De feiten

Het is nog vroeg als Patrice Hagelauer, de trainer van Yannick Noah, op de dag van de finale zijn poulain gaat wekken. Vijftien jaar heeft Noah hiervan gedroomd, maar als het eindelijk zo ver is, slaapt hij nog vast. Op andere dagen is Noah al wakker als Hagelauer in zijn kamer komt. Vier, vijf uur per nacht kan hij maar slapen, van de zenuwen.

Maar niet zo de nacht voor de finale. Hagelauer moet hem om negen uur letterlijk wakker schudden. Zijn trainer is dan al drie uur wakker, net als een vriend die er ook logeert. Zij lopen zenuwachtig rondjes in de living wanneer Noah ontbijt: wat eitjes, een koffie.

Het is een mooie, warme dag en er volgen daarom nog vitamines en zoutpillen. De trainer vreest voor dehydratatie. Over de tegenstander van die middag, Mats Wilander, wordt niet gesproken.

Om tien uur vertrekt het gezelschap naar hun tennisclub. Daar werkt Noah een half uurtje aan zijn opslag. Het moet in de wedstrijd zijn wapen worden. Wilander is immers een man van rally's en de verdediging, Noah van het korte werk: aanvallend tennis. Een goeie opslag, een stevige volley. De service loopt helemaal niet. Noah brult, verliest zijn kalmte en heeft een douche nodig om af te koelen.

Na de lunch trekken ze naar de stad, richting Boulevard Suchet. Een vriend woont er en heeft een kamer vrijgemaakt. Noah rust, leest een krant en kijkt wat muziekvideo's. Stilaan focust hij op Wilander. Even later vertrekt het hele gezelschap richting Roland Garros, aan de Boulevard d'Auteuil.

Noah rangschikt er zijn rackets naar spanning en kiest een outfit. Hij wil graag in het rood spelen, maar het is te warm. Het wordt wat lichter. Vingers worden ingetapet, de concentratie verhoogt. Als de scheidsrechter de twee finalisten op de court roept, passeert Wilander voor zijn neus. De twee negeren elkaar. Noah zit in zijn bubbel, om het met een modewoord te zeggen. Zon of geen zon, hij wil exploderen. Geen vijfsetter.

De eerste set loopt naar wens: 6-2, in 36 minuten afgehaspeld. In set twee beginnen de inspanningen hun tol te eisen. Het is warm, Noah drinkt veel, maar hij is het water beu. Hij schakelt over op gesuikerde dranken, het vele water doet hem zweten. Tijdens de rustpauzes begint hij zijn spieren te masseren. Allemaal bewust, om in zijn bubbel te blijven. De concentratie mag niet verslappen. Het spel gaat wel moeizamer. Bij elke fout van Wilander joelt hij, het is sterker dan hemzelf. Uiteindelijk gaat de set met 7-5 naar hem.

In set drie verliest Noah de concentratie. Hij speelt nu meer ontspannen, mist punten die eerder in de wedstrijd wel lukten, maar het besef groeit: ik ben aan het winnen. Hij kan nu meer genieten. Bij 6-5 wordt hij te zeker: dit spelletje serveer ik voor de zege. Wilander ontnuchtert hem: drie returns in de voeten. Er komt een tiebreak. Maar die kantelt al snel in de richting van de Fransman. Als Wilander de laatste bal slaat, weet Noah: die is out. Hij draait zich om, volgt het traject en valt dan op de knieën.

Making-of

Een van de intimi van Roger Lemerre, de bondscoach die Frankrijk op het WK in 2002 in handen had, is Zacharie Noah, de vader van Yannick. De twee kennen elkaar van bij Sedan, waar ze allebei voetbalden en waar Zacharie in 1961 de Franse beker wint. Zacharie is van Kameroense afkomst en wordt door zijn vader naar Frankrijk gestuurd om te studeren. Daar begint hij te voetballen, eerst in de buurt van Parijs, daarna in de Franse Ardennen. Als verdediger. Hij trouwt er een blanke Française, een lerares. In Sedan wordt hun zoon geboren, Yannick.

Vrijwel onmiddellijk na de bekerwinst blesseert Zacharie zich. Hij is pas 25 en het koppel keert terug naar Yaoundé, naar het Kameroen dat sinds 1 januari 1960 onafhankelijk is. Yannick groeit er op en begint er te tennissen. Het is Arthur Ashe, de Amerikaan, die zijn talent ontdekt bij een bezoek aan de hoofdstad. Ashe tipt hem bij de Fransen die hij kent en Noah, elf, mag op tennis-étude in Nice.

Daar loopt het aanvankelijk moeizaam. Hij wordt er wat gepest met zijn gemengde afkomst en zijn verleden in Kameroen, krijgt er de blues en tijdens de eerste kerstvakantie thuis aarzelt hij om terug te keren naar Frankrijk. Uiteindelijk doet hij het toch.

In Nice zien ze vanaf dan een zelfbewuste tiener met slechts één doel: Roland Garros winnen. Daar moet alles voor wijken, vooral school. In een tv-reportage van L'Equipe getuigen alle intimi uit die tijd hetzelfde: Noah is een fysiek beest, die keihard werkt aan zijn lichaam. Zijn techniek is niet de fijnste, met kracht en agressiviteit moet hij dat compenseren. Alles voor de Franse Open. Sinds Wereldoorlog II is daar maar één landgenoot in geslaagd: Marcel Bernard in 1946. Noah wordt in 1983 de tweede en voorlopig laatste.

En daarna

Voor Noah zal het bij die ene zege in Parijs - in het enkelspel tenminste - blijven. 1984 gaat de mist in met pubalgie, het lichaam is overbelast. In 1985 en vooral 1986 komt nog even een opflakkering en wordt hij nummer drie van de wereld, maar daarna gaat het verder bergaf. In 1991 stopt Noah met tennissen.

Hij wordt direct coach van het Franse team dat de Daviscup wint. Tijdens het feestje op de court zingt hij met de ploeg Saga Africa. Het is een grap om te vieren, maar het lied slaat aan. Het wordt een hit en Noah denkt bij zichzelf: tiens, dit kan ik ook. Het is het debuut van een nieuwe carrière, die als zanger. Later wordt hij ook nog coach van de vrouwen - zijn Fed Cupteam wint in 2017 de finale van België - en geëngageerd in politiek en mensenrechten.

De sportieve opvolging in de familie wordt tussendoor ook verzekerd, Yannick Noah is de vader van basketter Joakim, die voor de Chicago Bulls en de NY Knicks baskette en, net voor corona tussenbeide kwam, een proefcontract bij de LA Clippers tekende.

Het is nog vroeg als Patrice Hagelauer, de trainer van Yannick Noah, op de dag van de finale zijn poulain gaat wekken. Vijftien jaar heeft Noah hiervan gedroomd, maar als het eindelijk zo ver is, slaapt hij nog vast. Op andere dagen is Noah al wakker als Hagelauer in zijn kamer komt. Vier, vijf uur per nacht kan hij maar slapen, van de zenuwen. Maar niet zo de nacht voor de finale. Hagelauer moet hem om negen uur letterlijk wakker schudden. Zijn trainer is dan al drie uur wakker, net als een vriend die er ook logeert. Zij lopen zenuwachtig rondjes in de living wanneer Noah ontbijt: wat eitjes, een koffie. Het is een mooie, warme dag en er volgen daarom nog vitamines en zoutpillen. De trainer vreest voor dehydratatie. Over de tegenstander van die middag, Mats Wilander, wordt niet gesproken.Om tien uur vertrekt het gezelschap naar hun tennisclub. Daar werkt Noah een half uurtje aan zijn opslag. Het moet in de wedstrijd zijn wapen worden. Wilander is immers een man van rally's en de verdediging, Noah van het korte werk: aanvallend tennis. Een goeie opslag, een stevige volley. De service loopt helemaal niet. Noah brult, verliest zijn kalmte en heeft een douche nodig om af te koelen.Na de lunch trekken ze naar de stad, richting Boulevard Suchet. Een vriend woont er en heeft een kamer vrijgemaakt. Noah rust, leest een krant en kijkt wat muziekvideo's. Stilaan focust hij op Wilander. Even later vertrekt het hele gezelschap richting Roland Garros, aan de Boulevard d'Auteuil. Noah rangschikt er zijn rackets naar spanning en kiest een outfit. Hij wil graag in het rood spelen, maar het is te warm. Het wordt wat lichter. Vingers worden ingetapet, de concentratie verhoogt. Als de scheidsrechter de twee finalisten op de court roept, passeert Wilander voor zijn neus. De twee negeren elkaar. Noah zit in zijn bubbel, om het met een modewoord te zeggen. Zon of geen zon, hij wil exploderen. Geen vijfsetter.De eerste set loopt naar wens: 6-2, in 36 minuten afgehaspeld. In set twee beginnen de inspanningen hun tol te eisen. Het is warm, Noah drinkt veel, maar hij is het water beu. Hij schakelt over op gesuikerde dranken, het vele water doet hem zweten. Tijdens de rustpauzes begint hij zijn spieren te masseren. Allemaal bewust, om in zijn bubbel te blijven. De concentratie mag niet verslappen. Het spel gaat wel moeizamer. Bij elke fout van Wilander joelt hij, het is sterker dan hemzelf. Uiteindelijk gaat de set met 7-5 naar hem.In set drie verliest Noah de concentratie. Hij speelt nu meer ontspannen, mist punten die eerder in de wedstrijd wel lukten, maar het besef groeit: ik ben aan het winnen. Hij kan nu meer genieten. Bij 6-5 wordt hij te zeker: dit spelletje serveer ik voor de zege. Wilander ontnuchtert hem: drie returns in de voeten. Er komt een tiebreak. Maar die kantelt al snel in de richting van de Fransman. Als Wilander de laatste bal slaat, weet Noah: die is out. Hij draait zich om, volgt het traject en valt dan op de knieën.Een van de intimi van Roger Lemerre, de bondscoach die Frankrijk op het WK in 2002 in handen had, is Zacharie Noah, de vader van Yannick. De twee kennen elkaar van bij Sedan, waar ze allebei voetbalden en waar Zacharie in 1961 de Franse beker wint. Zacharie is van Kameroense afkomst en wordt door zijn vader naar Frankrijk gestuurd om te studeren. Daar begint hij te voetballen, eerst in de buurt van Parijs, daarna in de Franse Ardennen. Als verdediger. Hij trouwt er een blanke Française, een lerares. In Sedan wordt hun zoon geboren, Yannick.Vrijwel onmiddellijk na de bekerwinst blesseert Zacharie zich. Hij is pas 25 en het koppel keert terug naar Yaoundé, naar het Kameroen dat sinds 1 januari 1960 onafhankelijk is. Yannick groeit er op en begint er te tennissen. Het is Arthur Ashe, de Amerikaan, die zijn talent ontdekt bij een bezoek aan de hoofdstad. Ashe tipt hem bij de Fransen die hij kent en Noah, elf, mag op tennis-étude in Nice.Daar loopt het aanvankelijk moeizaam. Hij wordt er wat gepest met zijn gemengde afkomst en zijn verleden in Kameroen, krijgt er de blues en tijdens de eerste kerstvakantie thuis aarzelt hij om terug te keren naar Frankrijk. Uiteindelijk doet hij het toch.In Nice zien ze vanaf dan een zelfbewuste tiener met slechts één doel: Roland Garros winnen. Daar moet alles voor wijken, vooral school. In een tv-reportage van L'Equipe getuigen alle intimi uit die tijd hetzelfde: Noah is een fysiek beest, die keihard werkt aan zijn lichaam. Zijn techniek is niet de fijnste, met kracht en agressiviteit moet hij dat compenseren. Alles voor de Franse Open. Sinds Wereldoorlog II is daar maar één landgenoot in geslaagd: Marcel Bernard in 1946. Noah wordt in 1983 de tweede en voorlopig laatste.Voor Noah zal het bij die ene zege in Parijs - in het enkelspel tenminste - blijven. 1984 gaat de mist in met pubalgie, het lichaam is overbelast. In 1985 en vooral 1986 komt nog even een opflakkering en wordt hij nummer drie van de wereld, maar daarna gaat het verder bergaf. In 1991 stopt Noah met tennissen. Hij wordt direct coach van het Franse team dat de Daviscup wint. Tijdens het feestje op de court zingt hij met de ploeg Saga Africa. Het is een grap om te vieren, maar het lied slaat aan. Het wordt een hit en Noah denkt bij zichzelf: tiens, dit kan ik ook. Het is het debuut van een nieuwe carrière, die als zanger. Later wordt hij ook nog coach van de vrouwen - zijn Fed Cupteam wint in 2017 de finale van België - en geëngageerd in politiek en mensenrechten.De sportieve opvolging in de familie wordt tussendoor ook verzekerd, Yannick Noah is de vader van basketter Joakim, die voor de Chicago Bulls en de NY Knicks baskette en, net voor corona tussenbeide kwam, een proefcontract bij de LA Clippers tekende.