Artificiële intelligentie de toekomst van het turnen?

06/11/18 om 21:00 - Bijgewerkt op 09/11/18 om 09:12
Uit Sport/Voetbalmagazine van 07/11/18

Zullen computers ooit juryleden vervangen op de grote turntoernooien? Als het van een Japanse IT-gigant afhangt wél.

Artificiële intelligentie de toekomst van het turnen?

Nina Derwael © GETTY IMAGES

Een laatste beweging, een perfecte landing en meteen flitst de score op het bord. Of nog beter: al tijdens de routine kunnen miljoenen televisiekijkers de score zien oplopen of verminderen. Sciencefiction? Neen, meent de Fédération Internationale de Gymnastique (FIG), die plannen heeft om juryleden op de Spelen in Tokio (2020) te laten begeleiden door artificiële-intelligentietechnologie.

Volgens het Japanse Fujitsu zal het systeem met 3D-sensoren een enorme impact op de toekomst van het turnen hebben: de beoordeling zal correcter en sneller zijn, coaches en turners kunnen het tijdens de trainingen gebruiken en ook de tv-kijkers zullen een oefening beter kunnen inschatten.

'Juryleden zitten vaak tot acht uur per dag achter hun tafel. Zijn ze dan nog in staat om een oefening correct te beoordelen? Ik denk dat alleen een computer dat kan', zei Bruno Grande, ex-voorzitter van de internationale turnfederatie. 'Het moet sneller en juister gaan, zodat controverses vermeden worden.'

Tegenstanders zien struikelblokken. Het 3D-systeem is nog nooit op een groot kampioenschap uitgetest, hackers zouden resultaten kunnen beïnvloeden en juryleden kunnen het gevoel krijgen dat ze opzij worden geschoven. En misschien het belangrijkste: de creativiteit van de atleten kan beknot worden. 'Turners zoeken altijd de limieten op en proberen nieuwe bewegingen. Hoe zal een computer die nieuwe routine kunnen beoordelen als er daarvan nog geen data werden ingegeven?', vroeg olympische legende Nadia Comaneci zich af.

Steve Butcher, technisch coördinator bij de FIG, volgt de ontwikkeling van het computergestuurde jurysysteem op de voet en beseft dat er vraagtekens zijn. 'Het is niet de bedoeling dat we juryleden op korte termijn aan de kant zetten, maar over tien of twintig jaar denken we daar misschien helemaal anders over.'

Onze partners