De feiten

Het is juni 1999 en het hele atletiekcircus is bezig aan een klassieke zomertournee. Plaats van afspraak op 16 juni: Athene en de piste in het stadion waar vijf jaar later de Olympische Spelen doorgaan. De temperatuur is ideaal om te spurten: het is heet en er staat een lichte rugwind (0,1 meter per seconde).

Aan de start staat Maurice Greene, rechts naast hem Ato Boldon, zijn trainingspartner. Hun doel: zo dicht mogelijk de recordtijd van de Canadees Donovan Bailey benaderen. Die liep in Atlanta in de finale van de Olympische Spelen drie jaar eerder 9.84. Het WK komt eraan en beide spurters hebben tijdens de winter hard getraind. Het is tijd om dat eens te tonen aan de Europeanen.

Greene en Boldon komen goed weg en lopen de eerste vijftig meter naast elkaar. Dan zie je Greene afstand nemen van zijn concurrent. Als hij over de streep komt, klokt de chronometer in beeld af op 9.78. Een nieuw wereldrecord.

Die tijd wordt daarna gecorrigeerd tot 9.79. Er kunnen in het stadion 80.000 mensen, maar dat is voor deze GP Tsikliteria maar voor iets minder dan de helft gevuld. Het maakt de vreugde er niet minder om.

Bekijk hieronder het historische moment.

Making-of

Op 24 september 1988 wint de Canadees Ben Johnson op de Spelen van Seoel de snelste 100 meter ooit. Hij klokt af op 9.79. Het had nog sneller gekund, zegt hij na afloop, had hij net voor de finish zijn hand niet uitgestoken naar het publiek als zegegebaar.

Drie dagen later tuimelt de spurter van zijn voetstuk. De dopingcontrole wijst op het gebruik van stanozolol, een spierversterker. Het record is kunstmatig verkregen. Later blijken maar liefst zes van de acht finalisten op de 100 meter die dag of op doping te zijn betrapt bij het (her)testen van hun urine, of later in hun carrière iets met doping te maken hebben. In de atletiekgeschiedenis wordt die race nu omschreven als de vuilste ooit.

Na de diskwalificatie van Johnson krijgt Carl Lewis de medaille, maar eigenlijk mag die niet eens aanwezig zijn. Tijdens de Amerikaanse trials (kwalificatiewedstrijden voor de Spelen) test Lewis drie keer positief. De Amerikaanse atletiekfederatie veegt dat onder de mat en stuurt het icoon toch. De derde in de stand, Linford Christie, test na de finale in Seoel ook positief, maar daar past het IOC dan weer een mouw aan. Een slecht kruidentheetje...

Enfin, om een lang verhaal kort te maken: sinds 1988 was 9.79 het doel van alle spurters. Dat herhalen, maar zuiver.

Als Ben Johnson ook zijn tijd van 9.83, gelopen op het WK in Rome in 1987, kwijtspeelt als gevolg van bekentenissen, is het wereldrecord de tijd van Lewis in Seoel: 9.92. Van 1991 tot 1994 spelen Leroy Burrell en Lewis haasje over. Om de beurt zetten ze het record van 1988 scherper.

In Atlanta, op de Spelen van 1996, is het goud weer voor een Canadees: Donovan Bailey. Eigenlijk een Jamaicaan, die op zijn 13e naar Canada emigreert, samen met zijn ouders. Zijn verhaal is speciaal: atletiekis tot 1991 maar een hobby, en met spurten houdt hij zich maar sinds 1994 ernstig bezig. Twee jaar later is hij met 9.84 al de snelste man ter wereld. Bailey verdwijnt even snel als hij is gekomen: hij scheurt zijn achillespees bij een basketwedstrijdje, probeert nog een comeback, maar faalt.

Enter Maurice Greene. Die komt uit Kansas City en combineert in zijn jeugd atletiek met American football. Atlanta haalt hij niet. Hij verandert die zomer van coach en heeft dan meer succes. In 1997 haalt hij een eerste keer succes in Athene: hij wint er op het WK de 100 meter. Twee jaar later loopt hij op dezelfde baan zijn wereldrecord.

En daarna

Vier jaar lang is Maurice Greene de koning van de spurt. Zuiver, zo zal hij altijd beweren. Zijn wereldtitel op de 100 meter van Athene zal hij met succes verdedigen in 1999 én in 2001. Tussendoor is er nog goud op de Spelen van Sydney in 2000. Daar wint hij ook de 4 x 100 meter.

Zijn rijk loopt samen met dat van Michael Johnson, die andere sterke spurter op de lange(re) afstand. De man die de tweede wereldtitel van Greene in Sevilla in de schaduw stelt door het wereldrecord op de 400 meter te verpulveren. Omdat de pers Johnson Superman noemt vragen ze op een gegeven moment aan Greene hoe ze hém moeten omschrijven. 'Doe maar Kryptonite', is zijn antwoord.

In 2000 kijkt iedereen uit naar een duel tussen de twee, op de Spelen in Sydney. Wie is de snelste? Johnson, die in Atlanta de 200 én de 400 meter won, probeert er opnieuw die dubbel. Helaas komt het duel er niet: Johnson zit dan al in de herfst van zijn carrière en mist met een blessure de finale van de 200 meter. Hij wint wel de 400 meter.

Maurice Greene zet het wereldrecord op de 100 meter scherper in Athene., BELGAIMAGE
Maurice Greene zet het wereldrecord op de 100 meter scherper in Athene. © BELGAIMAGE

Greene stopt in 2008 met atletiek, het lichaam is op, blessures slaan hem voortdurend terug. Opmerkelijk: op zijn rug laat hij GOAT inkten. De Greatest Of All Time. Controversieel, want daarmee plaatst hij zich boven andere helden uit de atletiekgeschiedenis. Helden die meer medailles winnen.

De snelste ter wereld is hij dan al niet meer. Tim Montgomery breekt in september 2002 als eerste zijn record en brengt het op 9.78. In 2005 wordt die tijd evenwel geschrapt, vanwege zijn betrokkenheid bij een dopingschandaal. Dan is het record al wel geen record meer, want door Asafa Powell werd het op 9.77 gebracht, ook al in Athene. Justin Gatlin zal dat later in Doha evenaren.

En dan komt Usain Bolt, vanaf 2008. Hij zal het wereldrecord op de 100 meter in totaal drie keer scherper stellen. Het nieuwe doel voor zijn opvolgers: de 9.58 van Berlin, gelopen op 16 augustus 2009.

Het is juni 1999 en het hele atletiekcircus is bezig aan een klassieke zomertournee. Plaats van afspraak op 16 juni: Athene en de piste in het stadion waar vijf jaar later de Olympische Spelen doorgaan. De temperatuur is ideaal om te spurten: het is heet en er staat een lichte rugwind (0,1 meter per seconde).Aan de start staat Maurice Greene, rechts naast hem Ato Boldon, zijn trainingspartner. Hun doel: zo dicht mogelijk de recordtijd van de Canadees Donovan Bailey benaderen. Die liep in Atlanta in de finale van de Olympische Spelen drie jaar eerder 9.84. Het WK komt eraan en beide spurters hebben tijdens de winter hard getraind. Het is tijd om dat eens te tonen aan de Europeanen.Greene en Boldon komen goed weg en lopen de eerste vijftig meter naast elkaar. Dan zie je Greene afstand nemen van zijn concurrent. Als hij over de streep komt, klokt de chronometer in beeld af op 9.78. Een nieuw wereldrecord. Die tijd wordt daarna gecorrigeerd tot 9.79. Er kunnen in het stadion 80.000 mensen, maar dat is voor deze GP Tsikliteria maar voor iets minder dan de helft gevuld. Het maakt de vreugde er niet minder om.Bekijk hieronder het historische moment.Op 24 september 1988 wint de Canadees Ben Johnson op de Spelen van Seoel de snelste 100 meter ooit. Hij klokt af op 9.79. Het had nog sneller gekund, zegt hij na afloop, had hij net voor de finish zijn hand niet uitgestoken naar het publiek als zegegebaar. Drie dagen later tuimelt de spurter van zijn voetstuk. De dopingcontrole wijst op het gebruik van stanozolol, een spierversterker. Het record is kunstmatig verkregen. Later blijken maar liefst zes van de acht finalisten op de 100 meter die dag of op doping te zijn betrapt bij het (her)testen van hun urine, of later in hun carrière iets met doping te maken hebben. In de atletiekgeschiedenis wordt die race nu omschreven als de vuilste ooit.Na de diskwalificatie van Johnson krijgt Carl Lewis de medaille, maar eigenlijk mag die niet eens aanwezig zijn. Tijdens de Amerikaanse trials (kwalificatiewedstrijden voor de Spelen) test Lewis drie keer positief. De Amerikaanse atletiekfederatie veegt dat onder de mat en stuurt het icoon toch. De derde in de stand, Linford Christie, test na de finale in Seoel ook positief, maar daar past het IOC dan weer een mouw aan. Een slecht kruidentheetje...Enfin, om een lang verhaal kort te maken: sinds 1988 was 9.79 het doel van alle spurters. Dat herhalen, maar zuiver.Als Ben Johnson ook zijn tijd van 9.83, gelopen op het WK in Rome in 1987, kwijtspeelt als gevolg van bekentenissen, is het wereldrecord de tijd van Lewis in Seoel: 9.92. Van 1991 tot 1994 spelen Leroy Burrell en Lewis haasje over. Om de beurt zetten ze het record van 1988 scherper. In Atlanta, op de Spelen van 1996, is het goud weer voor een Canadees: Donovan Bailey. Eigenlijk een Jamaicaan, die op zijn 13e naar Canada emigreert, samen met zijn ouders. Zijn verhaal is speciaal: atletiekis tot 1991 maar een hobby, en met spurten houdt hij zich maar sinds 1994 ernstig bezig. Twee jaar later is hij met 9.84 al de snelste man ter wereld. Bailey verdwijnt even snel als hij is gekomen: hij scheurt zijn achillespees bij een basketwedstrijdje, probeert nog een comeback, maar faalt. Enter Maurice Greene. Die komt uit Kansas City en combineert in zijn jeugd atletiek met American football. Atlanta haalt hij niet. Hij verandert die zomer van coach en heeft dan meer succes. In 1997 haalt hij een eerste keer succes in Athene: hij wint er op het WK de 100 meter. Twee jaar later loopt hij op dezelfde baan zijn wereldrecord.Vier jaar lang is Maurice Greene de koning van de spurt. Zuiver, zo zal hij altijd beweren. Zijn wereldtitel op de 100 meter van Athene zal hij met succes verdedigen in 1999 én in 2001. Tussendoor is er nog goud op de Spelen van Sydney in 2000. Daar wint hij ook de 4 x 100 meter.Zijn rijk loopt samen met dat van Michael Johnson, die andere sterke spurter op de lange(re) afstand. De man die de tweede wereldtitel van Greene in Sevilla in de schaduw stelt door het wereldrecord op de 400 meter te verpulveren. Omdat de pers Johnson Superman noemt vragen ze op een gegeven moment aan Greene hoe ze hém moeten omschrijven. 'Doe maar Kryptonite', is zijn antwoord.In 2000 kijkt iedereen uit naar een duel tussen de twee, op de Spelen in Sydney. Wie is de snelste? Johnson, die in Atlanta de 200 én de 400 meter won, probeert er opnieuw die dubbel. Helaas komt het duel er niet: Johnson zit dan al in de herfst van zijn carrière en mist met een blessure de finale van de 200 meter. Hij wint wel de 400 meter.Greene stopt in 2008 met atletiek, het lichaam is op, blessures slaan hem voortdurend terug. Opmerkelijk: op zijn rug laat hij GOAT inkten. De Greatest Of All Time. Controversieel, want daarmee plaatst hij zich boven andere helden uit de atletiekgeschiedenis. Helden die meer medailles winnen. De snelste ter wereld is hij dan al niet meer. Tim Montgomery breekt in september 2002 als eerste zijn record en brengt het op 9.78. In 2005 wordt die tijd evenwel geschrapt, vanwege zijn betrokkenheid bij een dopingschandaal. Dan is het record al wel geen record meer, want door Asafa Powell werd het op 9.77 gebracht, ook al in Athene. Justin Gatlin zal dat later in Doha evenaren.En dan komt Usain Bolt, vanaf 2008. Hij zal het wereldrecord op de 100 meter in totaal drie keer scherper stellen. Het nieuwe doel voor zijn opvolgers: de 9.58 van Berlin, gelopen op 16 augustus 2009.