Zijn 2m05 gekoppeld aan goede handen, snelle benen en een 'sterke kop' maken van Hans Vanwijn een gegeerde groeibriljant. De voorbije jaren mocht hij rijpen onder coach Brian Lynch, eerst bij Houthalen, vervolgens bij Limburg United. Lynch vertrouwde ons vorig seizoen toe: 'Als Vanwijn binnen vijf jaar nog in België speelt, heb ik als trainer gefaald. Hij bezit het talent en de mentaliteit om later mee te kunnen in de toplanden.' Zo groot is het geloof in het internationale potentieel van de dubbele meter uit Beringen.
...

Zijn 2m05 gekoppeld aan goede handen, snelle benen en een 'sterke kop' maken van Hans Vanwijn een gegeerde groeibriljant. De voorbije jaren mocht hij rijpen onder coach Brian Lynch, eerst bij Houthalen, vervolgens bij Limburg United. Lynch vertrouwde ons vorig seizoen toe: 'Als Vanwijn binnen vijf jaar nog in België speelt, heb ik als trainer gefaald. Hij bezit het talent en de mentaliteit om later mee te kunnen in de toplanden.' Zo groot is het geloof in het internationale potentieel van de dubbele meter uit Beringen. Het seizoen 2015/16 betekende voor Hans Vanwijn de doorbraak, toen hij in onze competitie werd verkozen tot Belofte van het Jaar. Een enkelblessure remde zijn progressie vorig seizoen af: Vanwijn stond drie maanden op non-actief en had nadien moeite om zijn ritme terug te vinden. Ondanks het bereiken van de bekerfinale werd het een teleurstellend jaar voor Limburg United, in de kwartfinales van de play-offs uitgeschakeld door Brussels. Het bleek voor zowel coach Lynch (naar Charleroi) als Vanwijn (naar Antwerp) het signaal om andere oorden op te zoeken. 'Ik ben heel blij dat ik de opstart van Limburg United, in mijn regio, heb meegemaakt, maar na drie jaar was het tijd voor een stap hogerop', vertelt de jonge forward. 'Dit Antwerp mag en moet op de prijzen mikken. Zeker met de komst van Telenet als sponsor gaat iedereen er toch van uit dat er meer financiële middelen zijn. Er werd een goede mix van Belgische talenten en Amerikanen samengesteld. Ik denk dat wij samen met Charleroi en Aalstar de voornaamste uitdagers zijn van Oostende.' Dat hij grootse prestaties in zich heeft, bewees Vanwijn eind vorige maand nog tegen Bergen: 28 punten, 8 rebounds en 9 assists. Cijfers die een Belg maar zelden haalt in onze door Amerikanen gedomineerde competitie. Qua profiel valt hij te vergelijken met jonge NBA-talenten als Kristaps Porzingis (New York Knicks) of Giannis Antetokounmpo (Milwaukee Bucks), niet toevallig twee van zijn inspiratiebronnen. Spelers die lengte aan een uitstekende techniek en grote mobiliteit koppelen. Die zowel scoren uit een drive naar de ring als vanop afstand. De stats van Vanwijn dit seizoen illustreren die polyvalentie: gemiddeld ongeveer 14 punten, 8,5 rebounds (beste in onze competitie) en 4 assists per wedstrijd. 'Vroeger was ik een point guard, moest ik het vooral van mijn passing en shot hebben, tot ik rond mijn zestiende een groeischeut kreeg en vanaf dan meer onder de borden werd uitgespeeld, daar pluk ik nu de vruchten van', verklaart Vanwijn die veelzijdigheid. 'Maar de positie waar ik het meeste toekomst heb, is volgens mij de 3, op de vleugel, waar ik nu speel. Dat was trouwens een doorslaggevende reden om voor Antwerp te kiezen. Ik wist dat coach Roel Moors me op deze positie grote verantwoordelijkheid wilde geven. Bij Charleroi had ik wellicht weer op de 4 gespeeld en bij Oostende weet je dat je eerder een spil in een raderwerk bent, met veel rotatie. Bij Antwerp krijg ik veel speelminuten en er worden speciaal plays voor mij gecreëerd. Zonder arrogant te willen klinken: ik wist dat ik complete prestaties in mij had. Het wordt mij hier niet kwalijk genomen als ik eens een shot mis, integendeel, ze moedigen me aan om nog meer gewicht op mijn schouders te nemen. En dat werkt. Mijn driepuntpercentage was nog nooit zo hoog (58 procent), vorig seizoen was het zelfs een probleem.' Ook de Belgian Lions kunnen profiteren van die troeven. Aanvallende kwaliteit en lengte bleken op het voorbije EK in Turkije het pijnpunt van onze nationale ploeg. Vanwijn zat in de twaalfkoppige EK-selectie van bondscoach Eddy Casteels, maar moest in extremis met een hamstringblessure afhaken. 'Ik wilde eigenlijk nog mee, maar de medische staf ging op de rem staan, het zou niet slim geweest zijn', blikt Vanwijn terug op die teleurstelling. 'Achteraf bekeken ben ik daar wel blij om, want daardoor kon ik me ten volle focussen op mijn integratie bij Antwerp en kende ik meteen een goede start. Jammer dat België niet in de tweede ronde geraakte, maar we zaten in een moeilijke poule.' Samen met Ismael Bako (ploegmaat bij Antwerp Giants), Vincent Kesteloot (Oostende) en Manu Lecomte (Baylor University) maakt Vanwijn deel uit van de gouden generatie van 1995. 'Twee jaar geleden bereikte België op het EK U20 de kwartfinales, we bewezen daar dat we onze voet kunnen plaatsen naast een aantal Europese toppers die ondertussen in de NBA spelen', aldus Vanwijn. 'We zitten bij de Lions momenteel in een overgangsfase, maar ik denk dat we in de toekomst misschien nog beter kunnen doen dan op de voorbije EK's.' Daarmee telt zijn familie sinds dit jaar eigenlijk twee internationals. Zij het in twee zeer verschillende sporttakken: basketbal en wielrennen. Tim Wellens, onder contract bij Lotto-Soudal, is een neef. 'Langs moeders kant zijn het allemaal wielrenners. Mijn nonkels Leo, Paul en Johan Wellens hebben ook allemaal in de Ronde van Frankrijk gereden', vertelt Vanwijn. 'Bij de jeugd gingen we met onze grootmoeder vaak naar de koersen van Tim, dan zaten wij daar op ons stoeltje langs de kant, met onze verrekijker op de uitkijk. (lacht) Hij is vier jaar ouder, maar wij speelden als kind vaak samen. We hebben er nooit bij stilgestaan dat één van ons dit niveau kon bereiken, fysiek zijn we allebei laatbloeiers, maar ik herinner me wel dat het er altijd pittig aan toeging tussen ons. Op familiebijeenkomsten gaat het meestal over sport bij ons en we volgen uiteraard elkaars prestaties. We hebben zelfs een Whatsappgroepje met de familie: Fanclub Tim Wellens heet die.' Langs vaderskant zijn het vooral basketters. Vanwijn: 'Mijn vader heeft nog in tweede en derde nationale gespeeld. Als je er zo over nadenkt, kom ik inderdaad wel uit een sportief nest. Al hebben ze me nooit gepusht. Ik heb zelf besloten om op mijn veertiende op internaat te gaan in de Topsportschool van Leuven en in feite had ik daar heel weinig last van heimwee. Zo leerde ik al vroeg zelfstandig zijn. Ik weet ondertussen ook dat ik plekken snel beu geraak. Na twee of drie jaren voel ik het al kriebelen.' Ooit wil hij naar het buitenland, zoals Brian Lynch hem voorspelde. Niet de NBA is daarbij zijn prioriteit, in eerste instantie denkt hij aan Europa en meer bepaald de Duitse competitie. 'Daar is de competitie perfect geregeld, zijn er veel financiële mogelijkheden en heb je meerdere goede clubs. Ik wil absoluut ooit in de Euroliga spelen. Zo ver staat die niet meer af van de NBA.'