan., GETTY
Het zwembad van de Spelen van 1920. Het water zag er zwart uit en voelde ijskoud aan. © GETTY

De Amerikaanse mannen konden dan weer niet ophouden over de verschrikkelijke accommodatie in een plaatselijk schooltje. Ze moesten slapen op steenharde bedden met kussens die nauwelijks gevuld waren. En ze hadden geen warm water in de school.

Maar toen was het genoeg voor de Belgische pers. Eenmaal de klachten binnenkwamen over de erbarmelijke omstandigheden, opende het Antwerpse sportblad Sport-Revue de tegenaanval. Het ging lange artikels maken over het gedrag van de sporters buiten de sportvelden. Hoe ze zich misdroegen in de bars en vrouwen op straat lastig vielen. Twee maanden lang stonden de kranten vol met die verhalen.

Financiële kater

De Spelen van Antwerpen gingen dus niet de geschiedenisboeken in als de mooiste ooit. Erger nog, de vergadering kwam met een financiële kater van jewelste uit het evenement. De beloofde 1 miljoen frank van het Antwerps provisiecomité kwam er uiteindelijk niet. Het zou ook ene druppel op een hete plaat geweest zijn, want de Spelen hadden eenput van 626 miljoen frank geslagen.

In het financiële rapport werd de schuld gelegd bij de evenementen die de vergadering organiseerden in de maanden voor de Spelen als opwarmertjes. En ook de pers moest delen in de klappen, want die had niet genoeg reclame gemaakt onder het volk.

Maar wie had na zo een oorlog nog geld om naar de Spelen te gaan? De stadions waren leeg en het Belgische volk had, buiten de massaal bijgewoonde voetbalfinale, nauwelijks tickets gekocht. Het rapport verdoezelde het feit dat de vergadering zich helemaal miskeken had op de economische situatie van België en daar moest het nu de prijs voor betalen. Of hoe de kortste voorbereiding ooit nog voor een lange vervelende nasmaak zorgde.

1920 was het jaar van de Olympische Spelen in Antwerpen. De stad mocht de wereld ontvangen na de alles verwoestende Eerste Wereldoorlog. Uiteindelijk deden 2622 atleten uit 29 landen mee in 22 sporten en 156 wedstrijden tijdens vijf maanden sport. Die vijf maanden moet u wel met een korrel zout nemen. De Spelen duurden officieel van 20 april tot 12 september, maar dat is toch wat kort door de bocht. In april was er slechts één wintersportweek. De rest van de Spelen ging door vanaf augustus.Dat Antwerpen het decor voor de Spelen werd, was aanvankelijk niet de bedoeling. In 1912, op de 13e Sessie van het IOC in het Zwitserse Bazel, kwam Baron Edouard de Lavalaye, de voorzitter van het Belgisch Olympisch Comité (toen nog BOC), met een bid om de Spelen van 1920 naar Brussel te halen. Maar over die plek kwam al snel discussie, want voorzitters van verschillende sportbonden onder leiding van Charles Cnoops (de vicevoorzitter van de Belgische schermbond) wilden de Spelen in Antwerpen laten doorgaan. Gedurende twee jaar voerden ze campagne om de bid aan te passen, wat lukte in 1914. Antwerpen zou de Spelen van 1920 ontvangen.Enkele maanden later brak echter de Eerste Wereldoorlog uit en de beslissing werd uitgesteld. Tijdens de oorlog kwam er wel een akkoord tussen België en Frankrijk dat Antwerpen de Spelen mocht organiseren, als het tegen 1920 bevrijd zou zijn. Later zou blijken dat Frankrijk in de onderhandelingen Lyon als alternatieve gaststad had voorgesteld, indien Antwerpen het niet zou halen.Na de bevrijding en de Wapenstilstand op 11 november 1918, schoot het IOC dan ook meteen in actie onder leiding van Pierre de Coubertin, de stichter van de moderne Spelen. Hij wou zo snel mogelijk duidelijkheid over de Spelen van 1920, want die moesten symbool staan voor de teruggekeerde vrede. De Fransman vroeg wel nog aan het BOC of het nog wel degelijk zag zitten om de Spelen in 1920 te organiseren of dat ze liever die van 1924 hadden. Als België voor 1924 had gekozen, zat De Coubertin zwaar in de problemen voor de Spelen van 1920.De Belgen waren eerst wat sceptisch maar nadat het Antwerps provisiecomité de Spelen 1 miljoen Belgische frank (25.000 euro) beloofde om de kosten te dekken, ging het BOC akkoord met 1920. Eigenlijk stond het BOC voor een voldongen feit, want graaf Henry Baillet-Latour had zijn jawoord al gegeven aan zijn goeie vriend Pierre de Coubertin...Baillet-Latour wou namelijk koste wat kost de Spelen naar België halen de reputatie die ons land had vergaard in de oorlog te tonen aan de wereld. Het was dus een politieke beslissing van het IOC om 'Brave Little Belgium' te bedanken voor zijn diensten tijdens WO I en het BOC had daar eigenlijk niet veel in te zeggen.Alleen was België niet klaar om de Spelen te organiseren en zeker niet op twaalf maanden tijd, want pas op 5 april 1919 kwam de finale beslissing. Het BOC begon er dus maar beter onmiddellijk aan en twee dagen later was er al een olympische vergadering die de voorbereiding van de Spelen in handen nam. Maar de vergadering begon al op de eerste dag met geruzie tussen voorzitter Baillet-Latour en de verschillende bonden, die niet bevraagd waren over de Spelen.Twee mannen gingen voorop in de strijd: Alfred Verdyck en Rodolphe William Seeldrayers, de vertegenwoordigers van de Belgische voetbalbond. Zij zagen het niet zitten om op één jaar tijd een sportevenement van het kaliber van de Spelen te organiseren. Andere landen kregen er vier jaar tijd voor en en kwamen niet uit een grote oorlog.Maar uiteindelijk ging iedereen toch akkoord en werden Verdyck en Seeldrayers aangesteld als respectievelijk secretaris-generaal en secretaris-raporteur, de twee belangrijkste functies onder voorzitter Baillet-Latour. Verdyck staat nog altijd bekend als de ingenieur van de Spelen van Antwerpen.Twaalf maanden om een heel sportcircus te organiseren, dan is er nauwelijks tijd. Dat verklaart ook waarom de voorbereiding in het teken stond van improvisatie, met stadions die niet op tijd klaar waren (het Beerschotstadion was pas klaar op 23 mei, een maand na de wintersportweek) en bouwvallige scholen die werden ingezet als woonst voor de verschillende sporters, maar absoluut niet voldeden aan de comfortnormen.Uiteindelijk raakte alles wel klaar tegen augustus 1920 en De Coubertin was dan ook vol lof over het kleine landje. 'In navolging van de grote eer die het behaalde in de Oorlog, heeft België zich nu ook onderscheiden in de voorbereiding op de Spelen dat het met veel intelligentie aanpakte', vertelde hij tijdens een sessie van het IOC.Maar de Spelen waren allesbehalve goed voorbereid. De accommodatie en infrastructuur lieten te wensen over en het regende al snel klachten. Het nieuwe Beerschotstadion met een gloednieuwe piste was niet goed genoeg voor de sporters. De Britse 1500 meter-loper Philipp Noel-Baker, een van de sterren van Antwerpen, vond de piste te zwaar en te traag. Bovendien kwamen er snel putten in door de regen en die regen viel heel de maand uit de lucht..Ook de andere Britten, Amerikanen en Zweden sloten zich aan bij het geklaag. Het zwembad was het volgende onderwerp. De 13-jarige Amerikaanse Aileen Riggin, een van de betere zwemsters, had nog nooit zoiets gezien. Volgens haar was het gewoon een uitgegraven put met een muur erlangs ter beveiliging voor de oorlog, die vluchtig werd omgebouwd tot een zwembad. En het water zag er zwart uit en was ijskoud, slechts 16°C...De Amerikaanse mannen konden dan weer niet ophouden over de verschrikkelijke accommodatie in een plaatselijk schooltje. Ze moesten slapen op steenharde bedden met kussens die nauwelijks gevuld waren. En ze hadden geen warm water in de school.Maar toen was het genoeg voor de Belgische pers. Eenmaal de klachten binnenkwamen over de erbarmelijke omstandigheden, opende het Antwerpse sportblad Sport-Revue de tegenaanval. Het ging lange artikels maken over het gedrag van de sporters buiten de sportvelden. Hoe ze zich misdroegen in de bars en vrouwen op straat lastig vielen. Twee maanden lang stonden de kranten vol met die verhalen.De Spelen van Antwerpen gingen dus niet de geschiedenisboeken in als de mooiste ooit. Erger nog, de vergadering kwam met een financiële kater van jewelste uit het evenement. De beloofde 1 miljoen frank van het Antwerps provisiecomité kwam er uiteindelijk niet. Het zou ook ene druppel op een hete plaat geweest zijn, want de Spelen hadden eenput van 626 miljoen frank geslagen.In het financiële rapport werd de schuld gelegd bij de evenementen die de vergadering organiseerden in de maanden voor de Spelen als opwarmertjes. En ook de pers moest delen in de klappen, want die had niet genoeg reclame gemaakt onder het volk.Maar wie had na zo een oorlog nog geld om naar de Spelen te gaan? De stadions waren leeg en het Belgische volk had, buiten de massaal bijgewoonde voetbalfinale, nauwelijks tickets gekocht. Het rapport verdoezelde het feit dat de vergadering zich helemaal miskeken had op de economische situatie van België en daar moest het nu de prijs voor betalen. Of hoe de kortste voorbereiding ooit nog voor een lange vervelende nasmaak zorgde.