Donderdag 6 juli was het een item in het ochtendnieuws: Garry Kasparov (54) zal met een wildcard deelnemen aan het toernooi van St-Louis in de VS (14-18 augustus). Niet zomaar een toernooi: van de tien deelnemers behoren er zes tot de top 15 van de wereld.

De huidige wereldkampioen Magnus Carlsen (26) zal er helaas niet bij zijn, maar wel zijn recente uitdager voor het WK, de Rus Sergej Karjakin (27), en ook veteraan Viswanathan Anand (47), de Indische ex-wereldkampioen. Het toernooi van Saint-Louis bestaat uit partijtjes blitz en rapid (met een bedenktijd van respectievelijk ongeveer 5 en 25 minuten, terwijl een klassieke partij tot zes uur kan duren), net zoals de toernooien in Parijs en Leuven eerder dit jaar.

Het nieuws was sensationeel, want Kasparov heeft al meer dan twaalf jaar geen officiële partij meer gespeeld. Toen hij op 10 maart 2005 voor de achtste keer het supertoernooi in het Spaanse Linares had gewonnen - in die tijd het Wimbledon van het schaken - kondigde hij per direct zijn afscheid aan. Andere uitdagingen lagen aan de basis van zijn besluit, maar ook een grote teleurstelling. Daarvoor moeten we even terug in de tijd.

Tussen 1986 en 1990 verdedigde hij drie keer met succes zijn titel, telkens tegen Karpov. Het waren heroïsche gevechten tussen twee giganten die het schaken op de voorpagina's van de kranten bracht.

Karpov-Kasparov

Garry Kasparov werd in 1963 geboren in Bakoe, de hoofdstad van de toenmalige Sovjetrepubliek Azerbeidzjan. Hij kwam op de wereld als Garik Weinstein, maar zijn vader stierf toen hij nog een kind was en als adolescent nam hij de Armeense naam van zijn moeder over, Kasparjan, die hij vervormde tot het meer Russisch klinkende Kasparov.

In zijn tienerjaren schoot de jonge Garry als een raket naar de top van de schaakwereld. In 1985 werd hij de jongste wereldkampioen uit de geschiedenis door de regerende titelhouder Anatoli Karpov te verslaan met 13-11.

De rest van de jaren 80 en begin jaren 90 zou de schaaksport gedomineerd worden door de twee K's, maar Kasparov zou zich doorlopend de sterkste tonen. Tussen 1986 en 1990 verdedigde hij drie keer met succes zijn titel, telkens tegen Karpov. Het waren heroïsche gevechten tussen twee giganten die het schaken op de voorpagina's van de kranten bracht.

Dan kwam het historische jaar 1993, waarin Kasparov zijn titel moest verdedigen tegen de Engelse wonderboy Nigel Short. Na (financiële) onenigheden met de FIDE, de wereldschaakbond, beslisten beide opponenten hun match af te werken onder auspiciën van Kasparovs zelf opgerichte bond, de Professional Chess Association (PCA). Kasparov en Short werden als straf uit de FIDE gezet en de schaakwereld scheurde in tweeën. De FIDE gaf Karpov zijn titel terug en kende nadien zes verschillende wereldkampioenen.

Kasparov kruiste niet alleen de degens met mensen van vlees en bloed, hij nam het ook een paar keer op tegen schaakcomputers. Eén keer verloor hij een match tegen de elektronische rekenmonsters.

Kasparov behield de papieren titel van 'klassiek wereldkampioen' en verdedigde die in 1995 tegen Viswanathan Anand, vooraleer hij hem in 2000 verloor aan de man die hij altijd als zijn opvolger had genoemd: de Rus Vladimir Kramnik. Er kwam geen revanchematch en dus was Kasparov definitief wereldkampioen af.

Maar de Boss bleef wel de wereldranglijst aanvoeren. Van 1986 tot zijn afscheid in 2005 was hij doorlopend de schaker met de hoogste ELO-rating - de getalsmatige aanduiding van de sterkte van een speler - een uniek record. Al even indrukwekkend is zijn reeks opeenvolgende toernooizeges in de jaren 80. Tussen alle WK's tegen Karpov door speelde hij slechts vijftien toernooien, maar hij won ze allemaal, van het USSR-kampioenschap in 1981 tot Linares in 1990. Het leverde hem nog een bijnaam op: het Beest van Bakoe.

Kasparov kruiste niet alleen de degens met mensen van vlees en bloed, hij nam het ook een paar keer op tegen schaakcomputers. Eén keer verloor hij een match tegen de elektronische rekenmonsters: in 1997 blunderde hij in de zesde partij tegen Deep Blue van IBM en verloor zo met 3,5-2,5. Twintig jaar later zijn de zogenaamde schaak-engines veel te sterk geworden voor de mens, maar toen was het de eerste nederlaag van een wereldkampioen tegen de microchips.

Kasparov beschuldigde IBM ervan dat achter de schermen een team grootmeesters de computer tijdens de partij zou hebben geholpen. Hij eiste de berekeningen van de machine op, maar kreeg die nooit, net zoals hij nooit een rematch kreeg. Overdreven achterdocht of niet? Feit is dat Kasparov als sterkste schaker ter wereld ook de reputatie had zuur te reageren op een nederlaag.

Zonder competitiesport had Kasparov de handen vrij om andere doelen na te jagen. Die situeerden zich vooral op politiek vlak.

Geen beter ogenblik voor hem dus om te stoppen dan na de glansrijke toernooizege in Linares 2005. Bovendien kwam zijn afscheid er nadat weer eens een poging om een 'verzoeningskamp' te organiseren tussen de FIDE- en de PCA-wereldkampioen, tot zijn ontgoocheling de mist inging.

Kasparov was misschien niet de meest gematigde figuur daarvoor, want uitgerekend in 2006 kwam die match er wel: Kramnik versloeg de Bulgaarse FIDE-kampioen Veselin Topalov en werd zo de onbetwiste wereldkampioen van de héle schaakwereld. Voor de volledigheid: Kramnik werd in 2007 onttroond door Anand, die in 2013 zelf verslagen werd door Carlsen.

Zonder competitiesport had Kasparov de handen vrij om andere doelen na te jagen. Die situeerden zich vooral op politiek vlak.

Pussy Riot

Het is een iconisch beeld geworden: Garry Kasparov die tijdens een betoging in Moskou in april 2007 wordt opgepakt door de politie. Het toont hoe Vladimir Poetin met oppositie omgaat. In de aanloop naar de Russische presidentsverkiezingen van 2008 hebben tegenstanders van Poetin zich gegroepeerd binnen de beweging Droegaja Rossija (Een Ander Rusland). Hun ambitie reikt niet eens zover om Poetin van de macht te halen, ze willen dat er überhaupt échte democratische verkiezingen komen. Het is een samenraapsel van erg uiteenlopende strekkingen en bovendien is het machtsapparaat van Poetin te sterk.

Eind 2007 werpt Kasparov zich op als de presidentskandidaat van Droegaja Rossija, maar zijn kandidatuur wordt door het Kremlin geweigerd om een bureaucratisch bagatel.

Het schaken heeft Kasparov nooit helemaal losgelaten.

Sindsdien toont Kasparov zich een virulent tegenstander van het Poetinregime. In 2012 wordt hij onder het oog van de tv-camera's opnieuw gearresteerd én geslagen wanneer hij komt betogen bij de rechtbank waar de leden van de vrouwelijke punkband Pussy Riot terechtstaan.

Maar het is niet alleen demonstreren wat hij doet. In 2011 wordt hij voorzitter van de Human Rights Foundation als opvolger van de overleden Tsjechische president Václav Havel. De laatste jaren woont hij vooral in New York. Rusland mijdt hij, omdat hij vreest dat hij het land niet meer zal mogen verlaten. In 2014 verkreeg hij ook de Kroatische nationaliteit.

Emoties op billboardformaat

Het schaken heeft Kasparov nooit helemaal losgelaten. Naast enkele boeken over politiek en de bestseller Waarom het leven op schaken lijkt, schreef hij ook een reeks van vijf lijvige boeken over de wereldkampioenen vóór hem (My Great Predecessors). Hij coachte korte tijd topschakers als Magnus Carlsen en de Amerikaan Hikaru Nakamura. Die laatste zal in St-Louis ook van de partij zijn.

Een grote sprong in het onbekende wordt zijn comeback dus niet. Kasparov speelde nog af en toe exhibitiewedstrijdjes en enkele simultaans, waarbij hij het tegen meerdere (véél) zwakkere tegenstanders opnam. Een goede graadmeter is wel de Ultimate Blitz Challenge die hij vorig jaar speelde. Aan dat vriendschappelijke snelschaaktoernooi namen behalve Kasparov en Nakamura nog twee Amerikanen deel: Wesley So en Fabiano Caruana, beiden ook top tien van de wereld. De vier schakers speelden tegen elke tegenstander zes blitzpartijtjes.

Snelschaak is emotie, meer instinct dan berekening. Wat dat betreft is de comeback van Kasparov ook voor de niet-doorwinterde schaakafficionado goed nieuws.

Kasparov (9,5 punten) eindigde kort achter Nakamura (11) en So (10), maar ver voor Caruana (5,5). De algemene teneur was toen: 'Garry, dit zou je vaker moeten doen.'

De Boss is dus competitief en nu hij via een wildcard aan een officieel toernooi gaat deelnemen, zal hij tot in de puntjes voorbereid zijn. Elke partij is voor hem bittere ernst. Niemand twijfelt eraan dat hij op zijn 54e de jonge garde nog redelijk goed aankan. Toernooiwinst zal te hoog gegrepen zijn, maar de linkerhelft van het klassement moet zeker kunnen. En wie weet...

Snelschaak is emotie, meer instinct dan berekening. Wat dat betreft is de comeback van Kasparov ook voor de niet-doorwinterde schaakafficionado goed nieuws. De ex-wereldkampioen toont zijn emoties altijd op billboardformaat. Geen pokerface zoals zijn oude rivaal Karpov. Bij Kasparov laten blijdschap, ontgoocheling, verbijstering en overwinningsdrang zich aflezen aan hoofdschudden, opgetrokken wenkbrauwen, diepe fronzen en brede grijnzen. Een spektakel dat een liefhebber van wat sportief drama niet mag missen.

Donderdag 6 juli was het een item in het ochtendnieuws: Garry Kasparov (54) zal met een wildcard deelnemen aan het toernooi van St-Louis in de VS (14-18 augustus). Niet zomaar een toernooi: van de tien deelnemers behoren er zes tot de top 15 van de wereld. De huidige wereldkampioen Magnus Carlsen (26) zal er helaas niet bij zijn, maar wel zijn recente uitdager voor het WK, de Rus Sergej Karjakin (27), en ook veteraan Viswanathan Anand (47), de Indische ex-wereldkampioen. Het toernooi van Saint-Louis bestaat uit partijtjes blitz en rapid (met een bedenktijd van respectievelijk ongeveer 5 en 25 minuten, terwijl een klassieke partij tot zes uur kan duren), net zoals de toernooien in Parijs en Leuven eerder dit jaar. Het nieuws was sensationeel, want Kasparov heeft al meer dan twaalf jaar geen officiële partij meer gespeeld. Toen hij op 10 maart 2005 voor de achtste keer het supertoernooi in het Spaanse Linares had gewonnen - in die tijd het Wimbledon van het schaken - kondigde hij per direct zijn afscheid aan. Andere uitdagingen lagen aan de basis van zijn besluit, maar ook een grote teleurstelling. Daarvoor moeten we even terug in de tijd.Garry Kasparov werd in 1963 geboren in Bakoe, de hoofdstad van de toenmalige Sovjetrepubliek Azerbeidzjan. Hij kwam op de wereld als Garik Weinstein, maar zijn vader stierf toen hij nog een kind was en als adolescent nam hij de Armeense naam van zijn moeder over, Kasparjan, die hij vervormde tot het meer Russisch klinkende Kasparov. In zijn tienerjaren schoot de jonge Garry als een raket naar de top van de schaakwereld. In 1985 werd hij de jongste wereldkampioen uit de geschiedenis door de regerende titelhouder Anatoli Karpov te verslaan met 13-11. De rest van de jaren 80 en begin jaren 90 zou de schaaksport gedomineerd worden door de twee K's, maar Kasparov zou zich doorlopend de sterkste tonen. Tussen 1986 en 1990 verdedigde hij drie keer met succes zijn titel, telkens tegen Karpov. Het waren heroïsche gevechten tussen twee giganten die het schaken op de voorpagina's van de kranten bracht.Dan kwam het historische jaar 1993, waarin Kasparov zijn titel moest verdedigen tegen de Engelse wonderboy Nigel Short. Na (financiële) onenigheden met de FIDE, de wereldschaakbond, beslisten beide opponenten hun match af te werken onder auspiciën van Kasparovs zelf opgerichte bond, de Professional Chess Association (PCA). Kasparov en Short werden als straf uit de FIDE gezet en de schaakwereld scheurde in tweeën. De FIDE gaf Karpov zijn titel terug en kende nadien zes verschillende wereldkampioenen. Kasparov behield de papieren titel van 'klassiek wereldkampioen' en verdedigde die in 1995 tegen Viswanathan Anand, vooraleer hij hem in 2000 verloor aan de man die hij altijd als zijn opvolger had genoemd: de Rus Vladimir Kramnik. Er kwam geen revanchematch en dus was Kasparov definitief wereldkampioen af. Maar de Boss bleef wel de wereldranglijst aanvoeren. Van 1986 tot zijn afscheid in 2005 was hij doorlopend de schaker met de hoogste ELO-rating - de getalsmatige aanduiding van de sterkte van een speler - een uniek record. Al even indrukwekkend is zijn reeks opeenvolgende toernooizeges in de jaren 80. Tussen alle WK's tegen Karpov door speelde hij slechts vijftien toernooien, maar hij won ze allemaal, van het USSR-kampioenschap in 1981 tot Linares in 1990. Het leverde hem nog een bijnaam op: het Beest van Bakoe. Kasparov kruiste niet alleen de degens met mensen van vlees en bloed, hij nam het ook een paar keer op tegen schaakcomputers. Eén keer verloor hij een match tegen de elektronische rekenmonsters: in 1997 blunderde hij in de zesde partij tegen Deep Blue van IBM en verloor zo met 3,5-2,5. Twintig jaar later zijn de zogenaamde schaak-engines veel te sterk geworden voor de mens, maar toen was het de eerste nederlaag van een wereldkampioen tegen de microchips. Kasparov beschuldigde IBM ervan dat achter de schermen een team grootmeesters de computer tijdens de partij zou hebben geholpen. Hij eiste de berekeningen van de machine op, maar kreeg die nooit, net zoals hij nooit een rematch kreeg. Overdreven achterdocht of niet? Feit is dat Kasparov als sterkste schaker ter wereld ook de reputatie had zuur te reageren op een nederlaag. Geen beter ogenblik voor hem dus om te stoppen dan na de glansrijke toernooizege in Linares 2005. Bovendien kwam zijn afscheid er nadat weer eens een poging om een 'verzoeningskamp' te organiseren tussen de FIDE- en de PCA-wereldkampioen, tot zijn ontgoocheling de mist inging. Kasparov was misschien niet de meest gematigde figuur daarvoor, want uitgerekend in 2006 kwam die match er wel: Kramnik versloeg de Bulgaarse FIDE-kampioen Veselin Topalov en werd zo de onbetwiste wereldkampioen van de héle schaakwereld. Voor de volledigheid: Kramnik werd in 2007 onttroond door Anand, die in 2013 zelf verslagen werd door Carlsen.Zonder competitiesport had Kasparov de handen vrij om andere doelen na te jagen. Die situeerden zich vooral op politiek vlak. Het is een iconisch beeld geworden: Garry Kasparov die tijdens een betoging in Moskou in april 2007 wordt opgepakt door de politie. Het toont hoe Vladimir Poetin met oppositie omgaat. In de aanloop naar de Russische presidentsverkiezingen van 2008 hebben tegenstanders van Poetin zich gegroepeerd binnen de beweging Droegaja Rossija (Een Ander Rusland). Hun ambitie reikt niet eens zover om Poetin van de macht te halen, ze willen dat er überhaupt échte democratische verkiezingen komen. Het is een samenraapsel van erg uiteenlopende strekkingen en bovendien is het machtsapparaat van Poetin te sterk. Eind 2007 werpt Kasparov zich op als de presidentskandidaat van Droegaja Rossija, maar zijn kandidatuur wordt door het Kremlin geweigerd om een bureaucratisch bagatel. Sindsdien toont Kasparov zich een virulent tegenstander van het Poetinregime. In 2012 wordt hij onder het oog van de tv-camera's opnieuw gearresteerd én geslagen wanneer hij komt betogen bij de rechtbank waar de leden van de vrouwelijke punkband Pussy Riot terechtstaan. Maar het is niet alleen demonstreren wat hij doet. In 2011 wordt hij voorzitter van de Human Rights Foundation als opvolger van de overleden Tsjechische president Václav Havel. De laatste jaren woont hij vooral in New York. Rusland mijdt hij, omdat hij vreest dat hij het land niet meer zal mogen verlaten. In 2014 verkreeg hij ook de Kroatische nationaliteit.Het schaken heeft Kasparov nooit helemaal losgelaten. Naast enkele boeken over politiek en de bestseller Waarom het leven op schaken lijkt, schreef hij ook een reeks van vijf lijvige boeken over de wereldkampioenen vóór hem (My Great Predecessors). Hij coachte korte tijd topschakers als Magnus Carlsen en de Amerikaan Hikaru Nakamura. Die laatste zal in St-Louis ook van de partij zijn.Een grote sprong in het onbekende wordt zijn comeback dus niet. Kasparov speelde nog af en toe exhibitiewedstrijdjes en enkele simultaans, waarbij hij het tegen meerdere (véél) zwakkere tegenstanders opnam. Een goede graadmeter is wel de Ultimate Blitz Challenge die hij vorig jaar speelde. Aan dat vriendschappelijke snelschaaktoernooi namen behalve Kasparov en Nakamura nog twee Amerikanen deel: Wesley So en Fabiano Caruana, beiden ook top tien van de wereld. De vier schakers speelden tegen elke tegenstander zes blitzpartijtjes. Kasparov (9,5 punten) eindigde kort achter Nakamura (11) en So (10), maar ver voor Caruana (5,5). De algemene teneur was toen: 'Garry, dit zou je vaker moeten doen.' De Boss is dus competitief en nu hij via een wildcard aan een officieel toernooi gaat deelnemen, zal hij tot in de puntjes voorbereid zijn. Elke partij is voor hem bittere ernst. Niemand twijfelt eraan dat hij op zijn 54e de jonge garde nog redelijk goed aankan. Toernooiwinst zal te hoog gegrepen zijn, maar de linkerhelft van het klassement moet zeker kunnen. En wie weet... Snelschaak is emotie, meer instinct dan berekening. Wat dat betreft is de comeback van Kasparov ook voor de niet-doorwinterde schaakafficionado goed nieuws. De ex-wereldkampioen toont zijn emoties altijd op billboardformaat. Geen pokerface zoals zijn oude rivaal Karpov. Bij Kasparov laten blijdschap, ontgoocheling, verbijstering en overwinningsdrang zich aflezen aan hoofdschudden, opgetrokken wenkbrauwen, diepe fronzen en brede grijnzen. Een spektakel dat een liefhebber van wat sportief drama niet mag missen.