Jasper Truyens schreef het boek 'Antwerpen 1920' over de unieke Spelen van Antwerpen 100 jaar geleden.
...

Het eeuwfeest van de Antwerpse Olympiade is er ééntje in mineur, maar nooit deden onze Olympische atleten het beter dan op die Spelen, net 100 jaar geleden. Door de korte voorbereidingstijd liep de organisatie in het honderd, maar voor de Belgische atleten was het een opportuniteit om Olympische roem te vergaren.Na 30 dagen en 155 events van de zevende Olympiade prijkten de Verenigde Staten bovenaan op de medailleranking. Met 41 gouden medailles, 27 zilveren en 27 bronzen hadden ze 31 medailles meer dan Zweden, de nummer 2 in de stand. Groot-Brittannië stond op nummer 3 met 42 medailles. Het is ook niet toevallig dat net Zweden en Groot-Brittannië de laatste twee Spelen hadden georganiseerd(Stockholm 1912 en Londen 1908). Bovendien was het de eerste keer in de toen jonge geschiedenis van de Moderne Spelen dat het gastland de medailleranglijst niet aanvoerde. België strandde op de vijfde plaats met 36 medailles (14 gouden, 11 zilveren, 11 bronzen medailles). Toch zou België nooit beter doen op de Spelen. Het thuisvoordeelDe medailleoogst van de Belgen was een nieuw record dat tot op vandaag nog steeds standhoudt. Nooit eerder behaalden de Belgen zoveel medailles. België nam niet deel aan de eerste Olympiade in Athene of aan de derde in Saint-Louis. In Antwerpen werden de meeste medailles behaald door boogschutters (14), paardrijders (3), gewichtheffers (2), gymnasten (2) en zeilers (2). Onze landgenoten behaalden ook medailles in teamsporten als hockey, touwtrekken, voetbal en waterpolo. Toch moeten er ook kanttekeningen geplaatst worden bij die prestaties. Zowel bij boogschieten als bij zeilen was er van een internationale competitie geen sprake. Vaak waren er meer medailles beschikbaar dan deelnemers. Ook bij het figuurrijden en gymnastiek was een medaille vanzelfsprekend omdat er te weinig internationale teams aantraden in de competitie.De meest succesvolle Belg in de olympische competitie was Hubert Van Innis. Voor de boogschutter uit Elewijt was het zijn tweede olympiade, nadat hij twintig jaar eerder op de Spelen in van Parijs tweemaal goud en eenmaal zilver won. Dat dubbele goud won hij eigenlijk op één event, het 33m doelschieten. Omdat er twee verschillende systemen van toepassing waren om punten toe te wijzen op éénzelfde event, won hij tweemaal goud. Op de zevende olympiade, op zijn 54ste, won hij viermaal goud en tweemaal zilver, waarvan de helft in teamevents. Van Innis is ook 100 honderd jaar later nog steeds de meest gelauwerde Belgische olympiër.Het succes van de Belgen tijdens de eigen Spelen is historisch niets unieks. Tijdens bijna elke Olympiade is er sprake van een 'host-effect'. Het gastland excelleert in de medailleranking op de eigen Spelen en de volgende edities. Dat succes wordt verklaard door de hogere investeringen in topsport, meer atleten die mogen meedoen bij de eigen organisatie en logischerwijs ook het thuisvoordeel. Vier en acht jaar later kunnen er dan nog steeds vruchten geplukt worden in de vorm van medailles. In 1924 in Parijs behaalden we 13 medailles. Dat is nog steeds onze 3de beste teamprestatie op de Spelen (na 1920 en 1900). De Olympische prijzenAmper een half jaar voor de start van de Spelen koos het uitvoerend comité het ontwerp van de medailles en het olympisch diploma. Het ontwerp werd dat van Josuë Dupon, met aan de voorzijde van het ontwerp een naakte atleet met een lauwerkrans en een palmtak. Links op de medaille zweeft Nike, de godin van de overwinning, rond de schouders van de atleet, terwijl rechts achteraan de marathontoren van het olympisch stadion herkenbaar is. Aan de achterzijde is het Brabo-standbeeld van Antwerpen centraal afgebeeld met errond enkele schepen, als symbool voor van de havenstad, en de skyline van Antwerpen, waarin de Onze-Lieve-Vrouwetoren prominent aanwezig is.De olympische winnaars kregen bovendien ook een bronzen beeldje: 'L'athlète victorieux', waarbij een atleet zijn lauwerkrans triomfantelijk in de lucht steekt. Het beeld was 28 cm groot en stond op een marmeren voetstuk, waarop het opschrift 'VIIe Olympiade 1920 Anvers' was aangebracht. Er werden 125 exemplaren gemaakt voor de winnaars van de individuele events. Elk van deze beeldjes kreeg een specifiek nummer en de mal van de beeldjes werd na productie vernietigd om reproductie tegen te gaan. Ten slotte waren er ook nog 1350 olympische diploma's ontworpen voor de belangrijkste atleten uit de verschillende competities. Deze waren van de hand van Henri Privat Antoine Théodore Livemont, een Brusselse art-nouveau schilder. Het diploma beeldde de kroning van een olympisch atleet af in het zicht van het Olympisch stadion en de stad Antwerpen. De meeste overwinnaars van de zevende Olympiade werden op 30 augustus gehuldigd in het olympisch stadion. De nationale delegaties en medaillewinnaars verzamelden rond een klein podium dat naast de piste baan was opgetrokken, om er uit handen van Koning Albert hun trofeeën te mogen ontvangen. Op het podium, onder een grote sierlijke luifel, zitten Koning Albert, prins Leopold, prins Karel en verschillende politieke leiders en vertegenwoordigers van het organiserend comité. Pierre de Coubertin, de voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité, zit tussen onze koning en prins Leopold. Op nog geen halve meter voor het podium staat een houten olympisch podium, zij het dat de drie sportieve ereplaatsen eenzelfde hoogte hebben. Boven op de houten planken zijn met verf de cijfers 2, 1 en 3 aangebracht. Finale verliezen betekent nog niet zilverToch had de medaillespiegel van 1920 er heel anders kunnen uitzien. In 1914 stelt Erik Bergvall, voormalig waterpolospeler en voorzitter van de Zweedse zwemfederatie, het IOC een alternatieve competitieformule voor: een competitie met rechtstreekse uitschakeling, waarin de verliezer afvalt en de winnaar doorgaat naar de volgende ronde. De Bergvallcompetitie is gebaseerd op het idee dat een competitie met rechtstreekse uitsluiting alleen fair is om een winnaar te bepalen. Sterke teams of spelers die tijdens de eerste rondes van een tornooitoernooi worden uitgeschakeld, zouden een kans moeten krijgen om de tweede of derde plaats te behalen. De ploeg die de finale verliest is immers niet noodzakelijk de tweede beste ploeg...In het nieuwe voorstel zouden drie competities gespeeld worden, telkens met een medaille als inzet en volgens het FA Cup-systeem met knock-out. Merkwaardig is alleen welke ploegen aan die toernooien mogen deelnemen:Aanvullend werden nog enkele regels toegevoegd; indien een ploeg niet zou aantreden tijdens de competitie, dan zou het recht vervallen om ook in een volgende competitie aan te treden. Indien een bye of vrijstelling gegeven moest worden (bij een oneven aantal teams die opgevist werd), dan zou het team dat de meeste wedstrijden had gespeeld voorrang krijgen. Het systeem werd getest tijdens de waterpolo competitie op de Spelen in Stockholm van 1912. Men besliste om op de Spelen van 1920 de Bergvallcompetitie toe te passen in verschillende sporten: tennis, voetbal, hockey, ijshockey, schermen, boksen, worstelen, waterpolo en touwtrekken. Men is er echter nooit in geslaagd formule helemaal volgens de voorgeschreven regels te laten verlopen. Ondanks de theoretische waarde van het competitieformat faalde de praktijk telkens opnieuw. Zo verloren de Zweden in april 1920 de ijshockeyfinale voor het goud en nadien elke andere wedstrijd. Ze gingen ten onder aan de vele wedstrijden die elkaar opvolgden. In het voetbal was er tijdsgebrek om de competitie af te werken. Na de kwartfinales besliste men om met de verliezers van die finales alvast het zilveren tornooi te starten. Als in de finale de Tsjechoslowaken van het veld stappen tegen België, is het systeem helemaal zoek. Tot in 1968 geloofden zowel de Amerikanen als de Nederlanders dat ze zilver hadden gewonnen bij het touwtrekken. Ook het officiële verslag van de Olympiade was hierover onduidelijk en tweeslachtig. Het waren de Nederlanders die zilver wonnen door een overwinning tegen de Belgen. De Amerikanen dachten echter dat de zilveren finale, Nederland tegen Amerika, nog moest komen. Omdat de Nederlanders al naar huis waren, noteerden zij een forfait en beschouwden ze zich als zilveren medaillewinnaar.Jasper Truyens