Nooit had Bashir Abdi meer afgezien in een wedstrijd dan op de olympische marathon in Sapporo. Na dagen waarin hij door de jetlag, de hitte en de stress amper had geslapen, sleurde hij zich er toch naar een schitterende bronzen medaille.
...

Nooit had Bashir Abdi meer afgezien in een wedstrijd dan op de olympische marathon in Sapporo. Na dagen waarin hij door de jetlag, de hitte en de stress amper had geslapen, sleurde hij zich er toch naar een schitterende bronzen medaille. Beloond voor de spartaanse voorbereiding waarin Abdi het voorgaande jaar zo'n tíén maanden op stage was geweest in Ethiopië of Font Romeu, weg van zijn vrouw Nimo en zijn kindjes Kadra (3) en Ibrahim (1) in België. Ondank dat grote gemis zette Abdi door, met trainingsweken tot liefst 220 kilometer, beseffend dat het de beste manier zou zijn om zijn droom, de wens van zijn aan kanker overleden moeder Maryam waar te maken: België een olympische medaille bezorgen.Mede dankzij zijn Nederlandse maatje Abdi Nageeye - 'Blijf bij mij, we gaan geschiedenis schrijven!' - slaagde hij daar in. De vreugde en de ontlading was dan ook groot bij de Gentenaar, die bij zijn thuiskomst in België twee weken van de ene viering naar de andere liep. Zijn levensverhaal - als jongere gevlucht uit het door een burgeroorlog verscheurde Somalië -, de manier waarop hij in Sapporo brons pakte - blijkgevend van een groot doorzettingsvermogen - kreeg dan ook terecht veel weerklank.Dan zou je denken dat een atleet na hét hoogtepunt uit zijn carrière enkele maanden uitblaast, zijn lichaam en geest mentaal rust gunt tot het volgende jaar. Ook omdat zijn zwangere vrouw Nimo in december, als alles goed gaat, nog een derde keer zal bevallen.Toch stelde Abdi na twee weken rust zich weer een kortetermijndoel: het Europese record aanvallen in Rotterdam, amper 77 dagen na de olympische marathon. Hoeveel liefde voor het lopen moet je daar niet voor hebben? En vooral: welk ijzeren karakter moet je dan niet hebben om wéér vijf weken op hoogtestage te gaan naar Font Romeu, zónder vrouw en kinderen. En daar wéér trainingsweken tot 200 kilometer af te werken. Nota bene gesteund door Vincent Rousseau, de vorige Belgische recordhouder en winnaar in Rotterdam, die vaak met hem ging meefietsen.Met veel zelfvertrouwen trok Abdi dan ook naar Rotterdam. Voor het eerst maakte de voorheen steevast voorzichtige atleet zelfs plaats voor een atleet die ronduit verklaarde: 'Ik ga voor het Europese record.' Beseffende dat hij, door veel bij te slapen in Font Romeu, perfect hersteld was van de olympische marathon, voortgebouwd ook op de basis die hij de maanden ervoor al had gelegd.Nochtans niet vanzelfsprekend om zo vlug weer op topniveau te raken: van de top tien in Sapporo had (voorlopig) alléén Galen Rupp sindsdien een marathon gelopen (die van Chicago, in 'slechts' 2u06:35).Abdi deed in Rotterdam nog een stuk beter: liefst drie minuten sneller (2u03:36). Na nochtans even in een achtervolgend groepje te zijn beland, toen de Kenianen aan een bevoorrading plots hadden versneld. Fel aangemoedigd door zijn meefietsende vrienden Bert Misplon, Peter Robbens (ex-coach) en Peter Vervaet (auteur van zijn biografie 'Op de Loop') bewaarde Abdi echter de kalmte. En voerde hij het advies uit dat zijn coach Gary Lough per gsm had doorgebeld naar Bert: 'Niet wachten tot de laatste kilometer om te versnellen, voordien al proberen!' Wat ook lukte, ook al leken volgens Abdi de laatste twee kilometer wel tien kilometer te duren. Niettemin liep hij, dankzij een négatieve split van 1u01'37'' in het tweede deel, naar een nieuw Europees record en naar de twééde beste wereldjaartijd. In nota bene pas zijn zesde marathon, op een voor dat loopnummer nog altijd jonge leeftijd van 32 jaar.'Plus est en lui' dus. Zeker nu Abdi de juiste trainingsformule heeft gevonden tussen genoeg kilometers lopen en voldoende rusten. En met het besef dat zijn gestel én zijn hoofd in dat geval onverwoestbaar is.