Zonder fighting spirit, geen prestatie

Het filmpje ging deze week de wereld rond in de nieuwscategorieën Sport en Ondertussen bij gebrek aan een rubriek Masochisme, Onverantwoordelijkheid of Vastberadenheid. Je ziet er de Keniaanse loopster Hyvon Ngetich kruipen naar de aankomst van de marathon van Austin. Met een aanwezige blik in haar ogen sleept de atlete zich voort als een spin die een driedubbele dosis Xanax geslikt heeft. Er staat een medische ploeg rond haar, er heeft zelfs iemand een rolstoel gebracht maar de jonge vrouw van 29 wil daar niets van weten. Ze is vastberaden de wedstrijd af te maken ondanks een motorisch probleem op enkele meters van haar doel...

Voor de leerling marathonloper die ik ben wekt de aanblik van dat vrijwillige lijden (maar heb je nog vrije wil als je volledig de kluts kwijt bent) gemengde gevoelens op. Enerzijds bewonder ik de ijzersterke wil van de atlete die het woord "opgeven" uit haar woordenschat schrapte. Zonder fighting spirit, geen uitdaging. Die regel geldt voor de muziek, literatuur, film, dans of wetenschap. De film Whiplash (het verhaal van een jonge drummer die tot alles bereid is om zijn doel te bereiken) toont dat goed aan: genie zonder werk is als een Ferrari bezitten zonder sleutels.

FocusVif
© FocusVif

De martelgang van de Keniaanse illustreert ook het wijd verspreide idee in alle sporten dat de overwinning mooier is als er offers aan te pas komen. De wielrenner die de beklimming eindigt met de tong op zijn fietsstuur zal des te meer opgehemeld worden. Lance Armstrong heeft dat basisprincipe niet begrepen. Alles leek te gemakkelijk voor hem. We weten nu waarom. We moeten voelen dat de kampioen op elk moment kan instorten. We verwachten dat hij zichzelf overtreft, dat hij de grens van zijn eigen menselijkheid prikkelt. Een mythologie van de inspanning die niet van gisteren dateert. Bij wijze van anekdote, Philippides, de boodschapper die de 42 km tussen Marathon en Athene liep om de overwinning tegen de Perzen in 490 v.c. aan te kondigen stierf vlak na zijn aankomst. Dat had iedereen ervan kunnen weerhouden nog eens opnieuw te beginnen maar de marathon werd een standaardmaat waaraan miljoenen mensen zich meten.

Langs de ene kant is er dus bewondering voor het tot het uiterste gaan van de vrouwelijke atlete maar aan de andere kant is er ook afschuw. Iedereen die intensief aan sport doet vreest dat breekpunt als de pest. Iedere aanhanger stelt zich op zijn minst vragen over de weldaad van sport op zijn gezondheid en dat zelfs zonder aan het ergste te denken. Hoe meer de discipline veeleisend en bezeten wordt uitgeoefend, hoe groter het risico uiteraard is in het rood te gaan. Zonder nog te spreken over andere zichtbare of onzichtbare factoren die de situatie kunnen verergeren, als leeftijd, een hartafwijking enz.

Zowel bij de boxer als bij de afstandsloper moet er een lichtje aangaan als de anatomische grens overschreden wordt. Maar soms gaat dat lampje niet aan. Of wordt het vrijwillig genegeerd door een wilskracht die bereid is door alle rode lichten te rijden en het contract te na te komen dat de sportieveling met zichzelf gesloten heeft. Een gevaarlijk gedrag dat natuurlijk de weg openlegt naar records (zowel de amateur als de professioneel) maar ook het risico op een ongeval gevoelig verhoogt.

Daar ligt het paradox van de sport. De maatschappij waardeert sportieve prestaties. Ze worden in scène gezet en als demonstraties getoond. We spreken trouwens over "Dieux du Stade" (Goden van het Stadion). Vanuit een puur medisch standpunt is gematigdheid de beste levensverzekering. Je moet kiezen tussen sport als risicovolle maar emotionele passie en een rustige sport dat een lang leven verzekert maar het menselijke lot niet overstijgt. Dat neemt natuurlijk niet weg dat je in elk geval eenvoudige voorzorgsmaatregelen moet nemen. Kamikaze spelen heeft geen zin. Om kleine en grote problemen te vermijden is een goede voorbereiding nodig, zowel fysiek als mentaal. Elke week zullen onze vrienden van Body Talk, het gezondheidsmagazine, ons enkele praktische tips geven en wetenschappelijke studies over het menselijk lichaam ontleden. Laat ons beginnen met de basisregels die je in acht moet nemen als je begint te lopen.

Trailer

Chariots of Fire, van Hugh Hudson, met Ben Cross, Ian Charleston, John Gielgud. 1981.

Chariots of Fire is een beetje de spektakelfilm over hardlopen maar ook een gaymanifest met zijn optocht van mooie jongens met een onstuimige maar fragiele mannelijkheid. De openingsscène is een monument en staat in alle geheugens gegrift als een orgastische viering van het lichaam.

Je ziet er een groep jonge atleten uniform gekleed in elegante witte T-shirts en shorts in slow motion lopen op een strand onder een dreigende hemel. De camera filmt ze eerst van dichtbij en je ziet de tekenen van tevredenheid op de jonge gezichten. Nadien verwijdert de camera zich geleidelijk en zie je de kleine groep voorbijschieten in het grandioze decor van de Engelse kust. Die gedurfde opening die Leni Riefenstahl, de grote priesteres van de nazipropaganda had kunnen bekoren wordt benadrukt door een geduchte geluidsband, een stroom van synthetische lagen met verwoestende LSD-effecten.

Hugh Hudson brengt een gewaagde mix tussen een visueel classicisme à la Burberry en een erotisch-elektronische geluidsband. Hudson was waarschijnlijk ongeremd door een periode, het begin van de jaren 80 van alle esthetische experimenten, zelfs de meest gewaagde. Die reclameachtige aankleding ergert sommigen maar blijft vijfendertig jaar later goed overeind. Zelfs de hoogdravende muziek van Vangelis draagt bij tot die zorgvuldige kracht van sport als een geloofsversneller (in de mens of in God) door het dubbelportret van twee heel verschillende atleten die de vaandeldragers van de Britse delegatie in Parijs worden voor de Olympiades van 1924. Een verhaal bestempeld als "geïnspireerd op ware feiten". Harold Abrahams is Engels, joods, impulsief en ambitieus. Hij trad tot de high society, en in het bijzonder van de universiteit ven Cambridge dankzij het geld van zijn vader die bankier is. Eric Liddel is Schots, bedachtzaam, behalve als het om zijn geloof gaat waaraan hij zijn leven wijt. Beiden hebben ze hun brandstof om sneller te lopen: de eerste heeft nood aan erkenning, de tweede voert een mystieke zoektocht.

FocusVif
© FocusVif

De waarden van opoffering, zelfoverschrijding worden in een uiterst precieze choreografie gevierd die focust op de fysieke gratie zonder te veel in het Hollywoodiaanse te vallen. Hudson is niet voor niets Engels. Blijft dat behalve zijn mooie chromo de film niet interessanter zou zijn dan een clip van een olympisch comité. Toch schuilt er onder dat glanzend vernis een existentiële laag die ook een vreemde echo in de actualiteit vindt. De twee protagonisten strijden beiden tegen het kwaad dat hen van binnenuit opvreet. Terwijl Harold vooral loopt om zijn joods-zijn te doen vergeten en de ordinaire antisemitische beledigingen die gesymboliseerd worden door de permanente toespelingen van de voorzitters van Cambridge, worstelt Eric met een verwoestend geloof dat hem ook verplettert onder een deksel van principes. Als hij weigert de zondag te lopen met als risico zijn droom te breken, geselt hij zijn geest: gaat het echt om de dienst aan de kerk of om pure ijdelheid? De film is doorspekt met die identiteitsvragen en geven hem consistentie en snelheid. En in de huidige gespannen context is de finale hoopvolle boodschap die de individuele vrijheid en broederlijkheid ziet triomferen altijd nuttig...

Praktische oefeningen

Ik ging deze week door alle kleuren van de emotionele regenboog. Vorige week zondag trok ik een grimas na een uitje van 20 km in de natuur. Ik ben waarschijnlijk op een bepaald moment gestruikeld want 's avonds had ik pijn aan mijn linkerenkel, als een elektrisch gerinkel in het gewricht. De pijn was echter niet erg genoeg om het rampenplan te lanceren (dokter, kinesist) maar voldoende om me af te vragen of ik mijn carrière als langeafstandsloper niet ging moeten inkorten.

Uit vrees om de pijn nog te verergeren heb ik de volledige maandag gestapt alsof ik een Louboutin pump van 1500 euro aan had en ik de factuur van het minste krasje zou voorgeschoteld krijgen. Ik denk zelfs dat ik die nacht gedroomd heb dat het personage gespeeld door Kathy Bates in Misery me het sprongbeen kwam kietelen om me te verhinderen verder te lopen. Ondanks de dosis Voltaren op de gevoelige zone voor het slapengaan brak het koud zweet me uit.

Dinsdagmorgen ging ik weten of ik me met reden ongerust maakte of ik enkel door een kleine hypochondrische crisis ging. Gelukkig stond er een licht regime op het programma: 13 km in basisuithoudingsvermogen. Normaal gezien een fluitje van een cent, een soort zuivering na een weekend van melkzuur: 16 km op een piste met 2 x 4000 in volle snelheid zaterdag en de volgende dag een wandeling van 20 km in het bos met benen die even mobiel zijn als boomstammen.

Ik knoop mijn veters, regel mijn hartslag, sluit me aan op de dichtstbijzijnde satelliet en ben vertrokken. Na 100 meter niets. Na 500 meter nog altijd geen pijn. Opluchting. Het was dus een knel zittende zenuw of een dergelijke kleinigheid. Om dat te vieren heb ik zelfs beslist om er woensdag een paar kilometer extra bij te doen. Voor het plezier. Een extraatje van 10 km die me even duur zou staan komen als het stukje chocoladetaart dat je opeet terwijl je heel goed weet dat het er één te veel is.

Na vier wekelijkse sessies is het lichaam als een zeer gespannen elastiek dat bij de minste schok kan bezwijken. Er één aan toevoegen is dus geen formaliteit. Het is één dag minder om te recupereren. Het haalt het hachelijke anatomische evenwicht overhoop. Resultaat: de sessie intervaltraining van vrijdag draaide uit in een mentale krachtmeting in 12 rounds, één voor elke sprint van een minuut. Zo had ik op het einde van de dag dezelfde grimas als zondag, niet meer door een zeertje maar zware vermoeidheid!

En te denken dat het zwaarste nog moet komen met zaterdag een sessie op de piste (naar keuze interval of weerstand) en vooral een zondag een lint van 22km beton, de eerste keer dat ik die afstand afleg sinds de marathon van Brussel in oktober. Man, je wilde het doen, wel nu heb je het!

Het filmpje ging deze week de wereld rond in de nieuwscategorieën Sport en Ondertussen bij gebrek aan een rubriek Masochisme, Onverantwoordelijkheid of Vastberadenheid. Je ziet er de Keniaanse loopster Hyvon Ngetich kruipen naar de aankomst van de marathon van Austin. Met een aanwezige blik in haar ogen sleept de atlete zich voort als een spin die een driedubbele dosis Xanax geslikt heeft. Er staat een medische ploeg rond haar, er heeft zelfs iemand een rolstoel gebracht maar de jonge vrouw van 29 wil daar niets van weten. Ze is vastberaden de wedstrijd af te maken ondanks een motorisch probleem op enkele meters van haar doel... Voor de leerling marathonloper die ik ben wekt de aanblik van dat vrijwillige lijden (maar heb je nog vrije wil als je volledig de kluts kwijt bent) gemengde gevoelens op. Enerzijds bewonder ik de ijzersterke wil van de atlete die het woord "opgeven" uit haar woordenschat schrapte. Zonder fighting spirit, geen uitdaging. Die regel geldt voor de muziek, literatuur, film, dans of wetenschap. De film Whiplash (het verhaal van een jonge drummer die tot alles bereid is om zijn doel te bereiken) toont dat goed aan: genie zonder werk is als een Ferrari bezitten zonder sleutels. De martelgang van de Keniaanse illustreert ook het wijd verspreide idee in alle sporten dat de overwinning mooier is als er offers aan te pas komen. De wielrenner die de beklimming eindigt met de tong op zijn fietsstuur zal des te meer opgehemeld worden. Lance Armstrong heeft dat basisprincipe niet begrepen. Alles leek te gemakkelijk voor hem. We weten nu waarom. We moeten voelen dat de kampioen op elk moment kan instorten. We verwachten dat hij zichzelf overtreft, dat hij de grens van zijn eigen menselijkheid prikkelt. Een mythologie van de inspanning die niet van gisteren dateert. Bij wijze van anekdote, Philippides, de boodschapper die de 42 km tussen Marathon en Athene liep om de overwinning tegen de Perzen in 490 v.c. aan te kondigen stierf vlak na zijn aankomst. Dat had iedereen ervan kunnen weerhouden nog eens opnieuw te beginnen maar de marathon werd een standaardmaat waaraan miljoenen mensen zich meten. Langs de ene kant is er dus bewondering voor het tot het uiterste gaan van de vrouwelijke atlete maar aan de andere kant is er ook afschuw. Iedereen die intensief aan sport doet vreest dat breekpunt als de pest. Iedere aanhanger stelt zich op zijn minst vragen over de weldaad van sport op zijn gezondheid en dat zelfs zonder aan het ergste te denken. Hoe meer de discipline veeleisend en bezeten wordt uitgeoefend, hoe groter het risico uiteraard is in het rood te gaan. Zonder nog te spreken over andere zichtbare of onzichtbare factoren die de situatie kunnen verergeren, als leeftijd, een hartafwijking enz. Zowel bij de boxer als bij de afstandsloper moet er een lichtje aangaan als de anatomische grens overschreden wordt. Maar soms gaat dat lampje niet aan. Of wordt het vrijwillig genegeerd door een wilskracht die bereid is door alle rode lichten te rijden en het contract te na te komen dat de sportieveling met zichzelf gesloten heeft. Een gevaarlijk gedrag dat natuurlijk de weg openlegt naar records (zowel de amateur als de professioneel) maar ook het risico op een ongeval gevoelig verhoogt. Daar ligt het paradox van de sport. De maatschappij waardeert sportieve prestaties. Ze worden in scène gezet en als demonstraties getoond. We spreken trouwens over "Dieux du Stade" (Goden van het Stadion). Vanuit een puur medisch standpunt is gematigdheid de beste levensverzekering. Je moet kiezen tussen sport als risicovolle maar emotionele passie en een rustige sport dat een lang leven verzekert maar het menselijke lot niet overstijgt. Dat neemt natuurlijk niet weg dat je in elk geval eenvoudige voorzorgsmaatregelen moet nemen. Kamikaze spelen heeft geen zin. Om kleine en grote problemen te vermijden is een goede voorbereiding nodig, zowel fysiek als mentaal. Elke week zullen onze vrienden van Body Talk, het gezondheidsmagazine, ons enkele praktische tips geven en wetenschappelijke studies over het menselijk lichaam ontleden. Laat ons beginnen met de basisregels die je in acht moet nemen als je begint te lopen. Chariots of Fire, van Hugh Hudson, met Ben Cross, Ian Charleston, John Gielgud. 1981.Chariots of Fire is een beetje de spektakelfilm over hardlopen maar ook een gaymanifest met zijn optocht van mooie jongens met een onstuimige maar fragiele mannelijkheid. De openingsscène is een monument en staat in alle geheugens gegrift als een orgastische viering van het lichaam. Je ziet er een groep jonge atleten uniform gekleed in elegante witte T-shirts en shorts in slow motion lopen op een strand onder een dreigende hemel. De camera filmt ze eerst van dichtbij en je ziet de tekenen van tevredenheid op de jonge gezichten. Nadien verwijdert de camera zich geleidelijk en zie je de kleine groep voorbijschieten in het grandioze decor van de Engelse kust. Die gedurfde opening die Leni Riefenstahl, de grote priesteres van de nazipropaganda had kunnen bekoren wordt benadrukt door een geduchte geluidsband, een stroom van synthetische lagen met verwoestende LSD-effecten. Hugh Hudson brengt een gewaagde mix tussen een visueel classicisme à la Burberry en een erotisch-elektronische geluidsband. Hudson was waarschijnlijk ongeremd door een periode, het begin van de jaren 80 van alle esthetische experimenten, zelfs de meest gewaagde. Die reclameachtige aankleding ergert sommigen maar blijft vijfendertig jaar later goed overeind. Zelfs de hoogdravende muziek van Vangelis draagt bij tot die zorgvuldige kracht van sport als een geloofsversneller (in de mens of in God) door het dubbelportret van twee heel verschillende atleten die de vaandeldragers van de Britse delegatie in Parijs worden voor de Olympiades van 1924. Een verhaal bestempeld als "geïnspireerd op ware feiten". Harold Abrahams is Engels, joods, impulsief en ambitieus. Hij trad tot de high society, en in het bijzonder van de universiteit ven Cambridge dankzij het geld van zijn vader die bankier is. Eric Liddel is Schots, bedachtzaam, behalve als het om zijn geloof gaat waaraan hij zijn leven wijt. Beiden hebben ze hun brandstof om sneller te lopen: de eerste heeft nood aan erkenning, de tweede voert een mystieke zoektocht. De waarden van opoffering, zelfoverschrijding worden in een uiterst precieze choreografie gevierd die focust op de fysieke gratie zonder te veel in het Hollywoodiaanse te vallen. Hudson is niet voor niets Engels. Blijft dat behalve zijn mooie chromo de film niet interessanter zou zijn dan een clip van een olympisch comité. Toch schuilt er onder dat glanzend vernis een existentiële laag die ook een vreemde echo in de actualiteit vindt. De twee protagonisten strijden beiden tegen het kwaad dat hen van binnenuit opvreet. Terwijl Harold vooral loopt om zijn joods-zijn te doen vergeten en de ordinaire antisemitische beledigingen die gesymboliseerd worden door de permanente toespelingen van de voorzitters van Cambridge, worstelt Eric met een verwoestend geloof dat hem ook verplettert onder een deksel van principes. Als hij weigert de zondag te lopen met als risico zijn droom te breken, geselt hij zijn geest: gaat het echt om de dienst aan de kerk of om pure ijdelheid? De film is doorspekt met die identiteitsvragen en geven hem consistentie en snelheid. En in de huidige gespannen context is de finale hoopvolle boodschap die de individuele vrijheid en broederlijkheid ziet triomferen altijd nuttig... Ik ging deze week door alle kleuren van de emotionele regenboog. Vorige week zondag trok ik een grimas na een uitje van 20 km in de natuur. Ik ben waarschijnlijk op een bepaald moment gestruikeld want 's avonds had ik pijn aan mijn linkerenkel, als een elektrisch gerinkel in het gewricht. De pijn was echter niet erg genoeg om het rampenplan te lanceren (dokter, kinesist) maar voldoende om me af te vragen of ik mijn carrière als langeafstandsloper niet ging moeten inkorten. Uit vrees om de pijn nog te verergeren heb ik de volledige maandag gestapt alsof ik een Louboutin pump van 1500 euro aan had en ik de factuur van het minste krasje zou voorgeschoteld krijgen. Ik denk zelfs dat ik die nacht gedroomd heb dat het personage gespeeld door Kathy Bates in Misery me het sprongbeen kwam kietelen om me te verhinderen verder te lopen. Ondanks de dosis Voltaren op de gevoelige zone voor het slapengaan brak het koud zweet me uit. Dinsdagmorgen ging ik weten of ik me met reden ongerust maakte of ik enkel door een kleine hypochondrische crisis ging. Gelukkig stond er een licht regime op het programma: 13 km in basisuithoudingsvermogen. Normaal gezien een fluitje van een cent, een soort zuivering na een weekend van melkzuur: 16 km op een piste met 2 x 4000 in volle snelheid zaterdag en de volgende dag een wandeling van 20 km in het bos met benen die even mobiel zijn als boomstammen. Ik knoop mijn veters, regel mijn hartslag, sluit me aan op de dichtstbijzijnde satelliet en ben vertrokken. Na 100 meter niets. Na 500 meter nog altijd geen pijn. Opluchting. Het was dus een knel zittende zenuw of een dergelijke kleinigheid. Om dat te vieren heb ik zelfs beslist om er woensdag een paar kilometer extra bij te doen. Voor het plezier. Een extraatje van 10 km die me even duur zou staan komen als het stukje chocoladetaart dat je opeet terwijl je heel goed weet dat het er één te veel is. Na vier wekelijkse sessies is het lichaam als een zeer gespannen elastiek dat bij de minste schok kan bezwijken. Er één aan toevoegen is dus geen formaliteit. Het is één dag minder om te recupereren. Het haalt het hachelijke anatomische evenwicht overhoop. Resultaat: de sessie intervaltraining van vrijdag draaide uit in een mentale krachtmeting in 12 rounds, één voor elke sprint van een minuut. Zo had ik op het einde van de dag dezelfde grimas als zondag, niet meer door een zeertje maar zware vermoeidheid! En te denken dat het zwaarste nog moet komen met zaterdag een sessie op de piste (naar keuze interval of weerstand) en vooral een zondag een lint van 22km beton, de eerste keer dat ik die afstand afleg sinds de marathon van Brussel in oktober. Man, je wilde het doen, wel nu heb je het!