Hein Vanhaezebrouck en Michel Preud'homme bouwden door de jaren heen een status van onsterfelijkheid op. Twee trainers die haast nooit worden bekritiseerd. Maar mirakels kunnen zij niet verrichten. Zeker niet als er in hun ploeg naast een gebrek aan kwaliteit ook en vooral een manco aan mentaliteit schuilt.

Zowel Vanhaezebrouck als Preud'homme klaagden de voorbije weken over voetballers wier instelling te wensen overlaat. Kennelijk, stelde Preud'homme geërgerd vast, kunnen zij het niet opbrengen om iedere vier dagen te presteren. Ook niet bij Standard, het symbool van inzet en engagement. En niet bij Anderlecht waar de fierheid om de trui van deze aristocratische club te dragen niet meer is dan een vergeelde herinnering.

Bij Derwael primeert de liefde voor de sport, niet het geld.

Ontluisterend is het om dat telkens weer te constateren. Doodmoe moeten Vanhaezebrouck en Preud'homme ervan worden om telkens weer op dezelfde nagel te kloppen. Ze zijn niet bij machte om het tij te keren. Hun woorden waaien weg in de wind. Want ze werken met rijkelijk betaalde voetballers zonder beroepsliefde. Passanten zonder clubliefde.

Natuurlijk zijn sportdisciplines qua beoefening niet met elkaar te vergelijken. Zeker niet qua trainingsintensiteit. Maar wel qua beleving. Misschien kunnen voetballers een voorbeeld nemen aan sommige individuele sporters die zichzelf jaren afbeulen om iets te bereiken. Zoals Koen Naert, de Europees kampioen marathon. In een interview met De Zondag noemde hij voetbal een leuk spel, maar voetballers geen sportmannen. Of zoals Nina Derwael. Iedere week 32 uur trainen in de topsportschool in Gent, tussendoor nog studeren, elke avond afgepeigerd in bed kruipen, al jaren op internaat zitten en zelden of nooit klagen. Ook niet over de premie die Derwael na haar historische wereldtitel op de brug kreeg: omgerekend 2622 euro. Dat is voor de mentaal onbreekbare Limburgse maar een voetnoot. De liefde voor de sport primeert, niet het geld.

Ontroerend mooi is daarom het verhaal van Derwael. We zagen haar in maart tijdens een infosessie in de vernieuwde topsporthal van Sport Vlaanderen in Gent. Het was beginnen en herbeginnen, gebeten en verbeten, met een zucht naar perfectie en een zelden geziene vastberadenheid voor een meisje van achttien. Toen al lag de focus op het WK in Qatar. Nina Derwael is het product van onversneden talent en veel labeurwerk. Gestuurd door twee Franse toptrainers die de typisch Belgische bescheidenheid omzetten in zelfvertrouwen.

Buitenlandse toptrainers in het Belgisch voetbal, ze zijn er niet meer. Trond Sollied was de laatste die verraste met andere ideeën. Hij arriveerde in december 1998 bij KAA Gent en sprak over looplijnen. Daar keek iedereen raar van op. Sollied werd al snel een vernieuwer genoemd. Terwijl zijn trainingen in wezen heel monotoon waren. De Noor stelde vast dat voetballers te weinig weten hoe ze moeten samenspelen. Daarom de ingeslepen looplijnen. Alles, benadrukt hij constant, draait om positiespel. Hoe beter de opstelling, hoe minder je moet lopen. Ook al beschik je niet over de beste voetballers, je kan, zo beklemtoont Sollied, wel de beste ploeg zijn. Maar, voegt hij eraan toe, je kan nooit een ploeg maken als iedereen zijn rol niet kent.

Met die basisprincipes gaat Trond Sollied nu ook bij Lokeren aan het werk. Hij vindt zijn taak als trainer heel eenvoudig: oplossingen vinden en duidelijk en geloofwaardig overkomen. De spelers een houvast geven zodat ze goed de lijn zien die je uittekent. Twee trainingen had Trond Sollied nodig om de spelers van Lokeren zijn evangelie te verkondigen. Vervolgens won de ploeg met 2-0 van Eupen.

Hein Vanhaezebrouck en Michel Preud'homme bouwden door de jaren heen een status van onsterfelijkheid op. Twee trainers die haast nooit worden bekritiseerd. Maar mirakels kunnen zij niet verrichten. Zeker niet als er in hun ploeg naast een gebrek aan kwaliteit ook en vooral een manco aan mentaliteit schuilt. Zowel Vanhaezebrouck als Preud'homme klaagden de voorbije weken over voetballers wier instelling te wensen overlaat. Kennelijk, stelde Preud'homme geërgerd vast, kunnen zij het niet opbrengen om iedere vier dagen te presteren. Ook niet bij Standard, het symbool van inzet en engagement. En niet bij Anderlecht waar de fierheid om de trui van deze aristocratische club te dragen niet meer is dan een vergeelde herinnering. Ontluisterend is het om dat telkens weer te constateren. Doodmoe moeten Vanhaezebrouck en Preud'homme ervan worden om telkens weer op dezelfde nagel te kloppen. Ze zijn niet bij machte om het tij te keren. Hun woorden waaien weg in de wind. Want ze werken met rijkelijk betaalde voetballers zonder beroepsliefde. Passanten zonder clubliefde. Natuurlijk zijn sportdisciplines qua beoefening niet met elkaar te vergelijken. Zeker niet qua trainingsintensiteit. Maar wel qua beleving. Misschien kunnen voetballers een voorbeeld nemen aan sommige individuele sporters die zichzelf jaren afbeulen om iets te bereiken. Zoals Koen Naert, de Europees kampioen marathon. In een interview met De Zondag noemde hij voetbal een leuk spel, maar voetballers geen sportmannen. Of zoals Nina Derwael. Iedere week 32 uur trainen in de topsportschool in Gent, tussendoor nog studeren, elke avond afgepeigerd in bed kruipen, al jaren op internaat zitten en zelden of nooit klagen. Ook niet over de premie die Derwael na haar historische wereldtitel op de brug kreeg: omgerekend 2622 euro. Dat is voor de mentaal onbreekbare Limburgse maar een voetnoot. De liefde voor de sport primeert, niet het geld. Ontroerend mooi is daarom het verhaal van Derwael. We zagen haar in maart tijdens een infosessie in de vernieuwde topsporthal van Sport Vlaanderen in Gent. Het was beginnen en herbeginnen, gebeten en verbeten, met een zucht naar perfectie en een zelden geziene vastberadenheid voor een meisje van achttien. Toen al lag de focus op het WK in Qatar. Nina Derwael is het product van onversneden talent en veel labeurwerk. Gestuurd door twee Franse toptrainers die de typisch Belgische bescheidenheid omzetten in zelfvertrouwen. Buitenlandse toptrainers in het Belgisch voetbal, ze zijn er niet meer. Trond Sollied was de laatste die verraste met andere ideeën. Hij arriveerde in december 1998 bij KAA Gent en sprak over looplijnen. Daar keek iedereen raar van op. Sollied werd al snel een vernieuwer genoemd. Terwijl zijn trainingen in wezen heel monotoon waren. De Noor stelde vast dat voetballers te weinig weten hoe ze moeten samenspelen. Daarom de ingeslepen looplijnen. Alles, benadrukt hij constant, draait om positiespel. Hoe beter de opstelling, hoe minder je moet lopen. Ook al beschik je niet over de beste voetballers, je kan, zo beklemtoont Sollied, wel de beste ploeg zijn. Maar, voegt hij eraan toe, je kan nooit een ploeg maken als iedereen zijn rol niet kent. Met die basisprincipes gaat Trond Sollied nu ook bij Lokeren aan het werk. Hij vindt zijn taak als trainer heel eenvoudig: oplossingen vinden en duidelijk en geloofwaardig overkomen. De spelers een houvast geven zodat ze goed de lijn zien die je uittekent. Twee trainingen had Trond Sollied nodig om de spelers van Lokeren zijn evangelie te verkondigen. Vervolgens won de ploeg met 2-0 van Eupen.