Door Samuel Gothot
...

Door Samuel GothotDe Belgische zwemsport zal tijdens de Olympische Spelen in Tokio niet bepaald oververtegenwoordigd zijn. Slechts drie atleten konden zich kwalificeren en eentje daarvan, Pieter Timmers, besliste na het uitstel vorig jaar om zijn carrière te beëindigen. Met dus maar twee vertegenwoordigers, Louis Croenen (27) en Fanny Lecluyse (29), doen de Belgen het met een pak minder waterratten dan op de Olympische Spelen van 2012, toen ze met z'n twaalven de oversteek naar Londen maakten. Ervaring hebben de twee aanwezigen in Tokio wel. Zowel Croenen als Lecluyse tekenen na Londen en Rio voor de derde keer op rij present op de Spelen. De Kortrijkzaanse Lecluyse, die aangesloten is bij Royal Dauphins Mouscronnois en viervoudig Belgisch recordhoudster is in groot bad (50, 100 en 200 meter schoolslag en 200 meter wisselslag), hoopt in Japan beter te doen dan tijdens haar twee vorige deelnames aan het grootste sportevenement ter wereld. Amper twintig jaar was Lecluyse toen ze negen jaar geleden in de Britse hoofdstad kennismaakte met de Olympische Spelen. 'Het was compleet anders dan een Europees of een wereldkampioenschap', zegt ze. 'In het bad strijd je tegen dezelfde tegenstanders, maar alles errond is zoveel groter. De beste atleten uit nagenoeg alle sporten zijn verzameld op één en dezelfde plaats. Dat is echt wel indrukwekkend. In tegenstelling tot andere wedstrijden kijk je veel meer naar wat er rondom jou allemaal gebeurt.' Tijdens zo'n groots evenement komt er uiteraard ook meer druk bij kijken. Op jonge leeftijd is het niet altijd gemakkelijk om daarmee om te gaan. Dat ondervond ook Lecluyse. 'Ik was gekwalificeerd voor de 100 en de 200 meter schoolslag, maar ik voelde dat mijn niveau onvoldoende was. Daarom verkoos ik om niet deel te nemen aan de 100 meter. Ik was bang wat de journalisten over mij zouden zeggen en schrijven en ik besefte dat mijn 200 meter eronder zou lijden. Om mezelf te beschermen focuste ik op mijn favoriete afstand.' Het bleef in Londen bij één enkele wedstrijd voor Lecluyse. In de series liet ze slechts de 19e tijd optekenen en strandde ze op 30 honderdsten van de halve finales. Een ontgoocheling, geeft ze toe. 'Ik startte veel te traag en ik slaagde er niet in op om het einde mijn slagfrequentie nog op te drijven. Dat is normaal gezien nochtans mijn sterkste punt.' Al snel na Londen maakte ze van de volgende Olympische Spelen haar doel. 'Ik heb me altijd voorgehouden dat ik met een mooie prestatie zou willen stoppen, niet met een ontgoocheling. Ik maakte kort de overstap naar een andere club, maar keerde toch al snel terug naar Moeskroen. Daar voelde ik dat er nog veel progressie in zat.' Dat bleek ook uit haar resultaten. Acht maanden voor de Spelen in Rio won ze goud op de 200 meter schoolslag op het EK kortebaanzwemmen in het Israëlische Netanja. Hoewel ze in de vorm van haar leven zat, verliep de rest van de voorbereiding op de Olympische Spelen van 2016 niet zoals voorzien. Op stage in Japan probeerde ze met een aangepaste techniek te zwemmen. 'Dat had helemaal niet het verhoopte effect en na twee maanden proberen moest ik opnieuw naar mijn oude, vertrouwde techniek teruggrijpen. Het kostte me veel meer moeite dan ik verwachtte. Ik geraakte niet meer in het juiste ritme en verloor het goeie gevoel in het water.' Na die verstoorde voorbereiding vielen ook de resultaten in Rio tegen. Op de 100 meter schoolslag zwom Lecluyse de 27e tijd en ook op de 200 meter schoolslag overleefde ze met de 17e tijd de reeksen niet. 'Er was ook een Russische zwemster bij die twee keer bestraft was na een positieve dopingtest. Toch mocht ze deelnemen aan de Olympische Spelen. Zij plaatste zich wel voor de halve finales. Had ik één plaatsje hoger geëindigd, dan was ik er als 16e bij geweest. Dat frustreerde mij enorm.' Maar frustratie betekent voor Lecluyse nog niet capitulatie. Opnieuw richtte ze zich op en ging ze op zoek naar eerherstel op de Olympische Spelen. 'Eenvoudig is dat niet, want na de Spelen volgt altijd een iets langere break dan anders. Toen ik op het EK kortebaanzwemmen in Kopenhagen ( in december 2017, nvdr) opnieuw een medaille pakte op mijn favoriete afstand was ik weer op en top gemotiveerd om nog een keer door te gaan tot de volgende Olympische Spelen.' Dankzij een zevende en negende plaats op het WK in het Zuid-Koreaanse Gwangju verzekerde Lecluyse zich in 2019 van deelname aan de Olympische Spelen van Tokio voor respectievelijk de 200 en de 100 meter schoolslag. Dat die Spelen uitgesteld werden, was ook voor haar een domper, maar haar motivatie bleef intact. 'Ik heb me in december vorig jaar 'opnieuw gekwalificeerd'. Ik wilde voor mezelf namelijk absoluut nog een keer de limiet zwemmen. Ik wilde tonen dat ik er klaar voor was.' Haar hoofddoel voor Tokio is beter doen dan in Londen en Rio, vertelt Lecluyse. 'Op de 200 meter wil ik minstens de halve finales halen. Op het laatste WK bereikte ik de finale, dat is dus ook een realistische ambitie voor Tokio. Mijn concurrenten zijn immers dezelfde als die in Gwangju.' Over haar deelname aan de 100 meter spreekt ze zich nog niet met zekerheid uit. Veel zal afhangen van hoe haar knie reageert (zie kader). Mogelijk zwemt ze die afstand om competitieritme op te doen, maar haar focus ligt sowieso op de 200 meter. De finale bestempelt ze dus al als een realistische doelstelling. Eens die is bereikt, is dromen toegestaan, weet ook Lecluyse. 'In de finale start iedereen met gelijke kansen. De medailles zullen weggelegd zijn voor de zwemsters die het best recupereren en hun wedstrijd het best indelen.' In het zwemstadion zal ze niet kunnen rekenen op de steun van Belgische supporters, maar vanop afstand zal iedereen haar zodanig aanmoedigen dat Lecluyse haar olympische vloek eindelijk kan verbreken.