Curieus: Jorik en Loena Hendrickx, kunstschaatsers uit het nochtans erg Vlaamse Arendonk, moeten zichzelf er af aan toe aan herinneren dat ze beter geen Engels praten tijdens ons gesprek. Maar wat is ook weer het Nederlandse woord voor 'blade'? 'Wij worden wel vaker geïnterviewd, maar zelden door de binnenlandse pers', klinkt het verontschuldigend. Geen sant in eigen land, het overkomt wel meer sporters die niet tegen een bal trappen of op een fiets zitten. Jorik (25) begint vrijdag nochtans aan zijn tweede Olympische Spelen, zijn jongere zus Loena (18) maakt volgende week haar debuut. Broer en zus samen op de Spelen: in sportland België komt het zelden voor. En dan nog in het kunstschaatsen, een van de meest prestigieuze en best bekeken sporten van de Winterspelen.
...

Curieus: Jorik en Loena Hendrickx, kunstschaatsers uit het nochtans erg Vlaamse Arendonk, moeten zichzelf er af aan toe aan herinneren dat ze beter geen Engels praten tijdens ons gesprek. Maar wat is ook weer het Nederlandse woord voor 'blade'? 'Wij worden wel vaker geïnterviewd, maar zelden door de binnenlandse pers', klinkt het verontschuldigend. Geen sant in eigen land, het overkomt wel meer sporters die niet tegen een bal trappen of op een fiets zitten. Jorik (25) begint vrijdag nochtans aan zijn tweede Olympische Spelen, zijn jongere zus Loena (18) maakt volgende week haar debuut. Broer en zus samen op de Spelen: in sportland België komt het zelden voor. En dan nog in het kunstschaatsen, een van de meest prestigieuze en best bekeken sporten van de Winterspelen. 'Eén ding heb ik Loena op het hart gedrukt: geniet ervan, want het flitst razendsnel voorbij', zegt Jorik net voor ze afreizen naar Pyeongchang. 'De Spelen in Zuid-Korea worden een van de hoogtepunten van ons leven, we hebben er jaren naartoe gewerkt. Je moet koel blijven, anders presteer je niet, maar het moet toch ook een beetje een feest zijn.' Loena is best zenuwachtig, geeft ze toe. Welke tiener zou het niet zijn? Een troost: de Spelen konden op geen beter moment vallen. Loena schitterde op het EK van begin januari - in tegenstelling tot haar broer, die ontgoochelde. 'Ik ben niet het type dat zijn zelfvertrouwen van de daken schreeuwt, maar ik voel me wel klaar. Dat is op mijn leeftijd al heel wat', zegt ze. Jorik kan broederlijke raad geven. Hoe verliepen de Spelen van vier jaar geleden? Jorik Hendrickx: Zonder meer goed. Ik eindigde zestiende, en dat was boven alle verwachtingen. Door de plotse aandacht steeg ik boven mezelf uit. Kunstschaatsen is in België een kleine sport, je moet ver zoeken naar een beetje appreciatie, maar tijdens de Spelen van Sotsji in 2014 leek het alsof het halve land achter me stond. De roes was wel van korte duur, en dat zette me aan het denken. Dit keer benader ik het nuchterder. Op de Spelen is iedereen je beste vriend, maar de meeste mensen zie je nadien nooit meer terug. Loena schaatst in Pyeongchang op het nummer Frozen van Madonna. Best een grappige keuze. Loena dHendrickx: Ik zocht een dynamisch, energiek nummer waar op te schaatsen valt, en Frozen voldoet aan alle voorwaarden. Intens en vermoeiend, maar het past mij als gegoten. Jorik: Dat is het belangrijkste: er moet een connectie zijn tussen muziek, atleet en de emotie die je in je kür wilt leggen. Ik ben bijvoorbeeld een passionele, artistieke schaatser. Met mijn expressie verkoop ik mijn verhaal aan het publiek. Loena is speelser en heeft niet dat theatrale. Te moderne of experimentele muziek is altijd gevaarlijk. Als je de jury tegen de haren in strijkt, moet het al heel goed zitten voordat je daarmee wegkomt. Op veilig spelen loont? Jorik: Dat klinkt negatiever dan ik het bedoel, maar inderdaad: waarom zou je het jezelf moeilijker maken dan nodig? Loena: Ik vind Frozen een leuk liedje, ook niet onbelangrijk. Wij zijn een heel seizoen met twee nummers aan de slag, één voor onze korte en één voor onze lange kür. Ik schaats ook op een electro-tango van Gotan Project. Dat vind ik nóg beter, maar zelfs de mooiste muziek komt na een tijd je oren uit. Jorik koos voor Je suis malade, een Franse tranentrekker die we kennen van Dalida en Lara Fabian. Jorik: Ze pushen me al langer om iets Frans te kiezen - veel buitenlanders gaan ervan uit dat alle Belgen Frans spreken. Ik zocht iets waarin ik me kon inleven en dat gesmaakt zou worden door een breed publiek, maar Je suis malade was wel het laatste waar ik aan dacht. Ik moest lachen om dat nummer: het is zo over the top. Op een avond was ik YouTube aan het doorploegen, ik was in een melige bui. Ik botste op een cover van Je suis malade door Francesco Di Cello, een onbekende Italiaanse crooner. De grain en de intensiteit van de zang spraken me aan. Zijn gebrekkige Frans zorgde ervoor dat die smartlap op een of andere manier waarachtig aanvoelt. En het is een knipoog naar mijn eigen talenknobbel, want mijn Frans is al even slecht. De zanger volgt sindsdien mijn carrière en is dolblij dat zijn nummer te horen zal zijn op de Spelen. In de vrije kür schaats ik op Concierto di Aranjuez in de versie van Il Divo. Ik ben op mijn best als er grote emoties inzitten, maar opera vond ik te zwaar. Il Divo is nog een beetje poppy. Welke kleren dragen jullie? Loena: Voor de korte kür schaats ik een catsuit, bedekt met diamantjes. Deels doorschijnend bovendien, om het excentrieke van Madonna te accentueren. In het begin voelde ik er me niet comfortabel in, maar het past perfect bij de muziek. Voor de lange kür draag ik een traditioneler jurkje in bordeauxrood. Jorik: Ik ga voor creatief en persoonlijk: onze trainster heeft mijn pak ontworpen. De stof heb ik zelf geverfd, een uniek kostuum dus. De lange kür houden we simpel: een zwart pak met een paar Swarovski's op de kraag. Blingbling, maar niet overdreven. Je moet zelf shinen hè, niet je kostuum. Kledij en presentatie zijn niet onbelangrijk. Ze ondersteunen de expressie. Schaats je op techno in een flamencopak, dan zal de jury dat niet begrijpen en het afstraffen. Maar het werkt niet andersom: je krijgt geen extra punten omdat je mooie kleren draagt. Jullie hebben deze oefeningen al honderd keer gedaan op training, maar net op dat ene cruciale moment moet het er perfect uitkomen. Hoe moeilijk is dat? Jorik: Het lastigste zijn de minuten vlak voor ik op het ijs stap. Je kruist schaatsers die al klaar zijn, volledig in ontlading, maar zelf moet je de concentratie net opvoeren. Moeilijk, ik heb dat moeten leren. Het komt aan op zelfvertrouwen. Ik spreek mezelf moed in: 'Komaan, Jorik, het is nu of nooit.' Loena: Als de trainingen goed gaan, dan twijfel ik niet dat de wedstrijd ook top zal zijn. Ik ben een zenuwpees, maar niet als het op schaatsen aankomt. Broer en zus in dezelfde sport: hoe fel woedt de interne strijd? Jorik: Die is er niet. We kennen natuurlijk wel een soort... laat ik het 'gezonde concurrentie' noemen. Als Loena goed presteert, wil ik niet achterblijven - maar niet omdat ik haar het succes niet gun. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit jaloers zou zijn. Loena: Als ik slecht schaats, ben ik sowieso down. Maar doe ik het goed en loopt het bij Jorik minder, dan weegt dat ook op mijn gemoed. Samen schitteren voelt beter. Jorik: Dit gaat dieper dan wat je voor een gewone trainingspartner voelt. Wij hebben een bloedband, hè. Wie is het grootste talent? Jorik: Zeker Loena. Het helpt dat zij vroeg met goede coaches kon werken. Loena piekt al op haar achttiende. Op die leeftijd begon ik pas op een ernstig niveau te trainen. Mijn carrière heeft deuren geopend, en ik heb haar kunnen behoeden voor een aantal valstrikken. Ze is bijvoorbeeld jong naar een Nederlandse topsportschool gegaan, en bleef niet steken in het amateuristische we-trainen-wat-na-de-schooluren-wereldje waar ik zo lang in zat. Haar grootste gave is dat ze sterk in haar schoenen staat. Loena behoudt goed haar focus, is technisch stabiel en heeft artistiek nog veel groeimarge. Ik ben minder getalenteerd en moet het meer hebben van mijn trainingsijver. Loena: Jorik is een elegante artiest, en net op dat vlak scoor ik minder. Hij is lenig voor een jongen en maakt de mooiste pirouettes van het hele mannencircuit. Voor jongens ligt kunstschaatsen nog altijd niet voor de hand. Jorik: Vooroordelen zullen altijd bestaan. Ik heb in mijn jeugd weleens venijnige opmerkingen gekregen, maar het heeft me nooit belet om mijn droom na te jagen. Ik schaatste graag en heb een sterke persoonlijkheid, niemand zou me mijn sport afpakken. De dingen zijn ook wel ten goede veranderd, vind ik. Er wordt zeker niet meer zo stereotiep gedacht als toen ik jong was. Wat is een realistisch resultaat op de Spelen? Jorik: Het zou fantastisch zijn als ik mijn prestatie van de Spelen in Sotsji kan evenaren. Ik ben een betere schaatser dan toen, maar het niveau is in die vier jaar ook behoorlijk gestegen. Loena: Vorig jaar was ik vijftiende op het WK, en daar leg ik nu opnieuw de lat. Hopelijk komt mijn triple Lutz er goed uit: een achterwaarts ingezette sprong waarbij ik afstoot met een prik, en dan drie keer rond mijn as draai. Jorik: Ik zal snel weten of het goed zit. De eerste twee sprongen in mijn lange kür en de eerste sprong in de korte kür maken of kraken mijn oefening. Lukken die, dan schaats ik de rest in een roes. Valt het tegen, dan moet ik er toch het beste van proberen te maken. Hoe belastend is kunstschaatsen? Het heeft voor jullie allebei niet veel gescheeld of de carrière eindigde voor ze goed en wel begonnen was. Loena: Twee jaar geleden had ik een ruggenwervelfractuur die dreigde door te scheuren. Net toen ik me voor de eerste keer had geplaatst voor de grote kampioenschappen. Ik vreesde dat het voorbij was, maar de operatie verliep goed. Ik ben er sterker uitgekomen. Jorik: Mijn internationale doorbraak is te danken aan een liesblessure. Ik zat bijna in de Europese top, maar pas toen ik uitviel, besefte ik dat ik er honderd procent voor moest gaan. In 2012 brak ik mijn enkel, en dat heeft mijn verdere carrière bepaald. Ik forceerde me om me te plaatsen voor Sotsji. De gevolgen voel ik vandaag nog, ik scheur geregeld een ligament. Om mee te spelen aan de top moet je uitpakken met viervoudige sprongen. Ik zou dat misschien ook kunnen als ik er intensief op train, maar het risico om me te blesseren is te groot. Na Sotsji werd ik geopereerd en speelde ik met de gedachte om te stoppen. Loena brak toen door, en de kans om als broer en zus naar de Spelen te gaan, zorgde voor de motivatie om toch door te bijten. Is het een dure sport? De sponsors staan niet aan te schuiven. Jorik: België is niet erg sportminded, en het weinige sponsorgeld wordt verdeeld onder een paar populaire sporten. We krijgen net genoeg steun om de basiskosten te dekken, maar organiseren ook crowdfunding, eetfestijnen en een T-shirtverkoop. Ik studeerde sportmarketing en weet min of meer hoe sponsorwerving werkt. Je zou denken: een broer en zus die samen naar de Spelen gaan in een verhaal van wilskracht, doorzettingsvermogen en sierlijkheid, er moeten toch bedrijven zijn die zich daarmee kunnen identificeren? Blijkbaar niet. Ik ben nog maar net een grote sponsor kwijtgespeeld, en dat in een olympisch jaar. Loena: Eén seizoen kunstschaatsen op ons niveau kost tussen de 70.000 en de 80.000 euro. Gelukkig delen we veel kosten: ijstijd, onze trainster, reizen. We nemen altijd het goedkoopste hotel. Als een extra tussenstop de vlucht goedkoper maakt, dan doen we dat. Dat klinkt zorgelijk. Zijn jullie een financiële put aan het graven? Jorik: Mijn ouders hebben lang geld uitgegeven dat er eigenlijk niet was, ja. Ik voelde me daar behoorlijk schuldig over. Na weer een dure buitenlandse stage klopte ik aan bij het Belgisch Olympisch Comité: ofwel komen jullie nu met geld over de brug, ofwel houdt dit op. Loena plaatste zich louter op eigen middelen voor de Olympische Spelen, dankzij eetfestijnen enzovoort. Tot vorig jaar was er voor haar nul euro overheidssteun, en toch staat ze op de Spelen. Wereldwijd zijn er weinig atleten die dat kunnen zeggen. Met kunstschaatsen valt niets te verdienen, en het valt niet te combineren met hogere studies. Wij staan vier keer per dag op het ijs, die bewegingen moeten automatismen worden. Te veel talent gaat verloren bij gebrek aan perspectief. Na mijn topsportcarrière wil ik daar iets aan doen. U wordt voorzitter van de kunstschaatsbond? Jorik: Dat klinkt me te ernstig, maak me liever sportief coördinator. De volgende vraag is waarschijnlijk: wanneer stop je? (lacht) Ik vind het lastig om me te engageren voor de volgende Spelen: mijn lichaam zegt almaar vaker nee, en vier jaar is wel erg lang. Maar Pyeongchang zal in elk geval het einde niet zijn. Dat het EK tegenviel, gaf me gek genoeg nieuwe motivatie. Ik wil volgend seizoen bewijzen dat ik in Europa bij de betere schaatsers behoor. Nadien bekijken we het jaar na jaar. Oudere atleten raden me af om te stoppen. Een goed geschaatste kür is een mix van uitputting, voldoening en trots. Het enige wat naar het schijnt in de buurt komt, is bevallen. (lacht)Het verhaal van de schaatsbaan van Turnhout illustreert hoezeer het voor jullie een kwestie van behelpen is. Loena: De plaatselijke ijshockey-, kunstschaats-, curling- en shorttrackclubs vreesden dat ze zouden moeten stoppen toen de oude ijsbaan sloot. Vrijwilligers hebben toen een piste aangelegd in een oude drukkerij. Die mensen hebben daar hun hart en hun ziel in gestoken, maar als we eerlijk zijn: het ijs was in het begin slecht. Als we een wedstrijd op degelijk ijs schaatsten, vlogen we uit de bocht omdat het zo makkelijk ging. Jorik: De vrijwilligers doen hun best in een gebouw dat niet gemaakt is om een ijshal te zijn. Ik was allang blij dat ik niet met mijn hele omkadering hoefde te verhuizen. Het ijs is ondertussen ook flink verbeterd. Het enige nadeel is, dat het gebouw verschrikkelijk koud is. We bijten nog even door. Volgend jaar gaat de nieuwe schaatsbaan open. Zouden jullie ook als koppel kunnen schaatsen? Jorik: Onze fysiek laat het niet toe. Mannelijke paarschaatsers zijn kolossale beren, de vrouwen zijn sprietjes die in de lucht worden gegooid. Ik ben geen beer en Loena is geen sprietje. Loena: Vroeger droomde ik ervan om in paar te schaatsen: het is een prachtige discipline om naar te kijken. Nu zie ik het anders. Je kunt de perfecte kür schaatsen en verliezen omdat je partner flopt. Dat zou ik niet kunnen verdragen.