Op de Spelen van 1920 in Antwerpen liepen heel wat markante figuren rond. Denk maar aan zwemmer Duke Kahanamoku, die als zwarte atleet een luizenleventje leidde in het Amerikaanse team, of de Française Suzanne Lenglen, die in haar hele carrière maar zeven tenniswedstrijden verloor. En ook bij de Engelsen liep er een opvallend personage rond, alleen zou die pas veertig jaar later echt bekend worden.

Philip Noel-Baker was zijn naam. Hij was een ster in het Britse atletiekteam en was in 1920 voor de eerste keer kapitein van het team. Maar naast succesvol atleet was Noel-Baker ook nog politicus, academicus, diplomaat en een van de grootste voorstanders van ontwapening. Daarvoor zou hij in 1959 ook de Nobelprijs voor de Vrede krijgen, als enige olympische medaillewinnaar ooit.

Sporten tijdens de studies

Noel-Baker kwam uit een zeer rijk en invloedrijk gezin. Vader Joseph, een Canadese quaker, verhuisde naar Engeland om een machinebouwbedrijf op te starten, dat enorm succesvol zou worden. Later stapte de man zelfs in het Lagerhuis als politicus voor Labour, wat hem heel wat roem en nog meer centen opleverde.

Met de rijke papa kon Philip naar iedere school gaan die hij maar wou. Uiteindelijk werd het Cambridge waar hij, net als zijn vader, in de politiek stapte. Zo was hij onder meer voorzitter van de Cambridge Union Society en de Cambridge University Athletic Club, want Noel-Baker - of in die tijd nog gewoon Baker, aangezien Noel de achternaam is van zijn vrouw - was ook een atleet in zijn studentenperiode.

En geen slechte, want hij mocht in 1912 al mee met het Engelse team naar de Spelen in Stockholm, waar hij het tot in de finale van de 1500m schopte.

Eerst oorlogsmedailles, dan een olympische

Eenmaal terug in Londen, kreeg hij enkele aanbiedingen om als academicus verbonden te blijven aan de universiteit, maar hij weigerde. In 1914 koos Baker voor het front in Frankrijk en Italië als lid van de Britse Friends' Ambulance Unit (een onderdeel van het Britse Rode Kruis). Daarvoor ontving hij verschillende oorlogsmedailles van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Italië.

Na de Wereldoorlog zette Noel-Baker - sinds 1915 was hij getrouwd met Irene Noel - zich intensief in voor een blijvende vrede. Hij was erg betrokken bij de oprichting van de Volkenbond, waar hij de assistent was van Lord Robert Cecil, die op zijn beurt assistent was van Eric Drummond, de eerste secretaris-generaal van de instelling.

In 1920 waren er dan de Spelen in Antwerpen, die werden aangekondigd als 'het festival van de vrede'. En dat werd wel letterlijk genomen. Pierre de Coubertin, de oprichter van de moderne Spelen, wou dat alles in het teken stond van de vrede. Tijdens de openingsceremonie werden er duiven losgelaten en kwam er ook nog eens een nieuwe vlag, met de vijf ringen die eenheid moeten voorstellen tussen alle continenten.

Iemand als Philip Noel-Baker moest daar wel aanwezig zijn, als hevige voorvechter van vrede. De ideale atleet eigenlijk voor Coubertin. Noel-Baker mocht, als kapitein van het Britse atletiekteam, de vlag dragen bij de openingsceremonie op 14 augustus.

De Spelen waren een succes voor Noel-Baker. Zijn eerste wedstrijd op de 800m won hij meteen, maar zijn concentratie lag op de 1500m en dus liet hij het andere nummer vallen. Die focus bleek ook een goed effect te hebben, want in de finale moest hij net onderdoen voor zijn landgenoot Albert Hill. Een zilveren medaille werd zijn deel.

In 1924 ging Noel-Baker nog een keer naar de Spelen en was hij wederom kapitein van het Britse atletiekteam, maar deze keer deed hij niet mee met de races. Hij was er louter als ervaren sporter om de rest te begeleiden.

Noel-Baker ging na zijn sportcarrière in de academische en sportwereld, GETTY
Noel-Baker ging na zijn sportcarrière in de academische en sportwereld © GETTY

Ontwapening

Na zijn terugkeer van de Spelen in Parijs, stapte Noel-Baker in de politiek als lid van de Labourpartij. In het begin toonde hij nog niet meteen hoge ambities, want hij was nog in hoofdzaak professor aan de universiteit van Londen, maar na een tijdje begon het toch wat te kriebelen. Pas in 1929 werd hij verkozen in het parlement voor Coventry en werd hij secretaris van de minister van Buitenlandse Zaken, Arthur Henderson.

Als secretaris van Henderson belandde Noel-Baker op de Wereld Ontwapeningsconferentie in Genève. Uiteindelijk bleek het een mislukte poging te zijn van de Volkenbond en de Verenigde Staten om alle landen te doen ontwapenen, maar Noel-Baker vond er zijn roeping. Nog tot aan zijn dood zou hij een van dé voorvechters van ontwapening worden.

Wereldoorlog II was in zijn ogen dan ook een mislukking van de mensheid en hij werd daarna nog meer overtuigd van zijn vredesmissie: hij organiseerde in 1948 de Spelen van Londen, de eerste na Wereldoorlog II, en was wederom aanwezig bij de oprichting van de Verenigde Naties.

In de jaren 50 ging hij nog verder in zijn strijd voor ontwapening. Noel-Baker kwam steeds meer uit voor zijn ideeën, raakte in het Lagerhuis en werd hét gezicht van de ontwapeningsgroep in de Britse politiek. Bovendien ging hij het ook meer bestuderen en schreef hij er een paar boeken over. En voor die inspanningen ontving hij in 1959 de Nobelprijs voor de Vrede.

Maar zijn strijd was nog niet gestreden. Nog tot aan zijn dood in 1982 bleef hij ijveren voor een vreedzame wereld, zeker toen ook nucleaire wapens hun opwachting maakten.

Pierre de Coubertin had zich in 1920 bij zijn vredesspelen dus echt geen betere atleet kunnen inbeelden dan Philip Noel-Baker. Nog meer dan Suzanne Lenglen en Duke Kahanamoku moet hij eigenlijk bekeken worden als een van dé sterren van die Spelen.

Op de Spelen van 1920 in Antwerpen liepen heel wat markante figuren rond. Denk maar aan zwemmer Duke Kahanamoku, die als zwarte atleet een luizenleventje leidde in het Amerikaanse team, of de Française Suzanne Lenglen, die in haar hele carrière maar zeven tenniswedstrijden verloor. En ook bij de Engelsen liep er een opvallend personage rond, alleen zou die pas veertig jaar later echt bekend worden.Philip Noel-Baker was zijn naam. Hij was een ster in het Britse atletiekteam en was in 1920 voor de eerste keer kapitein van het team. Maar naast succesvol atleet was Noel-Baker ook nog politicus, academicus, diplomaat en een van de grootste voorstanders van ontwapening. Daarvoor zou hij in 1959 ook de Nobelprijs voor de Vrede krijgen, als enige olympische medaillewinnaar ooit.Noel-Baker kwam uit een zeer rijk en invloedrijk gezin. Vader Joseph, een Canadese quaker, verhuisde naar Engeland om een machinebouwbedrijf op te starten, dat enorm succesvol zou worden. Later stapte de man zelfs in het Lagerhuis als politicus voor Labour, wat hem heel wat roem en nog meer centen opleverde.Met de rijke papa kon Philip naar iedere school gaan die hij maar wou. Uiteindelijk werd het Cambridge waar hij, net als zijn vader, in de politiek stapte. Zo was hij onder meer voorzitter van de Cambridge Union Society en de Cambridge University Athletic Club, want Noel-Baker - of in die tijd nog gewoon Baker, aangezien Noel de achternaam is van zijn vrouw - was ook een atleet in zijn studentenperiode. En geen slechte, want hij mocht in 1912 al mee met het Engelse team naar de Spelen in Stockholm, waar hij het tot in de finale van de 1500m schopte.Eenmaal terug in Londen, kreeg hij enkele aanbiedingen om als academicus verbonden te blijven aan de universiteit, maar hij weigerde. In 1914 koos Baker voor het front in Frankrijk en Italië als lid van de Britse Friends' Ambulance Unit (een onderdeel van het Britse Rode Kruis). Daarvoor ontving hij verschillende oorlogsmedailles van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Italië.Na de Wereldoorlog zette Noel-Baker - sinds 1915 was hij getrouwd met Irene Noel - zich intensief in voor een blijvende vrede. Hij was erg betrokken bij de oprichting van de Volkenbond, waar hij de assistent was van Lord Robert Cecil, die op zijn beurt assistent was van Eric Drummond, de eerste secretaris-generaal van de instelling.In 1920 waren er dan de Spelen in Antwerpen, die werden aangekondigd als 'het festival van de vrede'. En dat werd wel letterlijk genomen. Pierre de Coubertin, de oprichter van de moderne Spelen, wou dat alles in het teken stond van de vrede. Tijdens de openingsceremonie werden er duiven losgelaten en kwam er ook nog eens een nieuwe vlag, met de vijf ringen die eenheid moeten voorstellen tussen alle continenten. Iemand als Philip Noel-Baker moest daar wel aanwezig zijn, als hevige voorvechter van vrede. De ideale atleet eigenlijk voor Coubertin. Noel-Baker mocht, als kapitein van het Britse atletiekteam, de vlag dragen bij de openingsceremonie op 14 augustus.De Spelen waren een succes voor Noel-Baker. Zijn eerste wedstrijd op de 800m won hij meteen, maar zijn concentratie lag op de 1500m en dus liet hij het andere nummer vallen. Die focus bleek ook een goed effect te hebben, want in de finale moest hij net onderdoen voor zijn landgenoot Albert Hill. Een zilveren medaille werd zijn deel.In 1924 ging Noel-Baker nog een keer naar de Spelen en was hij wederom kapitein van het Britse atletiekteam, maar deze keer deed hij niet mee met de races. Hij was er louter als ervaren sporter om de rest te begeleiden. Na zijn terugkeer van de Spelen in Parijs, stapte Noel-Baker in de politiek als lid van de Labourpartij. In het begin toonde hij nog niet meteen hoge ambities, want hij was nog in hoofdzaak professor aan de universiteit van Londen, maar na een tijdje begon het toch wat te kriebelen. Pas in 1929 werd hij verkozen in het parlement voor Coventry en werd hij secretaris van de minister van Buitenlandse Zaken, Arthur Henderson.Als secretaris van Henderson belandde Noel-Baker op de Wereld Ontwapeningsconferentie in Genève. Uiteindelijk bleek het een mislukte poging te zijn van de Volkenbond en de Verenigde Staten om alle landen te doen ontwapenen, maar Noel-Baker vond er zijn roeping. Nog tot aan zijn dood zou hij een van dé voorvechters van ontwapening worden.Wereldoorlog II was in zijn ogen dan ook een mislukking van de mensheid en hij werd daarna nog meer overtuigd van zijn vredesmissie: hij organiseerde in 1948 de Spelen van Londen, de eerste na Wereldoorlog II, en was wederom aanwezig bij de oprichting van de Verenigde Naties. In de jaren 50 ging hij nog verder in zijn strijd voor ontwapening. Noel-Baker kwam steeds meer uit voor zijn ideeën, raakte in het Lagerhuis en werd hét gezicht van de ontwapeningsgroep in de Britse politiek. Bovendien ging hij het ook meer bestuderen en schreef hij er een paar boeken over. En voor die inspanningen ontving hij in 1959 de Nobelprijs voor de Vrede.Maar zijn strijd was nog niet gestreden. Nog tot aan zijn dood in 1982 bleef hij ijveren voor een vreedzame wereld, zeker toen ook nucleaire wapens hun opwachting maakten. Pierre de Coubertin had zich in 1920 bij zijn vredesspelen dus echt geen betere atleet kunnen inbeelden dan Philip Noel-Baker. Nog meer dan Suzanne Lenglen en Duke Kahanamoku moet hij eigenlijk bekeken worden als een van dé sterren van die Spelen.