De feiten

Het is tien uur 's ochtends als 25 rijders aan de start komen op een stratencircuit van iets meer dan 25 km. De start ligt in St John's en de motorrijders doen de A1, A3 en A4 aan. Het snelle motorgebeuren staat nog in zijn kinderschoenen, ook de organisatie. De rijders worden per twee op de baan gestuurd. Elke ronde worden de tijden van de 25 geklokt en daarna bij mekaar opgeteld. Wie de snelste is na tien ronden, wint.

Al in de eerste ronde wordt de spanning Jack Marshall fataal, hij gaat onderuit met zijn Triumph. De machines zijn nog niet zo betrouwbaar: eentje krijgt een lekke band, een andere sukkelt met de aandrijving, een derde met de uitlaat. Een ander incident gebeurt tijdens het tanken, een verplichte stop van tien minuten: de Rex van Oliver Godfrey schiet in brand en hij moet opgeven.

Er zijn twee winnaars: in de categorie eencylinders wint Charles Collier. Zijn Matchless legt de 254 km af in 4 uur en 8 minuten. Dat is een gemiddelde snelheid van ruim 61 km/uur.

In de categorie tweecylinders wint Rem Fowler op een Norton. Zijn race loopt niet zonder incidenten: hij heeft tal van problemen en crasht ook nog eens in de zevende ronde tegen een snelheid van bijna 100 per uur, omdat een band van de velg loopt.

Fowler is dizzy en wil opgeven, maar hoort dat hij in zijn klasse nog 30 minuten voorsprong telt op het nummer twee. Hij zet door, herstelt het probleem en wint. Hij haalde een gemiddelde snelheid van meer dan 58 km per uur.

Making-of

Voor wie niet zo sterk is in aardrijkskunde: het eiland Man ligt in de Ierse zee, tussen Engeland en Ierland. Juridisch heeft het een speciaal statuut. Het valt onder het Britse Koningshuis, maar tegelijk heeft het een grote mate van onafhankelijkheid. En dat is de reden waarom de motorliefhebbers naar hier uitwijken bij het begin van de twintigste eeuw.

Racen met motoren staat in die periode nog in zijn kinderschoenen. Erger nog: het mag niet van de overheid. In 1903 bepaalt die bij wet dat rijders niet harder mogen dan... 20 mijl/uur, omgerekend iets meer dan 32 km/uur. Sir Julian Orde is op dat moment voorzitter van de Britse automobielclub en die zoekt naar een oplossing, in eerste instantie voor zijn autosport. Hij contacteert de overheid op Man. Dat eiland heeft een eigen parlement en kan zelf zijn wetten maken. Orde heeft succes met zijn demarche, in 1904 geeft Man officieel de toestemming om stratenraces te houden.

Drie jaar later is de eerste Tourist Trophy een feit. Er is al geracet met wagens en dat is een groot succes. Op 17 januari 1907, tijdens het jaarlijkse diner van de Auto-Cycle Club, stelt de uitgever van Motor-Cycle Magazine voor om ook een wedstrijd voor motoren te organiseren. Op 28 mei van dat jaar is de eerste TT een feit.

En daarna

Die TT blijft vier jaar op het circuit van 25 kilometer en wordt in 1911 een veel langere stratenrace. De afstand wordt opgetrokken naar iets meer dan 60 kilometer. Ook het aantal klassen wordt uitgebreid en later gemoderniseerd.

De wedstrijd wordt elk jaar in de zomer gehouden. Twee weken lang zijn motoren de baas in en om Douglas, de hoofdstad van het eiland. Omdat er een paar onderbrekingen waren in de organisatie - er was geen TT tijdens de twee wereldoorlogen en onder meer ook geen in 2001 door een mond- en klauwzeerepidemie in het Verenigd Koninkrijk - was de race in 2019 aan zijn 100e editie toe. Zijn populariteit groeide vooral na Wereldoorlog II, toen de TT onderdeel werd van het WK en er winnen leidde tot een prestigestrijd onder de merken. In die periode kwamen 's werelds beste rijders naar Man.

De wedstrijd is een stratenrace, die uiterst gevaarlijk is. De hele omloop telt snelle stukken, maar ook 200 bochten. Op het laagste punt zit men op zeeniveau, maar het traject loopt door de Snaefell Mountains en op het hoogste punt zitten de motorrijders 396 meter boven zeeniveau.

Toch worden de laatste jaren gemiddelde snelheden van boven de 200 per uur gehaald. In 1976 werd de TT om veiligheidsredenen uit het WK gehaald. Tijdens de trainingen voor de wedstrijd lieten al 151 mensen het leven, in totaal vielen al 260 doden.

Het is tien uur 's ochtends als 25 rijders aan de start komen op een stratencircuit van iets meer dan 25 km. De start ligt in St John's en de motorrijders doen de A1, A3 en A4 aan. Het snelle motorgebeuren staat nog in zijn kinderschoenen, ook de organisatie. De rijders worden per twee op de baan gestuurd. Elke ronde worden de tijden van de 25 geklokt en daarna bij mekaar opgeteld. Wie de snelste is na tien ronden, wint.Al in de eerste ronde wordt de spanning Jack Marshall fataal, hij gaat onderuit met zijn Triumph. De machines zijn nog niet zo betrouwbaar: eentje krijgt een lekke band, een andere sukkelt met de aandrijving, een derde met de uitlaat. Een ander incident gebeurt tijdens het tanken, een verplichte stop van tien minuten: de Rex van Oliver Godfrey schiet in brand en hij moet opgeven.Er zijn twee winnaars: in de categorie eencylinders wint Charles Collier. Zijn Matchless legt de 254 km af in 4 uur en 8 minuten. Dat is een gemiddelde snelheid van ruim 61 km/uur. In de categorie tweecylinders wint Rem Fowler op een Norton. Zijn race loopt niet zonder incidenten: hij heeft tal van problemen en crasht ook nog eens in de zevende ronde tegen een snelheid van bijna 100 per uur, omdat een band van de velg loopt. Fowler is dizzy en wil opgeven, maar hoort dat hij in zijn klasse nog 30 minuten voorsprong telt op het nummer twee. Hij zet door, herstelt het probleem en wint. Hij haalde een gemiddelde snelheid van meer dan 58 km per uur.Voor wie niet zo sterk is in aardrijkskunde: het eiland Man ligt in de Ierse zee, tussen Engeland en Ierland. Juridisch heeft het een speciaal statuut. Het valt onder het Britse Koningshuis, maar tegelijk heeft het een grote mate van onafhankelijkheid. En dat is de reden waarom de motorliefhebbers naar hier uitwijken bij het begin van de twintigste eeuw.Racen met motoren staat in die periode nog in zijn kinderschoenen. Erger nog: het mag niet van de overheid. In 1903 bepaalt die bij wet dat rijders niet harder mogen dan... 20 mijl/uur, omgerekend iets meer dan 32 km/uur. Sir Julian Orde is op dat moment voorzitter van de Britse automobielclub en die zoekt naar een oplossing, in eerste instantie voor zijn autosport. Hij contacteert de overheid op Man. Dat eiland heeft een eigen parlement en kan zelf zijn wetten maken. Orde heeft succes met zijn demarche, in 1904 geeft Man officieel de toestemming om stratenraces te houden.Drie jaar later is de eerste Tourist Trophy een feit. Er is al geracet met wagens en dat is een groot succes. Op 17 januari 1907, tijdens het jaarlijkse diner van de Auto-Cycle Club, stelt de uitgever van Motor-Cycle Magazine voor om ook een wedstrijd voor motoren te organiseren. Op 28 mei van dat jaar is de eerste TT een feit.Die TT blijft vier jaar op het circuit van 25 kilometer en wordt in 1911 een veel langere stratenrace. De afstand wordt opgetrokken naar iets meer dan 60 kilometer. Ook het aantal klassen wordt uitgebreid en later gemoderniseerd. De wedstrijd wordt elk jaar in de zomer gehouden. Twee weken lang zijn motoren de baas in en om Douglas, de hoofdstad van het eiland. Omdat er een paar onderbrekingen waren in de organisatie - er was geen TT tijdens de twee wereldoorlogen en onder meer ook geen in 2001 door een mond- en klauwzeerepidemie in het Verenigd Koninkrijk - was de race in 2019 aan zijn 100e editie toe. Zijn populariteit groeide vooral na Wereldoorlog II, toen de TT onderdeel werd van het WK en er winnen leidde tot een prestigestrijd onder de merken. In die periode kwamen 's werelds beste rijders naar Man.De wedstrijd is een stratenrace, die uiterst gevaarlijk is. De hele omloop telt snelle stukken, maar ook 200 bochten. Op het laagste punt zit men op zeeniveau, maar het traject loopt door de Snaefell Mountains en op het hoogste punt zitten de motorrijders 396 meter boven zeeniveau.Toch worden de laatste jaren gemiddelde snelheden van boven de 200 per uur gehaald. In 1976 werd de TT om veiligheidsredenen uit het WK gehaald. Tijdens de trainingen voor de wedstrijd lieten al 151 mensen het leven, in totaal vielen al 260 doden.