Maandenlang schoof de Japanse regering de beslissing voor zich uit: toeschouwers wél of niet toelaten? In juni leek een consensus bereikt: de olympische stadions konden voor de helft gevuld worden, met een maximum van 10.000 toeschouwers. Begin juli begonnen de coronacijfers in Tokio, aange...

Maandenlang schoof de Japanse regering de beslissing voor zich uit: toeschouwers wél of niet toelaten? In juni leek een consensus bereikt: de olympische stadions konden voor de helft gevuld worden, met een maximum van 10.000 toeschouwers. Begin juli begonnen de coronacijfers in Tokio, aangewakkerd door de deltavariant, echter weer sterk te stijgen. Tot 22 augustus, twee weken na het einde van de Spelen, werd in de prefectuur Tokio daarom een nieuwe 'noodtoestand' ingevoerd. De politieke druk op premier Yoshidi Suga werd immers te groot, zeker nadat zijn partij in de lokale parlementsverkiezingen in Tokio op 4 juli slechts 33 van de verhoopte 50 zetels had bemachtigd. Verklaring: het negatieve sentiment bij de Japanners ten opzichte van de Spelen, en de manke corona-aanpak van de regering Suga, die ook in nationale peilingen het ene laagterecord na het andere scoort. In de jongste enquête van de openbare tv-zender NHK gaf 30 procent van de respondenten ook aan dat de Spelen afgelast moesten worden, 40 procent wilde dat die achter gesloten deuren zouden plaatsvinden. Aangezien van een afgelasting geen sprake kon zijn (wegens financiële én politieke redenen), koos premier Suga voor de minst slechte optie: géén toeschouwers in 97 procent van de olympische events. Ook niet tijdens de openingsceremonie, waar wél enkele honderden sportbobo's, vips, sponsors en buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders in het National Stadium zullen zitten.