Teddy Riner

144 (!) judokampen heeft Teddy Riner op rij gewonnen sinds hij op 13 september 2010, in het WK voor open gewichtscategorieën, verloor van Daiki Kamikawa. In zijn eigen klasse (+100 kg) is zijn reeks zelfs nog straffer: 152 opeenvolgende zeges. Riners laatste nederlaag in die categorie dateert van de kwartfinales van de Spelen van ... 2008, tegen Abdoello Tangriev. En dan nog na discutabele beslissingen van de refs, zoals ook bij het verlies tegen Kamikawa.
...

144 (!) judokampen heeft Teddy Riner op rij gewonnen sinds hij op 13 september 2010, in het WK voor open gewichtscategorieën, verloor van Daiki Kamikawa. In zijn eigen klasse (+100 kg) is zijn reeks zelfs nog straffer: 152 opeenvolgende zeges. Riners laatste nederlaag in die categorie dateert van de kwartfinales van de Spelen van ... 2008, tegen Abdoello Tangriev. En dan nog na discutabele beslissingen van de refs, zoals ook bij het verlies tegen Kamikawa. Geen actieve olympische sporter is langer ongeslagen dan de Fransman, die sinds 2008 twee keer olympisch, vijf keer Europees en tienmaal wereldkampioen werd. Met dank aan zijn gepantserd lijf: 2m04 voor ruim 140 kg - zelfs een tank kan Teddy Bear niet omverrijden. Toen de 105 kg zware/lichte Toma Nikiforov onlangs op Riner botste in de WK-finale van de open klasse was hij een speelpop voor Big Ted. Al is diens kracht niet zijn enige wapen. Ondanks zijn gewicht is hij bijzonder explosief én begiftigd met een uitmuntende techniek. Volgens kenners kan Riner, geboren in Guadeloupe maar een megavedette in Frankrijk, nog vele jaren mee. Want dat maakt zijn palmares nog hallucinanter: hij is pas 28... The World Karate Queen heeft sinds 2011, toen ze op haar 17e wereldkampioene bij de cadetten/junioren werd, in geen enkel groot toernooi meer verloren: vijfvoudig Japans kampioene (in 2013 als jongste ooit), goud op de Asian Games van 2014, op de WK's van 2014 en 2016, en dit jaar op de World Games, de olympiade voor niet olympische sporten. Shimizu versloeg er Sandra Sánchez met 4-1. Tot haar grote frustratie echter, want normaal wint ze altijd met 5-0... De 1m60 grote studente uit Osaka komt uit in de zogenaamde kata-categorie, waarin de jury karateka's beoordeelt op de stijl, snelheid, timing en kracht van hun technieken. En die voert de 24-jarige Shimizu volgens haar coach uit als een man. Nu al leeft de Japanse toe naar de Spelen van Tokio 2020, want dan staat karate voor het eerst op het olympische menu. Shimizu heeft trouwens ook een mannelijke evenknie in de kata: Ryo Kiyuna (27), sinds 2013 ongeslagen op onder meer zes opeenvolgende nationale kampioenschappen, de voorbije twee WK's en de jongste World Games. Vijf gouden medailles en zilver won Katie Ledecky op het WK in Boedapest, haar grootste oogst ooit op een internationaal zwemkampioenschap, na vijf keer goud op het WK 2015 en viermaal goud plus zilver in Rio. En toch was de First Lady of Freestyle ontgoocheld, omdat ze, voor het eerst sinds de Spelen van 2012 - toen ze al op haar 15e de 800 m vrije slag won - geen enkel wereldrecord had verbeterd. Op de WK's van 2013 en 2015, de Pan-Pacific Championships van 2014 en de Spelen van 2016 had Ledecky immers minstens twee beste tijden ooit gezwommen. Telkens met straatlengten voorsprong. Maar in Boedapest tikte ze op haar favoriete 800 m 'slechts' 2,78 seconden eerder aan dan LiBingjie en was ze 8 seconden trager dan haar wereldrecord in Rio. Bovendien werd de Amerikaanse op de 200 m verslagen door Federica Pellegrini. Al kon ze er ook om lachen: 'Als dit het slechtste jaar uit mijn carrière is, dan ziet de toekomst er mooi uit.' Niet eens onlogisch in een postolympisch jaar. Bovendien verhuisde Ledecky naar LA, waar ze studeert aan de bekende Stanford University. Een grote aanpassing, maar de drive blijft om haar wereldrecords op de 400, 800 en 1500 m te blijven verbeteren. Ze kreeg zelfs al raad van Michael Phelps, die zelf op haar afstapte omdat hij weet hoe moeilijk dat is, als je zó veel voorsprong hebt op de concurrentie. Ooit bereik je immers je plafond, al is dat in Ledecky's geval dat van een kathedraal. Niettemin is de Amerikaanse nog altijd pas 20 en kan ze nog minstens twee olympiades mee. Om zo misschien Phelps te onttronen als de beste zwemmer (m/v) ooit. De legendarische Ingemark Stenmark zal hij qua aantal Wereld- bekerzeges (86) allicht niet meer bijhalen, maar met 48 stuks passeerde Marcel Hirscher, nochtans pas hersteld van een enkelbreuk in de zomer, vorige week wel Alberto Tomba, die andere slalomgod. En allicht zal de Oostenrijker nog dit seizoen de nummer twee op die ranking, Hermann Maier (50 WB-zeges), voorbijsteken. Al wordt hét doel de Spelen van Pyeongchang, waar hij het grote hiaat in zijn erelijst wil opvullen. In 2014 in Sotsji raakte Hirscher immers niet verder dan zilver, op de slalom, het onderdeel waarin hij in 2013 en 2017 wereldkampioen werd. Dit jaar realiseerde hij zelfs de dubbel op het WK, met ook goud op de reuzenslalom. En zette hij daarnaast een historisch record neer door voor de zesde maal op rij de WB allround te winnen, één keer meer dan Marc Girardelli. Vooral dankzij zijn dominantie in de twee slalomdisciplines, waarin Hirscher in beide nummers al viermaal WB-eindwinnaar werd. Alles samen weliswaar vijf WB-titels minder dan Stenmark (14 vs 19), al moet - op zijn 28e - die kaap nog te ronden zijn. Maar eerst de Winterspelen, want die zullen bepalen of Magic Marcel de geschiedenis ingaat als (een van) de allergrootste skiër(s) ooit. Al sinds maart 2015, 33 maanden op rij, is Ma Long nummer één op de wereldranglijst, nadat hij ervoor al 30 maanden die ranking had aangevoerd. Niemand domineerde het tafeltennis zo lang als de nog altijd maar 29-jarige Chinees, bekend om zijn verschroeiende service en verraderlijke spin. In 2006 veroverde hij al op zijn vijftiende de wereldtitel voor landenteams - als jongste ooit. Met zijn olympisch goud in Rio werd hij ook de vijfde man die de grandslam in het tafeltennis verwezenlijkte (naast eindzeges op het WK en in de World Cup), en zo ook de allereerste die alle grote toernooien ter wereld op zijn naam schreef. In 2017 onder meer zijn tweede wereldtitel. De discussie over wie de beste tafeltennisser ooit is - Ma Long of de legendarische Jan-Ove Waldner - kantelt dan ook steeds meer naar zijn kant. Nochtans werden lange tijd vragen gesteld bij de stressbestendigheid van de Chinese megaster, nadat die zich als 's werelds nummer één niet had kunnen kwalificeren voor de Spelen van 2012, en tot 2015 moest wachten op een eerste individuele wereldtitel. Tot zijn coach een oplossing vond: alcohol (!) - weliswaar in beperkte mate - waardoor Ma Long veel relaxter werd. En hij zo de uitdrukking 'iemand onder de (pingpong)tafel drinken' een nieuwe dimensie gaf. Hij omschreef 2017 zelf als #theperfectseason. De Zwitserse mountainbiker Nino Schurter begon zijn jaar met een eindzege in de vermaarde Cape Epic, een duorace in Zuid-Afrika. Daarna schreef hij voor de vijfde keer sinds 2010 de World Cup op zijn naam door álle zes races te winnen. Een historische primeur, want op zes zeer gevarieerde parcoursen, die elk hun specifieke fysieke en technische vaardigheden vereisen en waar dus de specialisten bovendrijven. Toch stak de allrounder Schurter ze allemaal op zak, voortgedreven door zijn superieure technische en fysieke kwaliteiten. In Australië zette de Zwitser begin september de kroon op het werk met zijn derde opeenvolgende WK-goud, zijn zesde bij de profs sinds 2009. Eentje meer dan zijn grote rivaal Julien Absalon, die wel een olympische titel (2008-2012) meer telt. Absalon is wel al 37, terwijl de nu 31-jarige Schurter brons veroverde op de Spelen van Peking, zilver in Londen en goud in Rio, zijn grootste triomf. En dan moest zijn #perfectseason nog volgen. Of Jevgenia Medvedeva door de dopingban van Rusland, al dan niet onder neutrale vlag, zal deelnemen aan de Winterspelen, is nog onzeker. Indien niet, dan wordt het kunstschaatsen bij de dames onthoofd. De pas 18-jarige Russische is immers dé koningin van het ijs. Al sinds 2015 ongeslagen, wat haar drie nationale, twee Europese en twee WK-titels opleverde, als eerste vrouw in zestien jaar (sinds Michelle Kwan) die twee keer op rij (2016-2017) goud won op een WK. Of zelfs driemaal, want in 2015 was Medvedeva al 's werelds beste bij de junioren. Ze verbeterde ook al elf keer een wereldrecord, waarbij ze als eerste kunstschaatsster de grens van de 80 punten op de korte kür, die van de 160 punten op de vrije kür, en die van de 230/240 punten qua totaalscore overschreed. Dankzij een fenomenale sprongtechniek (met de kenmerkende armen omhoog) en een bedwelmend charisma waarmee ze het publiek volledig kan inpakken. Een vedette ook naast de schaatsring, zeker in Rusland en Azië, als verpersoonlijking van de jongerencultuur. Zo is Medvedeva een grote fan van K-pop, een muziekgenre uit ... Zuid-Korea. Misschien trekt die liefde voor muziek haar over de streep om, ondanks een gebroken voetbeentje dat ze onlangs opliep, toch richting Pyeongchang te vliegen. Eigenlijk hadden we eerst voor Eleftherios Petrounias gekozen, de Griekse Lord of the Rings, als tweevoudig Europees, wereld-, en eenmalig olympisch kampioen. Maar Dennis Goossens, de Belg die in Rio in de ringfinale stond, overtuigde ons: je kunt in het turnen niet om Kohei Uchimura heen. Nochtans viel die op het jongste WK uit met een enkelverzwikking. Een ramp in Japan, want Uchimura heeft er een goddelijke status. De eerste gymnast sinds zijn landgenoot Sawao Kato in 1972 die, in Rio, zijn olympische allroundtitel met succes verdedigde, en de eerste ooit die zésmaal op rij wereldkampioen werd. Niemand die immers zo elegant en nagenoeg foutloos elementen van de allerhoogste moeilijkheidsgraad turnt. Alleen in Rio kon Oleg Verniaiev hem het vuur aan de korte schenen leggen - beiden meten 1m61 - maar daarna beleefde die een flinke dip, waardoor de in bloedvorm verkerende Japanner, zegt Goossens, zonder zijn blessure met de vingers in de neus zijn zevende WK-goud had behaald. En het ziet er niet naar uit dat het rijk van King Kohei rap zal afbrokkelen, want niemand lijkt in staat om (een fitte) Uchimura te bedreigen. Diens ultieme doel: de Spelen van 2020 in Tokio, waar hij met een derde olympische allroundtitel, en een tweede per landenploeg, zich definitief tot keizer van Japan kan kronen. Wanneer atletiekkenners als Ivan Sonck voor een groot kampioenschap hun pronostiek per discipline invullen, dan is een van de eerste namen die ze noteren die van AnitaWlodarczyk, als gedoodverfde winnares van het hamerslingeren. Geen atleet (m/v) die zijn/haar discipline immers zo domineert, al is de concurrentie er niet erg groot - vooral beoefend door Oost-Europese, Chinese en Amerikaanse dames. De laatste drie jaar is Wlodarczyk ongeslagen en sinds 2009 werd de nu 32-jarige Poolse al drie keer Europees en wereldkampioene en tweemaal olympisch kampioene. De beste dertien (!) worpen ooit, onder meer met zes wereldrecords, staan allemaal op haar naam. Haar huidige wereldrecord (82m98) is zelfs 3m56 meer dan de beste worp van de tweede op de all time-ranglijst, Betty Heidler. Nog groter was het verschil - zés meter - met haar eerstvolgende tegenstandster, Malwina Kopron, op de ranking van 2017. Gigantische verschillen, dankzij Wlodarczyks uitmuntende coördinatie, snelheid en techniek die ze in de ring ontwikkelt. Toen de Poolse (95 kg voor 1m78) in Rio de olympische titel behaalde, gooide ze - weliswaar met een drie kilo lichtere kogel - zelfs 3m61 verder (82m29) dan de winnaar bij de mannen, Dilsjod Nazarov (78m68). Dat had geen enkele vrouw op een groot kampioenschap haar ooit voorgedaan. Wlodarczyks geheim wapen in Rio? De handschoen van Kamila Skolimowska, haar landgenote die in 2000 olympisch goud veroverde en in 2009 overleed aan een longembolie. Op het podium tuurde Anita richting hemel, naar Kamila - en miljoenen huilende Polen met haar. Nu snelschaatser Sven Kramer zijn wereldrecords op de 5 en 10 km is kwijtgeraakt aan Ted-Jan Bloemen, en dus ook een beetje van zijn onaantastbaarheid, selecteerden we een andere winterkoning: Martin Fourcade, niet toevallig straks in Pyeongchang vlaggendrager van de Franse delegatie. Want als biatlon in het verleden synoniem stond voor Ole Einar Bjørndalen, met 13 olympische medailles (achtmaal goud) en 45 WK- medailles (20 keer goud) de meest succesvolle wintersportatleet ooit, dan is nu Fourcade de kannibalistische alleenheerser. Sinds 2012 won de Fransman, die opgroeide in de Pyreneeën, zés keer op rij de WB allround, een uniek record - Björndalen behaalde er wel evenveel, maar niet na elkaar. De laatste twee seizoenen was Fourcade, die als statistiekenfreak kickt op historische reeksen, zelfs goed voor een clean sweep, met WB-eindzeges in de vier biatlondisciplines (individueel, sprint, achtervolging en massastart). Met 26 WB-titels staat hij nu ook op gelijke hoogte met Bjørndalen. Op zijn 29e is zijn olympisch/WK-palmares wel nog niet zo rijkelijk gevuld als dat van de Noor: twee keer goud en eenmaal zilver in Sotsji, zilver in Vancouver, plus 25 WK-medailles (11 maal goud). Fourcade, wiens oudere broer Simon ook profbiatleet is, kan op zijn fysieke toppunt die achterstand deels goedmaken in Pyeongchang. Bjørndalen zal er, op zijn 44e (!) wel deelnemen aan zijn zévende Spelen, maar is allicht te oud om mee te strijden voor het podium.