In de familie Duplantis is sport, en dan vooral polsstokspringen, een tweede natuur. A way of life.
...

In de familie Duplantis is sport, en dan vooral polsstokspringen, een tweede natuur. A way of life. Even voorstellen, die atletenclan. Ladies first. Moeder Helena (57) is een zevenkampster die in het begin van de jaren 80 een studiebeurs kreeg van de Louisiana State University in Baton Rouge. Maar de jonge Zweedse werd gedwarsboomd door een blessure en moest haar favoriete sport opgeven. Ze heroriënteerde zich dan met succes naar het volleybal en schopte het daarin tot de universiteitsploeg. Het kakenestje van de bende is Johanna (19), die op de middelbare school de overwinningen in het polsstokspringen opstapelde. Ze nam ook deel aan competities in Zweden. Net zoals haar ouders en haar drie broers voor haar verdedigt ook zij de kleuren van de LSU Tigers. Haar persoonlijk record, dat ze in januari 2021 in Texas sprong, bedraagt 3,96 meter. Andreas (29), de oudste van de vier kinderen, groeide tijdens zijn universitaire studies uit tot een van de beste tien polsstokspringers, met een persoonlijk record van 5,42 meter. Momenteel werkt hij in New York in de modesector. 'Hij is degene die het dichtst bij Armand staat', zegt vader Greg. 'Ze zijn twee handen op een buik, ze bellen elkaar dagelijks.' Antoine (25), of Twani, is het 'zwarte schaap' van de familie, zoals Greg het schertsend uitdrukt. Hij is inderdaad de enige van het gezin die nooit een carrière in het polsstokspringen heeft geambieerd, terwijl hij op zijn veertiende toch al bijna 4 meter sprong. Hij hield echter meer van baseball, dat hij met succes beoefende tijdens zijn studies aan de LSU en aan Harwich in Massachusetts. In 2018 werd hij zelf aangetrokken door de Cleveland Indians en het jaar erop door de New York Mets. Zijn baseballcarrière gaat in stijgende lijn. Vader Greg (60) woonde in zijn jeugd in New Orleans, New York, Connecticut, Californië en Texas, omdat zijn vader in de petroleumbranche werkte. Hij is nog altijd slank en gespierd als een twintiger. In de jaren 70 legde hij zich toe op het polsstokspringen, nadat hij ook aan American football, Grieks-Romeins worstelen, sprinten en verspringen had gedaan. Indertijd was dat een eerder ongewone discipline. 'Ik was een buitenbeentje', geeft hij toe. 'Mijn middelbare school had geen polsstok, geen aanloopbaan en geen valmat. We moesten daar zelf nog voor zorgen. Maar ik was vastbesloten, aangetrokken door het gevaar, door de hoogte.' Zijn kleine gestalte (1,71 meter) compenseerde hij door zijn snelheid en explosiviteit. In 1981 bracht hij het nationale middelbareschoolrecord op 5,48 meter. Terwijl hij ook een goede student was - hij is advocaat gespecialiseerd in olie-en-gaswinning - bouwde hij ook een briljante sportloopbaan uit. Hij kwalificeerde zich vier keer voor de trials, de olympische preselecties in de VS, en mocht als eerste reserve mee naar de Spelen van Atlanta in 1996. Zijn persoonlijk record bedraagt 5,80 meter, gesprongen in het Deense Aarhus in 1993. De familie Duplantis woont in Lafayette, een stadje van zo'n 125.000 inwoners in het zuiden van Louisiana. In die regio woont nog de grootste Franstalige gemeenschap van de VS. 'Mijn grootouders spraken Frans, maar mijn ouders hebben het nooit geleerd', vertelt Greg met spijt. 'Vanaf de jaren 40 werden Franstaligen beschouwd als de lagere klasse. Ze moesten zich integreren in de melting pot van de States.' De namen Antoine en Armand zijn nog een verwijzing naar Gregs verleden, terwijl Andreas en Johanna eerder een keuze van hun moeder waren. Naast het ouderlijk huis ligt een grote tuin. We moeten vriendelijk aandringen om die te mogen zien. 'Het is momenteel een werf', excuseert Greg zich. 'Ik heb de beschermende matrassen losgemaakt van de tuinmuur en de insteekbak en valmat uitgebroken. Ik heb hetzelfde gedaan met de aanloopbaan, die bestond uit metalen boxen met daarop platen uit multiplex en een rubberen mat. Ik heb dat aan een jonge polsstokspringer uit het naburige Lake Charles geschonken. Ik ga nu het materiaal van de LSU overkopen. Zo kan Armand wanneer hij in het land is hier trainen en moet hij niet altijd naar Baton Rouge, dat honderd kilometer van hier ligt.' Om een aanloopbaan van 38 meter te bekomen liep die runway door in de voortuin, dwars door een houten poort. Naar de hel met de esthetiek! Nood breekt wet. In de tuin liggen ook enkele marteltuigen: gewichten, halters, een horizontale baar, een toestel om de buikspieren te trainen, een baseballkooi om met de bat te oefenen en een zes meter lang klimtouw dat aan een boomtak is opgehangen. Mondo, zoals een Italiaanse vriend Armand ooit noemde - een bijnaam die is blijven plakken - trekt zich daaraan alleen met behulp van zijn armen naar boven. 'We hebben onze kinderen nooit gedwongen om aan sport te doen', legt Greg uit. 'We hebben hen gewoon de ideale omgeving aangeboden. Met de hulp van de buren ook. Eentje gaf schijnwerpers om te kunnen trainen als het donker is, een andere stelde een braakliggend terrein ter beschikking waarop de kinderen uit de buurt konden spelen en sporten. Mondo en zijn vriendjes speelden er baseball, football en voetbal. Onze kinderen speelden altijd buiten, het is hier dan ook bijna tropisch weer. Je kunt wel zeggen dat ze gezond zijn opgevoed, ook qua voeding. We waren niet zo streng, maar gaven zelf het goede voorbeeld en omdat Helena diëtiste is ging dat heel natuurlijk. Wij hadden dus geen gesuikerde frisdrank in huis, bijvoorbeeld. Als kind wilde Armand geen groenten eten, maar nu let hij heel erg op zijn voeding. Hij zondigt alleen af en toe met gefrituurde kip.' Zoals een goede Amerikaan, zeker een Southerner, betaamt. Het talent en de prestaties van Mondo zijn buitengewoon. Een voorbeeld: in de leeftijdscategorieën van zeven tot dertien jaar en van zestien tot negentien jaar heeft hij alle wereldrecords gebroken. Hoe valt dat te verklaren? 'Ik denk dat het een gelukkige combinatie van factoren is', zegt vader Greg. 'De genetica speelt misschien een rol, geen idee. De omgeving, de kansen en de mogelijkheden die hij kreeg - onze tuin, het terrein in de wijk - zijn ook essentieel. En dan is er het fysieke aspect. Mondo begon te springen toen hij vier of vijf jaar was. Op dat ogenblik kan niemand al zeggen wiens genen hij zal erven. Uiteindelijk bleek hij de ideale lichamelijke eigenschappen te bezitten om polsstokspringer te worden: 78 kilo voor 1,81 meter - en ik denk dat hij zelfs nog groeit. Als je alle wereldrecords analyseert, dan zie je dat die gevestigd werden door springers die bijna allemaal 1,78 tot 1,84 meter groot zijn. Het zwaartepunt van de atleet - dat idealiter hoog ligt - is ook van belang. En heel logisch ook: om te sprinten met een stok die 4,5 meter lang en 4 kilo zwaar is en je af te duwen om ondersteboven over de lat te gaan, is de musculatuur van je bovenlichaam heel belangrijk. Maar brute kracht is niet de enige kwaliteit. Een polsstokspringer moet de souplesse van een turner en de snelheid van een sprinter hebben. Op zijn topsnelheid - mét stok uiteraard - legt Mondo meer dan tien meter per seconde af. Dat is uitzonderlijk als je weet dat een goeie polsstokspringer 9,5 meter haalt en een topper 9,8 meter. Mondo heeft bepaalde eigenschappen van bij zijn geboorte meegekregen, maar hij werkt hard om ze te benutten en er nieuwe te verwerven.' Het hoofd is dus ook heel belangrijk, bevestigt Greg. 'Absoluut. Als kind wou Mondo al de beste van de wereld worden. En in 2016, toen hij zeventien was, had hij het vaste voornemen om in 2020 goud te pakken op de Spelen in Tokio. Hij gaf altijd blijk van motivatie, vastberadenheid, zelfs koppigheid. Het is een competitiebeest, hé! Hij wil altijd winnen, ook een spelletje pingpong of poker met de vrienden. En wat ook belangrijk is, zoals ik vaak onderstreep: hij is comfortable being uncomfortable. Met andere woorden: als de omstandigheden niet ideaal zijn, een polsstok die niet geweldig is, een onvaste grip, slecht weer, dan kan hij zich daar makkelijk overheen zetten. En een polsstokspringer mag ten slotte ook niet bang zijn. Het is een halsbrekende sport. Gelukkig bleef Mondo, op een enkelblessure en zes hechtingen door een slechte landing na, gespaard van tegenslag.' Een laatste belangrijk aspect is natuurlijk de techniek. In tegenstelling tot de meeste polsstokspringers, zoals Renaud Lavillenie, neemt Mondo maar achttien passen in plaats van twintig. Is dat misschien de voornaamste oorzaak van zijn snelheid en explosiviteit? Maar uiteindelijk moet hij toch ook enkele zwakheden hebben? 'Ik denk dat hij zijn startsnelheid nog kan verbeteren', analyseert Greg. 'Zijn opwarming laat af en toe te wensen over. Hij neemt het soms wat te licht op. Zijn houding verandert naargelang het belang van de wedstrijd en de sfeer. Het is een entertainer, het publiek is daarbij belangrijk. Zo houdt hij bijvoorbeeld enorm van de Memorial Van Damme. Hij maakt er een erezaak van om daar aanwezig te zijn, ook al moet hij de dag erop deelnemen aan de Finnkampen in Helsinki.' En hoe zit het met zijn belangrijke en definitieve keuze voor geel-blauw en niet voor rood-wit-blauw? 'Laat me duidelijk zijn: die keuze is niet ingegeven door het gemak om gekwalificeerd te worden voor de nationale of olympische ploeg', verzekert Greg. 'Die beslissing heeft moeten rijpen. In 2015 sprong mijn zoon over 5,28 meter. Hij was amper vijftien maar wilde al naar de IAAF-kampioenschappen (International Amateur Athletic Federation,nvdr) bij de U18 in Colombia. Een lastige en dure onderneming gezien het materiaal dat mee moest. De Amerikaanse bond kwam er niet in tussen! Wij moesten alles betalen. In diezelfde periode kreeg ik een telefoontje van Jonas Anshelm, de coach van de Zweedse U23-ploeg, die de prestaties van Armand al een tijd volgde en voorstelde dat hij bij de Zweedse nationale ploeg zou komen. Ik wees dat voorstel af, maar we hebben daar binnen het gezin natuurlijk over gesproken. Het was niet zwart-wit. Twee weken later belde Jonas opnieuw en toen hebben we daar positief op gereageerd. Gezien hij de dubbele nationaliteit heeft, zou Armand voortaan de kleuren van Zweden verdedigen. Dat bleek een goeie beslissing want nog geen dag later ontvingen we al tickets om van New Orleans naar Colombia te vliegen. Om dan te moeten vaststellen dat de Colombiaanse luchtvaartmaatschappij geen polsstokken als bagage wilde... Ik belde meteen naar Jonas, die me zei: 'I'll fix it. ' Hij heeft dan de voorzitter van de Colombiaanse atletiekbond gebeld, die op zijn beurt de directeur van de luchtvaartmaatschappij belde en alles was geregeld!' Armand Duplantis gaf Zweden meteen iets terug, want hij pakte goud, voor de Oekraïner Vladyslav Malychin en de Griek Emmanouil Karalis, met een sprong over 5,30 meter, een verbetering van zijn persoonlijk record met 2 centimeter en een nieuw wereldrecord bij de U18. Onze fijne ontmoeting met Greg Duplantis kent nog een onvoorzien maar daarom niet minder belangrijk vervolg. We komen meer te weten over het contrast tussen de eenvoud van Armands thuissituatie en zijn buitengewone prestaties. Een kloof die zonder twijfel overbrugd wordt door zijn pure talent, maar ook door zijn bescheiden karakter. 'Mondo is altijd ongelooflijk eenvoudig en spontaan geweest', vertelt zijn vader. 'De vrienden van zijn kindertijd zijn nog altijd zijn vrienden. Hij spreekt graag met hen af wanneer hij thuis is. En het zal je misschien verbazen, maar hij heeft geen persoonlijke coach. Zijn moeder en vooral ikzelf stellen zijn trainingsprogramma en zijn dieet op wanneer hij in Stockholm verblijft, waar hij samenwoont met zijn vriendin Désiré Inglander, die hij heeft leren kennen op het beroemde festival Midsummer Eve. Er zijn ook geen polsstokken die speciaal voor hem ontworpen zijn. Hij koopt ze, zoals iedereen zou je bijna kunnen zeggen, bij UCS Spirit in Carson City in Nevada. Er bestaat wel een schoen van Puma met zijn logo en een Zweeds vlaggetje, maar meer niet.' Het jonge talent heeft uiteraard geen financiële problemen. De sponsors staan in de rij en de contracten worden zorgvuldig nageplozen door vader Greg, voor wie het recht geen geheimen heeft. 'Puma, Red Bull, Omega, CapitalBox, het Zweedse financieringsbedrijf Fintech, maar ook Volvo, die hem een topeditie van Polestar cadeau heeft gedaan... Maar dan nog rijdt hij liever met onze oude 4x4 Toyota FJ, die van het ene kind op het andere is overgegaan. Armand is totaal niet materialistisch ingesteld. Het enige wat hem interesseert, is zijn sport en zijn prestaties.' Hoe ver kunnen die nog gaan? 'Eerlijk gezegd zie ik hem nog 20 centimeter hoger springen, dus 6,40 meter.' Semper altius met andere woorden!