Een opmerkelijk feit uit het rapport van 23 februari van het wetenschappelijk adviescomité GEMS, dat de overheid adviseert tijdens de coronacrisis: in de periode tussen 29 september en 19 oktober bevond de hoogste incidentie zich in de sportsector. Met andere woorden: de meeste besmettingen kwamen voor binnen de sport. Het gaat over gestandaardiseerde cijfers per 100.000 om verschillende sectoren te kunnen vergelijken. De werkelijke aantallen zijn kleiner.

Opvallend: die incidentie in de sportsector ligt een stuk hoger dan in de horeca. 'De horeca is een veel grotere sector, waardoor een besmetting relatief gezien wat minder gewicht heeft', weet biostatisticus Geert Molenberghs. 'Die cijfers waren toen nog niet voor handen, dus dat was niet de reden om destijds indoor contactsporten stil te leggen. Vanwege de privacytoestemming om die te gebruiken, zijn die cijfers pas sinds dit jaar beschikbaar.'

Sector29/9 - 12/10/202006/10 - 19/10/2020
Voetbalclubs16092250
Sportbonden 14282250
Sportverenigingen13942349
Fitnesscentra11871764
Hotels 7921160
Restaurants7561368
Cafés 6451352

Sporten is een gezonde activiteit. Hoe komt het dan dat de incidentie daar zo veel hoger ligt dan in de horeca? 'Het maakt niet zozeer uit of de bezigheid gezond is, maar wel met het besmettingsrisico. Als bij judo een van de twee judoka's besmet is, is de kans op overdracht groter dan bij een besmette ober die aan uw tafel de bestelling opneemt. Het heeft dus te maken met het contact', aldus Molenberghs.

Volgens de biostatisticus mogen we deze cijfers niet puur herleiden tot de activiteit van de sector: 'Het gaat over mensen die in deze sectoren werken. Het is niet duidelijk waar en wanneer deze mensen besmet raakten. Dit kan ook thuis gebeurd zijn, dus dat is een belangrijke beperking van deze cijfers. Je kan wel besluiten dat de werknemers uit een bepaalde sector in die periode een hogere of lagere incidentie hadden, zonder hier een transmitiebron aan te koppelen. Het heeft deels te maken met de activiteit, maar niet uitsluitend.'

Een opmerkelijk feit uit het rapport van 23 februari van het wetenschappelijk adviescomité GEMS, dat de overheid adviseert tijdens de coronacrisis: in de periode tussen 29 september en 19 oktober bevond de hoogste incidentie zich in de sportsector. Met andere woorden: de meeste besmettingen kwamen voor binnen de sport. Het gaat over gestandaardiseerde cijfers per 100.000 om verschillende sectoren te kunnen vergelijken. De werkelijke aantallen zijn kleiner.Opvallend: die incidentie in de sportsector ligt een stuk hoger dan in de horeca. 'De horeca is een veel grotere sector, waardoor een besmetting relatief gezien wat minder gewicht heeft', weet biostatisticus Geert Molenberghs. 'Die cijfers waren toen nog niet voor handen, dus dat was niet de reden om destijds indoor contactsporten stil te leggen. Vanwege de privacytoestemming om die te gebruiken, zijn die cijfers pas sinds dit jaar beschikbaar.'Sporten is een gezonde activiteit. Hoe komt het dan dat de incidentie daar zo veel hoger ligt dan in de horeca? 'Het maakt niet zozeer uit of de bezigheid gezond is, maar wel met het besmettingsrisico. Als bij judo een van de twee judoka's besmet is, is de kans op overdracht groter dan bij een besmette ober die aan uw tafel de bestelling opneemt. Het heeft dus te maken met het contact', aldus Molenberghs.Volgens de biostatisticus mogen we deze cijfers niet puur herleiden tot de activiteit van de sector: 'Het gaat over mensen die in deze sectoren werken. Het is niet duidelijk waar en wanneer deze mensen besmet raakten. Dit kan ook thuis gebeurd zijn, dus dat is een belangrijke beperking van deze cijfers. Je kan wel besluiten dat de werknemers uit een bepaalde sector in die periode een hogere of lagere incidentie hadden, zonder hier een transmitiebron aan te koppelen. Het heeft deels te maken met de activiteit, maar niet uitsluitend.'