Hoger tempo

Bij hockey verloopt het spel sneller dan bij voetbal. Dat maakt het voor supporters uitdagender om alles goed te volgen, ook omdat het balletje veel kleiner is. Een voorbeeld van het hogere speeltempo is de self-pass: een speler die een vrije slag of een inslag neemt, mag de bal ook naar zichzelf spelen in plaats van deze naar een medespeler te moeten spelen (zoals in het voetbal). De bal moet wel eerst stilliggen.

Geen buitenspel

Sinds 1996 bestaat de buitenspelregel niet meer in hockey. Daardoor heeft de aanvallende ploeg tactisch meer keuzes. Ze kan bijvoorbeeld compact of juist uitgestrekt over het hele veld spelen. Andere positieve gevolgen: aantrekkelijker hockey en (meestal) meer doelpunten dan in het voetbal.

Voortdurend wisselen

Ander groot verschil met voetbal zijn de wissels. De coach mag de hele wedstrijd lang zoveel vervangingen doorvoeren als hij nodig acht - in voetbalmatchen is dat beperkt tot drie. Dat is ook nodig, want vooral de middenvelders en de aanvallers zijn continu in beweging. Enkele minuten rust op de bank is dan geen overbodige luxe. Ook deze regel heeft als voordeel dat het tempo tot het laatste fluitsignaal hoog blijft.

Shootouts

Als er na de reguliere speeltijd en eventuele verlengingen nog geen winnaar bekend is, volgt een reeks shootouts. Die zijn een stuk spectaculairder dan de penalties in het voetbal. Een speler vertrekt met de bal aan de stick vanaf de 23 meterlijn en heeft in een 1 tegen 1-situatie met de doelman acht seconden de tijd om te scoren. Zoals steeds in een hockeymatch moet het schot altijd binnen de cirkel gebeuren.

Minder discussie

In tegenstelling tot het voetbal staan in hockey twee scheidsrechters op het veld. Op grote toernooien worden zij ondersteund door een videoscheidsrechter, zoals recent ook in het voetbal ingevoerd, die met behulp van tv-beelden een genomen beslissing kan bevestigen of herroepen. Een belangrijk verschil met de VAR in het voetbal: beide teams mogen bij een omstreden beslissing de videoref inroepen, maar als die hen ongelijk geeft, verliezen ze dat recht voor de rest van die speelhelft. De regels voor fysiek contact worden ook consequenter toegepast dan in voetbal. Op topniveau wordt zelden eerst de man/vrouw gespeeld en dan de bal.

Bij hockey verloopt het spel sneller dan bij voetbal. Dat maakt het voor supporters uitdagender om alles goed te volgen, ook omdat het balletje veel kleiner is. Een voorbeeld van het hogere speeltempo is de self-pass: een speler die een vrije slag of een inslag neemt, mag de bal ook naar zichzelf spelen in plaats van deze naar een medespeler te moeten spelen (zoals in het voetbal). De bal moet wel eerst stilliggen. Sinds 1996 bestaat de buitenspelregel niet meer in hockey. Daardoor heeft de aanvallende ploeg tactisch meer keuzes. Ze kan bijvoorbeeld compact of juist uitgestrekt over het hele veld spelen. Andere positieve gevolgen: aantrekkelijker hockey en (meestal) meer doelpunten dan in het voetbal. Ander groot verschil met voetbal zijn de wissels. De coach mag de hele wedstrijd lang zoveel vervangingen doorvoeren als hij nodig acht - in voetbalmatchen is dat beperkt tot drie. Dat is ook nodig, want vooral de middenvelders en de aanvallers zijn continu in beweging. Enkele minuten rust op de bank is dan geen overbodige luxe. Ook deze regel heeft als voordeel dat het tempo tot het laatste fluitsignaal hoog blijft. Als er na de reguliere speeltijd en eventuele verlengingen nog geen winnaar bekend is, volgt een reeks shootouts. Die zijn een stuk spectaculairder dan de penalties in het voetbal. Een speler vertrekt met de bal aan de stick vanaf de 23 meterlijn en heeft in een 1 tegen 1-situatie met de doelman acht seconden de tijd om te scoren. Zoals steeds in een hockeymatch moet het schot altijd binnen de cirkel gebeuren. In tegenstelling tot het voetbal staan in hockey twee scheidsrechters op het veld. Op grote toernooien worden zij ondersteund door een videoscheidsrechter, zoals recent ook in het voetbal ingevoerd, die met behulp van tv-beelden een genomen beslissing kan bevestigen of herroepen. Een belangrijk verschil met de VAR in het voetbal: beide teams mogen bij een omstreden beslissing de videoref inroepen, maar als die hen ongelijk geeft, verliezen ze dat recht voor de rest van die speelhelft. De regels voor fysiek contact worden ook consequenter toegepast dan in voetbal. Op topniveau wordt zelden eerst de man/vrouw gespeeld en dan de bal.